CHAPTER 12: THE CORRELATIONAL RESEARCH STRATEGY
= correlatieve onderzoeksstrategie
12.1 AN INTRODUCTION TO CORRELATIONAL RESEARCH
= inleiding tot correlatief onderzoek
- doel van correlatie onderzoeksstrategie is om relaties tussen variabelen te
onderzoeken en te beschrijven
- meer specifiek is het doel van een correlatieonderzoek om vast te stellen dat er een
relatie bestaat tussen variabelen en om de aard van de relatie te beschrijven
- correlatie strategie probeert niet de relatie te verklaren in termen van oorzaak en
gevolg en geen poging doet om de variabelen te manipuleren, te controleren of te
beïnvloeden
- gegevens voor een correlatieonderzoek bestaan uit 2 of meer metingen, 1 voor elk
van de onderzochte variabelen
- meestal worden scores verkregen van dezelfde persoon
- onderzoeker kan bv. taakgedrag en cijfers registreren voor elk kind in een
klas met basisschoolleerlingen
- of een onderzoeker kan de voedselconsumptie en het activiteitsniveau
registreren voor elk dier in een kolonie laboratoriumratten
- metingen kunnen worden gedaan in een natuurlijke omgeving of de individuen
kunnen worden gemeten in een laboratoriumomgeving
- belangrijke factor is dat de onderzoeker eenvoudigweg de bestudeerde variabelen
meet => metingen worden vervolgens onderzocht om te bepalen of ze een consistent
patroon van relatie vertonen
- bij correlatieve onderzoeksstrategie = worden 2 of meer variabelen gemeten om
een reeks scores te verkrijgen
- (meestal 2 scores) voor elk individu
- metingen worden vervolgens onderzocht om eventuele relatiepatronen tussen de
variabelen te identificeren en de sterkte van de relatie te meten
- bv. onderzoek naar de relatie tussen academische prestaties (gemiddelde
cijfer) en de tijd die universitaire studenten op Facebook doorbrengen
- onderzoekers maten het gemiddelde cijfer en de Facebook-tijd voor elk
individu in een groep studenten en ontdekten dat een grotere hoeveelheid tijd
die op Facebook werd doorgebracht consistent verband hield met lagere
gemiddelde cijfers
- hoewel het onderzoek een verband tussen de 2 variabelen aantoonde,
verklaart het niet waarom dit verband bestaat
- resultaten rechtvaardigen niet de conclusie dat de tijd die op Facebook wordt
doorgebracht leidt tot lagere cijfers (of dat lagere cijfers ertoe leiden dat
studenten meer tijd op Facebook doorbrengen).
- in de definitie van correlatieonderzoek stellen we dat een correlatieonderzoek
gewoonlijk 2 of meer scores voor elk individu behaalt
- met individu wordt 1 bron bedoeld, niet noodzakelijk 1 persoon
- omdat deze technische definitie van 'individu' verschilt van het alledaagse gebruik
van het woord verwijzen sommige onderzoekers naar 'gevallen' i.p.v. 'individuen'
- verschillende onderzoeken hebben bv. een verband aangetoond tussen
gezinsinkomen en de schoolprestaties van kinderen
1
, - over het algemeen wordt een hoger gezinsinkomen geassocieerd met hogere
cijfers
- merk op dat de onderzoekers 2 scores voor elk kind hebben, maar 1 score
komt van de ouders en 1 van het kind => in dit geval is elk geval of individu
een gezin in plaats van 1 persoon
COMPARING CORRELATIONAL, EXPERIMENTAL AND DIFFERENTIAL RESEARCH
= correlatie-, experimenteel en differentieel onderzoek vergelijken
- doel van een experimentele studie is om een oorzaak-gevolgrelatie tussen 2
variabelen aan te tonen
- om dit doel te bereiken vereist een experiment de manipulatie van 1 variabele om
behandelings omstandigheden te creëren en de meting van de 2de variabele om een
set scores binnen elke conditie te verkrijgen
- alle andere variabelen worden gecontroleerd
- onderzoeker vergelijkt vervolgens scores van elke behandeling met scores van
andere behandelingen
- als er verschillen zijn tussen behandelingen heeft de onderzoeker bewijs voor een
causaal verband tussen variabelen
- onderzoeker kan met name concluderen dat het manipuleren van 1 variabele
veranderingen in de 2de variabele veroorzaakt
- merk op dat een experimentele studie slechts 1 variabele meet en zoekt naar
verschillen tussen 2 of meer groepen scores
- correlationeel onderzoek is daarentegen bedoeld om het bestaan van een verband
tussen 2 variabelen aan te tonen
- merk op dat een correlationeel onderzoek niet probeert het verband te verklaren
- om zijn doel te bereiken, houdt een correlationeel onderzoek geen manipulatie,
controle of inmenging in van variabelen
- i.p.d. meet onderzoeker 2 verschillende variabelen voor elk individu
- onderzoeker zoekt vervolgens naar een verband binnen de set scores
- differentieel onderzoek is een vb. van een niet-experimenteel ontwerp en lijkt
sterk op correlationeel onderzoek
- verschil tussen deze 2 onderzoeksstrategieën is dat een correlationeel
onderzoek de data beschouwt als 2 scores, X en Y voor elk individu en zoekt
naar patronen binnen de scoresparen om te bepalen of er een verband is
- differentieel ontwerp stelt het bestaan van een verband vast door een
verschil tussen groepen aan te tonen
- differentieel ontwerp gebruikt specifiek 1 van de 2 variabelen om groepen
deelnemers te definiëren en meet vervolgens de 2de variabele om scores binnen
elke groep te verkrijgen
- onderzoeker zou bv. een steekproef van studenten in 2 groepen kunnen
verdelen overeenkomend met een hoog en laag zelfbeeld en vervolgens
scores voor academische prestaties in elke groep kunnen meten
- als er een statistisch significant verschil is in academische prestaties tussen
de 2 groepen heeft de onderzoeker bewijs voor een verband tussen zelfbeeld
en academische prestaties
- een correlatieonderzoek dat dezelfde relatie onderzoekt zou eerst een
zelfbeeld score en een score voor academische prestaties voor elke student
meten en vervolgens zoeken naar een patroon binnen de set scores
2
, - meestal houdt dit in dat wordt onderzocht of scores voor zelfbeeld en
academische prestaties de neiging hebben om samen te stijgen of dat de
scores voor 1 variabele toenemen naarmate scores voor de andere variabele
afnemen
- merk op dat het correlatieonderzoek 1 groep deelnemers betreft met 2 scores voor
elk individu
- de primaire focus van het correlatieonderzoek ligt op de relatie tussen de 2
variabelen
- differentiële onderzoek betreft 2 groepen scores en richt zich op het verschil tussen
de groepen
- beide ontwerpen stellen dezelfde basisvraag: 'Is er een relatie tussen zelfrespect en
academische prestaties?'
12.2 THE DATA AND STATISTICAL ANALYSIS FOR CORRELATIONAL STUDIES
= data- en statistische analyse voor correlationele studies
- correlatieonderzoek produceert 2 of meer scores voor elk individu
- onderzoekers zijn meestal geïnteresseerd in de relatie tussen 2 variabelen tegelijk
- daarom worden meerdere scores meestal gegroepeerd in paren voor evaluatie
- in deze sectie richten we ons op relaties tussen scores paren
EVALUATING RELATIONSHIPS FOR NUMERICAL SCORES (interval or ratio scales)
AND RANKS (ordinal scale)
= het evalueren van relaties voor numerieke scores (interval- of ratioschalen) en rangen
(ordinale schaal)
- wanneer de gegevens uit numerieke waarden bestaan worden scores in elk paar
traditioneel geïdentificeerd als X en Y
- de gegevens kunnen worden gepresenteerd in een lijst met de 2 scores voor elk
individu of scores kunnen worden weergegeven in een grafiek die een
spreidingsdiagram wordt genoemd
- in het spreidingsdiagram wordt elk individu weergegeven door een enkel punt met
een horizontale coördinaat die wordt bepaald door de X-score van het individu en de
verticale coördinaat die overeenkomt met de Y-waarde
- figuur 12.1 toont hypothetische gegevens uit een correlatieonderzoek gepresenteerd
als een lijst met scores en als een spreidingsdiagram
- voordeel van een spreidingsdiagram is dat u de kenmerken van de relatie tussen de
twee variabelen kunt zien
- correlatie of correlatiecoëfficiënt = is een numerieke waarde die de relatie tussen
2 variabelen meet en beschrijft
- teken van de correlatie (+/-) geeft de richting van de relatie aan
- numerieke waarde van de correlatie (0,0 tot 1,0) geeft de sterkte of
consistentie van de relatie aan
correlatie beschrijft d3 kenmerken van een relatie:
1. richting van de relatie
a. in figuur 12.1 is er een duidelijke tendens dat personen met hogere
X-waarden ook hogere Y-waarden hebben
b. evenzo naarmate de X-waarden kleiner worden, worden de bijbehorende
Y-waarden ook kleiner
c. een relatie van dit type wordt een positieve relatie genoemd
3
= correlatieve onderzoeksstrategie
12.1 AN INTRODUCTION TO CORRELATIONAL RESEARCH
= inleiding tot correlatief onderzoek
- doel van correlatie onderzoeksstrategie is om relaties tussen variabelen te
onderzoeken en te beschrijven
- meer specifiek is het doel van een correlatieonderzoek om vast te stellen dat er een
relatie bestaat tussen variabelen en om de aard van de relatie te beschrijven
- correlatie strategie probeert niet de relatie te verklaren in termen van oorzaak en
gevolg en geen poging doet om de variabelen te manipuleren, te controleren of te
beïnvloeden
- gegevens voor een correlatieonderzoek bestaan uit 2 of meer metingen, 1 voor elk
van de onderzochte variabelen
- meestal worden scores verkregen van dezelfde persoon
- onderzoeker kan bv. taakgedrag en cijfers registreren voor elk kind in een
klas met basisschoolleerlingen
- of een onderzoeker kan de voedselconsumptie en het activiteitsniveau
registreren voor elk dier in een kolonie laboratoriumratten
- metingen kunnen worden gedaan in een natuurlijke omgeving of de individuen
kunnen worden gemeten in een laboratoriumomgeving
- belangrijke factor is dat de onderzoeker eenvoudigweg de bestudeerde variabelen
meet => metingen worden vervolgens onderzocht om te bepalen of ze een consistent
patroon van relatie vertonen
- bij correlatieve onderzoeksstrategie = worden 2 of meer variabelen gemeten om
een reeks scores te verkrijgen
- (meestal 2 scores) voor elk individu
- metingen worden vervolgens onderzocht om eventuele relatiepatronen tussen de
variabelen te identificeren en de sterkte van de relatie te meten
- bv. onderzoek naar de relatie tussen academische prestaties (gemiddelde
cijfer) en de tijd die universitaire studenten op Facebook doorbrengen
- onderzoekers maten het gemiddelde cijfer en de Facebook-tijd voor elk
individu in een groep studenten en ontdekten dat een grotere hoeveelheid tijd
die op Facebook werd doorgebracht consistent verband hield met lagere
gemiddelde cijfers
- hoewel het onderzoek een verband tussen de 2 variabelen aantoonde,
verklaart het niet waarom dit verband bestaat
- resultaten rechtvaardigen niet de conclusie dat de tijd die op Facebook wordt
doorgebracht leidt tot lagere cijfers (of dat lagere cijfers ertoe leiden dat
studenten meer tijd op Facebook doorbrengen).
- in de definitie van correlatieonderzoek stellen we dat een correlatieonderzoek
gewoonlijk 2 of meer scores voor elk individu behaalt
- met individu wordt 1 bron bedoeld, niet noodzakelijk 1 persoon
- omdat deze technische definitie van 'individu' verschilt van het alledaagse gebruik
van het woord verwijzen sommige onderzoekers naar 'gevallen' i.p.v. 'individuen'
- verschillende onderzoeken hebben bv. een verband aangetoond tussen
gezinsinkomen en de schoolprestaties van kinderen
1
, - over het algemeen wordt een hoger gezinsinkomen geassocieerd met hogere
cijfers
- merk op dat de onderzoekers 2 scores voor elk kind hebben, maar 1 score
komt van de ouders en 1 van het kind => in dit geval is elk geval of individu
een gezin in plaats van 1 persoon
COMPARING CORRELATIONAL, EXPERIMENTAL AND DIFFERENTIAL RESEARCH
= correlatie-, experimenteel en differentieel onderzoek vergelijken
- doel van een experimentele studie is om een oorzaak-gevolgrelatie tussen 2
variabelen aan te tonen
- om dit doel te bereiken vereist een experiment de manipulatie van 1 variabele om
behandelings omstandigheden te creëren en de meting van de 2de variabele om een
set scores binnen elke conditie te verkrijgen
- alle andere variabelen worden gecontroleerd
- onderzoeker vergelijkt vervolgens scores van elke behandeling met scores van
andere behandelingen
- als er verschillen zijn tussen behandelingen heeft de onderzoeker bewijs voor een
causaal verband tussen variabelen
- onderzoeker kan met name concluderen dat het manipuleren van 1 variabele
veranderingen in de 2de variabele veroorzaakt
- merk op dat een experimentele studie slechts 1 variabele meet en zoekt naar
verschillen tussen 2 of meer groepen scores
- correlationeel onderzoek is daarentegen bedoeld om het bestaan van een verband
tussen 2 variabelen aan te tonen
- merk op dat een correlationeel onderzoek niet probeert het verband te verklaren
- om zijn doel te bereiken, houdt een correlationeel onderzoek geen manipulatie,
controle of inmenging in van variabelen
- i.p.d. meet onderzoeker 2 verschillende variabelen voor elk individu
- onderzoeker zoekt vervolgens naar een verband binnen de set scores
- differentieel onderzoek is een vb. van een niet-experimenteel ontwerp en lijkt
sterk op correlationeel onderzoek
- verschil tussen deze 2 onderzoeksstrategieën is dat een correlationeel
onderzoek de data beschouwt als 2 scores, X en Y voor elk individu en zoekt
naar patronen binnen de scoresparen om te bepalen of er een verband is
- differentieel ontwerp stelt het bestaan van een verband vast door een
verschil tussen groepen aan te tonen
- differentieel ontwerp gebruikt specifiek 1 van de 2 variabelen om groepen
deelnemers te definiëren en meet vervolgens de 2de variabele om scores binnen
elke groep te verkrijgen
- onderzoeker zou bv. een steekproef van studenten in 2 groepen kunnen
verdelen overeenkomend met een hoog en laag zelfbeeld en vervolgens
scores voor academische prestaties in elke groep kunnen meten
- als er een statistisch significant verschil is in academische prestaties tussen
de 2 groepen heeft de onderzoeker bewijs voor een verband tussen zelfbeeld
en academische prestaties
- een correlatieonderzoek dat dezelfde relatie onderzoekt zou eerst een
zelfbeeld score en een score voor academische prestaties voor elke student
meten en vervolgens zoeken naar een patroon binnen de set scores
2
, - meestal houdt dit in dat wordt onderzocht of scores voor zelfbeeld en
academische prestaties de neiging hebben om samen te stijgen of dat de
scores voor 1 variabele toenemen naarmate scores voor de andere variabele
afnemen
- merk op dat het correlatieonderzoek 1 groep deelnemers betreft met 2 scores voor
elk individu
- de primaire focus van het correlatieonderzoek ligt op de relatie tussen de 2
variabelen
- differentiële onderzoek betreft 2 groepen scores en richt zich op het verschil tussen
de groepen
- beide ontwerpen stellen dezelfde basisvraag: 'Is er een relatie tussen zelfrespect en
academische prestaties?'
12.2 THE DATA AND STATISTICAL ANALYSIS FOR CORRELATIONAL STUDIES
= data- en statistische analyse voor correlationele studies
- correlatieonderzoek produceert 2 of meer scores voor elk individu
- onderzoekers zijn meestal geïnteresseerd in de relatie tussen 2 variabelen tegelijk
- daarom worden meerdere scores meestal gegroepeerd in paren voor evaluatie
- in deze sectie richten we ons op relaties tussen scores paren
EVALUATING RELATIONSHIPS FOR NUMERICAL SCORES (interval or ratio scales)
AND RANKS (ordinal scale)
= het evalueren van relaties voor numerieke scores (interval- of ratioschalen) en rangen
(ordinale schaal)
- wanneer de gegevens uit numerieke waarden bestaan worden scores in elk paar
traditioneel geïdentificeerd als X en Y
- de gegevens kunnen worden gepresenteerd in een lijst met de 2 scores voor elk
individu of scores kunnen worden weergegeven in een grafiek die een
spreidingsdiagram wordt genoemd
- in het spreidingsdiagram wordt elk individu weergegeven door een enkel punt met
een horizontale coördinaat die wordt bepaald door de X-score van het individu en de
verticale coördinaat die overeenkomt met de Y-waarde
- figuur 12.1 toont hypothetische gegevens uit een correlatieonderzoek gepresenteerd
als een lijst met scores en als een spreidingsdiagram
- voordeel van een spreidingsdiagram is dat u de kenmerken van de relatie tussen de
twee variabelen kunt zien
- correlatie of correlatiecoëfficiënt = is een numerieke waarde die de relatie tussen
2 variabelen meet en beschrijft
- teken van de correlatie (+/-) geeft de richting van de relatie aan
- numerieke waarde van de correlatie (0,0 tot 1,0) geeft de sterkte of
consistentie van de relatie aan
correlatie beschrijft d3 kenmerken van een relatie:
1. richting van de relatie
a. in figuur 12.1 is er een duidelijke tendens dat personen met hogere
X-waarden ook hogere Y-waarden hebben
b. evenzo naarmate de X-waarden kleiner worden, worden de bijbehorende
Y-waarden ook kleiner
c. een relatie van dit type wordt een positieve relatie genoemd
3