Samenva'ng Hedendaagse Sociologische Theorieën Soumaya El Maaroui
AFL 1 – een socio-analyse van Pierre Bourdieu
HET BELANG VAN BIOGRAFIE
Volgens Bourdieu is er zowel een cynisch als klinisch gebruik van de sociologie.
à cynisch: sociologie dat wordt gebruikt om macht te raBonaliseren. Zij die het voor het zeggen
hebben gebruiken de sociologie cynisch. Vb.: minister wilt besparen in de culturele sector, en zal
dus een socioloog aanwijzen die een rapport zal uitbrengen die die besparingen zullen
aanmoedigen/bevesBgen.
= niet het correcte gebruik van de sociologie.
à Klinisch: de sociologie als een vorm van "socio-analyse". De analyse van sociale structuren zou
ons kunnen leren in wat voor wereld we leven. En eens we weten in wat voor wereld we leven,
leren we ook hoe we zelf in elkaar ziMen
= niet hetzelfde als een psychoanalyse
= wel een correct gebruik van de sociologie.
Bourdieu's sociologie is grotendeels een poging geweest om zichzelf te begrijpen. Hij neemt het idee
van zichzelf bestuderen heel serieus! Door je sociaal milieu te bestuderen, leer je jezelf kennen.
Volgens Bourdieu kan de sociologie dus een klinische wetenschap zijn.
Maar het MOET een reflexieve wetenschap zijn: een wetenschap die gericht is op kriBsche zelfreflecBe
Als socioloog moet je consistent zijn. Sociologen zijn mensen en dus deels bepaald door de posiBe die
ze innemen in de samenleving. We gaan sociologie gebruiken om onze eigen blinde vlekken bloot te
leggen.
EEN SOCIOLOGISCH SYLLOGISME (= 2 SOCIOLOGISCHE PREMISSEN EN 1 CONCLUSIE)
• Premisse 1: het denken en handelen van mensen wordt bepaald door hun posiSe in de SL
• Premisse 2: sociologen zijn mensen
• Conclusie: het denken en handelen van sociologen wordt bepaald door hun posiSe in de SL
Maar hoe kunnen we dan een vorm van wetenschappelijke kennis produceren die meer is dan ons
eigen parSculiere perspecSef op de wereld.
Bourdieu antwoord hierop met: "door de instrumenten van sociologische analyse op onszelf te keren"
à de sociologie gebruiken om onze eigen blinde vlekken bloot te leggen.
TWEE BIOGRAFIEËN VAN BOURDIEU
1. Het mythisch-romanXsch verhaal:
Disney achSg: Bourdieu die het als boerenzoon uit Zuid-Frankrijk schopt tot voornaamste
Franse publieke intellectueel van de 20ste eeuw — maar dit verhaal klopt niet helemaal
2. Het verhaal van de ‘kleinburgerlijk & het maatschappelijke succes is correcter. Bourdieu is eerder
een kleinburger (peSt Bourgeois). Dat is iemand dat de ladder op is geklommen.
Bourdieu noemt zichzelf een gespleten habitus en een product van een verzoening van
tegenstellingen uit de samenleving (dialecSek - tegenstellingen). Hij noemt zichzelf dus iemand met
verschillende zijden
JEUGD IN DE BÊARN
Hij is geboren in 1930 in Denguin. Denguin ligt in het zuiden van Frankrijk. En dus is hij geboren met
een bepaald sSgma dat vasthangt aan de zuidelijke regio van Frankrijk.
,Samenva'ng Hedendaagse Sociologische Theorieën Soumaya El Maaroui
In die Sjd was er een grote mate van centralisaXe in Frankrijk. Alles zat in Parijs; kunst, poliSek, kapitaal,
academici. Rond Parijs waren er wel enkele satellieten (andere belangrijke steden: Lyon, Marseille…)
die eigenlijk zo veel mogelijk op Parijs wilden lijken. Hoe verder van Parijs, hoe verder je zat van cultuur
en dus hoe meer je werd gezien als 'barbaars'.
Er heerste niet allee een cultureel sXgma maar ook een raciaal sXgma. Zeker in het zuiden werd dat
sSgma versterkt aangezien de mensen daar een donkerdere huidskleur hadden (zit dichter tegen
Spanje).
Zijn vader was boer en groeit op tot postbode, en zijn moeder was boerin. Bourdieu hee‘ een fijne
jeugd gehad maar er was toch 1 ding dat hem onderscheidt van de rest: hij was zeer intelligent. Als je
hoogbegaafd bent in Frankrijk kom je in aanmerking met de "ÉducaSon NaSonale". Zo kreeg Bourdieu
een beurs om naar de beste scholen te gaan. Hij zat eerst op internaat in Pau (Zuid-Frankrijk) en ging
dan naar Parijs (lycée Louis le Grand).
Al snel ervaart hij zowel die culturele als raciale sSgmaSsering. Hij werd er constant aan herinnerd dat
hij 'anders' was.
‘Er zijn meer of minder sub1ele vormen van sociaal racisme die onvermijdelijk tot een zekere mate van
luciditeit leiden; het feit dat je constant aan je vreemdheid wordt herinnerd brengt je tot het
waarnemen van dingen die anderen kunnen ontgaan.’ (Bourdieu & Wacquant, 1992: 145-146)
HÉRITIERS VS. BOURSIEURS (DE ERFGENAMEN VS. DE BEURSSTUDENTEN)
Op die topscholen was er al een groot klassenverschil:
• HeriXers: erfgenamen (brave studenten: doen wat de ouders verwachten)
• Boursieurs: beurs studenten (zijn stouter/kriSsche/briljant/creaSef) (ze brengen een cultuur
binnen dat onderwijs) = Cultureel kapitaal
Bourdieu was niet blij: hij vond het niet leuk op internaat. Hij voelde zich een buitenbeen.
PARIJS EN DE E.N.S. (1948-1954)
Zijn leerkracht in het middelbaar in Pau (Zuid-Frankrijk) zegt dat hij briljant is en zich moet inschrijven
in een school in Parijs (Lycée-Louis-le-Grand). Dat is een elitevoorbereidingsschool voor de Grand
écoles.
In Frankrijk bestaat een systeem van ‘Grands écoles’ — scholen die nog hoger zihen dan hogescholen
en universiteiten. Die zijn vrij elitair en daar kom je niet zomaar binnen. Mede door compeSSeve
ingangsexamens. De studenten moeten zich daar twee à drie jaar voor voorbereiden om binnen te
geraken. Dat zal Bourdieu dus ook doen.
Na zijn voorbereidingsjaren aan de Lycée-Louis-le-Grand slaagde hij in het concours (=compeSSeve
examens) en werd toegelaten tot de École normale superieure (ENS). Dat is een van de meest elitaire
instelling van Frankrijk. Daar studeerde hij filosofie en behaalde hij zijn diploma. Filosofie was toen het
meest presSgieuze diploma.
,Samenva'ng Hedendaagse Sociologische Theorieën Soumaya El Maaroui
Bourdieu, net als al de andere denkers dat we kennen, is naar die scholen gegaan (zie foto’s). Ecole
normale supérieure de rue d’ulm = een heel eigenaardige instelling; weer een internaat waar Bourdieu
nog harder opviel als een buitenbeentje die niet uit een geprivilegieerde omgeving kwam.
Jean Paul Sartre = Dé filosoof van de jaren 50.
à Hoewel Bourdieu zijn intellect bewonderde, weigerde hij zich te idenSficeren met Sartres
abstracte en existenSalisSsche engagement. Bourdieu wil zich eerder met
simpelere/concrete/empirische dingen bezighouden.
Georges Canguilhem: een wetenschapsfilosoof en een latere mentor van Foucault.
à Canguilhem werd ook de mentor van Bourdieu en leerde hem denken over kennis en macht
op een precieze, historische manier. Dat zal Bourdieu later combineren met sociologisch onderzoek.
Canguilhem was de schakel tussen Bourdieu en Foucault.
Na 3 jaar studeert hij af en gaat jarenlang lesgeven in het middelbaar; gee‘ filosofie. En dan moet hij
het leger in. Mag deelnemen aan de officiersopleiding maar wilt dat niet. Hij oefent zijn dienst uit en
wordt plots betrapt met verboden literatuur. Hij sympathiseerde heel hard met Algerije (kolonie van
Frankrijk). Als straf sturen ze hem naar daar.
ALGERIJE EN DE BEKERING NAAR DE SOCIALE WETENSCHAP (1955-1960)
In Algerije begon hij voor het eerst empirisch veldwerk te doen; hij observeerde de sociale en culturele
structuren.
Hij werd langzaamaan een sociale wetenschapper i.p.v. filosoof: verzameld staSsSsch informaSe,
waarnemingen, interviews, begint zich te verdiepen in fotografie en onderzoekt daar de
berbergemeenschappen…
Hij werkte als leerkracht filosofie aan de universiteit van Algiers, waar hij kennismaakte met sociologie,
etnografie en staSsSek via onder andere INSEE (= het Franse naSonale insStuut voor staSsSek) à dit
betekende zijn "bekering" tot de sociale wetenschappen.
Hij deed zijn 1e veldonderzoek in Kabylië, een regio in het Atlas-Gebergte van Algerije, bewoond door
de Berbergemeenschap (Kabylische bevolking). Dit onderzoek viel Sjdens een burgeroorlog. Hij
observeerde hoe tradiXonele gemeenschappen reageerden op modernisering, koloniale druk en
verwoesXng door oorlog.
Op basis daarvan publiceerde hij zijn eerste boek; Sociologie de l’Algérie
In deze periode begon Bourdieu na te denken over een fundamentele vraag; “hoe
kan handelen een regelmaat vertonen zonder het product te zijn van
gehoorzaamheid aan regels?" in other words (1990: 65)
Context:
, Samenva'ng Hedendaagse Sociologische Theorieën Soumaya El Maaroui
Bourdieu deed staSsSsche analyses Sjdens die oorlogsperiode en de resultaten van die analyses
stonden haaks op de dominante antropologische tradiSes van die periode (Claude Levi-
Strauss). Na Sartre die stelde dat het individu alles was kwam er in Frankrijk een nieuwe
stroming op: het structuralisme die stelde dat het individu niets is en dat iedereen wordt
fundamenteel bepaald door onderliggende structuren die het individu oversSjgen. Het
structuralisme deed bepaalde soort beweringen over Noord-Afrikaanse samenlevingen.
Bourdieu kwam tot de conclusie dat die structuralisSsche voorspellingen niet klopten.
Hij ontdekte dat in (ongeleherde) samenlevingen (zoals Kabylië) geen formele welen/vaste regels
bestonden zoals in westerse landen. En toch was het gedrag van de mensen herkenbaar en
voorspelbaar. (De regels werden mondeling doorgegeven). Er moest dus iets aan de basis liggen van
dat patroon van handelen = habitus. Een systeem van duurzame overdraagbare neigingen, gevormd
door je sociale omgeving, dat bepaalt hoe je denkt voelt en handelt, zonder daar bewust van te zijn.
Zo ontstond zijn handelingstheorie/prakSjktheorie:
- Mensen volgen geen vaste regels zoals in het structuralisme (Claude Lévi-Strauss)
- Maar handelen volgens een prakXsche logica, gevorm door hun sociale posiXe en
levensgeschiedenis.
Bourdieu bese‘ dat hij zich Sjdens een gruwelijk experiment bevindt in Algerije: kolonialisme à de
inheemse bevolking wordt met de grond gelijkgemaakt en ontworteld en zal moeten leven op zo'n
manier dat de kapitalisSsche logica van het westen eraan geniet. Dit was een belangrijke periode in
het leven van Bourdieu want dit noemt hij de periode dat al zijn denken hee‘ doen starten.
TWEE BOEKEN UIT DIE PERIODE DIE HEEL BELANGRIJK WAREN:
- Déracinement (ontworteling) - la crise de l'agriculture tradiSonele en Algérie à Bourdieu en
Abdelmalek Sayad
- Algérie 60 - structures économiques et structures temporelles à Bourdieu
TERUG NAAR FRANKRIJK EN DE BEKERING TOT DE SOCIOLOGIE (1960-1994)
Tegen 1960 wordt het te gevaarlijk om daar te blijven als Fransman. Hij was er gelukkig maar moet toch
gedwongen terug naar Frankrijk. Terug in Parijs kreeg hij een funcSe aan de Sorbonne (beste
universiteit). Hij komt in contact met Raymond Aron en wordt zijn assistent. Een invloedrijke en op dat
moment heel belangrijke liberale denker in Frankrijk (sterk beïnvloed door de Amerikaanse tradiSe).
Aron kreeg de opdracht om een nieuw sociologisch onderzoekscentrum op te richten en werd
gesubsidieerd door de Amerikaanse Ford foundaSon. Daar had hij niet veel zin in en vroeg aan Bourdieu
om dat centrum te leiden. Dat werd later het Centre de Sociologie Européenne (CSE), dat Bourdieu zal
uitbouwen tot een van de belangrijkste sociologische centra van Europa.
Naast dat centrum dat hij runt, zal Bourdieu ook de “Maitre de conférence” (= junior docent) worden
in Lille tot 1964. Deze periode zal heel belangrijk zijn in Bourdieu's leven. Want voor het eerst begint
hij sociologie te lezen. Hij is Europese sociologische klassiekers beginnen herlezen (Durkheim, Weber,
Marx, Schütz…).
Het globale zwaartepunt van de sociologie lag na WOII in de VS. WOI had eigenlijk volledig komaf
gemaakt met de Franse sociologieschool. Vele Franse sociologen sterven leherlijk aan het front. WOII
maakt dan komaf van wat er nog overblij‘ van de Duitse sociologie à vooral veel Joodse intellectuelen.
O‘ewel zullen die joodse denkers vervolgd worden, o‘ewel verhuizen ze naar Amerika.
1 grote Amerikaanse socioloog: Talcol Parsons. Hij had een beetje eigenhandig bepaald wat de
sociologische theorie moest zijn. Dat was zijn fameuze 'structurele funcXonalisme'. Dat had hij
gebaseerd op zijn eigenaardige lezing van Europese sociologen. Zo verzint hij bijvoorbeeld het woord
AFL 1 – een socio-analyse van Pierre Bourdieu
HET BELANG VAN BIOGRAFIE
Volgens Bourdieu is er zowel een cynisch als klinisch gebruik van de sociologie.
à cynisch: sociologie dat wordt gebruikt om macht te raBonaliseren. Zij die het voor het zeggen
hebben gebruiken de sociologie cynisch. Vb.: minister wilt besparen in de culturele sector, en zal
dus een socioloog aanwijzen die een rapport zal uitbrengen die die besparingen zullen
aanmoedigen/bevesBgen.
= niet het correcte gebruik van de sociologie.
à Klinisch: de sociologie als een vorm van "socio-analyse". De analyse van sociale structuren zou
ons kunnen leren in wat voor wereld we leven. En eens we weten in wat voor wereld we leven,
leren we ook hoe we zelf in elkaar ziMen
= niet hetzelfde als een psychoanalyse
= wel een correct gebruik van de sociologie.
Bourdieu's sociologie is grotendeels een poging geweest om zichzelf te begrijpen. Hij neemt het idee
van zichzelf bestuderen heel serieus! Door je sociaal milieu te bestuderen, leer je jezelf kennen.
Volgens Bourdieu kan de sociologie dus een klinische wetenschap zijn.
Maar het MOET een reflexieve wetenschap zijn: een wetenschap die gericht is op kriBsche zelfreflecBe
Als socioloog moet je consistent zijn. Sociologen zijn mensen en dus deels bepaald door de posiBe die
ze innemen in de samenleving. We gaan sociologie gebruiken om onze eigen blinde vlekken bloot te
leggen.
EEN SOCIOLOGISCH SYLLOGISME (= 2 SOCIOLOGISCHE PREMISSEN EN 1 CONCLUSIE)
• Premisse 1: het denken en handelen van mensen wordt bepaald door hun posiSe in de SL
• Premisse 2: sociologen zijn mensen
• Conclusie: het denken en handelen van sociologen wordt bepaald door hun posiSe in de SL
Maar hoe kunnen we dan een vorm van wetenschappelijke kennis produceren die meer is dan ons
eigen parSculiere perspecSef op de wereld.
Bourdieu antwoord hierop met: "door de instrumenten van sociologische analyse op onszelf te keren"
à de sociologie gebruiken om onze eigen blinde vlekken bloot te leggen.
TWEE BIOGRAFIEËN VAN BOURDIEU
1. Het mythisch-romanXsch verhaal:
Disney achSg: Bourdieu die het als boerenzoon uit Zuid-Frankrijk schopt tot voornaamste
Franse publieke intellectueel van de 20ste eeuw — maar dit verhaal klopt niet helemaal
2. Het verhaal van de ‘kleinburgerlijk & het maatschappelijke succes is correcter. Bourdieu is eerder
een kleinburger (peSt Bourgeois). Dat is iemand dat de ladder op is geklommen.
Bourdieu noemt zichzelf een gespleten habitus en een product van een verzoening van
tegenstellingen uit de samenleving (dialecSek - tegenstellingen). Hij noemt zichzelf dus iemand met
verschillende zijden
JEUGD IN DE BÊARN
Hij is geboren in 1930 in Denguin. Denguin ligt in het zuiden van Frankrijk. En dus is hij geboren met
een bepaald sSgma dat vasthangt aan de zuidelijke regio van Frankrijk.
,Samenva'ng Hedendaagse Sociologische Theorieën Soumaya El Maaroui
In die Sjd was er een grote mate van centralisaXe in Frankrijk. Alles zat in Parijs; kunst, poliSek, kapitaal,
academici. Rond Parijs waren er wel enkele satellieten (andere belangrijke steden: Lyon, Marseille…)
die eigenlijk zo veel mogelijk op Parijs wilden lijken. Hoe verder van Parijs, hoe verder je zat van cultuur
en dus hoe meer je werd gezien als 'barbaars'.
Er heerste niet allee een cultureel sXgma maar ook een raciaal sXgma. Zeker in het zuiden werd dat
sSgma versterkt aangezien de mensen daar een donkerdere huidskleur hadden (zit dichter tegen
Spanje).
Zijn vader was boer en groeit op tot postbode, en zijn moeder was boerin. Bourdieu hee‘ een fijne
jeugd gehad maar er was toch 1 ding dat hem onderscheidt van de rest: hij was zeer intelligent. Als je
hoogbegaafd bent in Frankrijk kom je in aanmerking met de "ÉducaSon NaSonale". Zo kreeg Bourdieu
een beurs om naar de beste scholen te gaan. Hij zat eerst op internaat in Pau (Zuid-Frankrijk) en ging
dan naar Parijs (lycée Louis le Grand).
Al snel ervaart hij zowel die culturele als raciale sSgmaSsering. Hij werd er constant aan herinnerd dat
hij 'anders' was.
‘Er zijn meer of minder sub1ele vormen van sociaal racisme die onvermijdelijk tot een zekere mate van
luciditeit leiden; het feit dat je constant aan je vreemdheid wordt herinnerd brengt je tot het
waarnemen van dingen die anderen kunnen ontgaan.’ (Bourdieu & Wacquant, 1992: 145-146)
HÉRITIERS VS. BOURSIEURS (DE ERFGENAMEN VS. DE BEURSSTUDENTEN)
Op die topscholen was er al een groot klassenverschil:
• HeriXers: erfgenamen (brave studenten: doen wat de ouders verwachten)
• Boursieurs: beurs studenten (zijn stouter/kriSsche/briljant/creaSef) (ze brengen een cultuur
binnen dat onderwijs) = Cultureel kapitaal
Bourdieu was niet blij: hij vond het niet leuk op internaat. Hij voelde zich een buitenbeen.
PARIJS EN DE E.N.S. (1948-1954)
Zijn leerkracht in het middelbaar in Pau (Zuid-Frankrijk) zegt dat hij briljant is en zich moet inschrijven
in een school in Parijs (Lycée-Louis-le-Grand). Dat is een elitevoorbereidingsschool voor de Grand
écoles.
In Frankrijk bestaat een systeem van ‘Grands écoles’ — scholen die nog hoger zihen dan hogescholen
en universiteiten. Die zijn vrij elitair en daar kom je niet zomaar binnen. Mede door compeSSeve
ingangsexamens. De studenten moeten zich daar twee à drie jaar voor voorbereiden om binnen te
geraken. Dat zal Bourdieu dus ook doen.
Na zijn voorbereidingsjaren aan de Lycée-Louis-le-Grand slaagde hij in het concours (=compeSSeve
examens) en werd toegelaten tot de École normale superieure (ENS). Dat is een van de meest elitaire
instelling van Frankrijk. Daar studeerde hij filosofie en behaalde hij zijn diploma. Filosofie was toen het
meest presSgieuze diploma.
,Samenva'ng Hedendaagse Sociologische Theorieën Soumaya El Maaroui
Bourdieu, net als al de andere denkers dat we kennen, is naar die scholen gegaan (zie foto’s). Ecole
normale supérieure de rue d’ulm = een heel eigenaardige instelling; weer een internaat waar Bourdieu
nog harder opviel als een buitenbeentje die niet uit een geprivilegieerde omgeving kwam.
Jean Paul Sartre = Dé filosoof van de jaren 50.
à Hoewel Bourdieu zijn intellect bewonderde, weigerde hij zich te idenSficeren met Sartres
abstracte en existenSalisSsche engagement. Bourdieu wil zich eerder met
simpelere/concrete/empirische dingen bezighouden.
Georges Canguilhem: een wetenschapsfilosoof en een latere mentor van Foucault.
à Canguilhem werd ook de mentor van Bourdieu en leerde hem denken over kennis en macht
op een precieze, historische manier. Dat zal Bourdieu later combineren met sociologisch onderzoek.
Canguilhem was de schakel tussen Bourdieu en Foucault.
Na 3 jaar studeert hij af en gaat jarenlang lesgeven in het middelbaar; gee‘ filosofie. En dan moet hij
het leger in. Mag deelnemen aan de officiersopleiding maar wilt dat niet. Hij oefent zijn dienst uit en
wordt plots betrapt met verboden literatuur. Hij sympathiseerde heel hard met Algerije (kolonie van
Frankrijk). Als straf sturen ze hem naar daar.
ALGERIJE EN DE BEKERING NAAR DE SOCIALE WETENSCHAP (1955-1960)
In Algerije begon hij voor het eerst empirisch veldwerk te doen; hij observeerde de sociale en culturele
structuren.
Hij werd langzaamaan een sociale wetenschapper i.p.v. filosoof: verzameld staSsSsch informaSe,
waarnemingen, interviews, begint zich te verdiepen in fotografie en onderzoekt daar de
berbergemeenschappen…
Hij werkte als leerkracht filosofie aan de universiteit van Algiers, waar hij kennismaakte met sociologie,
etnografie en staSsSek via onder andere INSEE (= het Franse naSonale insStuut voor staSsSek) à dit
betekende zijn "bekering" tot de sociale wetenschappen.
Hij deed zijn 1e veldonderzoek in Kabylië, een regio in het Atlas-Gebergte van Algerije, bewoond door
de Berbergemeenschap (Kabylische bevolking). Dit onderzoek viel Sjdens een burgeroorlog. Hij
observeerde hoe tradiXonele gemeenschappen reageerden op modernisering, koloniale druk en
verwoesXng door oorlog.
Op basis daarvan publiceerde hij zijn eerste boek; Sociologie de l’Algérie
In deze periode begon Bourdieu na te denken over een fundamentele vraag; “hoe
kan handelen een regelmaat vertonen zonder het product te zijn van
gehoorzaamheid aan regels?" in other words (1990: 65)
Context:
, Samenva'ng Hedendaagse Sociologische Theorieën Soumaya El Maaroui
Bourdieu deed staSsSsche analyses Sjdens die oorlogsperiode en de resultaten van die analyses
stonden haaks op de dominante antropologische tradiSes van die periode (Claude Levi-
Strauss). Na Sartre die stelde dat het individu alles was kwam er in Frankrijk een nieuwe
stroming op: het structuralisme die stelde dat het individu niets is en dat iedereen wordt
fundamenteel bepaald door onderliggende structuren die het individu oversSjgen. Het
structuralisme deed bepaalde soort beweringen over Noord-Afrikaanse samenlevingen.
Bourdieu kwam tot de conclusie dat die structuralisSsche voorspellingen niet klopten.
Hij ontdekte dat in (ongeleherde) samenlevingen (zoals Kabylië) geen formele welen/vaste regels
bestonden zoals in westerse landen. En toch was het gedrag van de mensen herkenbaar en
voorspelbaar. (De regels werden mondeling doorgegeven). Er moest dus iets aan de basis liggen van
dat patroon van handelen = habitus. Een systeem van duurzame overdraagbare neigingen, gevormd
door je sociale omgeving, dat bepaalt hoe je denkt voelt en handelt, zonder daar bewust van te zijn.
Zo ontstond zijn handelingstheorie/prakSjktheorie:
- Mensen volgen geen vaste regels zoals in het structuralisme (Claude Lévi-Strauss)
- Maar handelen volgens een prakXsche logica, gevorm door hun sociale posiXe en
levensgeschiedenis.
Bourdieu bese‘ dat hij zich Sjdens een gruwelijk experiment bevindt in Algerije: kolonialisme à de
inheemse bevolking wordt met de grond gelijkgemaakt en ontworteld en zal moeten leven op zo'n
manier dat de kapitalisSsche logica van het westen eraan geniet. Dit was een belangrijke periode in
het leven van Bourdieu want dit noemt hij de periode dat al zijn denken hee‘ doen starten.
TWEE BOEKEN UIT DIE PERIODE DIE HEEL BELANGRIJK WAREN:
- Déracinement (ontworteling) - la crise de l'agriculture tradiSonele en Algérie à Bourdieu en
Abdelmalek Sayad
- Algérie 60 - structures économiques et structures temporelles à Bourdieu
TERUG NAAR FRANKRIJK EN DE BEKERING TOT DE SOCIOLOGIE (1960-1994)
Tegen 1960 wordt het te gevaarlijk om daar te blijven als Fransman. Hij was er gelukkig maar moet toch
gedwongen terug naar Frankrijk. Terug in Parijs kreeg hij een funcSe aan de Sorbonne (beste
universiteit). Hij komt in contact met Raymond Aron en wordt zijn assistent. Een invloedrijke en op dat
moment heel belangrijke liberale denker in Frankrijk (sterk beïnvloed door de Amerikaanse tradiSe).
Aron kreeg de opdracht om een nieuw sociologisch onderzoekscentrum op te richten en werd
gesubsidieerd door de Amerikaanse Ford foundaSon. Daar had hij niet veel zin in en vroeg aan Bourdieu
om dat centrum te leiden. Dat werd later het Centre de Sociologie Européenne (CSE), dat Bourdieu zal
uitbouwen tot een van de belangrijkste sociologische centra van Europa.
Naast dat centrum dat hij runt, zal Bourdieu ook de “Maitre de conférence” (= junior docent) worden
in Lille tot 1964. Deze periode zal heel belangrijk zijn in Bourdieu's leven. Want voor het eerst begint
hij sociologie te lezen. Hij is Europese sociologische klassiekers beginnen herlezen (Durkheim, Weber,
Marx, Schütz…).
Het globale zwaartepunt van de sociologie lag na WOII in de VS. WOI had eigenlijk volledig komaf
gemaakt met de Franse sociologieschool. Vele Franse sociologen sterven leherlijk aan het front. WOII
maakt dan komaf van wat er nog overblij‘ van de Duitse sociologie à vooral veel Joodse intellectuelen.
O‘ewel zullen die joodse denkers vervolgd worden, o‘ewel verhuizen ze naar Amerika.
1 grote Amerikaanse socioloog: Talcol Parsons. Hij had een beetje eigenhandig bepaald wat de
sociologische theorie moest zijn. Dat was zijn fameuze 'structurele funcXonalisme'. Dat had hij
gebaseerd op zijn eigenaardige lezing van Europese sociologen. Zo verzint hij bijvoorbeeld het woord