Durkheim (1858-1917): kijkt niet naar het individu maar naar de samenleving als oorzaak van
criminaliteit
• Kijkt nr de overgang van de samenleving → transitie
• De afwezigheid van maatschappelijke normen en regels = ‘anomie’ ➔ ontstaan van
crimineel gedrag. Vooral periodes van transitie = periode waarin er gebrek is aan regels
• Nieuwe vormen van criminaliteit
• De maatschappij gaat in versnelling, maar de regels kunnen niet zo snel volgen
• Durkheim verdiepte zich in de organisatie en ontwikkeling van (nieuwe) samenlevingen =
moderniteit
• Overgang van Franse Revolutie -> Industriële revolutie: welke invloed
heeft dat op een samenleving? ➔ De la division du travail social (1893)
• Niet iedereen is nog landbouwer
• Van weinig differentiatie, iedereen gelijk en collectief bewustzijn naar
stijgende arbeidsdeling en specialisatie (we zijn afhankelijk van elkaar)
• Van iedereen gelijk en veel emoties nr herstel schade/van
emoties
• Van mechanische solidariteit (lijn in onze samenleving) naar organische
solidariteit (we zijn van elkaar afhankelijk) → ik heb een dokter nodig,
want ik ben dat zelf niet)
• Bij een te snelle overgang van een traditionele naar een modernere samenleving is het
nieuwe stelsel van functies, regels, normen en waarden nog niet ‘af’ kan, waardoor
anomie ontstaat ➔ een periode van wetteloosheid en het wegvallen van normatieve
remmen op menselijk gedrag
Post Modern: Modern:
Franse revolutie industriele revolutie
Iedereen gelijk arbeidsverdeling → specialisaties
Vergelding herstel
Een samenleving zonder criminaliteit is niet mogelijk, er zijn altijd mensen die van de “norm”
afwijken
Straffen als middel om de solidariteit te versterken van zij die de regels volgen.
• Premodern: repressief, vergelding, collectief bewustzijn
1
, • In moderne samenleving: herstelgericht, orde door functionele afhankelijkheid en
institutionele regulering
Baseerde zich op zelfdodingscijfers (1897) om uitspraken te doen over criminaliteitscijfers &
anomie :
• Bij modernisering (premodern naar moderne samenleving): angst voor uit elkaar vallen
van sociale cohesie en samenleving
• Indicator: aantal zelfdodingen
Robert K. Merton- straintheorie (1938,1968)
Tijdsgeest:
• Periode sociaal verweer nr nieuw sociaal verweer
• Tot WO I (1914): Belle Epoque, gouden bloeitijd
• Eind 1920, de Grote Depressie (1929-1939) = een periode met beurscrashes
• VS: landbouwoverschotten, er werd veel geld geleend, VS had ook geld geleend aan
andere landen en terugbetaling verliep moeizaam ➔ Beurscrash NY 1929: stijgende
prijzen, dalende aandeelprijzen ➔ paniek ➔ verkoop aandelen ➔ aandelen zakken in
waarde (spaargeld, investeringen verloren). Banken failliet, werkloosheidcijfers nemen
toe. Crisis wereldwijd
• In Europa: crisis leidde oa tot dictatoriale regimes (bvb Nazi-Duitsland,
Mussolini in Italië)
• Legde uiteindelijk de basis voor de verzorgingsstaat en toenemende
overheidsinterventies (zie ook “historisch overzicht”)
• Veel meel regels
• Situatie van sociale ongelijkheid en relatieve deprivatie (ene groep voelt zich benadeeld
ten opzichte van de andere groep) → : sommige mensen hebben meer dan andere, wel
dezelfde doelen
Merton (1910-2003) bouwt verder op Durkheim
• Voor Durkheim is anomie normloosheid(gebrek aan regels), voor Merton is anomie: je
hebt culturele doelen die bepaald zijn, de meerderheid denkt dat we dit kunnen
bereiken, aar dat is niet zo er zit hier een spanning op (spanning tussen doel en middel)
→ als de meerderheid gelooft dat cultureel voorgeschreven doelen voor iedereen
haalbaar zijn, terwijl dit niet het geval is ➔ spanning of strain tussen de doelstelling van
de samenleving en de middelen om deze te realiseren
2