gie
Elise Eggermont – Marketing
Behaalde score : 16/20
, Consumentenpsychologie
Les 1 studiewijzer + inleiding
Consumentengedrag
-> van beslissingen die leiden tot gedrag met betrekking tot het
verkrijgen, consumeren en zich ontdoen van goederen, diensten,
activiteiten en ideeën door menselijke groepen in de loop van de tijd
-> Het gaat over alles wat een consument doet vóór, tijdens en na de
aankoop (breder dan koopgedrag)
≠ koopgedrag : Koopgedrag gaat specifiek over het aankoopproces: Hoe,
waar, wanneer en waarom een consument een product koopt
Beslissingen die leiden tot gedrag
- prikkels nodig voor een consument een beslissing maakt
- prikkels moeten geïnterpreteerd worden
- consument neemt daarna een beslissing tot aankoop
?? Verschillende trends :
1. Gezondheid / duurzaamheid / circulaire economie
2. Transparantie
3. Omnichannel -> kanaal waar je op ziet waar je producten kan
aankopen
(bv schoenenwinkel torfs waaar scherm staat waarop je ziet in welke
winkel welk model staat, of ze onmiddellijk kan bestellen)
4. Betalen zonder drempels -> contactloos betalen, ‘pijn’ van betalen
wordt verminderd
5. AI & slimme technologieën -> mode assistent online op basis van
chatgpt zodat je niet zelf alles moet afzoeken
6. Connectie -> merk moet betrouwbare partner worden voor
consument
7. Customer experience
8. Inclusie & acceptatie -> zodat niemand zich uitgesloten voelt
,Hoofdstuk 1 : wie is mijn doelgroep
Cognitieve handelingen : (mentaal) brein vullen met info en indrukken
over een merk
(bv product opzoeken op computer, vragen aan iem die het al heeft) (soms
ook fysiek iets doen maar gaat meer over info verzamelen)
Fysieke handelingen : het aankopen, de acties die je neemt om het
effectief aan te kopen (de betaling doen aan de kassa)
koopcyclus :
(niet elke fase is bij elke aankoop even hard aanwezig)
(zonder oriëntatie : plots aan kassa nog beslissen om daar kauwgom te
kopen)
(gebruiks fase : soms heel korte ervaring : broodje is snel op, soms
jarenlange relatie : auto heb je voor veel langer)
sociaal expressieve eigenschappen van product : als je chique auto koopt,
koop je niet enkel tastbare zaken aan (de auto zelf), maar ook voor het
imago op te krikken
(bij restaurant : niet alleen het eten zelf, ook kijken naar de atmosfeer,
vriendelijk personeel…)
menselijke groepen : je beslist samen over wat je gaat aankopen (bv als je
met vrienden op kot zit)
bronnen die bepalen wat wij gaan aankopen
- Commerciële bronnen : reclame
- Persoonlijke bronnen : (ervaringen, vrienden)
- Neutrale bronnen : testaankoop, producten met elkaar vergelijken, gaan
neutraal de opties weergeven, je niet duwen in bepaalde richting, je
gewoon informeren (ander vb: de krant, informeren enkel)
- Sociale bronnen : vrienden en familie die ons informeren over producten,
hun ervaringen delen
uitzondering : jouw eigen ervaringen uit het verleden
DEEL 1 : de consument
Consumenten kunnen verschillende rollen hebben
- Degene die in de winkel het product gaat kopen (inkoper)
- Degene die het product dat werd gekocht door de inkoper effectief thuis
gaat gebruiken
(het kopen van producten voor iemand anders, of een kind die mee kiest
welke koeken gekocht worden valt buiten het normale gedacht van een
consument -> het is dus breed)
, Decision making unit -> beslissing in groep
-> Personen die betrokken zijn bij de beslissing en aankoop van de
producten
1. Wie is mijn doelgroep
Je moet weten wie je doelgroep is om de juiste communiceer kanalen te
kunnen gebruiken (en te weten wat zij leuk vinden, hoe je best adverteert)
(niet voor transgender vrouw kiezen die adverteert als dit niet bij product,
doelgroep past)
Segmenteren -> markt opdelen in kleinere groepjes (volgens leeftijd, het
inkomen)
Targeting -> kiezen van de doelgroep die best bij je bedrijf past
Positionering -> positionerings diagram (hoge/lage kwaliteit, hoge/lage
prijs)
(zien welk merk waar)
decision making unit
-> groepje mensen binnen een organisatie dat betrokken is bij een
aankoopbeslissing
-> vooral gebruikt in B2B marketing, omdat zakelijke aankopen vaak niet
door één persoon worden beslist maar door meerdere beïnvloeders met
verschillende rollen
het is belangrijk om als marketeer te weten wie de beslissingen maakt
-> de man/ vrouw of de kinderen (afhv hen je reclame aanpassen)
Autonoom gedrag : je neemt de beslissing alleen, los van een ander
Syncratisch gedrag : samen beslissingen nemen & er info over verzamelen
soms hangt het af van factoren:
- lagere sociale klasse : duidelijker wie de beslissingen neemt voor
grote aankopen, minder samen besproken, minder autonoom)
- gezinscyclus : net nieuw gezin, alles goed bespreken, na 50j
getrouwd weet je al of het goed zou zijn voor de ander, minder
bespreken
- betrokkenheid : hoe belangrijk vind je de aankoop (toiletpapier :
weinig bij betrokken, nieuwe auto : meer betrokken, en dan ook
meer in overleg gaan)
- waargenomen risico : wagen kost veel, dus is groot risico : meer
overleggen