Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages
Summary

Samenvatting psychologie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 45 pages

Samenvatting van 45 pagina's voor het vak Psychologie aan de AP (Goede samenvatting)

Content preview

SAMENVATTING PSYCHOLOGIE
INLEIDING : PSYCHOLOGIE

1. DE PSYCHOLOOG EN ZIJN COLLEGA’S
Psycholoog Psychotherapeut Psychiater Praktijkgerichte
orthopedagoog
- beschermde titel: - beschermde titel - beschermde titel: arts - geen beschermde titel
master in psychologie - niet altijd - mag medicatie - mag geen medicatie
- schrijft geen medicatie psychologisch voorschrijven voorschrijven
voor geschoold - door RIZIV - niet door RIZIV terugbetaald
- niet door RIZIV - schrijft geen terugbetaald - niet therapeutisch geschoold
terugbetaald medicatie voor - niet altijd specifiek - vooral ondersteuning van
- niet altijd specifiek - niet door RIZIV therapeutisch geschoold cliënten in dagelijks leven
therapeutisch geschoold terugbetaald



2. PSYCHOLOGISCHE STROMINGEN

Elke stroming heeft zijn eigen
 Mens- en wereldbeeld
 Verklaringsmodellen voor psychische problemen
 Methodieken om psychische problemen te behandelen
o Methodieken = de op de praktijk gerichte uitwerkingen van deze benaderingen.
Methodieken geven aan hoe je abstracte theorieën kunt toepassen in de hulpverlening
 Methoden en technieken die uit deze methodieken voortvloeien
o Methoden en technieken = concrete wijzen van handelen die binnen een bepaalde
methodiek passen


VERSCHILLEN TUSSEN DE PSCYHOLOGISCHE STROMINGEN
 Psychotherapeutische opleidingen vaak 1 model
 Verschillende componenten van psychisch functioneren
o Ontwikkelingscomponent
o Neurobiologisch component
o Affectieve component
o Cognitieve component
o Gedragscomponent
o Interpersoonlijk component
o systeemcomponent
 Andere verschillen
o Meer klachtgericht versus persoonsgericht
o Meer gericht op de klacht versus gericht op de mogelijkheden

Evidence-based: “Het uitvoeren van een handeling door een beroepsbeoefenaar op zo'n wijze dat de
uitvoering is gebaseerd op de best beschikbare informatie over doelmatigheid en doeltreffendheid”

Hier tegenover staat “practice-based”: “wat door de praktijk als effectief wordt verondersteld”
bv. cliëntgericht kader, psychodynamisch kader

 Verschillen tussen verschillende psychotherapieën worden kleiner
 Orthopedagogische praktijk: gewoonlijk eclectisch/integratief  combineren vaak bruikbare
elementen uit verschillende benaderingen/theoretische kaders
 Eclectisch/integratief werken wordt belangrijk door toenemende nadruk op vraaggestuurde en
herstelondersteunende hulpverlening

,HOE KIEZEN VOOR BEPAALDE STROMING OF METHODIEK?
Het maakt niet uit welke stroming je kiest: wetenschappelijk onderzoek toont aan dat werkrelatie met
cliënt van even groot belang is dan de techniek die je gaat gebruiken

Er moet ook een ‘klik’ zijn  “leertherapie” om te werken aan eigen persoon als behandelaar

“Het mooiste is een combinatie van een bij je hulpvraag passende interventie die wordt toegepast door
een therapeut door wie je je begrepen voelt en met wie je in vertrouwen kan samenwerken.”

Omgevingsfactoren en wat de cliënt zelf doet, zijn ook belangrijk om vooruitgang te boeken!

PSYCHODYNAMISCHE BENADERINGEN

1. INLEIDING

 Grondlegger: Sigmund Freud (1856-1939)
o Behandeling “hysterie”
o Uitgangspunt: oorzaak problemen = onbewuste wensen, motieven, gevoelens,
gedachten
o Psychoanalyse: onbewuste bewust maken

Nu: psychodynamische benaderingen (PDB)


PSYCHODYNAMISCHE BENADERINGEN: BASISPRINCIPES
 Problemen worden veroorzaakt door onbewuste en moeilijk te hanteren wensen,
motieven, gevoelens en gedachten
o Therapie = deze bewust maken en leren te hanteren
 Ontwikkelingspsychologisch perspectief:
o Moeilijke gevoelens in kindertijd niet goed opgevangen & verwerkt  stagnatie in
ontwikkeling
o Gevolg: problemen herhalen bij andere personen
o D.i. overdracht: iets van vroeger overdragen op situatie waarin je nu leeft
 Therapie: deze gevoelens wel toelaten, opnieuw beleven, leren begrijpen of hanteren


THEORIE VAN FREUD
 Symptomen verdwenen als patiënten zich emotioneel geladen, verdrongen gebeurtenissen
konden herinneren en spanning ontladen

 Alles heeft betekenis, kan verwijzen naar het onbewuste
o Gedrag & symptomen
o Versprekingen, vergissingen (“Freudiaanse” verspreking) (per ongeluk iets zeggen dat je
onderdrukt wilde houding in een verspreking)
o Dromen

 Behandeling van psychische problemen met psychologische methode: vrije associatie
 Therapie = duiden, van betekenis voorzien

,2. PSYCHODYNAMISCHE BENADERINGEN: 4 GROTE ‘MODELLEN’

 Driftmodel > Freud
o Verdrongen problemen uit kindertijd > seksuele en agressieve driften

 Objectrelatiemodel
o Verinnerlijkte eerste relaties uit vroege kindertijd

 Zelfpsychologisch model
o Tekorten uit kindertijd  zwakke identiteit, zwak zelfgevoel

 Interactioneel model
o Problematische interacties à dieperliggende interactieschema’s uit kindertijd

HET DRIFTMODEL

 Binnen de menselijke geest 3 entiteiten / instanties:
o Es (Id) het
o Ego (Ich) ik
o Superego (über-ich) stukje geweten


HET ES (ID)
 Zetel van de driften: blinde, aangeboren, biologische krachten om te overleven
o Seksuele drift (libido): levensdrift, gericht op onmiddellijke behoeftebevrediging
(lustprincipe), genieten
o Agressieve drift: doodsdrift, destructief
 Driften: motor, geven energie
 Indien behoeften te vaak verwaarloosd: frustratie, ziekte, stoornis
 Rol van ouders: kinderen niet laten in hun driften:
o behoeften bevredigen, frustraties niet laten escaleren
o uitstel van bevrediging leren verdragen: begrenzen
o kind leren omgaan met heftige emoties & frustraties


HET EGO (ICH)
 Stelt grenzen aan het Es, stelt behoeftebevrediging uit
 Helpt rekening te houden met de werkelijkheid en met anderen (realiteitsprincipe)
 Goed functionerend Ego gebruikt energie van driften, kanaliseert deze naar langere termijn
doelen
 Nodig: basisvertrouwen  “behoeftebevrediging komt wel”


HET SUPEREGO (ÜBER-ICH)
 Bevat geboden en verboden die vanuit omgeving werden geïnternaliseerd
 Bevat ideaalbeelden over hoe persoon zou moeten zijn
 Zorgt voor bestraffende maatregelen als driften te weinig worden begrensd
 Problemen:
o Te streng  Es zoekt “vreemde” uitwegen
o Te zwak ontwikkeld : te zwakke gewetensfunctie  gedragsproblemen, agressie

, INTRAPSYCHISCHE CONFLICTEN
 Es wil behoeftenbevrediging
 Super-ego wil aan eisen voldoen Intrapsychisch conflict
 Ego moet dit allemaal regelen
 Psychodynamische activiteit

Veel hiervan blijft onbewust: ego houdt intrapsychische conflicten onbewust d.m.v.
afweermechanismen


PSYCHOSEKSUELE ONTWIKKELINGSFASEN
 Orale fase: liefde, aandacht, veiligheid
 Anale fase: controle, autonomie, eigen wil
 Fallische fase: geslachtsverschil, presteren
 Oedipale fase: jaloezie / verlies, identificatie met ouder van zelfde geslacht
 Latentiefase: driften & conflicten op achtergrond
 Genitale fase: driften & conflicten weer actiever i.f.v. opnemen van volwassen rollen

Tegenwoordig “thema’s” i.p.v. fasen!
Problemen: - regressie (terugval)
- fixatie (blijven “hangen”)

PROBLEMEN IN VROEGE PSYCHOSEKSUELE ONTWIKKELING
 Orale fase
o Veiligheid, liefde en aandacht  indien te weinig bevredigd:
 Blijvende onveiligheid, wantrouwen, angst
 Blijvende overheersende behoefte aan verzorging & aandacht

 Anale fase
o Eigen wil, willen controleren (koppigheidsfase): ontwikkeling ego doordat ouders dit
kanaliseren
 Te weinig begrensd: moeite met discipline & grenzen
 Teveel begrensd: dwangmatig, perfectionistisch worden of blijvend verzet tegen
gezag

 Fallische / Oedipale fase:
o Ontdekking geslachtsidentiteit, lichamelijkheid
 Lichamelijkheid / presteren belangrijk  risico op minderwaardigheidsgevoelens
of angsten voor fysieke integriteit
o Gevoelens van jaloezie / agressie en verdriet / verlies door Oedipaal conflict of penisnijd
 Moeilijk verwerkt  problemen in relaties met intimiteit, jaloezie, verdringen
eigen seksualiteit…
o Ontwikkeling Superego doordat kind zich identificeert met ouder van zelfde geslacht
 Gebrekkige identificatie  gebrek aan gewetensfunctie

 Latentiefase
o Driften zijn weinig actief, verborgen  ‘latent’
o Verdringing zorgt dat impulsen op nieuwe activiteiten wordt gericht = is eerder indirecte
bevrediging
 Inadequate verdringing of te zwak ego buitensporige agressie

 Genitale fase
o Driftenergie terug op voorgrond
o Loskomen van kind zijn en opnemen rollen in sociale gemeenschap

Document information

Study
Uploaded on
February 12, 2026
Number of pages
45
Written in
2023/2024
Type
Summary
$8.00

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
6
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions