OVERGEWICHT EN OBESITAS
DEFINITIES
Obesitas = toestand van overtollige/abnrmle vetstapeling en risico voor gezondheid
= chronische aandoening => complicaties: slaapapneu, CV aandoeningen,
suikerziekte,…
BODY MASS INDEX
=> Voor inschatten hoeveelheid lichaamsvet
Beperkingen:
˃ Eenzelfde BMI zal niet bij elk individu overeenkomen met een gelijk vetpercentage
o Vetpercentage overschatten bij mensen met ↑ spiermassa (sporters)
o Vetpercentage onderschatten bij mensen met ↓spiermassa (oude mensen)
˃ Houdt geen rekening met geslacht, leeftijd of etnische origine
BMI (kg/m²) = lichaamsgewicht (kg) / lengte² (m²)
Overgewicht: BMI = 25 tot 29 kg/m²
Obesitas: BMI > 30 kg/m²
Zwaarlijvigheid: slaat zowel op overgewicht als obesitas
Gezondheidsrisico is sterk individueel bepaald & er k ook verschil bestaan tss ≠
populaties
Bijkomende risico’s:
o Verhoogde buikomtrek
o Slechte lichaamsconditie
o Specifieke rassen en etnische groepen
1
,RECHTSTREEKSE METINGEN VAN LICHAAMSVET
Bio-elektrische impedantie (BIA)
= methode om lichaamssamenstelling te meten
Hoeveel van je gewicht bestaat uit vetmassa
Hoeveel uit spiermassa, botten & water
o Apparaat stuurt een heel zwakke, ongevaarlijke elektrische stroom door lichaam
o Meet weerstand van lichaam tegen die stroom
• Vetweefsel geleidt elektriciteit slecht (want bevat weinig water)
• Spierweefsel en lichaamsvocht geleiden goed (bevatten water & zouten)
o Daarna berekent toestel obv weerstand, je lengte, gewicht, geslacht & leeftijd
• Vetpercentage
• Vetvrije massa (spieren, botten, organen)
• Totale hoeveelh lichaamswater
o Geeft geen exact getal, maar schatting van lichaamssamenstelling
o Nuttig om evoluties te volgen
DXA-meting
= Dual-energy X-ray Absorptiometry
= nauwkeurige methode om lichaamssamenstelling te meten
Gebruikt zeer lage dosis röntgenstraling met 2 ≠ energielevels
Apparaat k onderscheiden:
o Botmineraaldichtheid (botmassa)
o Vetmassa
o Vetvrije massa (spieren en organen)
Apparaat maakt scan van hele lichaam
Computer analyseert hoeveel straling op ≠ plaatsen door lichaam gaat => rekent
dit om nr samenstelling
o Totaal lichaamsvetpercentage
o Vetvrije massa (spieren)
o Botmassa & botdichtheid
o Regionale verdeling => bv. hoeveel vet in buikregio VS in armen of benen
Gouden standaard
Gebruik in kliniek:
o Diagnose & opvolging osteoporose
o Inschatting vetverdeling
o Evaluatie bij obesitasbehandeling / sportgeneeskunde
Nauwkeuriger dan BIA (wel duurder & minder toegankelijker)
MGO = metabool gezond obees
= personen met BMI > 30 kg/m² die geen relevante metabole comorbiditeiten h
Het is mog te leiden aan obesitas en toch metabool gezond te zijn
2
, o Prevalentie: 10% - 50% v bevolking met obesitas
o ≠ mechanismen om MGO te verklaren
• Locatie vetweefsel
▪ MGO: weinig visceraal/ectopisch vet en grote hoeveelh subcutaan vet
Door hogere expansiecapaciteit vh perifere vetweefsel
• Risicomarkers voor hart- en vaat- en metabole ziekten
▪ Hogere glucosewaarden
▪ Dyslipidemie => afwezig bij MGO
▪ Insulineresistentie
▪ Chronisch inflammatoire markers
• Goede cardiorespiratoire fitheid
▪ Maar geschatte langetermijnrisisco van HVZ bij MGO is nog steeds >
personen met nrml gewicht
Daarom denkt men dat MGO eig tijdelijke overgangssituatie is
o Gewichtsverlies van 10% zou voor de meeste mensen met MNGO genoeg zijn voor
overgang nr MGO
o Dringende behoefte om de ernst en fenotype van obesitas te bepalen alvorens een
interventie uit te voeren
o Voor het verbeteren van gezondheid moeten we eerder focussen op behandelen
en preventie van obesitas dan gewoonweg op gewichtsverlies en BMI-resultaten
o MGO = preklinische obesitas en MNGO = klinische obesitas
➔ BMI = nuttig hulpmiddel om adipositasgraad indirect vast te stellen, maar biedt niet
voldoende info over de gevolgen van die adipositas voor algemene gezondheid van
individuele pt => bijkomende metingen zijn nodig: vetverdeling en EOSS
LICHAAMSVETVERDELING
= bel factor voor bepalen van morbiditeits- en mortaliteitsrisico van pt
Abdominale vetverdeling (androïde, viscerale of appelvormige obesitas) h hoger
gezondheidsrisico dan perifere vetverdeling (gynoïde of peervormige obesitas)
o Hoeveelheid abdominaal vet inschatten: meten van middelomtrek
• Lintmeter op middelpunt tss onderste rib & crista iliaca
• Lintmeter mag huid niet samendrukken
• Lintmeter moet evenwijdig zijn met grond
• Meting gebeurt op einde v nrmle uitademing
o Hoewel middelomtrek en BMI met elkaar gecorreleerd zijn, is de middelomtrek een
onafhankelijke voorspellende factor
o Hoge middelomtrek => ↑ risico voor type 2 diabetes
o Hoge middelomtrek => CV risicofactoren, zoals dyslipidemie en hypertensie
3
, Waist-to-Height Ratio (WHtR)
= “middle-tot-lengte verhouding”
= maat om te beoordelen of iem te veel buikvet h in verhouding tot lichaamslengte
< 0,5 => gezond
> 0,5 => ↑ risico op metabole & CV ziekten
> 0,6 => sterk ↑ risico
Eenvoudiger & soms betrouwbaarder dan BMI (zegt meer over vetverdeling)
K gebruikt w bij ≠ etnische groepen en leeftijden, zonder aparte cut-offs zoals bij
buikomtrek
Praktische vuistregel:
o “Je middelomtrek moet minder zijn dan de helft van je lengte”
EDMONTON OBESITY STAGING SYSTEM (EOSS)
BMI zegt weinig over gezondheidsrisico dat pt met overgewicht/obesitas loopt => verdere
evaluatie om te kwantificeren is nodig => we maken gebruik van EOSS
EOSS: geeft de ernst van overgewicht/obesitas weer rekening houdend met in welke mate
het overgewicht/obesitas leidt tot het ontwikkelen van medische risicofactoren,
lichamelijke en psychologische symptomen, negatieve weerslag op welzijn en/of
functionele beperkingen
Naargelang de ernst onderscheidt men 5 stadia binnen deze EOSS classificatie
4