Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 114 páginas
Notas de lectura

College notities Inleiding in de filosofie (2024/2025)

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 114 páginas

Volledige notities van alle hoorcolleges, niet van de monitoraten. Ook bruikbaar voor wijsbegeerte in Rechten (m.u.v. enkele hoofdstukken. Bevat geen informatie uit het boek. (14/20 behaald met deze notities + lezen van het handboek)

Vista previa del contenido

COLLEGE 1: INLEIDEND COLLEGE, MYTHOS & LOGOS EN NATUURFILOSOFEN

Preliminaira
• Plato’s grot
= allegorie van de grot (7e boek van de staat, Socrates neemt het woord)
Allegorie = iets op een andere manier te zeggen
Aan de hand van wat je kan waarnemen uitleggen wat je niet kan waarnemen
- mensen in de grot (gevangenen) die kijken naar de wand waarop schaduwen
ontstaan (wat buiten de grot gebeurd)
- als je aan hen vraagt wat de realiteit is, zullen ze zeggen dat de schaduwen
de echte werkelijkheid is
- iemand komt binnen en neemt met geweld een gevangenen mee buiten de
grot
- deze gevangene beseft wat hij daar ziet de echte realiteit is, en dus niet de
grot
- hij gaat terug in de grot en probeert mede gevangenen te overtuigen
- de keren zich tegen de bevrijde gevangene

Inzicht wordt geboren op een bepaalde manier (bevrijdt uit situatie die je als vanzelfsprekend
nam), betekenisverlies en vervreemding (hoeft geen vrije keuze te zijn, kan ook gedwongen
zijn)
- moment kan passief of actief zijn
- dramatisch, productief of theoretisch

Sloveense filosoof (Zizet)
mensen worrden niet geboren in de werkelijkheid (Real), maar in de orde van de Symbolic
(wereld die al geordend is)
- symbolische orde onderzoeken (taal, wetenschap, verhouding tot de wereld…)

Waarom, daarom vs de blik van een kind (Nietsche)
- kindje bouwt een toren en maakt het daarna kapot (met plezier) en begint er opnieuw
aan
- volwassenen speelt met lego, bouwt iets en laat het staan (weinig die het terug kapot
maken)
- die impuls is verdwenen en moeten we opnieuw zoeken
- je wordt geboren als een kameel, dan wordt je een leeuw (maakt ruimte voor zichzelf
en zegt neen) en dan schep je zelf (terug kind worden)

• Filosofie en ideologie
- filosofie = wetenschap (atypisch, want theorie is maar een theorie en kan altijd
weerlegd worden - nooit een gesloten discussie (ander is het een ideologie))
● argumentatie (wetenschappelijke discipline, maar de argumentatie van
theorie hierbij is enorm belangrijk!)
● technisch vocabularium (belangrijk om filosofische vocabulair te
kennen om ze juist te kunnen hanteren)
● stelling poneren
- verwondering blijft in het spel
● filosofie stelt zich open

1

, ● ruimte voor kritiek en vragen

- vs. ideologie
● definitieve zekerheden
● conservatief

- ‘verfijning’ en misschien bepaalde vooruitigang voortgebracht

• Historiciteit van de filosofie (vragen hangen af van de tijd waarin mensen leven,
tijdsgeest bepaalde de vragen die gesteld worden en tot op zekere hoogte het
antwoord)
- filosofie afhankelijk van haar spatio-temporele context
=> vragen en antwoorden veranderen voortdurend
- filosofie is wezenlijk historisch
• Hegel: “Die Philosophie ist ihre Zeit in Gedanken erfasst.”
elke theorie is een weergave van de tijd waarin ze tot stand komt
zonder goed begrip van geschiedenis → geen kennis van de
werkelijkheid
consequenties: een voorwerp kan je enkel begrijpen als je de
historische context kent, wie dit voorwerp interpreteert is ook historisch
gesitueerd (dus ook de interpretatie is bepaald door de tijd waarin ze
tot stand komt → de geschiedenis van de filosofie zal vaak niet
volledig behandeld worden (voor ons, in onze tijdsgeest zijn bepaalde
onderwerpen het belangrijkst))
Object enkel historisch en persoon die interpreteert niet → dan
veranderd de interpretatie over tijd niet (gebeurd wel)
- ook de interpretatie is historisch bepaald
- historisch object én subject
=> geen objectieve maatstaf

• Een filosofische canon?
- wereldbeelden
• bestaanshorizon waarin we zijn ‘geworpen’
• voor ons gekozen (je bent geboren en meteen in eentje
terechtgekomen)
• slechts gedeeltelijk expliciteerbaar (kan je niet helemaal uitleggen)
• veranderlijk:
- revoluties
- avant-garde
- breuken
• wijsbegeerte vs. wereldbeeld
- conservatief-legitimerend
- kritisch-progressief
- Canon (de belangrijkste filosofen)
• = ‘maatstaf’ of norm (maar canon is geen eenheid in filosofie,
gekenmerkt door zelfkritiek (hoe oneens ze het zijn met voorgangers)
• historisch bepaald, maar ook legitiem

2

, • zelfkritisch vs. canoniek
• kritiek
- inhoudelijk: bv. Prof legt een bepaalde theorie uit, deze is
vrouw onvriendelijk en daar hebben we kritiek op.
- formeel: alle filosofen in de canon zijn witte mannen, geen
bewuste keuze, maar vrouwen waren gewoon niet aanwezig
=> verleden hoeft niet afgewezen te worden

Oudheid

• Mythos naar logos
- Nestle (nazistische context): geboorte van de filosofie
- mythos, verhaal
• grond-leggende gebeurtenis
• niet kritisch
• normatief & legitimerend
Bv. seizoenen verhaal Persephone, Ta’aroa

- cultuurschok 6de eeuw
• contact vreemde volkeren (antropomorfisme)
• mondelinge naar schriftelijke cultuur (er wordt afstand gecreeerd
wanneer er geschriften worden gemaakt)
Xenofates pg. 28:
=> kritiek op mythe
- logos, rede, uit-leg

- mythos → mytho-logie (logos heeft altijd al in de mythos gezeten, stamboom
van griekse goden) → logos
- desacralisering natuur (goddelijke uit de natuur halen)
• stap 1: in het begin animatische godsdienst, dingen in de natuur zijn
goddelijk
• stap 2: antropomorfisme - goden krijgen menselijke attributen (met
natuur als symbool)

- theoria, beschouwing, onderzoek
• voor het eerst weten omwille wat van weten (zonder praktisch nut)
=> ‘Griekse wonder



• Natuurfilosofen (= pre socraten, Heraclitus & Parmenides, de eerste filosofen)
- filosofie ontstaat als natuurfilosofie (zonder goden, maar op zichzelf)
- gedesacraliseerde natuur als phusis (= organisme, iets dat zelf groeit): natuur
als iets dat zelf groeit door bepaalde niet-goddelijke principes
- natuur = organisme
- 3 aannames:
1. De natuur (het heelal) is mooi, ordening/schoonheid, daarom noemen
zei het de kosmos (= sieraad, opsmuk) → kosmologie

3

, 2. Schoonheid heeft te maken met logos (= rationaliteit/uitleg/verklaren)
3. Die rationaliteit is dezelfde als die van mij
Oude griek gelooft dat er een rationale schoonheid is van de
werkelijkheid, die hij zelf (omdat hij als mens een rationeel wezen is),
kan begrijpen én verklaren
- gaan uit van een eerste bouwsteen/archè/begin = materialistische oer-stof
(alles is hieruit ontstaan, geloven allemaal dat dit een andere stof was)

logos: rationele uitleg inplaats van een verhaal (geen goden meer)
theorieen: om dingen te begrijpen, niet om ze te manipuleren (weten omwille van het weten)
2 claims
• natuur ver van de mens
• dmv onze rationaliteit, logos kunnen wij de natuur begrijpen
• realist: we kunnen de werkelijkheid weernemen zoals die is (materalistisch rationeel)
→ er kan een oerstof worden blootgelegd (aard ervan wordt over gediscussieerd)
→ voor hen allemaal is er geen begin (kosmos zonder begin en zonder einde, niet
geschapen door iemand - eeuwing)

COLLEGE 2: HERACLITUS, PARMENIDES, SOFISTEN EN SOCRATES

De volgende twee staan tegenover elkaar
Heraclitus: ‘Alles vloeit, niets is blijvend (eerste these)
● Huidige Turkije
● Bijnaam: de duistere
- sombere
- enigmatisch = moeilijk te doorgronden
→ kijk afbeelding (afkomstig uit groot schilderij))
● Stelt aforismen: begrensde uitbraken, korte spreuk (125 fragmenten
van hem → hoofdwerk is er niet)
● EENHEID: Leer van opposities: op 3 manieren met elkaar verbonden
1. complementair (iets kan niet bestaat zonder zijn tegengestelde)
2. overgang: gaan in elkaar over (elk iets gaat over in zijn
tegenovergestelde, mijn koffie was warm en die wordt koud -
het is dag en straks wordt het nacht)
3. inherente ambigiuteit: alles brengt opposities met zich mee
(hetzelfde iets is voor de een levend gevend en voor de andere
dodend (te veel water voor ons is dodelijk, terwijl vissen het
nodig hebben om te leven)


Filosofie van het worden
● “Alles vloeit, niets blijft.” (Gratylus)
- Wat is de essentie van werkelijkheid = niet wat je met je
zintuigen waarneemt - Plato (H: wezen van de werkelijkheid is
verandering, wat de zintuigen ons tonen (verandering/wording)
is de essentie der dingen)
- Nog altijd sprake van kosmos, verandering is geen chaos


4

Información del documento

Estudio
Subido en
6 de febrero de 2026
Número de páginas
114
Escrito en
2024/2025
Tipo
Notas de lectura
Profesor(es)
Guy claessens
Contiene
Todas las clases
$11.25

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
2
Última venta
-



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes