HOOFDSTUK 7: KWALITEIT VAN LEVEN
7.2 Kwaliteit van Leven (KVL)
Heel wat modellen over kwaliteit van leven zoals:
- WHO
- Het model van Schalock & Verdugo
Gennep: kwaliteit van bestaan, waarom?
Omdat de term kwaliteit van leven dikwijls gehanteerd wordt in de
context van het levenseinde en de levenskwaliteit die men al dan niet
nodig heeft.
KVL heeft een objectieve en subjectieve kant
- Objectieve: KVL gelijkgesteld aan reeks van objectieve, meetbare
levensomstandigheden. Men stelt de vraag of deze
levensomstandigheden voldoende kwalitatief zijn en
tegemoetkomen aan de behoefte v/d persoon.
- Subjectieve: is de mate waarin de persoon zijn leven als kwalitatief
ervaart.
7.3 Kwaliteit van leven versus kwaliteit van zorg
Doel: ondersteuning te bieden om de KVL van mensen te optimaliseren.
Kwaliteit van zorg is ook belangrijk maar organisatie kan zorgen voor
procedures, gezonde voeding en verzorging en toch weinig bijdragen
aan KVL.
7.4 model van Schalock & Verdugo
Ze onderscheiden 3 factoren:
Onafhankelijkheid
Sociale participatie
Welbevinden
Hebben 8 indicatoren:
Onafhankelijkheid: persoonlijke ontplooiing en zelfbepaling
Sociale participatie: interpersoonlijke relaties, sociale inclusie en
rechten
Welbevinden: emotioneel, materieel en lichamelijk welbevinden
Hebben elk zijn indicatoren:
Persoonlijke ontplooiing: onderwijs, vaardigheden, persoonlijke
vervulling en competentie
Zelfbepaling: autonomie, keuzes, zelfbeslissingen en inspraak hebben
Interpersoonlijke relaties: intimiteit, genegenheid, gezin en
vriendschappen
, Sociale inclusie: status, geaccepteerd worden, ondersteuning en
bijdrage leveren
Rechten: privacy, stemrecht, eigendom en gelijke benadering
Lichamelijk welbevinden: gezondheid, voeding, vrij tijd en
ontspanning
Materieel welbevinden: eigendom, werk, onderdak en bezittingen
Emotioneel welbevinden: veiligheid, geluk, zelfbeeld en stressvrij
zijn
De 8 levensdomeinen staan niet los van elkaar en zijn met elkaar
verbonden
Ze zijn voor elke mens van tel, hoe ernstig os beperking ook is
Ze zijn universeel over de hele wereld
1. Materiaal welbevinden
¼ personen met beperking heeft inkomen onder de armoedegrens
Personen met VB hebben vanaf 18 jaar een IVT: inkomen vervangende
tegemoetkoming.
7.2 Kwaliteit van Leven (KVL)
Heel wat modellen over kwaliteit van leven zoals:
- WHO
- Het model van Schalock & Verdugo
Gennep: kwaliteit van bestaan, waarom?
Omdat de term kwaliteit van leven dikwijls gehanteerd wordt in de
context van het levenseinde en de levenskwaliteit die men al dan niet
nodig heeft.
KVL heeft een objectieve en subjectieve kant
- Objectieve: KVL gelijkgesteld aan reeks van objectieve, meetbare
levensomstandigheden. Men stelt de vraag of deze
levensomstandigheden voldoende kwalitatief zijn en
tegemoetkomen aan de behoefte v/d persoon.
- Subjectieve: is de mate waarin de persoon zijn leven als kwalitatief
ervaart.
7.3 Kwaliteit van leven versus kwaliteit van zorg
Doel: ondersteuning te bieden om de KVL van mensen te optimaliseren.
Kwaliteit van zorg is ook belangrijk maar organisatie kan zorgen voor
procedures, gezonde voeding en verzorging en toch weinig bijdragen
aan KVL.
7.4 model van Schalock & Verdugo
Ze onderscheiden 3 factoren:
Onafhankelijkheid
Sociale participatie
Welbevinden
Hebben 8 indicatoren:
Onafhankelijkheid: persoonlijke ontplooiing en zelfbepaling
Sociale participatie: interpersoonlijke relaties, sociale inclusie en
rechten
Welbevinden: emotioneel, materieel en lichamelijk welbevinden
Hebben elk zijn indicatoren:
Persoonlijke ontplooiing: onderwijs, vaardigheden, persoonlijke
vervulling en competentie
Zelfbepaling: autonomie, keuzes, zelfbeslissingen en inspraak hebben
Interpersoonlijke relaties: intimiteit, genegenheid, gezin en
vriendschappen
, Sociale inclusie: status, geaccepteerd worden, ondersteuning en
bijdrage leveren
Rechten: privacy, stemrecht, eigendom en gelijke benadering
Lichamelijk welbevinden: gezondheid, voeding, vrij tijd en
ontspanning
Materieel welbevinden: eigendom, werk, onderdak en bezittingen
Emotioneel welbevinden: veiligheid, geluk, zelfbeeld en stressvrij
zijn
De 8 levensdomeinen staan niet los van elkaar en zijn met elkaar
verbonden
Ze zijn voor elke mens van tel, hoe ernstig os beperking ook is
Ze zijn universeel over de hele wereld
1. Materiaal welbevinden
¼ personen met beperking heeft inkomen onder de armoedegrens
Personen met VB hebben vanaf 18 jaar een IVT: inkomen vervangende
tegemoetkoming.