CRITICAL CARE
SPOEDTELEFOON
Een efficiënte aanpak vd spoed begint bij de telefoon
De eigenaar mag niet te lang moeten zoeken naar het spoednummer → zichtbaar op de website
vermelden/als de eigenaars voorheen al gekomen zijn een kaartje meegeven met info over de praktijk
waar het spoednummer ook duidelijk op vermeld wordt
Voor drukke klinieken is het belangrijk om evt een aparte lijn te hebben voor spoedtelefoons zodat de
eigenaars niet in de wachtrij komen bij een bezette lijn
Als je de eigenaar aan de telefoon krijgt moet je die eerst kalmeren, eerst een beetje rust creëren
Ga het gesprek zelf leiden, anders zal het gesprek te lang duren: je moet proberen max info te bekomen
op een zo kort mogelijke tijd → relevant vragen stellen en probeer de eigenaar er beknopt op te laten
antwoorden
Dringendheid kan moeilijk in te schatten zijn via de telefoon → bij twijfel het dier toch laten komen voor
een onderzoek in de praktijk
De vragen zijn afh van het probleem dat de eigenaar doorstuurt, meestal stellen we volgende vragen:
• Is het dier nog alert/loopt die nog rond?
• Zijn er AHsproblemen?
• Veranderde kleur slijmvliezen?
• Bloedverlies
• Braken? Diarree? Urineren?
→ obv de antwoorden proberen inschatten of het dier dringend moet komen, altijd dringend =
• AHsproblemen (zeker dyspnee klachten)
• Ernstige GI klachten
• Uitgesproken bloedverlies
• Grote wondes
Voorbeelden van dringende gevallen:
• Niet kunnen urineren
• Dystocie
• Trage of erg snelle hartslag
• Verlamming, ernstige gedragsveranderingen (bv. stupor, coma, epilepsieaanvallen)
• Opname toxines
• Ernstige pijn
INITIËLE BEOORDELING /AANPAK SPOEDPATIËNT
Als de eigenaar met het dier aankomt, is het belangrijk om snel tussendoor te evalueren of het dier nog
even in de wachtzaal kan zitten (bv. huidige consultatie afwerken) of dat het dier al sneller
onderzocht/behandeld moet worden → kan je zelf doen/vragen aan een dierenartsassistent
De eigenlijke initiële beoordeling bestaat uit een primaire en secundaire beoordeling
Primaire beoordeling:
Wordt soms ook omschreven als het beoordelen vh ABC vd patiënt = beoordeling luchtwegen
(doorgankelijkheid), hoe de AH verloopt en hoe de circulatie werkt
1
, • Korte anamnese: probleem dier? (niet even uitgebreid als anders)
• 4 orgaansystemen beoordelen → om eventuele levensbedreigende situaties te gaan opsporen
om die dan te gaan corrigeren
o Respiratoir: evaluatie doorgankelijkheid luchtwegen, kleur mucosae (cyanose?), een
ausculatie en een beoordeling vh AHstype → afwijkingen: evt een
zuurstofsupplementatie opstarten of andere noodprocedures zoals een
noodtracheostomie uitvoeren
o Cardiovasculair: oa slijmvliezen bekijken, palpatie pols en auscultatie → kijken of de
patiënt al dan niet in shock is
o Neurologisch: kijken voor tekenen epilepsie, verminderd bewustzijn of coma
o Urinair: vnl om een obstructie/uro-abdomen/acute nierschade te kunnen identificeren
→ moet snel verlopen (binnen een aantal minuten) en zonder je extra stress veroorzaakt
→ vooral om eventuele onstabiele patiënten en levensbedreigende aandoeningen te gaan identificeren
om dan zo snel mogelijk een therapie op te starten
Een dringende behandeling is nodig als:
• Duidelijke afwijkingen in 1 vd 4 orgaansystemen
• In geval van intoxicatie
• Dystocie
• Bloedingen die nog actief bloeden of een open wonde
• Duidelijke pijn → zo snel mogelijk analgesie
• Temp afwijkingen (hyper-/hypothermie)
• Shock
Als een behandeling/stabilisatie nodig is moet je dat zo snel mogelijk doen
Rechts = onderkoelde, hypovolemische puppy → infuus en opwarmen
Links = algemeen slechte toestand, lat decubitus → infuus en frequente monitoring door iemand die erbij
blijft om te zien of de ingestelde therapie effect heeft
Als onderdeel vd primaire beoordeling is het belangrijk om bij de meeste dieren zo snel mogelijk IV
toegang voorzien, zeker bij een kritiek dier → meestal door een perifere katheter te plaatsen
Meestal gaan we bij kritieke dieren onmiddellijk wat stalen proberen nemen voor meer info
Bij bloed/urine afname doen we dat liefst voor de therapie (bv. langs de katheter bloed afnemen vooraleer
je het infuus gaat opstarten)
Minimum database = oa HCT, eiwitgehaltes, glucose, nierwaarden en elektrolyten (evt + lactaat /
+ bloedgasanalyse)
Wat we tegenwoordig meer en meer doen is een VPOCUS (veterinary point of care ultrasound): thorax
en/of abdomen op bepaalde plaatsen evalueren via echografie → vrij buikvocht (ascites)? Vocht in de
longen? Pleurale effusie? Overvulling pericard? → om zo initieel een idee te hebben wat er aan de hand
kan zijn met het dier
Na stabilisatie patiënt gaan we over tot de secundaire beoordeling:
• Ingestelde therapie evolueren
• Uitgebreide anamnese afnemen
• Volledig LOZ
• Na bovenstaande + evt een minimum database qua BOZ gaan we een diagnostisch/
therapeutisch plan opstellen voor een definitieve diagnose en behandeling
2
,Bij de initiële beoordeling vd spoed moet je je ook de vraag stellen of je die patiënt moet doorverwijzen
→ afh van toestand patiënt en de eventuele onderliggende aandoening die je vermoedt + afh van
mogelijkheden DA en de soort praktijk (stel dat je geen hospitalisatie mogelijkheden hebt/geen
mogelijkheid om ’s nachts de patiënt te evalueren dan kan je beter doorverwijzen) + rol eigenaar want
doorverwijzing = meer kosten → moet de eigenaar zien zitten
Als je de patiënt doorverwijst moet je die eerst stabiliseren zodat het transport niet te risicovol is
SHOCK
DEFINITIES
= een probleem waarbij er geen goede balans meer is tussen zuurstoftoevoer en zuurstofverbruik thv
de weefsels => op celniveau ontstaat er schade (sterven af) => versch organen kunnen beginnen falen =>
dood
Belangrijk principe = dat er hypoperfusie vd weefsel optreedt → in het begin omkeerbaar (en
compensatiemechanismen treden op), later kan dat irreversibel zijn (cellen zijn definitief beschadigd)
“Tree of life” met alle factoren die een impact hebben op de weefselperfusie omdat de weefselperfusie
van vitaal belang is (anders cellen sterven af en gaat de patiënt achteruit/dood)
Op elk niveau kunnen er
problemen ontstaan die ervoor
zorgen dat de weefselperfusie
in het gedrang kan komen
Als er shock ontstaat gaat initieel het lichaam compensatiemechanismen activeren om de centrale
perfusie (naar de meest belangrijke organen) te gaan herstellen → als er een vermindering is in het
bloedvolume of er is vochtverlies in het lichaam (vorm van hypovolemische shock) dan wordt de
sympaticus geactiveerd => VC, verhoogde HF en sterkere hartcontractiliteit → om de perfusie vd centrale
organen te garanderen
Tweede compensatiemechanisme = activatie RAAS en vasopressine vrijstelling => nog meer VC en
bloedvolume neemt toe door resorptie water en Na
→ is op een bepaald moment niet meer voldoende, het lichaam zal soms ook geleidelijk aan minder
reageren op de compensatiemechanismen = fase van decompensatoire shock waarbij ernstige
complicaties optreden (leidt vaak tot de dood vd patiënt)
Het is dus belangrijk om shock tijdig vast te stellen zodat we nog kunnen ingrijpen in die compensatoire
fase, want we kunnen die decompensatoire fase vaak niet meer rechtzetten
Er zijn versch types shock → 2 grote groepen: probleem in O2 aanvoer (door problemen met hart/zuurstof
opname/bloedvolume gaat onvoldoende zuurstof naar de weefsels) vs wel voldoende aanvoer, maar de
weefsels gebruiken de O2 incorrect
3
, • Minder O2 aanvoer
o Hypovolemische shock door een tekort aan bloedvolume (veel vocht verloren door
braken/diarree, trauma met bloedverlies,…)
o Distributieve shock door een ongepaste vasomotor tonus (oa bij sepsis patiënten met
soms zeer uitgesproken VD => bloed te veel in periferie, gaat onvoldoende naar de
centrale organen)
o Obstructieve shock: probleem met de veneuze retour naar het hart/hart wordt
gehinderd om voldoende hartdebiet te hebben (bv. maagtorsie/pericard overvulling)
o Cardiogene shock: onvoldoende pompfunctie hart/ernstige aritmieën => verminderd
hartdebiet (klassiek bv. congestief hartfalen)
o Hypoxemische shock komt veel minder vaak voor → meestal door ernstige
longproblemen waardoor onvoldoende O2 in het bloed wordt opgenomen
• Incorrect O2 gebruik door de weefsels
o Metabole shock: celmetabolisme verstoord (bepaalde aangeboren celproblemen, maar
ook bij hypoglycemie)
(De vette zien we het meest in de kliniek)
Die types kunnen ook samen voorkomen: bv. sepsis → distributieve shock maar ook verminderde
hartfunctie (cardiogene component) en soms ook uitgedroogd (hypovolemische component)
Meest voorkomende type shock = hypovolemische shock → te wijten aan een verminderde voorbelasting
(onvoldoende bloedvolume => onvoldoende bloed aangeboden in het hart => lager slagvolume en dus
ook minder weefselperfusie)
Het lichaam probeert dat te compenseren door de hartfrequentie te gaan opdrijven (om voldoende CO te
proberen bereiken) + perifere VC zodat het aanwezige bloed vnl naar de vitale organen gaat
SIRS (Systemische Inflammatoire Respons Syndroom) = klinisch syndroom te wijten aan een algemene of
systemische ontsteking die te wijten kan zijn aan een infectieuze/niet-infectieuze ernstige ontsteking
(bv. pancreatitis meestal niet bacterieel, maar kan wel gepaard gaan met een ernstige systemische
inflammatoire reactie)
Om te spreken van positieve SIRS criteria moeten
minstens 2 van die criteria vervuld zijn
Sepsis = systemische inflammatoire reactie als gevolg van een infectie (heel vaak bacterieel, maar kan
ook viraal zijn) → naast de reactie op de infectie zal vaak ook nog orgaanfalen optreden door de
ontregelde GHrespons
Een stapje verder = septische shock = sepsis in combinatie met hypotensie, waarbij die hypotensie niet
reageert op vloeistoftherapie (je moet vasopressoren geven om dit te gaan corrigeren)
MODS (Multipel Orgaan Dysfunctie Syndroom) = 2 of meer organen vertonen functieverlies als gevolg van
bv. SIRS of sepsis → probleem blijft niet beperkt tot puur de ontstekingsreacties
4
SPOEDTELEFOON
Een efficiënte aanpak vd spoed begint bij de telefoon
De eigenaar mag niet te lang moeten zoeken naar het spoednummer → zichtbaar op de website
vermelden/als de eigenaars voorheen al gekomen zijn een kaartje meegeven met info over de praktijk
waar het spoednummer ook duidelijk op vermeld wordt
Voor drukke klinieken is het belangrijk om evt een aparte lijn te hebben voor spoedtelefoons zodat de
eigenaars niet in de wachtrij komen bij een bezette lijn
Als je de eigenaar aan de telefoon krijgt moet je die eerst kalmeren, eerst een beetje rust creëren
Ga het gesprek zelf leiden, anders zal het gesprek te lang duren: je moet proberen max info te bekomen
op een zo kort mogelijke tijd → relevant vragen stellen en probeer de eigenaar er beknopt op te laten
antwoorden
Dringendheid kan moeilijk in te schatten zijn via de telefoon → bij twijfel het dier toch laten komen voor
een onderzoek in de praktijk
De vragen zijn afh van het probleem dat de eigenaar doorstuurt, meestal stellen we volgende vragen:
• Is het dier nog alert/loopt die nog rond?
• Zijn er AHsproblemen?
• Veranderde kleur slijmvliezen?
• Bloedverlies
• Braken? Diarree? Urineren?
→ obv de antwoorden proberen inschatten of het dier dringend moet komen, altijd dringend =
• AHsproblemen (zeker dyspnee klachten)
• Ernstige GI klachten
• Uitgesproken bloedverlies
• Grote wondes
Voorbeelden van dringende gevallen:
• Niet kunnen urineren
• Dystocie
• Trage of erg snelle hartslag
• Verlamming, ernstige gedragsveranderingen (bv. stupor, coma, epilepsieaanvallen)
• Opname toxines
• Ernstige pijn
INITIËLE BEOORDELING /AANPAK SPOEDPATIËNT
Als de eigenaar met het dier aankomt, is het belangrijk om snel tussendoor te evalueren of het dier nog
even in de wachtzaal kan zitten (bv. huidige consultatie afwerken) of dat het dier al sneller
onderzocht/behandeld moet worden → kan je zelf doen/vragen aan een dierenartsassistent
De eigenlijke initiële beoordeling bestaat uit een primaire en secundaire beoordeling
Primaire beoordeling:
Wordt soms ook omschreven als het beoordelen vh ABC vd patiënt = beoordeling luchtwegen
(doorgankelijkheid), hoe de AH verloopt en hoe de circulatie werkt
1
, • Korte anamnese: probleem dier? (niet even uitgebreid als anders)
• 4 orgaansystemen beoordelen → om eventuele levensbedreigende situaties te gaan opsporen
om die dan te gaan corrigeren
o Respiratoir: evaluatie doorgankelijkheid luchtwegen, kleur mucosae (cyanose?), een
ausculatie en een beoordeling vh AHstype → afwijkingen: evt een
zuurstofsupplementatie opstarten of andere noodprocedures zoals een
noodtracheostomie uitvoeren
o Cardiovasculair: oa slijmvliezen bekijken, palpatie pols en auscultatie → kijken of de
patiënt al dan niet in shock is
o Neurologisch: kijken voor tekenen epilepsie, verminderd bewustzijn of coma
o Urinair: vnl om een obstructie/uro-abdomen/acute nierschade te kunnen identificeren
→ moet snel verlopen (binnen een aantal minuten) en zonder je extra stress veroorzaakt
→ vooral om eventuele onstabiele patiënten en levensbedreigende aandoeningen te gaan identificeren
om dan zo snel mogelijk een therapie op te starten
Een dringende behandeling is nodig als:
• Duidelijke afwijkingen in 1 vd 4 orgaansystemen
• In geval van intoxicatie
• Dystocie
• Bloedingen die nog actief bloeden of een open wonde
• Duidelijke pijn → zo snel mogelijk analgesie
• Temp afwijkingen (hyper-/hypothermie)
• Shock
Als een behandeling/stabilisatie nodig is moet je dat zo snel mogelijk doen
Rechts = onderkoelde, hypovolemische puppy → infuus en opwarmen
Links = algemeen slechte toestand, lat decubitus → infuus en frequente monitoring door iemand die erbij
blijft om te zien of de ingestelde therapie effect heeft
Als onderdeel vd primaire beoordeling is het belangrijk om bij de meeste dieren zo snel mogelijk IV
toegang voorzien, zeker bij een kritiek dier → meestal door een perifere katheter te plaatsen
Meestal gaan we bij kritieke dieren onmiddellijk wat stalen proberen nemen voor meer info
Bij bloed/urine afname doen we dat liefst voor de therapie (bv. langs de katheter bloed afnemen vooraleer
je het infuus gaat opstarten)
Minimum database = oa HCT, eiwitgehaltes, glucose, nierwaarden en elektrolyten (evt + lactaat /
+ bloedgasanalyse)
Wat we tegenwoordig meer en meer doen is een VPOCUS (veterinary point of care ultrasound): thorax
en/of abdomen op bepaalde plaatsen evalueren via echografie → vrij buikvocht (ascites)? Vocht in de
longen? Pleurale effusie? Overvulling pericard? → om zo initieel een idee te hebben wat er aan de hand
kan zijn met het dier
Na stabilisatie patiënt gaan we over tot de secundaire beoordeling:
• Ingestelde therapie evolueren
• Uitgebreide anamnese afnemen
• Volledig LOZ
• Na bovenstaande + evt een minimum database qua BOZ gaan we een diagnostisch/
therapeutisch plan opstellen voor een definitieve diagnose en behandeling
2
,Bij de initiële beoordeling vd spoed moet je je ook de vraag stellen of je die patiënt moet doorverwijzen
→ afh van toestand patiënt en de eventuele onderliggende aandoening die je vermoedt + afh van
mogelijkheden DA en de soort praktijk (stel dat je geen hospitalisatie mogelijkheden hebt/geen
mogelijkheid om ’s nachts de patiënt te evalueren dan kan je beter doorverwijzen) + rol eigenaar want
doorverwijzing = meer kosten → moet de eigenaar zien zitten
Als je de patiënt doorverwijst moet je die eerst stabiliseren zodat het transport niet te risicovol is
SHOCK
DEFINITIES
= een probleem waarbij er geen goede balans meer is tussen zuurstoftoevoer en zuurstofverbruik thv
de weefsels => op celniveau ontstaat er schade (sterven af) => versch organen kunnen beginnen falen =>
dood
Belangrijk principe = dat er hypoperfusie vd weefsel optreedt → in het begin omkeerbaar (en
compensatiemechanismen treden op), later kan dat irreversibel zijn (cellen zijn definitief beschadigd)
“Tree of life” met alle factoren die een impact hebben op de weefselperfusie omdat de weefselperfusie
van vitaal belang is (anders cellen sterven af en gaat de patiënt achteruit/dood)
Op elk niveau kunnen er
problemen ontstaan die ervoor
zorgen dat de weefselperfusie
in het gedrang kan komen
Als er shock ontstaat gaat initieel het lichaam compensatiemechanismen activeren om de centrale
perfusie (naar de meest belangrijke organen) te gaan herstellen → als er een vermindering is in het
bloedvolume of er is vochtverlies in het lichaam (vorm van hypovolemische shock) dan wordt de
sympaticus geactiveerd => VC, verhoogde HF en sterkere hartcontractiliteit → om de perfusie vd centrale
organen te garanderen
Tweede compensatiemechanisme = activatie RAAS en vasopressine vrijstelling => nog meer VC en
bloedvolume neemt toe door resorptie water en Na
→ is op een bepaald moment niet meer voldoende, het lichaam zal soms ook geleidelijk aan minder
reageren op de compensatiemechanismen = fase van decompensatoire shock waarbij ernstige
complicaties optreden (leidt vaak tot de dood vd patiënt)
Het is dus belangrijk om shock tijdig vast te stellen zodat we nog kunnen ingrijpen in die compensatoire
fase, want we kunnen die decompensatoire fase vaak niet meer rechtzetten
Er zijn versch types shock → 2 grote groepen: probleem in O2 aanvoer (door problemen met hart/zuurstof
opname/bloedvolume gaat onvoldoende zuurstof naar de weefsels) vs wel voldoende aanvoer, maar de
weefsels gebruiken de O2 incorrect
3
, • Minder O2 aanvoer
o Hypovolemische shock door een tekort aan bloedvolume (veel vocht verloren door
braken/diarree, trauma met bloedverlies,…)
o Distributieve shock door een ongepaste vasomotor tonus (oa bij sepsis patiënten met
soms zeer uitgesproken VD => bloed te veel in periferie, gaat onvoldoende naar de
centrale organen)
o Obstructieve shock: probleem met de veneuze retour naar het hart/hart wordt
gehinderd om voldoende hartdebiet te hebben (bv. maagtorsie/pericard overvulling)
o Cardiogene shock: onvoldoende pompfunctie hart/ernstige aritmieën => verminderd
hartdebiet (klassiek bv. congestief hartfalen)
o Hypoxemische shock komt veel minder vaak voor → meestal door ernstige
longproblemen waardoor onvoldoende O2 in het bloed wordt opgenomen
• Incorrect O2 gebruik door de weefsels
o Metabole shock: celmetabolisme verstoord (bepaalde aangeboren celproblemen, maar
ook bij hypoglycemie)
(De vette zien we het meest in de kliniek)
Die types kunnen ook samen voorkomen: bv. sepsis → distributieve shock maar ook verminderde
hartfunctie (cardiogene component) en soms ook uitgedroogd (hypovolemische component)
Meest voorkomende type shock = hypovolemische shock → te wijten aan een verminderde voorbelasting
(onvoldoende bloedvolume => onvoldoende bloed aangeboden in het hart => lager slagvolume en dus
ook minder weefselperfusie)
Het lichaam probeert dat te compenseren door de hartfrequentie te gaan opdrijven (om voldoende CO te
proberen bereiken) + perifere VC zodat het aanwezige bloed vnl naar de vitale organen gaat
SIRS (Systemische Inflammatoire Respons Syndroom) = klinisch syndroom te wijten aan een algemene of
systemische ontsteking die te wijten kan zijn aan een infectieuze/niet-infectieuze ernstige ontsteking
(bv. pancreatitis meestal niet bacterieel, maar kan wel gepaard gaan met een ernstige systemische
inflammatoire reactie)
Om te spreken van positieve SIRS criteria moeten
minstens 2 van die criteria vervuld zijn
Sepsis = systemische inflammatoire reactie als gevolg van een infectie (heel vaak bacterieel, maar kan
ook viraal zijn) → naast de reactie op de infectie zal vaak ook nog orgaanfalen optreden door de
ontregelde GHrespons
Een stapje verder = septische shock = sepsis in combinatie met hypotensie, waarbij die hypotensie niet
reageert op vloeistoftherapie (je moet vasopressoren geven om dit te gaan corrigeren)
MODS (Multipel Orgaan Dysfunctie Syndroom) = 2 of meer organen vertonen functieverlies als gevolg van
bv. SIRS of sepsis → probleem blijft niet beperkt tot puur de ontstekingsreacties
4