Orgaananatomie van de
vertebraten
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 2 - HET ADEMHALINGSSTELSEL................................................. 0
HOOFDSTUK 3 - HET SPIJSVERTERINGSSTELSEL............................................ 8
HOOFDSTUK 4 – HET CIRCULATIESTELSEL................................................... 38
HOOFDSTUK 5 – HET CIRCULATIESTELSEL................................................... 43
HOOFDSTUK 6 – UROGENITAAL STELSEL..................................................... 48
HOOFDSTUK 7: HET INTEGUMENT............................................................... 75
HOOFDSTUK 8 – DE VOGEL......................................................................... 88
Hoofdstuk 2 - Het ademhalingsstelsel
3.1 neus
, Bij mens steekt uit aangezichtsschedel, bij dieren in hoofdzaak in
aangezichtsschedel
Kraakbenig neusseptum vormt tussen neusgaten een beweeglijk
kraakbenig tussenstuk
Uitwendige neus = nasus externus
1. neusgaten
Begrensd door:
Laterale en mediale neusvleugel
Waar beide dorsaal samenkomen ontstaat bij Eq neustrompet
Vorm neusgaten bepaald door neuskraakbeenderen die tevens uitzicht neustop
bepalen:
Bezitten dorsaal en ventraal kraakbeenstuk (= dorso-laterale en ventro-
laterale neuskraakbenen) dat de laterale neusvleugel ondersteunt
Bij meeste huisdieren supplementair (kraak)been
Su: snuitbeen (os rostrale)
Bo: dorsaal deel van dorso-laterale neuskraakbeen afgescheiden
Lateraal (ondersteunt ventro-laterale neusgat) en mediaal
(ondersteunt
vleugelplooi ventrale neusschelp) bijkomstig ankervormig
kraakbeenstuk
Eq: X-vormig vleugelkraakbeen
-> dorsale plaat in mediale neusvleugel te voelen
-> lange hoorn ventraal in laterale neusvleugel
2. neusspiegel
= huid tussen en rond de neusgaten
Onbehaard
Verdeeld n kleine velden
Tussen deze veldjes bij Su en Bo uitmonding van klieren
Bij Su een snuitschijf
Bij Bo is de bovenlip betrokken in de vorming van de neusspiegel
3.2 neusholte = cavum nasi
Algemeen:
Uitwendig neusgat -> neusholte -> inwendig neusgat = choanae
Neusholte
Door neusseptum in twee helften verdeeld
Bevat neusschelpen = conchae
Neusschelpen: zijn cilindervormig
1
,Functie: lucht verwarmen tegen dat het in de longen komt
Koude lucht onderdrukt het immuunsysteem, dus het moet verwarmt
worden
Temp bloed in de aders rond de neusschelpen is 37° => verwarmt de
lucht
Hond: heeft een zeer sterk reukorgaan
Vorm van de neusschelpen is zeer grillig
Door de bochten die de lucht moet maken (=turbulentie) raken de
luchtpartikels het reukepitheel
=> carnivoren hebben veel sterker reukorgaan
3.3 paranasale sinussen
Dragen bij tot gewichtsvermindering van de schedel
Embryonale ontwikkeling:
Paars = neusseptum
Blauw = neusschelpen
Geel = worden de sinussen
Bo:
Sinus frontalis gaat door tot in de hoornen, deze worden vaak afgesneden
tot in de sinus
=> Bo kunnen ontstekingen krijgen op deze sinus
Eq heeft een luchtzak = diverticulum tubae auditivae
Tanden kunnen niet getrokken worden
Toegang via sinus maxillaris
3.4 larynx
= onpaar beginstuk luchtweg op overgang hoofd-hals
2
, Dient afgesloten te worden bij het slikken
Belangrijk als stemorgaan en voor reflexen
1. algemene morfologie
Opgebouwd uit kraakbeenderen die:
Met elkaar articulerel
Via banden aan elkaar verbonden zijn
Verschillende kraakbeenderen:
Craniaal (=ingang): strottenklep of eppiglottis
Onpaar
Licht achter de tongrug
Kan larynxholte afsluiten
Caudaal: ringkraakbeen of cricoid
Heeft de vorm van een zegelring
Heeft aantal duidelijke gewrichtsvlakken voor thyroid en arytenoid
Dorsaal: (tuitvormig) arytenoid
Bestaat uit een linker en rechter piramidevormig kraakveentje met basis
naar ringkraakbeen
Ventraal en zijdelings: schildkraakbeen of thyroid
Bestaat algemeen uit
Lamina met rostrale en caudale hoorn
Corpus
Speciesverschillen
Bo: groot corpus, ventrale knobbel: prominentia laryngea
Eq: grote caudale insnijding
-> dient als toegangspoort voor chirurgische benadering
inwendige larynx
- heeft klein corpus
Toepassing paard:
Cornage = stembandverlamming
Tijdens embryonale ontwikkeling vormt het hart zicht in de keelholte
Het hart moet caudaal migreren
Rond de linker aortaboog zit een zenuw = nervus laryngeus recurens
=> door migratie van het hart kan de zenuw meegesleurd en beschadigd
worden
2. gewrichten en banden van de larynx
Drie gewrichten:
Tussen hyoid-thyroid kraakbeen
Tussen thyroid-cricoid kraakbeen => regelt spanning in de stembanden
Tussen cricoid-arythenoid kraakbeen
Banden tussen:
3
vertebraten
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 2 - HET ADEMHALINGSSTELSEL................................................. 0
HOOFDSTUK 3 - HET SPIJSVERTERINGSSTELSEL............................................ 8
HOOFDSTUK 4 – HET CIRCULATIESTELSEL................................................... 38
HOOFDSTUK 5 – HET CIRCULATIESTELSEL................................................... 43
HOOFDSTUK 6 – UROGENITAAL STELSEL..................................................... 48
HOOFDSTUK 7: HET INTEGUMENT............................................................... 75
HOOFDSTUK 8 – DE VOGEL......................................................................... 88
Hoofdstuk 2 - Het ademhalingsstelsel
3.1 neus
, Bij mens steekt uit aangezichtsschedel, bij dieren in hoofdzaak in
aangezichtsschedel
Kraakbenig neusseptum vormt tussen neusgaten een beweeglijk
kraakbenig tussenstuk
Uitwendige neus = nasus externus
1. neusgaten
Begrensd door:
Laterale en mediale neusvleugel
Waar beide dorsaal samenkomen ontstaat bij Eq neustrompet
Vorm neusgaten bepaald door neuskraakbeenderen die tevens uitzicht neustop
bepalen:
Bezitten dorsaal en ventraal kraakbeenstuk (= dorso-laterale en ventro-
laterale neuskraakbenen) dat de laterale neusvleugel ondersteunt
Bij meeste huisdieren supplementair (kraak)been
Su: snuitbeen (os rostrale)
Bo: dorsaal deel van dorso-laterale neuskraakbeen afgescheiden
Lateraal (ondersteunt ventro-laterale neusgat) en mediaal
(ondersteunt
vleugelplooi ventrale neusschelp) bijkomstig ankervormig
kraakbeenstuk
Eq: X-vormig vleugelkraakbeen
-> dorsale plaat in mediale neusvleugel te voelen
-> lange hoorn ventraal in laterale neusvleugel
2. neusspiegel
= huid tussen en rond de neusgaten
Onbehaard
Verdeeld n kleine velden
Tussen deze veldjes bij Su en Bo uitmonding van klieren
Bij Su een snuitschijf
Bij Bo is de bovenlip betrokken in de vorming van de neusspiegel
3.2 neusholte = cavum nasi
Algemeen:
Uitwendig neusgat -> neusholte -> inwendig neusgat = choanae
Neusholte
Door neusseptum in twee helften verdeeld
Bevat neusschelpen = conchae
Neusschelpen: zijn cilindervormig
1
,Functie: lucht verwarmen tegen dat het in de longen komt
Koude lucht onderdrukt het immuunsysteem, dus het moet verwarmt
worden
Temp bloed in de aders rond de neusschelpen is 37° => verwarmt de
lucht
Hond: heeft een zeer sterk reukorgaan
Vorm van de neusschelpen is zeer grillig
Door de bochten die de lucht moet maken (=turbulentie) raken de
luchtpartikels het reukepitheel
=> carnivoren hebben veel sterker reukorgaan
3.3 paranasale sinussen
Dragen bij tot gewichtsvermindering van de schedel
Embryonale ontwikkeling:
Paars = neusseptum
Blauw = neusschelpen
Geel = worden de sinussen
Bo:
Sinus frontalis gaat door tot in de hoornen, deze worden vaak afgesneden
tot in de sinus
=> Bo kunnen ontstekingen krijgen op deze sinus
Eq heeft een luchtzak = diverticulum tubae auditivae
Tanden kunnen niet getrokken worden
Toegang via sinus maxillaris
3.4 larynx
= onpaar beginstuk luchtweg op overgang hoofd-hals
2
, Dient afgesloten te worden bij het slikken
Belangrijk als stemorgaan en voor reflexen
1. algemene morfologie
Opgebouwd uit kraakbeenderen die:
Met elkaar articulerel
Via banden aan elkaar verbonden zijn
Verschillende kraakbeenderen:
Craniaal (=ingang): strottenklep of eppiglottis
Onpaar
Licht achter de tongrug
Kan larynxholte afsluiten
Caudaal: ringkraakbeen of cricoid
Heeft de vorm van een zegelring
Heeft aantal duidelijke gewrichtsvlakken voor thyroid en arytenoid
Dorsaal: (tuitvormig) arytenoid
Bestaat uit een linker en rechter piramidevormig kraakveentje met basis
naar ringkraakbeen
Ventraal en zijdelings: schildkraakbeen of thyroid
Bestaat algemeen uit
Lamina met rostrale en caudale hoorn
Corpus
Speciesverschillen
Bo: groot corpus, ventrale knobbel: prominentia laryngea
Eq: grote caudale insnijding
-> dient als toegangspoort voor chirurgische benadering
inwendige larynx
- heeft klein corpus
Toepassing paard:
Cornage = stembandverlamming
Tijdens embryonale ontwikkeling vormt het hart zicht in de keelholte
Het hart moet caudaal migreren
Rond de linker aortaboog zit een zenuw = nervus laryngeus recurens
=> door migratie van het hart kan de zenuw meegesleurd en beschadigd
worden
2. gewrichten en banden van de larynx
Drie gewrichten:
Tussen hyoid-thyroid kraakbeen
Tussen thyroid-cricoid kraakbeen => regelt spanning in de stembanden
Tussen cricoid-arythenoid kraakbeen
Banden tussen:
3