1. INLEIDING
Doelstellingen van het vak:
- Verder bouwen op bestuursrecht
- Omgevingsrecht: leefomgeving (ruimtelijkeordeningsrecht en milieurecht)
- Materies voor allround jurist (duurzame ontwikkeling, onteigening, gewestplan,
omgevingsvergunning, …)
- Teaser voor latere specialisatie
Evoluties in het vak:
- Ruimtelijk bestuursrecht bestaat sinds 2005-06 als verplicht vak
- Sinds 2014-15 wat meer nadruk op milieurecht, wat minder ruimtelijke
ordeningsrecht → naam omgevingsrecht
- Sinds 2019-20 meer nadruk functie omgevingsrecht voor een duurzame
ontwikkeling (leerlijn duurzame ontwikkeling, wat meer beschouwend dan
beschrijvend)
- Sinds 2021-22 vak bestuurs- en omgevingsrecht (zonder reductie van beide
vakken !)
Onderwijsmethode
- Hoorcolleges
- Verduidelijking bij leerstof (spreektaal vs. uitgetypte cursus/handboek),
actualisering (handboek van voorjaar 2025), enkele keren een (grote)
uitbreiding
- Concretisering en illustratie (o.m. tonen van documentatie)
- Interactie via ‘case-method’ onderwijs (met gebruik van Wooclap quizzen)
- Eventueel ook (wat) zelfstudie
Evaluatie
- Één schriftelijk examen voor het vak bestuurs- en omgevingsrecht (geomatica
studenten: apart schriftelijk examen, enkel omgevingsrecht uiteraard, met wat
andere klemtonen)
- Open vragen (m.i.v. mogelijks ja/neen vragen met motivering), gebruik van
wetgeving is toegelaten
- Kan bij omgevingsrecht zijn: theorie; oefening; met tekst, vonnis, arrest, …
(~ Wooclap quizzen)
Hulpmiddelen
- Lessen, m.i.v. Wooclap-quizzen
- Vragen om uitleg (bij voorkeur niet via e-mail) (pauze les, afspraak maken of
gewoon langskomen – of bij assistent )
1
, - Handboek Omgevingsrecht in essentie 2025 (te kennen: opgegeven
randnummers + slides + les), verspreid via VRG
- Slides, worden gevolgd in de les, via Ufora
- Later voorbeeldvragen via Ufora
- Opmerking: recentste versie van wetgeving …
1.1 Omgevingsrecht en het recht
Omgevingsrecht: situering in het recht
̶ Vooral bestuursrecht maar niet alleen: dwarsdoorsnede van het recht →
zelfstandige rechtstak maar bestaat nog veel uit bestuursrecht
‒ Vergunningsplicht om te bouwen enz., aansprakelijkheid voor
milieuschade, ecofiscaliteit, …
̶ Toenemende invloed op het privaatrecht
‒ bv. bodemattest bij verkoop van een onroerend goed
Omgevingsrecht
= milieurecht en ruimtelijk bestuursrecht
Milieubeleid Ruimtelijke ordening Beleid inzake onroerend
erfgoed
Milieuhygiëne: = beleid met betrekking tot Monumenten,
Bestrijding van het ontplooien van landschappen,
verontreiniging menselijke activiteit op de archeologisch
grond patrimonium enz.
Milieubeheer:
- menselijke
Beheer natuurlijke activiteiten ordenen
rijkdommen (bodem, - bestemming van
water, enz.) ruimte
Natuurbehoud: - toekenning van
Behoud natuurgebieden, functies van
wilde flora en fauna, gebieden, zoals
landschapszorg wonen, landbouw,
industrie)
Geel: landbouw
Rood: wonen
Paars: industrie
2
,Energierecht
= regulering mbt productie van energie, transport, verbruik van energie
- Omwenteling van fossiele brandstoffen (aardolie, aardgas) naar herbruikbare
energie (zonne-energie, windenergie)
!! Verschillende rechtstakken komen in conflict met elkaar
- Bv. om windmolenpark te zetten kom je vaak in conflict met natuur (niet zetten
waar mensen wonen, open ruimte maar daar zitten zeldzame vogelsoorten)
Ontwikkeling van het milieurecht en ruimtelijk ordeningsrecht in België
1. Ad hoc benadering in het ‘milieubeleid’: exploitatievergunning, …
= er doet zich iets voor en nadien wordt erop gereageerd door het beleid met een
wet
Bv. 1976 in Italië: door giftige stoffen die tot een ontploffing leidde waren er
10 000 doden → dit heeft geleid tot nieuwe wetgeving (ad hoc)
2. Sectorale benadering in milieubeleid vanaf 1970:
Aparte wetten voor verschillende milieucompartimenten (oppervlaktewater,
lucht, bodem, grondwater, afval, natuur, …)
Geen samenhang tussen wetten: bv. bedrijven hadden op een bepaalde tijd 17
wetten nodig om activiteiten te kunnen starten, maar handhaving was zeer slecht
dus veel bedrijven deden dit niet
3. Ruimtelijke ordening ook apart:
Begin met Stedenbouwwet van 1962 (bouwvergunning, planning)
Totstandkoming van gewestplannen
Voor het eerst sprake van een gebiedsdekkende ruimtelijke planning
4. Staatshervorming: grotendeels gewestelijke bevoegdheid
Dit kwam omdat Vlaanderen milieu minded was en een eigen strengere
wetgeving wou op vlak van milieu. Wallonië daartegen over wou dit niet. Dit
stuitte op onenigheid, waardoor er een staatshervorming moest komen.
5. Milieubeleid sterk internationaal en Europees beïnvloed
Richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, natuur, waterzuivering, klimaat, … moet
worden omgezet maar de ruimtelijke ordening niet (dat is geen EU bevoegdheid)
→ onderzoek wijst uit: 90 % van de milieumaatregelen wordt internationaal of
door de EU beïnvloed; 70 % van de milieumaatregelen wordt door EU beïnvloed
6. Tendens naar integratie en codificatie in het milieurecht sinds eind jaren 1980
Idee: als bedrijven willen voldoen aan milieuwetgeving is dat moeilijk omwille
van: veel administratieve lasten, inefficiëntie, veel vergunningen aangaan
DUS verspreidde wetgeving is niet effectief: het doel wordt niet bereikt/ nageleefd
3
, → goedkoper om wetgeving niet na te leven en geldboete te riskeren dan
wetgeving wel na te leven
Nieuwe tendens: wetgeving vereenvoudigen, codificeren, integreren
= het samenbrengen van rechtsnormen die samen horen in 1 wetgeving
bv. in Vlaanderen:
a. Integratie van exploitatie- en lozingsvergunning in milieuvergunning in 1985
Doel: milieurecht effectiever maken
b. Invloed werkstukken van professoren → Decreet algemene bepalingen
milieubeleid (DABM) in 1995 (systematisch opgebouwd)
Vlaamse beleidsmakers hadden de bevoegdheid gekregen ivm
staatshervorming en wilde er iets mee doen maar ze hadden niet de kennis
dus gaven ze de opdracht aan professoren
Codificatie niet volledig gelukt (geen uniforme milieuwetgeving): ambtenaren die
niet wilden meewerken die liever oude wetgeving behouden
7. Tendens naar integratie en codificatie in het milieurecht en ruimtelijke
ordeningsrecht sinds begin 21e eeuw
bv. in Vlaanderen
a. Integratie van stedenbouwkundige en milieuvergunning in
omgevingsvergunning in 2014 → op deze manier hoeven bedrijven in de
toekomst nog maar 1 vergunning meer aan te vragen om een hinderlijke
inrichting (chemisch bedrijf, metaalfabriek, veeteeltbedrijf) te kunnen
bouwen en exploiteren
b. Nieuwe term overgewaaid uit Nederland: omgevingsrecht omvat
milieurecht en ruimtelijke ordeningsrecht
c. In andere talen vaak maar één woord voor milieu en omgeving (bv. Engels:
‘environment’)
8. Terugdringen van administratieve lasten staat ook centraal
a. Fancy termen: ‘smarter regulation’ , ‘better regulation’, ‘fitness check’
b. Gevaar: sommige politici willen onder dit mom milieubeleid afzwakken
9. Bij de vorige Europese Commissie (2019): groene ambities EU: Green Deal,
klimaatneutraal tegen 2050…
Bij de nieuwe Europese Commissie (2025): nadruk op competitiviteit van de
ondernemingen, vereenvoudiging; mogelijke afzwakking
Milieurecht en ruimtelijke ordeningsrecht als vakgebied
̶ Jonge rechtstakken waarbij instrumentele functie van het recht centraal staat
(recht als middel om een beleid te voeren)
̶ Eigen systematiek en instrumenten (beginselen, kwaliteitsnormen,
emissienormen, milieueffectrapportage, productnormen, afstandsregels, …)
̶ Belangrijk voor welzijn en voor economie
4
,̶ Belangrijk deel van het bestuursrecht voor de rechtspraktijk
bv. in Vlaanderen
‒ Handboeken/Boeken
– o.m. jaarlijks Milieuzakboekje, Zakboekje Ruimtelijke ordening
‒ Tijdschriften: TMR, TROS, MER, TOO, STORM
̶ Bevoegdheidsverdeling: gewesten bevoegd behalve voor …
̶ Administratieve organisatie
‒ Minister omgeving = Jo Broens
‒ Officiële organen → minister heeft daar niet veel zeggenschap over,
heeft een eigen directeur en bestuur (grote onafhankelijkheid)
– Adviesraden: milieuorganisaties, werknemersorganisaties,
boerenbond, ambtenaren
– Beleidsraden: ambtenaren
– Ambtenarij: bv. agentschap voor Natuur en Bos → minister heeft
daar wel nog veel zeggenschap over
̶ = ondergeschikt
̶ >< NL: daar hebben ambtenaren meer te zeggen dan de
minister
5
,Enkele dingen uit (algemeen) bestuursrecht om goed te onthouden
Formele vs. materiële motivering bij individuele besluiten
Formeel Materieel
In de beslissing zelf In het dossier volstaat
Rechtsbescherming tegen besluiten
Administratief beroep Jurisdictioneel beroep
Bij de overheid Bij de rechter
Legaliteits- en opportuniteitstoetsing Alleen legaliteitstoetsing
Nieuwe beslissing door beroepsinstantie In geval van vernietiging moet de overheid
een nieuwe beslissing nemen
Bij Raad van State
TENZIJ wet of decreetgever anders
rechtscollege bevoegd maakt
- Vaak: de Raad voor
Vergunningsbetwistingen
- In dat geval is de RvS
cassatierechter
Exceptie van onwettigheid (art. 159 Gw)
̶ Rechter laat onwettige besluiten buiten toepassing
̶ Raad van State: enkel onwettige verordenende besluiten …
6
,2. MILIEU, RUIMTE, BELEID EN RECHT
2.1 Nood aan beleid
2.1.1 Toenemende aantasting door de mens
Voor de mens op aarde kwam, bestond alleen de natuur. De mens heeft de natuur
echter veranderd: hij heeft huizen en steden gebouwd, wegen aangelegd enz.
Natuurlijke gebieden, in de zin van niet door de mens beïnvloed, treft men in Europa
bijna niet meer aan.
De leefomgeving van de mensen duidt men tegenwoordig aan met de term milieu.
De evolutie in de relatie van de mens en de natuur of het milieu kan als volgt worden
getypeerd:
̶ Van aanpassing van de mens aan de natuur (nomadische samenleving): in de
prehistorie paste de mens zich namelijk aan aan zijn omgeving → hij jaagde en
verzamelde vruchten
̶ Over onderwerping van de natuur aan de mens (in de landbouwsamenleving):
om aan landbouw te doen moesten ze bossen kappen
̶ Tot verstoring van het milieu of de leefomgeving door de mens (sinds de
Industriële Revolutie)
De mens tast de natuur aan:
̶ Verontreiniging (technologische evolutie)
̶ Landbouw (grote machines)
Door de hoge bevolkingsdichtheid wordt de beschikbare ruimte als maar kleiner.
Natuurgebieden geraken versnipperd, landschappen gedegradeerd. De ontwikkelingen
gaan zo snel dat vele wilde dier- en plantensoorten zich niet meer kunnen aanpassen en
uiteindelijk uitsterven.
2.1.2 Nadelig juridisch statuut van het milieu
Hoe komt het dat de mens zo een vernietigende invloed uitoefent op zijn eigen
omgeving?
Als mens willen we een bestaan opbouwen en geld verdienen: wanneer het iets nadeligs
oplevert dat wordt afgereageerd op de gemeenschap gaat de mens dat niet
tegenhouden.
In het begin wordt het nadeel niet gevoeld, maar op het einde wordt het voelbaar (en dan
is het veel te laat).
Tragedy of the commons:
̶ Bv. file: je koopt een auto en gaat zo naar werk
7
, ‒ Voordeel want openbaar vervoer kan tegenvallen
‒ Autostrade (= gemene weide): op een gegeven moment geraken die vol
‒ Probleem oplossen door niks te doen: laat mensen in de file staan
zodat ze volgende keer de auto niet gebruiken → PROBLEEM: dit doen
wij niet: we willen altijd maar wegen bijbouwen
̶ Bv. herdersgemeenschap houdt schapen op een gemeenschappelijke weide
‒ Op een gegeven moment zegt 1 van hen ik wil een schaap meer, buur
doet dat ook
‒ Winst is voor het individu
‒ De gemene weide is over begraast en biedt geen gras meer waardoor
schapenteelt verloren gaat → verlies is voor gemeenschap
̶ Bv. bouwen aan de kust: duinen = private eigendom – strand =
gemeenschappelijke eigendom
‒ Als er geen beleid, wetgeving is dan gaan mensen daar willen bouwen
als ze het geld hebben
‒ Nadeel: milieu, landschepsverstoring, slecht voor natuur, slecht voor
overstromingen/ stormen (duinen zijn natuurlijke buffers die
overstromingen tegenhouden)
‒ Als je daar als eigenaar gaat bouwen moet je niet betalen voor het
nadeel
Dit proberen tegengaan door nadelen die er zijn voor de gemeenschap van een bepaald
product verdisconteren bij de producent of consument
̶ We doen dit soms bij de consument: bv. roken → we weten dat het ongezond is
dus er worden taksen opgelegd
̶ De gemeenschappelijke kost = ziekten die ontstaan die samenhangen
waarvoor we belastingen betalen
̶ Als mensen bewust een risico nemen dat mogelijks een ziekte ontstaan of
overlijden dan kan je prijskaartje geven
De meeste natuurlijke rijkdommen (stromend water, lucht, wilde dieren) zijn zaken
waarvan het gebruik gemeen is. Andere natuurlijke rijkdommen (grond en wilde planten)
hebben wel een eigenaar.
Lange tijd lag verantwoordelijkheid voor het milieu uitsluitend bij de overheid: art. 544 en
714 oud BW
̶ Art. 714 oud BW: “Er zijn zaken die aan niemand toebehoren en waarvan het
gebruik aan allen gemeen is. Politiewetten bepalen hoe het genot daarvan
geregeld wordt.”
‒ Bv. gemene goederen zijn voor iedereen dat betekent ook dat fabriek
zijn vuile stoffen mag uitloodsen maar wel wetten naleven →
verantwoordelijkheid voor milieu ligt zo altijd bij de overheid: overheid
8
, moet maar komen met wetgeving om scherpe kantjes van tragedy of
the commons te ontwijken
̶ Art. 544 oud BW: “Eigendom is het recht om op de meest volstrekte wijze van
een zaak het genot te hebben en daarover te beschikken, mits men er geen
gebruik van maakt dat strijdig is met de wetten en de verordeningen.”
MAAR nieuw BW brengt verbetering: art. 3.50 nieuw BW (niet meer “op de meest
volstrekte wijze”); art. 3.43 nieuw BW (gebruik van gemene goederen “in het algemeen
belang, met inbegrip van het belang van toekomstige generaties”); art. 3.39 nieuw BW
(“dieren hebben een gevoelsvermogen en hebben biologische noden”) (in werking sinds
1 september 2021)
̶ Bij gemene goederen staat er dat ze gebruikt moeten worden in het algemeen
belang met inbegrip van belang van toekomstige generaties
̶ Eigendomsrecht dieren: vroeger juridisch behandeld als een voorwerp --> nu:
dieren hebben gevoelsvermogen en biologische noden en eigen regels voor
(dierenbeschermingswet)
2.1.3 Milieubeleid, ruimtelijke ordening… zijn nodig!
DUS
1. Milieubeleid ontwikkelen
̶ Inzicht mens in werking natuur gegroeid en houding ten opzichte van milieu
gewijzigd
‒ Milieubescherming is nodig
‒ Juridische statuut van het milieu kon aantasting niet tegenhouden
̶ Doel: milieu in positieve zin beïnvloeden + nadelige beïnvloedingen
voorkomen, beperken, herstellen
2. Ruimtelijke ordening
̶ Dichtbevolkte streken: ruimte is een schaars goed geworden + niet alle
functies van ruimte zijn met elkaar verenigbaar
‒ Met ruimte zuinig omspringen + ruimtegebruik plannen
̶ Nodig voor een efficiënt ruimtegebruik en om diverse gebruiksfuncties
verenigbaar te maken
2.1.4 Legitimatie van het omgevingsbeleid
Vroeger: wetgever verwees al bij de natuurlijke rijkdommen naar uit te vaardigen
wetgeving
9
, ̶ Art. 544 oud BW en art. 714 oud BW: legitimatie kon worden gevonden voor de
ruimtelijke ordening, het milieubeleid…
Nu: art. 3.50 en 3.43 (en 3.39) nieuw BW verwijzen naar regulerend optreden van de
overheid t.a.v. eigendom, gemene zaken en dieren
Art. 23, 4° Grondwet: recht op bescherming gezond leefmilieu (als sociaaleconomisch
grondrecht)
̶ Art. 23, 4° Grondwet: “Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de ordonnantie, rekening houdend
met de overeenkomstige plichten, de economische, culturele en sociale
rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen. Die rechten
omvatten inzonderheid: (…) 4° het recht op de bescherming van een gezond
leefmilieu; (…)”
‒ Sociaaleconomisch grondrecht: verleent een aanspraak op
overheidsoptreden ten voordele van het milieu
‒ Betekent ook dat je als burger de plicht hebt om bij te dragen tot een
goed leefmilieu
Art. 7bis GW: streven naar een duurzame ontwikkeling (zie hieronder)
̶ Art 7bis GW: “Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven
de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten de doelstellingen na
van een duurzame ontwikkeling in haar sociale, economische en
milieugebonden aspecten, rekening houdend met solidariteit tussen de
generaties”
‒ Duurzame ontwikkeling = een ontwikkeling die voorziet in de behoeften
van de huidige generatie zonder de mogelijkheden in gevaar te brengen
voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien
Sociale verzorgingsstaat
Overheid is niet enkel een soort scheidsrechter die in het economisch leven hier en daar
optreedt, de overheid probeert ook burgers te beschermen.
2.2 Streven naar een duurzame ontwikkeling
Begrip: ontwikkeling die voorziet in behoeften van de huidige generatie zonder de
mogelijkheden in gevaar te brengen voor toekomstige generaties om in hun behoeften te
voorzien
̶ Streven naar altijd maar groeien: we groeien in West-Europa, Oost-Amerika
maar in derdenwereld niet (ten nadele van toekomstige generaties)
10
Doelstellingen van het vak:
- Verder bouwen op bestuursrecht
- Omgevingsrecht: leefomgeving (ruimtelijkeordeningsrecht en milieurecht)
- Materies voor allround jurist (duurzame ontwikkeling, onteigening, gewestplan,
omgevingsvergunning, …)
- Teaser voor latere specialisatie
Evoluties in het vak:
- Ruimtelijk bestuursrecht bestaat sinds 2005-06 als verplicht vak
- Sinds 2014-15 wat meer nadruk op milieurecht, wat minder ruimtelijke
ordeningsrecht → naam omgevingsrecht
- Sinds 2019-20 meer nadruk functie omgevingsrecht voor een duurzame
ontwikkeling (leerlijn duurzame ontwikkeling, wat meer beschouwend dan
beschrijvend)
- Sinds 2021-22 vak bestuurs- en omgevingsrecht (zonder reductie van beide
vakken !)
Onderwijsmethode
- Hoorcolleges
- Verduidelijking bij leerstof (spreektaal vs. uitgetypte cursus/handboek),
actualisering (handboek van voorjaar 2025), enkele keren een (grote)
uitbreiding
- Concretisering en illustratie (o.m. tonen van documentatie)
- Interactie via ‘case-method’ onderwijs (met gebruik van Wooclap quizzen)
- Eventueel ook (wat) zelfstudie
Evaluatie
- Één schriftelijk examen voor het vak bestuurs- en omgevingsrecht (geomatica
studenten: apart schriftelijk examen, enkel omgevingsrecht uiteraard, met wat
andere klemtonen)
- Open vragen (m.i.v. mogelijks ja/neen vragen met motivering), gebruik van
wetgeving is toegelaten
- Kan bij omgevingsrecht zijn: theorie; oefening; met tekst, vonnis, arrest, …
(~ Wooclap quizzen)
Hulpmiddelen
- Lessen, m.i.v. Wooclap-quizzen
- Vragen om uitleg (bij voorkeur niet via e-mail) (pauze les, afspraak maken of
gewoon langskomen – of bij assistent )
1
, - Handboek Omgevingsrecht in essentie 2025 (te kennen: opgegeven
randnummers + slides + les), verspreid via VRG
- Slides, worden gevolgd in de les, via Ufora
- Later voorbeeldvragen via Ufora
- Opmerking: recentste versie van wetgeving …
1.1 Omgevingsrecht en het recht
Omgevingsrecht: situering in het recht
̶ Vooral bestuursrecht maar niet alleen: dwarsdoorsnede van het recht →
zelfstandige rechtstak maar bestaat nog veel uit bestuursrecht
‒ Vergunningsplicht om te bouwen enz., aansprakelijkheid voor
milieuschade, ecofiscaliteit, …
̶ Toenemende invloed op het privaatrecht
‒ bv. bodemattest bij verkoop van een onroerend goed
Omgevingsrecht
= milieurecht en ruimtelijk bestuursrecht
Milieubeleid Ruimtelijke ordening Beleid inzake onroerend
erfgoed
Milieuhygiëne: = beleid met betrekking tot Monumenten,
Bestrijding van het ontplooien van landschappen,
verontreiniging menselijke activiteit op de archeologisch
grond patrimonium enz.
Milieubeheer:
- menselijke
Beheer natuurlijke activiteiten ordenen
rijkdommen (bodem, - bestemming van
water, enz.) ruimte
Natuurbehoud: - toekenning van
Behoud natuurgebieden, functies van
wilde flora en fauna, gebieden, zoals
landschapszorg wonen, landbouw,
industrie)
Geel: landbouw
Rood: wonen
Paars: industrie
2
,Energierecht
= regulering mbt productie van energie, transport, verbruik van energie
- Omwenteling van fossiele brandstoffen (aardolie, aardgas) naar herbruikbare
energie (zonne-energie, windenergie)
!! Verschillende rechtstakken komen in conflict met elkaar
- Bv. om windmolenpark te zetten kom je vaak in conflict met natuur (niet zetten
waar mensen wonen, open ruimte maar daar zitten zeldzame vogelsoorten)
Ontwikkeling van het milieurecht en ruimtelijk ordeningsrecht in België
1. Ad hoc benadering in het ‘milieubeleid’: exploitatievergunning, …
= er doet zich iets voor en nadien wordt erop gereageerd door het beleid met een
wet
Bv. 1976 in Italië: door giftige stoffen die tot een ontploffing leidde waren er
10 000 doden → dit heeft geleid tot nieuwe wetgeving (ad hoc)
2. Sectorale benadering in milieubeleid vanaf 1970:
Aparte wetten voor verschillende milieucompartimenten (oppervlaktewater,
lucht, bodem, grondwater, afval, natuur, …)
Geen samenhang tussen wetten: bv. bedrijven hadden op een bepaalde tijd 17
wetten nodig om activiteiten te kunnen starten, maar handhaving was zeer slecht
dus veel bedrijven deden dit niet
3. Ruimtelijke ordening ook apart:
Begin met Stedenbouwwet van 1962 (bouwvergunning, planning)
Totstandkoming van gewestplannen
Voor het eerst sprake van een gebiedsdekkende ruimtelijke planning
4. Staatshervorming: grotendeels gewestelijke bevoegdheid
Dit kwam omdat Vlaanderen milieu minded was en een eigen strengere
wetgeving wou op vlak van milieu. Wallonië daartegen over wou dit niet. Dit
stuitte op onenigheid, waardoor er een staatshervorming moest komen.
5. Milieubeleid sterk internationaal en Europees beïnvloed
Richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, natuur, waterzuivering, klimaat, … moet
worden omgezet maar de ruimtelijke ordening niet (dat is geen EU bevoegdheid)
→ onderzoek wijst uit: 90 % van de milieumaatregelen wordt internationaal of
door de EU beïnvloed; 70 % van de milieumaatregelen wordt door EU beïnvloed
6. Tendens naar integratie en codificatie in het milieurecht sinds eind jaren 1980
Idee: als bedrijven willen voldoen aan milieuwetgeving is dat moeilijk omwille
van: veel administratieve lasten, inefficiëntie, veel vergunningen aangaan
DUS verspreidde wetgeving is niet effectief: het doel wordt niet bereikt/ nageleefd
3
, → goedkoper om wetgeving niet na te leven en geldboete te riskeren dan
wetgeving wel na te leven
Nieuwe tendens: wetgeving vereenvoudigen, codificeren, integreren
= het samenbrengen van rechtsnormen die samen horen in 1 wetgeving
bv. in Vlaanderen:
a. Integratie van exploitatie- en lozingsvergunning in milieuvergunning in 1985
Doel: milieurecht effectiever maken
b. Invloed werkstukken van professoren → Decreet algemene bepalingen
milieubeleid (DABM) in 1995 (systematisch opgebouwd)
Vlaamse beleidsmakers hadden de bevoegdheid gekregen ivm
staatshervorming en wilde er iets mee doen maar ze hadden niet de kennis
dus gaven ze de opdracht aan professoren
Codificatie niet volledig gelukt (geen uniforme milieuwetgeving): ambtenaren die
niet wilden meewerken die liever oude wetgeving behouden
7. Tendens naar integratie en codificatie in het milieurecht en ruimtelijke
ordeningsrecht sinds begin 21e eeuw
bv. in Vlaanderen
a. Integratie van stedenbouwkundige en milieuvergunning in
omgevingsvergunning in 2014 → op deze manier hoeven bedrijven in de
toekomst nog maar 1 vergunning meer aan te vragen om een hinderlijke
inrichting (chemisch bedrijf, metaalfabriek, veeteeltbedrijf) te kunnen
bouwen en exploiteren
b. Nieuwe term overgewaaid uit Nederland: omgevingsrecht omvat
milieurecht en ruimtelijke ordeningsrecht
c. In andere talen vaak maar één woord voor milieu en omgeving (bv. Engels:
‘environment’)
8. Terugdringen van administratieve lasten staat ook centraal
a. Fancy termen: ‘smarter regulation’ , ‘better regulation’, ‘fitness check’
b. Gevaar: sommige politici willen onder dit mom milieubeleid afzwakken
9. Bij de vorige Europese Commissie (2019): groene ambities EU: Green Deal,
klimaatneutraal tegen 2050…
Bij de nieuwe Europese Commissie (2025): nadruk op competitiviteit van de
ondernemingen, vereenvoudiging; mogelijke afzwakking
Milieurecht en ruimtelijke ordeningsrecht als vakgebied
̶ Jonge rechtstakken waarbij instrumentele functie van het recht centraal staat
(recht als middel om een beleid te voeren)
̶ Eigen systematiek en instrumenten (beginselen, kwaliteitsnormen,
emissienormen, milieueffectrapportage, productnormen, afstandsregels, …)
̶ Belangrijk voor welzijn en voor economie
4
,̶ Belangrijk deel van het bestuursrecht voor de rechtspraktijk
bv. in Vlaanderen
‒ Handboeken/Boeken
– o.m. jaarlijks Milieuzakboekje, Zakboekje Ruimtelijke ordening
‒ Tijdschriften: TMR, TROS, MER, TOO, STORM
̶ Bevoegdheidsverdeling: gewesten bevoegd behalve voor …
̶ Administratieve organisatie
‒ Minister omgeving = Jo Broens
‒ Officiële organen → minister heeft daar niet veel zeggenschap over,
heeft een eigen directeur en bestuur (grote onafhankelijkheid)
– Adviesraden: milieuorganisaties, werknemersorganisaties,
boerenbond, ambtenaren
– Beleidsraden: ambtenaren
– Ambtenarij: bv. agentschap voor Natuur en Bos → minister heeft
daar wel nog veel zeggenschap over
̶ = ondergeschikt
̶ >< NL: daar hebben ambtenaren meer te zeggen dan de
minister
5
,Enkele dingen uit (algemeen) bestuursrecht om goed te onthouden
Formele vs. materiële motivering bij individuele besluiten
Formeel Materieel
In de beslissing zelf In het dossier volstaat
Rechtsbescherming tegen besluiten
Administratief beroep Jurisdictioneel beroep
Bij de overheid Bij de rechter
Legaliteits- en opportuniteitstoetsing Alleen legaliteitstoetsing
Nieuwe beslissing door beroepsinstantie In geval van vernietiging moet de overheid
een nieuwe beslissing nemen
Bij Raad van State
TENZIJ wet of decreetgever anders
rechtscollege bevoegd maakt
- Vaak: de Raad voor
Vergunningsbetwistingen
- In dat geval is de RvS
cassatierechter
Exceptie van onwettigheid (art. 159 Gw)
̶ Rechter laat onwettige besluiten buiten toepassing
̶ Raad van State: enkel onwettige verordenende besluiten …
6
,2. MILIEU, RUIMTE, BELEID EN RECHT
2.1 Nood aan beleid
2.1.1 Toenemende aantasting door de mens
Voor de mens op aarde kwam, bestond alleen de natuur. De mens heeft de natuur
echter veranderd: hij heeft huizen en steden gebouwd, wegen aangelegd enz.
Natuurlijke gebieden, in de zin van niet door de mens beïnvloed, treft men in Europa
bijna niet meer aan.
De leefomgeving van de mensen duidt men tegenwoordig aan met de term milieu.
De evolutie in de relatie van de mens en de natuur of het milieu kan als volgt worden
getypeerd:
̶ Van aanpassing van de mens aan de natuur (nomadische samenleving): in de
prehistorie paste de mens zich namelijk aan aan zijn omgeving → hij jaagde en
verzamelde vruchten
̶ Over onderwerping van de natuur aan de mens (in de landbouwsamenleving):
om aan landbouw te doen moesten ze bossen kappen
̶ Tot verstoring van het milieu of de leefomgeving door de mens (sinds de
Industriële Revolutie)
De mens tast de natuur aan:
̶ Verontreiniging (technologische evolutie)
̶ Landbouw (grote machines)
Door de hoge bevolkingsdichtheid wordt de beschikbare ruimte als maar kleiner.
Natuurgebieden geraken versnipperd, landschappen gedegradeerd. De ontwikkelingen
gaan zo snel dat vele wilde dier- en plantensoorten zich niet meer kunnen aanpassen en
uiteindelijk uitsterven.
2.1.2 Nadelig juridisch statuut van het milieu
Hoe komt het dat de mens zo een vernietigende invloed uitoefent op zijn eigen
omgeving?
Als mens willen we een bestaan opbouwen en geld verdienen: wanneer het iets nadeligs
oplevert dat wordt afgereageerd op de gemeenschap gaat de mens dat niet
tegenhouden.
In het begin wordt het nadeel niet gevoeld, maar op het einde wordt het voelbaar (en dan
is het veel te laat).
Tragedy of the commons:
̶ Bv. file: je koopt een auto en gaat zo naar werk
7
, ‒ Voordeel want openbaar vervoer kan tegenvallen
‒ Autostrade (= gemene weide): op een gegeven moment geraken die vol
‒ Probleem oplossen door niks te doen: laat mensen in de file staan
zodat ze volgende keer de auto niet gebruiken → PROBLEEM: dit doen
wij niet: we willen altijd maar wegen bijbouwen
̶ Bv. herdersgemeenschap houdt schapen op een gemeenschappelijke weide
‒ Op een gegeven moment zegt 1 van hen ik wil een schaap meer, buur
doet dat ook
‒ Winst is voor het individu
‒ De gemene weide is over begraast en biedt geen gras meer waardoor
schapenteelt verloren gaat → verlies is voor gemeenschap
̶ Bv. bouwen aan de kust: duinen = private eigendom – strand =
gemeenschappelijke eigendom
‒ Als er geen beleid, wetgeving is dan gaan mensen daar willen bouwen
als ze het geld hebben
‒ Nadeel: milieu, landschepsverstoring, slecht voor natuur, slecht voor
overstromingen/ stormen (duinen zijn natuurlijke buffers die
overstromingen tegenhouden)
‒ Als je daar als eigenaar gaat bouwen moet je niet betalen voor het
nadeel
Dit proberen tegengaan door nadelen die er zijn voor de gemeenschap van een bepaald
product verdisconteren bij de producent of consument
̶ We doen dit soms bij de consument: bv. roken → we weten dat het ongezond is
dus er worden taksen opgelegd
̶ De gemeenschappelijke kost = ziekten die ontstaan die samenhangen
waarvoor we belastingen betalen
̶ Als mensen bewust een risico nemen dat mogelijks een ziekte ontstaan of
overlijden dan kan je prijskaartje geven
De meeste natuurlijke rijkdommen (stromend water, lucht, wilde dieren) zijn zaken
waarvan het gebruik gemeen is. Andere natuurlijke rijkdommen (grond en wilde planten)
hebben wel een eigenaar.
Lange tijd lag verantwoordelijkheid voor het milieu uitsluitend bij de overheid: art. 544 en
714 oud BW
̶ Art. 714 oud BW: “Er zijn zaken die aan niemand toebehoren en waarvan het
gebruik aan allen gemeen is. Politiewetten bepalen hoe het genot daarvan
geregeld wordt.”
‒ Bv. gemene goederen zijn voor iedereen dat betekent ook dat fabriek
zijn vuile stoffen mag uitloodsen maar wel wetten naleven →
verantwoordelijkheid voor milieu ligt zo altijd bij de overheid: overheid
8
, moet maar komen met wetgeving om scherpe kantjes van tragedy of
the commons te ontwijken
̶ Art. 544 oud BW: “Eigendom is het recht om op de meest volstrekte wijze van
een zaak het genot te hebben en daarover te beschikken, mits men er geen
gebruik van maakt dat strijdig is met de wetten en de verordeningen.”
MAAR nieuw BW brengt verbetering: art. 3.50 nieuw BW (niet meer “op de meest
volstrekte wijze”); art. 3.43 nieuw BW (gebruik van gemene goederen “in het algemeen
belang, met inbegrip van het belang van toekomstige generaties”); art. 3.39 nieuw BW
(“dieren hebben een gevoelsvermogen en hebben biologische noden”) (in werking sinds
1 september 2021)
̶ Bij gemene goederen staat er dat ze gebruikt moeten worden in het algemeen
belang met inbegrip van belang van toekomstige generaties
̶ Eigendomsrecht dieren: vroeger juridisch behandeld als een voorwerp --> nu:
dieren hebben gevoelsvermogen en biologische noden en eigen regels voor
(dierenbeschermingswet)
2.1.3 Milieubeleid, ruimtelijke ordening… zijn nodig!
DUS
1. Milieubeleid ontwikkelen
̶ Inzicht mens in werking natuur gegroeid en houding ten opzichte van milieu
gewijzigd
‒ Milieubescherming is nodig
‒ Juridische statuut van het milieu kon aantasting niet tegenhouden
̶ Doel: milieu in positieve zin beïnvloeden + nadelige beïnvloedingen
voorkomen, beperken, herstellen
2. Ruimtelijke ordening
̶ Dichtbevolkte streken: ruimte is een schaars goed geworden + niet alle
functies van ruimte zijn met elkaar verenigbaar
‒ Met ruimte zuinig omspringen + ruimtegebruik plannen
̶ Nodig voor een efficiënt ruimtegebruik en om diverse gebruiksfuncties
verenigbaar te maken
2.1.4 Legitimatie van het omgevingsbeleid
Vroeger: wetgever verwees al bij de natuurlijke rijkdommen naar uit te vaardigen
wetgeving
9
, ̶ Art. 544 oud BW en art. 714 oud BW: legitimatie kon worden gevonden voor de
ruimtelijke ordening, het milieubeleid…
Nu: art. 3.50 en 3.43 (en 3.39) nieuw BW verwijzen naar regulerend optreden van de
overheid t.a.v. eigendom, gemene zaken en dieren
Art. 23, 4° Grondwet: recht op bescherming gezond leefmilieu (als sociaaleconomisch
grondrecht)
̶ Art. 23, 4° Grondwet: “Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de ordonnantie, rekening houdend
met de overeenkomstige plichten, de economische, culturele en sociale
rechten, waarvan ze de voorwaarden voor de uitoefening bepalen. Die rechten
omvatten inzonderheid: (…) 4° het recht op de bescherming van een gezond
leefmilieu; (…)”
‒ Sociaaleconomisch grondrecht: verleent een aanspraak op
overheidsoptreden ten voordele van het milieu
‒ Betekent ook dat je als burger de plicht hebt om bij te dragen tot een
goed leefmilieu
Art. 7bis GW: streven naar een duurzame ontwikkeling (zie hieronder)
̶ Art 7bis GW: “Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven
de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten de doelstellingen na
van een duurzame ontwikkeling in haar sociale, economische en
milieugebonden aspecten, rekening houdend met solidariteit tussen de
generaties”
‒ Duurzame ontwikkeling = een ontwikkeling die voorziet in de behoeften
van de huidige generatie zonder de mogelijkheden in gevaar te brengen
voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien
Sociale verzorgingsstaat
Overheid is niet enkel een soort scheidsrechter die in het economisch leven hier en daar
optreedt, de overheid probeert ook burgers te beschermen.
2.2 Streven naar een duurzame ontwikkeling
Begrip: ontwikkeling die voorziet in behoeften van de huidige generatie zonder de
mogelijkheden in gevaar te brengen voor toekomstige generaties om in hun behoeften te
voorzien
̶ Streven naar altijd maar groeien: we groeien in West-Europa, Oost-Amerika
maar in derdenwereld niet (ten nadele van toekomstige generaties)
10