Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 98 páginas
Resumen

Samenvatting - Klinische psychologie (PSBA2-22)

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 98 páginas

Samenvatting literatuur + aanvulling uit de lectures.

Vista previa del contenido

1: Definities, verklaringen en stigmatisering
Psychopathologie: het veld binnen de psychologie die zich bezighoudt met
afwijkingen van normaal dagelijks psychisch functioneren, oftewel abnormaal
gedrag.
●​ Kenmerk: het beïnvloedt iemands dagelijks leven negatief
●​ Extreme uitingen van normaal gedrag

Klinische psychologie: het onderzoek naar en de behandeling van
psychopathologie.

Demonologie: men dacht vroeger (17e en 18e eeuw) vaak dat mensen bezeten
waren door kwade geesten en demonen.

Somatogene hypothese: men concludeerde dat psychische ziektes misschien
een medische oorzaak hebben in plaats van demonische bezetenheid.

General paresis: veranderingen in persoonlijkheid, dementie en verlamming als
gevolg van een laat stadium van syfilis.

Medisch model: men gaat ervan uit dat psychopathologische aandoeningen een
biologische oorzaak hebben en met medicatie en chirurgische ingrepen te
behandelen zijn.
Nadelen:
●​ Impliceert dat psychopathologie wordt veroorzaakt door een hormonale
disbalans, hersendisfunctie of onderontwikkeling in plaats van een extreme
vorm van normaal gedrag.
●​ Gezonde mensen met normale leerprocessen kunnen ook bizar gedrag
ontwikkelen.
●​ Biologisch reductionisme: alle complexe psychologische en emotionele
aspecten van psychopathologie zijn terug te brengen op simpele
biologische verklaringen.

Social breakdown syndrome: symptomen van agressiviteit, uitdagend gedrag en
een desinteresse in persoonlijke hygiëne en welzijn.

Milieutherapie: richt zich op de zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en
productiviteit van patiënten; minder kans op terugval.

Token economy: operante conditionering; patiënten worden beloond met
gewilde voorwerpen wanneer ze goed gedrag vertonen.

,Cultuurgebonden stoornissen:
●​ Ataque de Nervios: paniekstoornis (Caribische eilanden)
●​ Seizisman-stoornis: psychologische verlamming (Haïti)
●​ Schizofrenie is beter te behandelen in ontwikkelingslanden dan in
ontwikkelde landen.

‘Harmful dysfunction’: onaangepast gedrag is schadelijk voor de persoon in
kwestie of zijn of haar omgeving; hierbij is niet altijd sprake van psychopathologie.

Diathese-stress model: verklaart psychopathologie met behulp van de interactie
tussen genen en omgeving.

Genetic linkage analyse: identificatie van een individueel gen door te kijken naar
eigenschappen waarvan de genlocatie bekend is; moleculaire genetica.

Concordantie studies: kans dat iemand bepaalde symptomen krijgt door te
kijken naar gemeenschappelijke genen van familieleden; tweelingstudies.

Epigenetica: onderzoek naar veranderingen in individuen door het aanpassen
van genexpressie.

Psychoanalytisch model van Sigmund Freud
●​ Id: instinctieve en seksuele verlangens
●​ Ego: probeert impulsieve id onder controle te houden door
verdedigingsmechanismen.
●​ Super ego: wisselwerking tussen id en ego met maatschappelijke normen
en waarden; schaamte en stress.

Ego verdedigingsmechanismen: ontkenning, onderdrukking en projectie;
ontwikkelingsfases van Freud.

Gedragsmodel: psychopathologie reflecteert op onze aangeleerde reacties op
levensgebeurtenissen.
●​ Gedragstherapie en gedragsmodificatie: leerproces ongedaan maken
door gedrag af te leren of aan te passen op dezelfde manier als dat het
gedrag is aangeleerd.

Leertheorie: elk gedrag wordt aangeleerd, ook disfunctioneel gedrag; verklaren
van fobieën, posttraumatische stressstoornis (‘shellshock’), parafilie (seksuele
afwijkingen) en verslaving.
●​ Klassieke conditionering: aanleren van een associatie tussen twee stimuli.
●​ Operante conditionering: aanleren van gewenst gedrag door straf en/of
beloning.

,Cognitief model: emotionele stress wordt veroorzaakt doordat mensen
irrationele overtuigingen en ontwikkelen waarmee ze zichzelf beoordelen;
cognitieve gedragstherapieën.

Humanistisch-existentialistische benadering: mensen zijn van nature goed;
men kan psychopathologie voorkomen en genezen wanneer men angsten en
conflicten vermijdt door zelfbewustzijn, eigenwaarde en levensdoelen te
ontwikkelen en stimuleren.

Cliënt centrale therapie van Carl Rogers: therapeut neemt een
onvoorwaardelijke positieve houding aan, toont empathie en creëert een
ondersteunende omgeving voor de cliënt; geen wetenschappelijk toegevoegde
waarde, maar wordt wel toegepast.

Sociaal stigma: anderen hebben een veroordelende, discriminerende houding
tegenover mensen met een psychische ziekte.

Zelfstigmatisering: mensen gaan deze discriminerende gedachten zelf geloven;
sociale isolatie en tegenwerking van behandeling.

, Hoorcollege: Introductie in de klinische psychologie

1798 - Philippe Pinel: simpel classificatiesysteem; onderscheid tussen dementie,
manie, melancholie en idiotisme
1812 - Benjamin Rush: Observations and Increase upon Diseases of the Mind;
begrijpen van oorzaken van geestelijke ziektes
1883 - Emil Kraepelin: eerste classificatiesysteem voor stoornissen; focus op
biologische oorzaken
1917 - Sigmund Freud: psychoanalyse; biologische oorzaken -> psychologische
oorzaken
194/1949 - Boulder model: training van klinisch psychologen; diagnostiek,
therapie en onderzoek.
●​ Scientist practitioner: psycholoog is zowel wetenschapper als werkzaam in
de praktijk

Opkomst van experimentele psychologie
Na WO1: soldaten met shellshock; selectie van soldaten door psychologen.
Na WO2: weer shellshock; behandeling door psychologen.



Wanneer gedrag ‘abnormaal’ is, kun je op verschillende manieren bepalen:
●​ Sociale norm: verschillen tussen culturen; sociaal wenselijkheid is
onduidelijk; context; sociale normen veranderen over tijd
●​ Statistische norm: harde grens is arbitrair; niet alle abnormaliteit is
psychopathologie
●​ Psychisch lijden: niet bij elke stoornis is hier sprake van
●​ Disfunctioneren: niet elke onaangepaste gedraging is abnormaal;
sommige abnormale gedragingen hebben een functie.

4 D’s van abnormaliteit: Deviance, Dysfunction, Distress en Danger; Disease

Categorische benadering: strak onderscheid tussen het wel of niet hebben van
een bepaalde stoornis; DSM-V

Información del documento

Estudio
Subido en
2 de febrero de 2026
Número de páginas
98
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen
$8.25

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
1
Seguidores
0
Artículos
7
Última venta
6 meses hace


Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes