ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE,
DEEL 1
Anouk Delaere
KU Leuven
,INHOUD
DEEL 1: De ontwikkeling van het kind .......................................................................................2
1. Kennismaking en historiek ................................................................................................2
2. Theoretische perspectieven..............................................................................................5
3. Onderzoeksmethoden .................................................................................................... 14
4. Gen-Omgevingssamenspel ............................................................................................ 16
5. Conceptie en prenatale ontwikkeling .............................................................................. 22
6. Geboorte ....................................................................................................................... 31
DEEL 2: De babytijd ............................................................................................................... 36
7. De fysieke en motorische ontwikkeling in de babytijd ....................................................... 36
8. Perceptuele en cognitieve ontwikkeling in de babytijd ...................................................... 46
9. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de babytijd .... 66
DEEL 3: De peuter- en kleutertijd ........................................................................................... 77
10. De fysieke en motorische ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd............................... 77
11. Perceptuele en cognitieve ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd.............................. 83
12. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de peuter- en
kleutertijd ............................................................................................................................. 90
DEEL 4: De schooltijd ............................................................................................................ 98
13. De fysieke en motorsiche ontwikkeling in de schooltijd ............................................... 98
14. Perceptuele en cognitieve ontwikkeling in de schooltijd .............................................. 99
15. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de schooltijd
104
DEEL 5: De adolescentie ...................................................................................................... 110
16. De fysieke en motorische ontwikkeling in de adolescentie ......................................... 110
17. Perceptuele en cognitieve ontwikkeling in de adolescentie ........................................ 115
18. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de
adolescentie ....................................................................................................................... 118
1
,DEEL 1: DE ONTWIKKELING VAN HET KIND
1. KENNISMAKING EN HISTORIEK
KENNISMAKING
Ontwikkelingspsychologie = wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en
stabiliteit → van conceptie tot hoge ouderdom, in verschillende ontwikkelingsdomeinen: fysiek,
cognitief, sociaal-emotioneel + persoonlijkheid
Ontwikkelingsfasen: prenataal – babytijd – peuter- en kleutertijd – schooltijd – adolescentie –
ontluikende volwassenheid (/ jongvolwassenheid) – ouderdom
• Fases zijn sociale constructies want vb. ‘schooltijd’ is niet overal zo → westers
zo zijn ook meeste onderzoeken gebaseerd in “WEIRD” samenlevingen (Western
Educated Industrialized Rich Democratic)
“typische” ontwikkeling, maar toch ook sterke individuele verschillen
HISTORIEK
Ariès (1914°) → ontdekker van “het kind” als voorwerp van historisch onderzoek
• Cultureelhistorische studie over kind en kindertijd sinds middeleeuwen a.d.h.v.
afbeeldingen en dagboeken
Kinderen werden eeuwenlang gezien als miniatuurvolwassenen → kindertijd is een sociale
constructie sinds 1600 (werden nogsteeds vanaf 6 jaar als volwassenen behandelt) → die
stelling werd door latere auteur enigszins genuanceerd
Newton (1643°) → natuurkundige
“Als ik verder heb gekeken dan andere, is dat omdat ik op de schouders van anderen stond” →
wetenschap is altijd verder bouwend op…
VROEGE DENKERS
Locke (1632°) → empirisme (ervaring) → later behaviorisme
• Mens wordt geboren als een onbeschreven blad (tabula rasa), zonder aangeboren
tendensen → kinderen kunnen tot gelijk wat gevormd worden “iedereen kan alles
worden”
Alle verschillen tussen mensen toe te schrijven aan verschillen in ervaringen / omgevingen
2
, !! ervaring is het centrale bepalende voor de ontwikkeling, ziet kind als passieve ontvanger van
omgevingsinvloeden
Rousseau (1712°) → nativisme “kinderen zijn nobele wilden”
• Kinderen worden geboren met inherent potentieel en talenten “aangeboren goedheid”
(we ontwikkelen ons naar wat de natuur voor ons voorzien heeft) → GEEN ervaring
Het potentieel is er en als kinderen verzorgd / beschermd worden, bereiken ze dit volle
potentieel → kind als actief wezen
Als ze frustratie ervaren bij het proberen ontwikkelen van de aangeboren goedheid zal de
ontwikkelingsuitkomst negatief zijn
• Opvoeding mag niet de opdringerig zijn, ontwikkeling voltrekt zich in afzonderlijke fasen
die zich automatisch ontvouwen (maturatie)
NATURE VS. NURTURE DEBAT
START VAN DE WETENSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Darwin (1809°) → evolutietheorie
= ontwikkeling kind, bestudeerde specifiek ontwikkelingsstappen van zijn eigen zoon =
babybiografie over eerste levensjaar
• Voor de 1ste keer op een vrij systematische manier (niet echt) → eerste stap in de richting
wetenschappelijke studie van ontwikkeling
= parallel tussen de ontwikkeling van individuen (ontogenese) binnen een soort en hoe de soort
zich zelf ontwikkeld heeft (fylogenese)
Hall (1844°) → geïnspireerd door Darwin: ontogenese als herhaling van fylogenese
= primitieve → complexe levensvormen (hun gedachtegoed)
Ziet de ontwikkeling als reeks genetisch bepaalde gebeurtenissen die zich automatisch
ontvouwen a.d.h.v. rijpingsprocessen
• Eerste stappen naar de normatieve benadering → gebruik van vragenlijsten →
antwoorden kunnen vgl
Adolescentie = afzonderlijke ontwikkelingsfase (“storm en stress”)
3
DEEL 1
Anouk Delaere
KU Leuven
,INHOUD
DEEL 1: De ontwikkeling van het kind .......................................................................................2
1. Kennismaking en historiek ................................................................................................2
2. Theoretische perspectieven..............................................................................................5
3. Onderzoeksmethoden .................................................................................................... 14
4. Gen-Omgevingssamenspel ............................................................................................ 16
5. Conceptie en prenatale ontwikkeling .............................................................................. 22
6. Geboorte ....................................................................................................................... 31
DEEL 2: De babytijd ............................................................................................................... 36
7. De fysieke en motorische ontwikkeling in de babytijd ....................................................... 36
8. Perceptuele en cognitieve ontwikkeling in de babytijd ...................................................... 46
9. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de babytijd .... 66
DEEL 3: De peuter- en kleutertijd ........................................................................................... 77
10. De fysieke en motorische ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd............................... 77
11. Perceptuele en cognitieve ontwikkeling in de peuter- en kleutertijd.............................. 83
12. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de peuter- en
kleutertijd ............................................................................................................................. 90
DEEL 4: De schooltijd ............................................................................................................ 98
13. De fysieke en motorsiche ontwikkeling in de schooltijd ............................................... 98
14. Perceptuele en cognitieve ontwikkeling in de schooltijd .............................................. 99
15. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de schooltijd
104
DEEL 5: De adolescentie ...................................................................................................... 110
16. De fysieke en motorische ontwikkeling in de adolescentie ......................................... 110
17. Perceptuele en cognitieve ontwikkeling in de adolescentie ........................................ 115
18. De sociaal-emotionele ontwikkeling en de persoonlijkheidsontwikkeling in de
adolescentie ....................................................................................................................... 118
1
,DEEL 1: DE ONTWIKKELING VAN HET KIND
1. KENNISMAKING EN HISTORIEK
KENNISMAKING
Ontwikkelingspsychologie = wetenschappelijke studie van patronen van groei, verandering en
stabiliteit → van conceptie tot hoge ouderdom, in verschillende ontwikkelingsdomeinen: fysiek,
cognitief, sociaal-emotioneel + persoonlijkheid
Ontwikkelingsfasen: prenataal – babytijd – peuter- en kleutertijd – schooltijd – adolescentie –
ontluikende volwassenheid (/ jongvolwassenheid) – ouderdom
• Fases zijn sociale constructies want vb. ‘schooltijd’ is niet overal zo → westers
zo zijn ook meeste onderzoeken gebaseerd in “WEIRD” samenlevingen (Western
Educated Industrialized Rich Democratic)
“typische” ontwikkeling, maar toch ook sterke individuele verschillen
HISTORIEK
Ariès (1914°) → ontdekker van “het kind” als voorwerp van historisch onderzoek
• Cultureelhistorische studie over kind en kindertijd sinds middeleeuwen a.d.h.v.
afbeeldingen en dagboeken
Kinderen werden eeuwenlang gezien als miniatuurvolwassenen → kindertijd is een sociale
constructie sinds 1600 (werden nogsteeds vanaf 6 jaar als volwassenen behandelt) → die
stelling werd door latere auteur enigszins genuanceerd
Newton (1643°) → natuurkundige
“Als ik verder heb gekeken dan andere, is dat omdat ik op de schouders van anderen stond” →
wetenschap is altijd verder bouwend op…
VROEGE DENKERS
Locke (1632°) → empirisme (ervaring) → later behaviorisme
• Mens wordt geboren als een onbeschreven blad (tabula rasa), zonder aangeboren
tendensen → kinderen kunnen tot gelijk wat gevormd worden “iedereen kan alles
worden”
Alle verschillen tussen mensen toe te schrijven aan verschillen in ervaringen / omgevingen
2
, !! ervaring is het centrale bepalende voor de ontwikkeling, ziet kind als passieve ontvanger van
omgevingsinvloeden
Rousseau (1712°) → nativisme “kinderen zijn nobele wilden”
• Kinderen worden geboren met inherent potentieel en talenten “aangeboren goedheid”
(we ontwikkelen ons naar wat de natuur voor ons voorzien heeft) → GEEN ervaring
Het potentieel is er en als kinderen verzorgd / beschermd worden, bereiken ze dit volle
potentieel → kind als actief wezen
Als ze frustratie ervaren bij het proberen ontwikkelen van de aangeboren goedheid zal de
ontwikkelingsuitkomst negatief zijn
• Opvoeding mag niet de opdringerig zijn, ontwikkeling voltrekt zich in afzonderlijke fasen
die zich automatisch ontvouwen (maturatie)
NATURE VS. NURTURE DEBAT
START VAN DE WETENSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Darwin (1809°) → evolutietheorie
= ontwikkeling kind, bestudeerde specifiek ontwikkelingsstappen van zijn eigen zoon =
babybiografie over eerste levensjaar
• Voor de 1ste keer op een vrij systematische manier (niet echt) → eerste stap in de richting
wetenschappelijke studie van ontwikkeling
= parallel tussen de ontwikkeling van individuen (ontogenese) binnen een soort en hoe de soort
zich zelf ontwikkeld heeft (fylogenese)
Hall (1844°) → geïnspireerd door Darwin: ontogenese als herhaling van fylogenese
= primitieve → complexe levensvormen (hun gedachtegoed)
Ziet de ontwikkeling als reeks genetisch bepaalde gebeurtenissen die zich automatisch
ontvouwen a.d.h.v. rijpingsprocessen
• Eerste stappen naar de normatieve benadering → gebruik van vragenlijsten →
antwoorden kunnen vgl
Adolescentie = afzonderlijke ontwikkelingsfase (“storm en stress”)
3