Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

samenvatting fundamentele wijsbegeerte: Europese wijsbegeerte, Guy Claessens

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
102
Subido en
09-02-2026
Escrito en
2025/2026

Dit is volledige samenvatting voor het vak fundamentele wijsbegeerte gedoceerd door Guy Claessens aan de KUL. Deze samenvatting bevat lesnotities, powerpoint en het volledige boek, dus de volledige te kennen leerstof! Met deze samenvatting heb ik in eerste zit een zeer goed resultaat behaald! Deze samenvatting is ook geschikt voor eerste bachelor criminologie: inleiding in de filosofie met inbegrip van wetenschapsleer

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

Inleiding:
• De verwondering als belangrijk element voor de filosofie:
• De filosofie gaat uit van het besef dat de wereld niet is wat ze lijkt.
• Moment van vervreemding:
o Het gewone wordt als vreemd gezien.
o Het gegevene wordt ter discussie gesteld.

• De mens heeft capaciteit om:
o Afstand te nemen van de onmiddellijke situatie.
o Het vanzelfsprekende op zijn geldigheid te onderzoeken.


1. Plato’s grot
• 5/4de eeuw vC: dialoog ideale staat
o Allegorie= abstracte kwestie verder toelichten

• Dagelijkse leefwereld w vgl met grot:
o mensen vastgeketend: kijken wand
o zien schaduwen voorwerpen door achterliggend vuur
o schaduwen= enige werkelijkheid
o 1 w bevrijd met geweld:
o ziet voorwerpen slechts kopieën werkelijkheid
o terug grot: probeert andere overtuigen werkelijkheid
o Uit betrouwbare omgeving getrokken


• Filosofie: betekenisverlies, verliezen evidente, vervreemding
o = verwondering
o evidente zaken als niet-evident beschouwen

• ! filosofen op actieve manier kijken naar werkelijkheid uit verwondering
o niet over 1 aspect werkelijkheid, maar over alles

• Alles= voorwerp van verwondering
• Visie filosofen: wereld vooraf geordende structuur
o bij geboorte in symbolische orde

• ! perspectief kind: iets bouwen + vernielen
o = totale vrijheid
o als volwassene: leren inzien slechts een geordende structuur

2. Filosofie en ideologie:
• De filosofie = wetenschap:
o stelling + weerlegging → openheid, ruimte voor kritiek
o technisch vocabularium.
o Een goede argumentatie


• focus op verwondering
o = filosofie stelt zich open → inzichten ter discussie
o = Er is ruimte voor kritiek en vragen.




1

, • ≠ideologie:
o De ideologie: geheel van definitieve zekerheden.
▪ geen ruimte vragen/kritiek
▪ Conservatief: geen vooruitgang, ook geen stilstand
3. De historiciteit van de filosofie:
• De filosofie is afhankelijk van haar spatio-temporele context:
o = tijdsgeest + geografie
o vragen en antwoorden veranderen voortdurend

• De filosofie is wezenlijk historisch:
o Hegel: “Filosofie is weergave tijdsgeest .”
o ! zonder besef geschiedenis: context niet begrijpen

• ook de interpretatie is historisch bepaald
• historisch object: wat je leest én subject: wie het interpreteert
o interpretatie niet vast: subject bepaald door tijd


Wereldbeelden
• geworpen in bestaanshorizon
o wereldbeeld vormgegeven door geboorte

• wereldbeeld niet zelf uitgevonden: voor ons uitgekozen
o periode waarin geboren

• slechts gedeeltelijk expliciteerbaar
• veranderlijk: shift van wereldbeelden door breuken

• Filosofie: kritisch-progressief
o = wil wereldbeeld beargumenteren + in vraag stellen
o ! soms conservatief-legitimerend: wereldbeeld bevestigen


4. Een filosofische canon?
• = maatstaf
• maken historisch bepaalde keuze
o ! toch legitiem: belangrijkste komen steeds terug
o + filosofische canon: kritisch tov elkaar
o + formele kritiek: blanke mannen
• canon zelf maakt kritiek mogelijk
• Verleden hoeft niet afgewezen te worden, maar we moeten op geschikte manier bekijken




2

,Deel 1 – De lotgevallen van de filosofische rationaliteit:

Hoofdstuk 1: Wijsbegeerte binnen de antieke bestaanshorizon (6de eeuw
vC- 6de eeuw)
1. het ontstaan van de wijsgerige rationaliteit
1.1 Van mythos naar logos
• Europese wijsbegeerte: 6de eeuw vC Grieks cultuurgebied
o rede/logos/ratio w verklaringsprincipe werkelijkheid

• Voor ontstaan filosofie
o Mythische verklaringen
▪ antwoord fundamentele vragen

o Verwijzen grond-leggende gebeurtenis ver verleden
▪ →het bestaande wordt afgeleid uit deze grondleggende gebeurtenis
▪ →voortgebracht door antropomorfe goden
▪ →wereld bepaald door wil goden
▪ ! mythische mens: in universum geleid door mysterieuze goddelijke
krachten
vb. verklaren 4 seizoenen

o niet kritisch
▪ = eigen methode niet ter discussie

o normatief & legitimerend
▪ niet alleen waarom de dingen zijn wat ze zijn, maar ze geeft ook aan
waarom ze zo moéten zijn
▪ het bestaande wordt dus bevestigd en gelegitimeerd
▪ =verklaringsmethode
▪ dit Griekse mythische wereldbeeld werd vastgelegd door Homerus &
Hesiodus

• cultuurschok 6de eeuw
o contact vreemde volkeren (antropomorfisme)
o opmerken: mythes zeer plaatsgebonden
o godsbeeld verschilt van volk tot volk (Xenophanes)

o mondelinge naar schriftelijke cultuur
▪ creëert afstand + mogelijkheid mythes vgl

o = kritiek op mythe

• logos, rede, uit-leg
o focus verhaal verschuift naar uitleg/rede
o nieuw verklaringsprincipe dat universeel moet zijn
o vereist: universaliteit, objectiviteit en systematiek




3

, • mythos -> mytho-logie -> logos
o verklaringen geven obv rede
o ! nuanceren: logos altijd al aanwezig (mythologie)
o MAAR logos breekt nu uit: nieuw verklaringsprincipe obv rede
▪ mythe verliest verklarende waarde: opzoek rationele verklaringen

• desacralisering natuur
o = minder heilig maken natuur
o door antropomorfisme: verliezen directe band natuur
o goden verhuizen Olympus: natuur onttoverd + verliezen plaats in wereld
o ! natuur w gescheiden goddelijke

• theoria, beschouwing, onderzoek
o = theoretische kennis: ‘weten omwille van het weten’
o doel: systeem waarin alles begrijpelijk en verklaarbaar is

→ Het Griekse wonder: geboorte filosofie
1.2 De natuurfilosofen: het ontstaan van een kosmologie
• filosofie ontstaat als natuurfilosofie
o op andere manier naar natuur kijken

• natuur als organismen= phusis
o groeit op zichzelf/standhouden
o ! niet verklaren adhv externe principes (goden)

• natuur: geordend geheel= kosmos + rationeel verklaarbaar
o ! geloof schoonheid(kosmos) in werkelijkheid
o + schoonheid gedragen door logos
o natuur is redelijk + mens is redelijk
o = mens kan schoonheid ervaren/begrijpen/verklaren

• materialisme: oerstof waaruit alles bestaat
o kosmos+ rationele orde vertrekt uit 1 materieel principe
o vb. Thales: water
o vb Anaximenes: lucht

• Bekendste natuurfilosofen: Heraclitus en Parmenides
o Beiden geven contrast antwoord op dezelfde vraag:
o Kan ik mijn zintuigen vertrouwen?


Heraclitus van Ephese: 6de eeuw vC
• werken verloren gegaan: info dmv kopieën

• “Alles vloeit, niets blijft.”
o permanente flux
o = de wereld is onderhevig aan een voortdurende verandering

• “Oorlog is de vader van alle dingen.”
o = de harmonie van de kosmos ligt in de spanning tussen tegengestelden




4

, • Kosmos= dynamisch evenwicht tussen strijdende krachten
o oerstof: vuur (branden vs licht/warmte)
o ! alle tegengestelden zijn complementair: vullen elkaar aan

• conflict = constitutief
o werkelijkheid: voortdurend in beweging + resultaat van voortdurende conflicten
tussen tegengestelden
o de kosmos is het resultaat van een reeds verschuivend evenwicht tussen de
bewegende krachten

• → Ja, ik kan mijn zintuigen vertrouwen, zij nemen constante verandering in wereld waar

Parmenides van Elea: 6-5de eeuw vC

• stichter Eleaten
• geen volledig werk bewaard: enkel 160 tal verzen
• Is het of is het niet?
• Wat is ‘het’
o = alles wat object kan zijn van spreken/denken (Owen/Russell)

• Alles waarover ik kan spreken/denken, is dat?
o Het is en het is niet (gewone mensen)
▪ vb. ik besta mbt tot Leuven, en besta niet mbt tot Gent
▪ ! vraag w omzeild door toevoeging bepaalde kwalificatie
▪ ! principe non-contradictio
▪ kan niet antwoorden= FOUT

• Alles waarover ik kan denken/spreken, bestaat niet?
o Het is niet
▪ geen logische weg NEE
▪ ! wat niet bestaat kan niet gedacht worden (geen onderscheid materieel)
▪ ! mogelijkheid tot nadenken: op een of andere manier bestaan

o Het is en kan niet anders zijn
▪ de te volgen weg: JA
▪ ! alleen waarover ik kan denken/spreken bestaat
▪ = Het zijnde is en het niet zijnde is niet

• “Het zijnde is, het niet-zijnde is niet.”
o Zijnde= perfectie
o niet ontstaan:
▪ =anders: niet-zijnde eerst bestaan, maar niet-zijnde is niet dus kan niet
zijn.

o Ondeelbaar:
▪ =geen degradaties in het zijn

o onbeweeglijk en begrensd
▪ = waar naartoe? + heeft grens bereikt

o Volmaakt


5

, ▪ = kan niet onvolmaakt zijn: introduceren niet-zijnde binnen het zijnde
▪ = Het zijnde is niet het resultaat van een wordingsproces

o bolvormig
▪ = overal en alle richtingen identiek

• → Nee, ik kan mijn zintuigen niet vertrouwen, ze bedriegen
o alles dat verandert is niet het zijnde

• voor Parmenides is het zijnde nog doordrongen van materialiteit, het is geen abstract
zijnsbegrip
o ! verwijt aan Aristoteles: geen onderscheid metafysica

• Parmenides vs. Heraclitus = eerste grote tegenstelling in de westerse filosofie:
o Parmenides: eenheid, onveranderlijkheid, rede.
o Heraclitus: veelheid, voortdurende verandering, spanning.
o →fundamentele spanningsveld van de hele westerse denktraditie


1.3 Het ontstaan van ethiek

• kritiek mythe en desacralisering
o bestaande toestand onder druk
o ! ethiek vroeger gebaseerd op mythes
o nu: rationele verklaringen voor natuur + menselijk handelen

• physis, natuur vs. nomos, wet, cultuur
o = wat van nature is vs wat is afgesproken
o spanning natuur en cultuur w centrale filosofische vraag
▪ ° democratie
▪ † bloedwraak
▪ Geografische districten
▪ ! verschuiving natuurlijke naar rationele ordening

• → Ethisch vacuüm: periode van onzekerheid en discussie zonder vast leidraad/kompas

Het relativisme van de sofisten
• GAAN ETHISCH VACUÜM VULLEN
• rondtrekkende leraren in democratisch Athene
• kritiek Plato: opportunistisch + manipulatie
o taal om macht, niet om waarheid zoeken
o ! mening/moraal aanpassen zoals best uitkomt

• logos -> mono-loog
o = overtuigen w belangrijker dan waarheid

• gefundeerd relativisme: Protagoras= bekendste sofist
o = waarheid is relatief: afhangen individuele ervaringen
o mens is de maat van alle dingen
o doel: mensen overtuigen jouw waarheid




6

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
Subido en
9 de febrero de 2026
Archivo actualizado en
28 de junio de 2026
Número de páginas
102
Escrito en
2025/2026
Tipo
RESUMEN

Temas

$15.29
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
rechtenRB07

Conoce al vendedor

Seller avatar
rechtenRB07 Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
1
Miembro desde
9 meses
Número de seguidores
0
Documentos
8
Última venta
2 días hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes