HCO 1: verstandelijke problemen
VRAAG: Ik kijk naar persoon met een verstandelijke beperking als iemand met…
A: problemen die een impact hebben op zijn of haar dagelijks leven
B: een levenslange afhanbkelijkheid
C: talenten ondanks extra ondersteuning
ANTWOORD: C
Een vrouw stond te wachten op het vliegveld. Ze kocht een boek en een zak met koekjes. En ze vond
een plek om rustig te gaan zitten.
Ze begon met lezen en het boek greep haar aandacht. Naast haar kwam een stevige man zitten. De
man pakte een koekje uit de zak, die tussen hen in lag. De vrouw probeerde dit te negeren om een
scène te vermijden.
Dus nam ze zelf ook nog menig koekje. En de man naast haar, de koekjesdief, bleef ook lekker door
eten. De vrouw raakte geïrriteerd. Ze dacht: ‘het is dat ik zo’n aardig persoon ben, anders zou ik hem
eens goed de les leren…’
Met elk koekje dat ze at, nam de man ook een koekje. Toen er uiteindelijk nog één koekje over was,
pakte de man het koekje en brak het in twee stukjes. Hij bood haar de ene helft en at zelf de andere
helft op. De vrouw werd nijdig. ‘Ahh, wat is hij onbeleefd, ongelofelijk. Hij toont niet eens een klein
teken van dankbaarheid…’
De vrouw zuchtte uiteindelijk van opluchting toen haar vlucht werd omgeroepen. Ze stond zonder
blikken of blozen op en liep snel weg.
Eenmaal in het vliegtuig ging de vrouw zitten in haar stoel. Ze pakte haar boek en wat vond ze in
haar tas… haar eigen zak met koekjes. Vol verdriet realiseerde ze zich: ‘Ohh, het was te laat voor
excuses. Ze was zelf de dief geweest. En nog wel een hele ondankbare ook…’
MORAAL: je handelen heeft te maken met de manier waarop je denkt
Als je iemand ziet als “degene die je koekjes steelt”, zal je niet vriendelijk reageren.
Zie je diezelfde persoon als iemand die vriendelijk is en zijn koekjes deelt, dan zal je
automatisch zelf ook vriendelijker zijn.
Hetzelfde geldt voor hoe we kijken naar mensen met een beperking.
Wanneer we iemand vooral zien als “iemand die iets niet kan”, nemen we al snel
dingen van hen over.
Maar als we iemand zien als “iemand met talenten”, dan gaan we juist inzetten op wat
die persoon wél kan
, Een PARADIGMA geeft een perspectief op de werkelijkheid weer.
→ Wanneer een nieuw paradigma het oude, bestaande paradigma vervangt, spreken
we van een paradigma-verschuiving
Medisch model → mensen met een verstandelijke beperking werden gezien als
patiënten en verzorgd in aparte instellingen, vaak ver van de samenleving (segregatie).
→ In dit model wordt een persoon met een beperking gezien als iemand die “ziek” is. Het
doel is om de beperking te verzorgen of te behandelen, alsof die kan worden weggehaald
bijvoorbeeld via medische ingrepen zoals elektrische schokken.
Ontwikkelingsmodel / normalisatie → mensen met een verstandelijke beperking
worden gezien als mensen met mogelijkheden; nadruk op training en ontwikkeling
binnen speciale voorzieningen in de samenleving (normalisatie). In 1971 erkent de VN in
de Verklaring van de rechten van mensen met een verstandelijke handicap dat zij
dezelfde rechten hebben als anderen en recht hebben op een gewoon leven.
Burgerschapsmodel / supportparadigma → focus op ondersteuning die bijdraagt aan
ontwikkeling, welzijn en burgerschap. Ondersteuning moet leiden tot verbetering van
functionele vaardigheden, welzijn, keuzes, controle en deelname aan de maatschappij.
→ In dit model worden mensen met een beperking gezien als volwaardige burgers, net
zoals iedereen. Ze hebben dezelfde wensen en behoeften als andere burgers, maar
hebben soms extra ondersteuning nodig om volledig te kunnen deelnemen aan de
samenleving.
Medisch model ontwikkelingsmodel Burgerschapsmodel:
Mensen met een beperking Mensen met Mensen met rechten en
mogelijkheden plichten
Patiënten Leerlingen/ cliënten burgers
Verzorgen/ behandelen Ontwikkelen/ trainen ondersteunen
instituut Speciale voorzieningen Gewone voorzieningen
segregatie Normalisatie/ particiaptie inclusie
KENNEN!!!
Burgerschapsmodel:
Eigenlijk zijn mensen met een verstandelijke beperking burgers zoals jij en ik, ze hebben
gewoon meer ondersteuning nodig in het dagelijks leven
Burgerschapsmodel is gebaseerd op 4 pijlers:
- Kwaliteit van leven
- Inclusie
, - Ondersteuning
- empowerment
Quality of Life and Support Model:
• Weinig verschil met burgerschapsmodel
• Grote link met AAIDD-model
• Méér focus op ondersteuning!
Shared Citizinship Paradigm:
= mensen met een verstandelijke beperking worden gezien als volwaardige burger
Houdt in dat mensen met een beperking:
- Gelijkwaardig zijn aan anderen
- Gerespeteerd worden
- Gewaardeerd worden
- Meedoen in de samenleving
- Bijdragen aan alle aspecten van het dagelijks leven
Het is een gedeelt verantwoordelijkheidverhaal (we gaan elkaar moeten helpen)
Classificatie:
= een hulpmiddel om verschillende verschijnselen te verdelen en te ordenen
DSM 5 AAIDD
• Waardeverminderingen van algemene • Personen met een verstandelijke
verstandelijke vaardigheden die hun beperking ervaren Significante
invloed hebben op het adaptief beperkingen in:
- Intellectueel functioneren
, functioneren in drie domeinen of - Adaptieve gedrag zoals dat tot
gebieden. uitdrukking komt in conceptuele,
- Het conceptuele domein (*) sociale en praktische vaardigheden.
- Het sociale domein (**) • Probleme ontstaan voor de leeftijd van
- Het praktische domein (***) 18 jaar.
• Verstandelijke beperking heeft geen • Deze significante beperkingen leiden
specifieke leeftijdseis. ertoe dat bepaalde rollen in het leven
niet vervuld kunnen worden.
(*) het conceptuele domein: omvat vaardigheden in taal, lezen, schrijven, rekenen…
(**) het sociale domein:emptahie, communicatieve vaardigheden, het vermogen om
vriendschappen te maken….
(***) het praktische domein: persoonlijke verzorging, baan, beheer van geld…
MODEL AAIDD (2010):
Vroeger werd een verstandelijke beperking enkel gezien als: minder verstandelijk
functioneren dan de doorsnee bevolking. (enkel gebasserd op het IQ)
Vandaag kijkt men veel breder. Er is niet alleen sprake van een lager verstandelijk
functioneren, maar ook van:
• Minder adaptieve vaardigheden: vaardigheden die je dagelijks nodig hebt (zoals
zelfzorg, communicatie, sociale vaardigheden).
• Gezondheidsproblemen, bijvoorbeeld een hartafwijking.
• Minder kansen om te participeren en om echt deel uit te maken van de
samenleving.
• De invloed van de context: in een ondersteunende omgeving krijgt iemand veel
meer kansen, maar in een ongunstige context veel minder.