Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 5 páginas
Resumen

Samenvatting Thema's Maatschappijleer VWO - Pluriforme samenleving

Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 5 páginas

Samenvatting van Thema's Maatschappijleer VWO - Pluriforme samenleving, deze samenvatting bevat de hoofdstukken 1 t/m 8.

Vista previa del contenido

Samenvatting maatschappijleer pluriforme samenleving
Verschil en verdraagzaamheid
Veel beschrijvingen van Nederland gaan over de vrijheidsdrang en over het verlangen naar
ordening. Deze twee gaan niet gemakkelijk samen. Sinds 1648 pluriforme samenleving 
samenleving waarin mensen met verschillende sociale klassen, godsdiensten en levensstijlen
samenleven.
Toen Nederland zelfstandig werd waren er veel verschillen: provinciale verschillen,
verschillen tussen protestanten en katholiek, tussen Noord en Zuid, tussen stad en
platteland, tussen hogere en lagere klassen. Communicatiemiddelen speelden een grote rol
bij de eenwording van Nederland  afstanden werden kleiner, meer bij elkaar betrokken en
met elkaar verbinden.
Morele geografie  het dicht op elkaar leven heeft invloed op de manier hoe mensen met
elkaar omgaan. Pragmatische keuze  richt zich op het nut en de bruikbaarheid.
Tolerantie  het toelaten van ‘afwijkend gedrag’. Vroeger bestond er vrijheid van geweten,
godsdienst, maar dat mocht niet in het openbaar worden geuit. Ook op andere gebieden
was de vrijheid beperkt. Nederland was verdraagzamer dan de meeste landen in die tijd.
Er zat ook een principiële kant aan de tolerantie  velen waren er van overtuigd dat er een
vrijheid van denken moest zijn. Zo was Nederland een vrijplaats voor dissidenten uit andere
landen.
De lange geschiedenis en cultuur die in Nederland ontwikkeld is wordt ook wel omschreven
als poldermodel en pacificatiedemocratie. Zo hebben wij een coalitieregering die met elkaar
samen moet werken, veel overleg tussen werkgevers en vakbonden. De zoektocht naar een
middenweg in conflicten gaat hand in hand met een neiging tot conformisme  het
verlangen om zich aan te passen aan de opvattingen en gedragingen van de meerderheid in
de samenleving.
Vanaf deze eeuw is het politieke en sociale conflict scherper geworden. Een van de
oorzaken hiervan is de toegenomen globalisering, zo zijn landen steeds afhankelijker van
elkaar. De polarisatie heeft geleid tot verhevigde politieke en maatschappelijke onzekerheid
in de omgang met culturele verschillen. Volgens velen staat de sociale cohesie onder druk,
het vertrouwen in de overheid en van burgers in elkaar brokkelt af.

Cultuur en identiteit
Mensen die veel en langdurig met elkaar optrekken, ontwikkelen een gezamenlijke cultuur
 alle waarden, normen en andere aangeleerde kenmerken die de leden van een groep of
samenleving met elkaar gemeen hebben en als vanzelfsprekend beschouwen.
Mensen hebben door hun cultuur een gemeenschappelijk referentiekader met deels
dezelfde normen, waarden en gewoonten. Cultuur geeft richting aan het denken en doen
van mensen en werkt dus gedragsregulerend. Om een samenleving goed te laten
functioneren moet er een minimum aan gedragsregels, normen en waarden zijn waar
iedereen het over eens is  dominante cultuur. Als een groep eigen waarden, normen en
andere kenmerken ontwikkelt die afwijken van de dominante cultuur, noem je dat een
subcultuur. Veranderingen in de dominante cultuur vinden meestal plaats onder invloed van
subculturen en tegenculturen  groepen die zich verzetten tegen (delen van) de dominante
cultuur.
De belangrijkste kenmerken van een cultuur worden doorgegeven door socialisatie 
iemand leert bewust en onbewust de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van
zijn groep. Socialisatie vindt plaats via imitatie. Socialiserende instituties  vindt socialisatie

, plaats (werk, school, social media). Het socialiseren vindt plaats door middel van sociale
controle  de manier waarop mensen anderen stimuleren of dwingen zich aan de geldende
normen te houden. Formele sociale controle  gebaseerd op wetten. Informele sociale
controle  gebaseerd op ongeschreven regels, beleefdheid. Er zijn positieve en negatieve
sancties.
De vijf belangrijkste dimensies waarin culturen van elkaar verschillen: machtsafstand: hoe
gelijk of ongelijk zijn de relaties tussen ouders en kinderen, leraren en leerlingen, werkgevers
en werknemers? Individualisme vs. collectivisme: in welke mate voelen individuen zich deel
van een groep? Individualistisch  de banden tussen mensen over het algemeen vrij los.
Collectivistisch  mensen horen bij een sterke en hechte groep vanaf de geboorte.
Masculiniteit vs. feminiteit: hierbij gaat het over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen
in de maatschappij. Feministisch  vrouwelijke en mannelijke taken lopen in elkaar over.
Masculiene  de wereld van mannen en vrouwen is duidelijk gescheiden.
Onzekerheidsvermijding  de mate van angst voor de toekomst binnen een samenleving.
Oriëntatie op de lange vs. de korte termijn: is de maatschappij gericht op de toekomst of op
het heden?
Alle culturen hebben vooroordelen. Etnocentrisme  je eigen groep wordt geweldig
omschreven en de rest is minder goed. Xenofobie  mensen die niet tot de eigen etnische
groep behoren als vijandig beschouwen.

Immigratielanden vergeleken
Pushfactoren  redenen waarom je een land verlaat. Pullfactoren  redenen waarom je
naar een land komt.
Allochtoon  als iemand of één van zijn ouders in het buitenland geboren is. Autochtoon 
iedereen die in Nederland is geboren en van wie de ouders ook hier zijn geboren. Omdat het
niet eerlijk is om kinderen die hier geboren te zijn allochtoon te noemen door de
migratiegeschiedenis van zijn/haar ouders, wordt er gesproken van inwoners met een
migratieachtergrond.
Klassieke immigratielanden  VS, Canada en Australië, want hun samenleving wordt vanaf
het begin al gevormd door de komst van migranten. Tot in de jaren zestig van de vorige
eeuw waren de immigranten vooral uit Europa, immigratie uit andere delen van de wereld
werd sterk ontmoedigd.
In landen zoals Canada en Australië wordt al veel langer een duidelijk immigratiebeleid
gevoerd, zo wordt bijvoorbeeld elke paar jaar vastgesteld hoeveel migranten en
vluchtelingen het wil opnemen. Nederland heeft geen helder immigratiebeleid.

Motieven om te migreren
Arbeidsmigranten  worden gemotiveerd door de mogelijkheid om zich economisch te
verbeteren. Arbeidsmigranten kwamen vooral in 1960, door de groeiende economie was er
veel werk. De mensen die hiernaartoe kwamen werden gastarbeiders genoemd, omdat
iedereen ervan uitging dat ze hier niet voorgoed zouden blijven. Spanjaarden, Italianen en
Grieken keerden vaak terug, Marokkanen en Turken zijn vaak gebleven. Er zijn ook
arbeiders, die korter geleden kwamen. Zij werken veel in de tuinbouw en het transport.
Bedrijven werken graag met hun, omdat zij voor een lagere loon werken dan Nederlanders.
Er zijn ook kennismigranten  zij zijn hoogopgeleiden dei kennis meebrengen. Zij werken
vaak in de ICT en techniek. Er zijn ook veel mensen die hier illegaal heen komen om hier te
wonen.

Libro relacionado
 image
Editorial: augustus 2017 ISBN: 9789086742400 Edición: 5

Información del documento

Nivel
Año escolar
4
¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
Pluriforme samenleving
Subido en
9 de abril de 2021
Número de páginas
5
Escrito en
2020/2021
Tipo
Resumen
$5.40

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Caitlin0547
4.0
(1)
Vendido
3
Seguidores
2
Artículos
11
Última venta
5 meses hace


Reseñas de compradores verificados




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes