Jef Monsieur Filosofie
Sociologie
Filosofie & sociologie
Samenvatting Sociologie en filosofie
Inleiding:
Wat is filosofie = wijsbegeerte
→ Grieks voor vriend van de kennis
Wat onderzoeken?
• Fenomenen → ontologie & esthetica
• Inbegrepen gedrag van mensen → ethiek
• Kennis van fenomenen → epistemologie & logica
Wat is filosofie?
• Ethica: hoe mensen zich moeten gedragen / wat is goed, wat is kwaad?
• Esthetica: studie van de schoonheid / gewaarwording en appreciatie.
• Logica: onderzoek naar redeneringen.
• Ontologie = zijnsleer = metafysica: wat is werkelijk?
• Epistemologie = kennisleer: hoe komen we tot kennis over de wereld?
• Wetenschapsfilosofie: wat is wetenschap?
Hoe tot inzichten komen:
• Systematisch literatuuronderzoek
→ antwoord zoeken op afgebakende onderzoeksvraag (analyse), en synthese vormen
• Empirisch onderzoek (→ meerdere malen in de werkelijkheid, en door anderen herhaalbaar)
→ enquête,…
Wat is sociologie?
→ systematische (volgens een wetenschappelijke methode = gestructureerd, transparant,
ethisch, reproduceerbaar) studie van de gemeenschap en de relaties tussen
mensen/groepen (vooral enquêtes en observaties)
Waarom filo en socio
- Mens begrijpen in doen en handelen
- Omgeving begrijpen
- Gedrag, gemeenschappen en culturen
- Interdisciplinair kunnen werken (uit ander perspectief kijken)
Wat hebben filo en socio gemeen
- Bekijken leven en gedrag mensen: filo → normatief (voorschrijvend) socio → descriptief
- Gebruiken gelijke methodes
1
,Jef Monsieur Filosofie
Sociologie
Filosofie & sociologie
Auguste Comte
= filosoof en vader sociologie → eind 19de eeuw (filosofie bestond al 2000 jaar)
Sociologie = Ontdekken van regelmaat in gedrag, een regelmaat die de onveranderlijkheid van
een natuurwet heeft, dat is van belang, niet het zoeken oorsprong, bestemming en bedoeling.
→ Deze kennis vertrekt van waarneembare feiten
Positivisme = we moeten vertrekken vanuit wat gegeven is
- Wat gegeven is = de zintuiglijke werkelijkheid = de empirie
- “Elke wetenschap moet empirisch zijn” OBJECTIVITEIT
= Voor Comte een Pleonasme (= overbodige bijstelling)
Demarcatieproblematiek:
- Wat is wetenschap, waar trek je de lijn?
Comte als filosoof
- Filosofie van de wetenschap, taak van de filosofie om wetenschappen te onderzoeken
omdat het de enige geldige kennis is,
→ uit deze wetenschapsfilosofie
→ NEOPOSITIVISME (na 1900) = start moderne wetenschapsfilosofie
Wet van 3 fasen:
→ in elke gemeenschap evolueert kennis in 3 stappen
1) Theologisch stadium (god) daaruit werkelijkheid verklaren
2) metafysische verklaringen = bovenzintuiglijke krachten
3) Positieve stadium → uit metingen: wetten “verklaren”
Hiërarchie van de wetenschappen
Sociologie staat boven andere wetenschappen
1) Basis = natuurkunde → natuur
2) Daarboven biologie bouwen → biosfeer
3) De sociologie vormt het sluitstuk → maatschappij
• Sociale fysica, fysicalisme = alles verklaren naar dieper niveau uiteindelijk natuurkunde
• Elke studie kan worden gereduceerd tot getallen (voorwaarde voor wetenschap
• Natuurkundige principes: sociologen moeten wetten die de maatschappij vormen
ontdekken
Social engineering
1. Situatie beschrijven uit parameters (inkomen, druggebruik, …)
2. Een wetmatigheid construeren (onder dat inkomen,…) = CONTROLE
3. Een voorspelling van gedrag maken (dakloos,…)
2
, Jef Monsieur Filosofie
Sociologie
Filosofie & sociologie
Religie der mensheid
→ religie nodig om maatschappij te structuren (stabiliteit)
• Wetten alleen zijn niet efficiënt,
• religie ook niet want te godsdienstig → staan de ontwikkeling tot positieve fase in de weg
→ DUS, nieuwe religie gebaseerd op humanistische waarden en wetenschappelijk inzicht
Religie der mensheid (Brazilië - 1890)
- niet op basis van het transcendente
- aanbidding mensheid en mens om zo het goede na te streven
doel: samenbrengen mensen, ethisch kader aanbieden
Orde en vooruitgang:
- sociale orde en vooruitgang in evenwicht (contradictorisch)
- sociale dynamica en sociale statica (→ natuurkunde)
• dynamica = studie van maatschappelijke evolutie.
• statica = studie van instituten en structuren die een gemeenschap stabiel
houden en voor sociale orde zorgen. (scholen)
Neopositivisme, begin 20e eeuw
= logisch positivisme of logisch empirisme
→ filo stroming met grote invloed op hedendaags wetenschappelijk denken
• verificatietheorie (L. Wittgenstein) ↘
• falsificatietheorie (K. Popper) → samen: Weense Cirkel
• confirmatietheorie (R. Carnap) ↗
→ doen aan normatieve wetenschapsfilosofie = schrijven voor hoe wetenschappers te
werk moeten gaan
1. Verificatietheorie:
- Basis neopositivisme
- “Betrouwbare kennis kan enkel gebaseerd zijn op feiten”
→ propositielogica: kennis bestaat slechts uit proposities (=uitdrukkingen) die
enkelvoudig of logisch samengesteld zijn.
Voorbeeld: temperatuur bedraagt 12° → enkelvoudig
Temperatuur bedraagt (q) 12° EN vochtigheid is 42% (r) → EN = logisch operator
q&r is waar als q waar is, en r waar is
Wanneer is een enkelvoudige propositie waar → rechtstreeks vast te stellen = verifiëren
→ dmv propositielogica kan je de waarheid nagaan van complexe uitspraken
*wetenschappelijke uitspraken kunnen onwaar blijken (wat ze niet minder
wetenschappelijk maakt)
3
Sociologie
Filosofie & sociologie
Samenvatting Sociologie en filosofie
Inleiding:
Wat is filosofie = wijsbegeerte
→ Grieks voor vriend van de kennis
Wat onderzoeken?
• Fenomenen → ontologie & esthetica
• Inbegrepen gedrag van mensen → ethiek
• Kennis van fenomenen → epistemologie & logica
Wat is filosofie?
• Ethica: hoe mensen zich moeten gedragen / wat is goed, wat is kwaad?
• Esthetica: studie van de schoonheid / gewaarwording en appreciatie.
• Logica: onderzoek naar redeneringen.
• Ontologie = zijnsleer = metafysica: wat is werkelijk?
• Epistemologie = kennisleer: hoe komen we tot kennis over de wereld?
• Wetenschapsfilosofie: wat is wetenschap?
Hoe tot inzichten komen:
• Systematisch literatuuronderzoek
→ antwoord zoeken op afgebakende onderzoeksvraag (analyse), en synthese vormen
• Empirisch onderzoek (→ meerdere malen in de werkelijkheid, en door anderen herhaalbaar)
→ enquête,…
Wat is sociologie?
→ systematische (volgens een wetenschappelijke methode = gestructureerd, transparant,
ethisch, reproduceerbaar) studie van de gemeenschap en de relaties tussen
mensen/groepen (vooral enquêtes en observaties)
Waarom filo en socio
- Mens begrijpen in doen en handelen
- Omgeving begrijpen
- Gedrag, gemeenschappen en culturen
- Interdisciplinair kunnen werken (uit ander perspectief kijken)
Wat hebben filo en socio gemeen
- Bekijken leven en gedrag mensen: filo → normatief (voorschrijvend) socio → descriptief
- Gebruiken gelijke methodes
1
,Jef Monsieur Filosofie
Sociologie
Filosofie & sociologie
Auguste Comte
= filosoof en vader sociologie → eind 19de eeuw (filosofie bestond al 2000 jaar)
Sociologie = Ontdekken van regelmaat in gedrag, een regelmaat die de onveranderlijkheid van
een natuurwet heeft, dat is van belang, niet het zoeken oorsprong, bestemming en bedoeling.
→ Deze kennis vertrekt van waarneembare feiten
Positivisme = we moeten vertrekken vanuit wat gegeven is
- Wat gegeven is = de zintuiglijke werkelijkheid = de empirie
- “Elke wetenschap moet empirisch zijn” OBJECTIVITEIT
= Voor Comte een Pleonasme (= overbodige bijstelling)
Demarcatieproblematiek:
- Wat is wetenschap, waar trek je de lijn?
Comte als filosoof
- Filosofie van de wetenschap, taak van de filosofie om wetenschappen te onderzoeken
omdat het de enige geldige kennis is,
→ uit deze wetenschapsfilosofie
→ NEOPOSITIVISME (na 1900) = start moderne wetenschapsfilosofie
Wet van 3 fasen:
→ in elke gemeenschap evolueert kennis in 3 stappen
1) Theologisch stadium (god) daaruit werkelijkheid verklaren
2) metafysische verklaringen = bovenzintuiglijke krachten
3) Positieve stadium → uit metingen: wetten “verklaren”
Hiërarchie van de wetenschappen
Sociologie staat boven andere wetenschappen
1) Basis = natuurkunde → natuur
2) Daarboven biologie bouwen → biosfeer
3) De sociologie vormt het sluitstuk → maatschappij
• Sociale fysica, fysicalisme = alles verklaren naar dieper niveau uiteindelijk natuurkunde
• Elke studie kan worden gereduceerd tot getallen (voorwaarde voor wetenschap
• Natuurkundige principes: sociologen moeten wetten die de maatschappij vormen
ontdekken
Social engineering
1. Situatie beschrijven uit parameters (inkomen, druggebruik, …)
2. Een wetmatigheid construeren (onder dat inkomen,…) = CONTROLE
3. Een voorspelling van gedrag maken (dakloos,…)
2
, Jef Monsieur Filosofie
Sociologie
Filosofie & sociologie
Religie der mensheid
→ religie nodig om maatschappij te structuren (stabiliteit)
• Wetten alleen zijn niet efficiënt,
• religie ook niet want te godsdienstig → staan de ontwikkeling tot positieve fase in de weg
→ DUS, nieuwe religie gebaseerd op humanistische waarden en wetenschappelijk inzicht
Religie der mensheid (Brazilië - 1890)
- niet op basis van het transcendente
- aanbidding mensheid en mens om zo het goede na te streven
doel: samenbrengen mensen, ethisch kader aanbieden
Orde en vooruitgang:
- sociale orde en vooruitgang in evenwicht (contradictorisch)
- sociale dynamica en sociale statica (→ natuurkunde)
• dynamica = studie van maatschappelijke evolutie.
• statica = studie van instituten en structuren die een gemeenschap stabiel
houden en voor sociale orde zorgen. (scholen)
Neopositivisme, begin 20e eeuw
= logisch positivisme of logisch empirisme
→ filo stroming met grote invloed op hedendaags wetenschappelijk denken
• verificatietheorie (L. Wittgenstein) ↘
• falsificatietheorie (K. Popper) → samen: Weense Cirkel
• confirmatietheorie (R. Carnap) ↗
→ doen aan normatieve wetenschapsfilosofie = schrijven voor hoe wetenschappers te
werk moeten gaan
1. Verificatietheorie:
- Basis neopositivisme
- “Betrouwbare kennis kan enkel gebaseerd zijn op feiten”
→ propositielogica: kennis bestaat slechts uit proposities (=uitdrukkingen) die
enkelvoudig of logisch samengesteld zijn.
Voorbeeld: temperatuur bedraagt 12° → enkelvoudig
Temperatuur bedraagt (q) 12° EN vochtigheid is 42% (r) → EN = logisch operator
q&r is waar als q waar is, en r waar is
Wanneer is een enkelvoudige propositie waar → rechtstreeks vast te stellen = verifiëren
→ dmv propositielogica kan je de waarheid nagaan van complexe uitspraken
*wetenschappelijke uitspraken kunnen onwaar blijken (wat ze niet minder
wetenschappelijk maakt)
3