1.Onderwerp en invalshoek
Enkele definities:
- ‘Economics is the study of economies.’
economics = economie als wetenschap
economies = het alledaagse economische gebeuren, keuzes maken, dingen wel of niet doen
- ‘The science which studies human behavior as a relationship between ends and
scarce means which have alternative uses.’
● ends and scarce means = schaarste ( beperkt inkomen, beperkt aantal talenten, …
)!! zorgt ervoor dat we keuzes moeten maken en we willen met onze middelen
doelen bereiken, we hebben beperkte middelen om de maatschappij gelukkig te
maken
bv. studeren, je besteed hier tijd en geld aan, het is een keuze, je kan dan niet gaan werken,
zonder schaarste moeten er geen keuzes gemaakt worden
-> economen zien inkomsten die verloren gaan als een (opportuniteits)kost, hebben een
pessimistische kijk
● we kunnen het domein veranderen en kijken naar grondstoffen, als we hierin beperkt
zijn hoe gaan we dit dan oplossen?
- ‘Economics is the study of how human beings coordinate their wants and desires,
given the decision-making mechanisms, social customs, and political realities of the
society.’
● wants and desires = door onze politieke realiteit, context, kunnen onze keuzes
beïnvloed worden bv. zeggen dat je gaat verder studeren, misschien woon je in een
stad waar dat vanzelfsprekend is
● we leven samen en als ik zaken beslis kan dit impact hebben op het maatschappelijk
resultaat van iemand anders bv. voor elke afstand de wagen nemen, je gaat dan
sneller files creëren
- ‘Political economy or economics is a study of mankind in the ordinary business of life;
it examines that part of the material requisites of wellbeing.’ (Alfred Marshall)
● material requisites of wellbeing = materiële zaken die we nodig hebben om een fijn
leven te hebben, wat kunnen individuelen doen om de welvaart te verhogen?
● economie is de uitkomst van alle individuele keuzes die gemaakt zijn, als we kijken
naar de maatschappelijke toestand en het bijsturen hiervan dan vereist de
maatschappij actie en zit je snel in het politieke luik
● we moeten niet stoppen bij het beschrijven van de toestand, we moeten zaken
bijsturen zodat bv. de werkloosheid daalt
→ Wat kunnen individuen en samenlevingen doen om welvarend te worden ?
Economie:
Positieve luik(2.)
- een wetenschap die de samenleving bestudeert
- als samenspel van de keuzes van mensen hierdoor worden bv. zoveel fietsen
worden verkocht
-> we kunnen gaan meten wat bv. de gemiddelde belastingdruk in BE is, analyseren ‘wat is’
,Normatieve luik(3.):
- evaluatie van de uitkomsten in termen van welvaart
- indien nodig: beleidsvoorstellen ter bijsturing
-> wat zou het beleid moeten doen om zaken te veranderen, we gaan de ongelijkheid
meten, zijn we hier oké mee of gaan we hier iets aan doen? de welvaartsverdeling in BE
evalueren
Niet het onderwerp, wel de invalshoek bepaalt de essentie van economie
-> je kan elk onderwerp belichten via een economische kijk
● kijken vanuit gezondheidszorg, is dit betaalbaar? maar kunnen we ook zorgen dat
mensen gezonder leven door de btw te verlagen op groenten en fruit?
● hoe kunnen we percentages van crimineel gedrag gaan bijsturen en verbeteren, als
we een budget hebben kunnen we dan niet beter aan preventie doen?
quota = een hoeveelheidsbeperking bv. bij coke 0 -> kan leiden tot een zwarte markt
externe effecten = markten falen bv. bij milieuvervuiling -> hoe kunnen we in deze markten
tussen komen en hoe kunnen we beter doen?
● bedrijven aanzetten om een waterzuiveringsstation te bouwen en deze prijs mee op
te nemen in de prijs voor de klant in plaats van vuil gewoon in een rivier te gooien
2.De positieve wetenschap van de keuze
Economische agenten = personen en instellingen die beslissingen nemen betreffende
activiteiten als productie, consumptie, maar ook aan- en verkoop van goederen en diensten,
sparen, het toestaan of opnemen van leningen,...
-> alle individuen die beslissingen nemen, bedrijven die iets willen produceren, de prijs,
hoeveel, allemaal keuzes van producenten maar ook consumenten, waar gaan ze het
kopen, hoeveel, … sparen of consumeren is weer een keuze
Drie soorten beslissingsnemers
1) Gezinnen
● vaak 1 beslissing vanuit het gezin, gaan we op restaurant of gaan we iets kopen in
de winkel?
2) Ondernemingen = beslissen wat en hoeveel ze gaan produceren, hoe ze dit gaan
produceren, waar: in een winkel of online
3) Overheid = producent voor publieke goederen bv. straatverlichting, ophalen van vuil,
ze gaan beslissingen nemen maar deze niet zelf uitvoeren
2 extra beslissingsnemers
4) buitenland = we moeten grondstoffen in grote mate invoeren vanuit het buitenland,
BE heeft snel te maken met import en export
5) financiële instellingen = belangrijk voor gezinnen en ondernemingen, zonder deze
instellingen zouden gezinnen moeilijker een huis kunnen kopen, dan is het moeilijker
om te sparen
,Donkerblauwe lijn = reële sfeer, aanbod arbeid
Lichtblauwe lijn = geldstroom, inkomen verwerven
- gezinnen gaan hun arbeid aanbieden aan de ondernemingen en zullen hier een loon
voor terugkrijgen, we hebben dan consumptie uitgaven want we gaan met ons
arbeidsinkomen goederen en diensten aankopen
- arbeidsinkomen bv. 5000 euro betalen aan iemand die voor je werkt, de werknemer
gaat dat niet overhouden maar slechts 3000 euro, een soort lekkage, het loopt weg
maar hierdoor heeft de overheid inkomsten en kunnen zij hier iets mee doen
Het rationele-keuzemodel
= Iedereen probeert voor zichzelf het best mogelijke resultaat te bereiken, hoe maken
economische agenten keuzes?:
de homo economicus, mensen zijn rationeel en handelen uit eigenbelang, meestal
materieel eigen belang (we gaan hier dus van uit) >< we gaan er niet van uit dat
economische agenten zich laten leiden door emoties bv. groepsdruk
Enkele misverstanden over de rationele keuze:
- Niet alleen vanuit materieel eigenbelang, maar ook vanuit altruïsme (= doen wat
goed is voor een ander) , misantropie (= dingen doen die slecht zijn voor de ander),...
Iedereen vult zelf in wat ‘het beste’ voor hen is
bv. geld geven aan een goed doel? ze vinden het goed voor hun zelf, ze hebben een goed
gevoel en het is ook goed voor een ander
bv. terrorisme -> zijn gekozen maar meestal niet van uit eigen economisch belang
- Niet altijd perfect geïnformeerd
-> bij hoge informatiekost, is het rationeel om niet/onvolledig te informeren
● bv. een tweedehands wagen die je graag wilt kopen en de verkoper zegt dat het een
goede auto is maar je weet dit niet zeker daarom is er bijvoorbeeld de keuring om je
goed te informeren maar je gaat nog steeds niet perfect geïnformeerd zijn
, - Ook vaak keuzes door afspraken, gewoontes, sociale normen (bv. rechts rijden, een
fooi geven -> niet voor eigen belang),...
- Niet enkel individuele, ook collectieve beslissingen (bv. een onderneming neemt een
keuze, dit wil niet zeggen dat heel de onderneming zo denkt)
uitgangspunt: handelen vanuit materieel eigenbelang -> in werkelijkheid niet zo zeer bv.
groepsdruk
Evenwicht en rationele keuze: bv. even lange wachtrijen in de supermarkt
- evenwicht = iedereen heeft een keuze gemaakt en wilt deze niet meer veranderen
bv. in de winkel leg je je spullen op een band en ga je deze niet meer veranderen, je
koos de band met de minste rij waardoor uiteindelijk alle rijen even lang worden,
niemand kan zijn eigen situatie nog verbeteren
Samenspel en uitkomsten: bv. woonkeuze, prijzenoorlog,...
- woonkeuze = als veel gezinnen met kinderen ergens gaat wonen, gaan hier veel
sneller andere gezinnen met kinderen wonen -> jouw keuze heeft dus een impact op
anderen + weinig diversiteit in die stad
3.De normatieve wetenschap van evaluatie en beleid
‘Economie is de wetenschap ... die de uitkomsten van dit samenspel evalueert in termen
van welvaart en, indien nodig, beleidsvoorstellen doet ter bijsturing’
Welvaart = de mate waarin de leden van een maatschappij hun behoeften bevredigd zien
(H2)
Pareto- verbetering = wanneer de welvaart van minstens één individu verhoogt en niemand
zijn welvaart ziet achteruitgaan
Pareto- efficiëntie = wanneer er geen Pareto-verbetering mogelijk is (geen verspilling)
-> we kunnen geen verbetering doorvoeren, we kunnen niet iemands welvaart verhogen
door een ander achteruit te laten gaan
Verspilling moet vermeden worden, maar Pareto laat niet toe alle toestanden met elkaar te
vergelijken (zegt niets over welvaartsverdeling): waardeoordeel nodig
● (20,80) = pareto-efficiënt, geen verbetering mogelijk
● (20,60) = pareto-inefficiënt, goed want wel een verbetering mogelijk
● (10,80) = pareto-inefficiënt, goed want wel een verbetering mogelijk
● (40,40) = pareto-efficiënt, geen verbetering mogelijk
-> zegt enkel dat het zal gaan tussen 1 of 4 en geeft verder de keuze aan de politiek om te
kiezen voor welke getallen ze gaan
H2: Onze economie in perspectief
1.Wat is welvaart en waar komt ze vandaan?
1.1 Welvaart en consumptie
Welvaart van een maatschappij hangt af van de behoeftebevrediging (consumptie) van de
leden van die samenleving (consumenten)