Challenges and Industry Dynamics
Waar gaat het artikel over?
● Een overkoepelend framework bieden voor het begrijpen van culturele industrieën.
● Het centrale probleem is dat culturele industrieën worden gekenmerkt door extreme
onzekerheid
Definitie van culturele industrieën
● Verkopen van ervaringsgoederen met creatieve elementen (stories, styles)
● ze zijn gericht op entertainment, identity-building en social display (laten zien aan
anderen)
● Verspreiden via massadistributie aan de consumenten
○ Verkopen op grote schaal is belangrijk; hoge productiekosten moeten
terugverdient worden, daarom zoveel mogelijk verkopen
● Hardnekkig en groot overaanbod van creatieve arbeid
○ Er zijn altijd meer artiesten dan de markt kan opnemen, consumenten kunnen
lang niet alle artiesten consumeren (tijd en geld)
● Extreme onzekerheid: nobody knows principe
○ Of iets succesvol wordt is niet van te voren te voorspellen. Consumenten
kunnen de waarde van culturele goederen pas beoordelen na consumptie.
Gatekeeping
● Vanwege oversupply is selectie noodzakelijk, ze bepalen:
○ Welke producten worden uitgebracht
○ Welke producten dominant worden (positief beoordelen of negatief)
● Upstream selectors: mensen die bepalen en financieren wat wordt uitgebracht
○ labels, studio’s, uitgevers
● Downstream selectors: mensen die bepalen welke producten populair worden en het
publiek bereikt.
○ critici, media, charts, awards
Strategieen om de risico’s te verlagen
● Populariteit: het gebruiken van supersterren zorgt voor populariteit
○ Maar de kosten van supersterren wegen niet op tegen die extra opbrengsten,
waardoor het niet winstgevend is.
○ Populair betekent niet altijd kwaliteit
, ● Geef mensen iets wat ze kennen: balans tussen nieuw en bekendheid
○ Totaal nieuwe dingen zijn innovatief maar risicovol
○ Een sequel/tweede film scoort heel goed omdat het vertrouwd voelt, het
publiek is er al.
● WoM, information cascades, buzz
○ Consumenten beinvloeden elkaar door elkaar te vertellen wat ze goed of
slecht vinden
Taste
● Iemands smaak hangt af
○ Identiteit
○ Sociale klasse
● Smaak kan opbouwend ontstaan door consumptie, hoe vaker je iets probeert, hoe
leuker je het kunt vinden
● Maa tegelijkertijd zijn er aanwijzingen voor dieperliggende smaakvoorkeuren die al
bestaan vóór consumptie. Die zullen niet snel veranderen.
Art versus profit
= de creatieve artiesten vs. de managers
● De artiesten
○ Innovatie, passie, originaliteit, intrindieke motivatie
● Managers
○ Winst, massa entertainment, weinig risico (opschalen)
● De balans tussen artiesten en managers leidt tot:
○ hogere creatieve kwaliteit
○ betere commerciële prestaties
Creative labour
● Lage inkomens door overaanbod
● Hoge onzekerheid
● Lange werkuren
Digitalisering
● Kan het internet ervoor zorgen dat artiesten zelf hun werk kunnen distribureren,
zonder hulp van de manager?
○ Niet echt, de old school gatekeepers (studio’s, labels) hebben nog steeds
heel veel invloed op het succes door marketing en globaal netwerk
,Frey & Steiner (2010): Pay as you go: A new proposal for museum pricing
Waar gaat het artikel over?
● Hoe bepalen musea wat voor prijzen ze hanteren met meerdere doelen
Belangrijkste doelen van musea
● Musea hebben meer doelen tegelijk.
● Basisverantwoordelijkheden van musea
■ Bewaren van schilderij/conserveren
■ Tentoonstellen
■ Plek voor studies
○ Economische doelen
■ Opbrengsten genereren
■ Efficiëntie
■ Price differentiation
■ Sponsoren aantrekken
○ Sociale en politieke doelen
■ Culturele betrokkenheid, zoveel mogelijk bezoekers
■ Gelijkheid
■ Onderwijs
■ Prestige
● Er is geen prijsmechanisme die alle doelen kan maximaliseren, het is een trade off
● Prijsmechanismen worden niet alleen beoordeeld op efficiëntie en inkomsten, maar
ook op eerlijkheid
Analyse van bestaande prijsmechanismen
1. Free entry (ideale oplossing?)
● Voordelen: Sociale gelijkheid, meer bezoekers kan zelfs sponsoren aantrekken
● Nadelen: te veel bezoekers komen en kunnen de ervaring en kunst verpesten, en de
bezoekers komen meestal uit de hogere klasse
○ Je subsideert eigenlijk het bezoek van de mensen die het niet nodig hebben,
het doel was het helpen van de armere mensen.
2. Entry fee
● Voordelen: zorgt voor opbrengsten op een efficiënte manier zonder te veel
bezoekers. De mensen die het het meest willen profiteren ervan (niet te mensen die
even snel willen kijken en weer gaan).
, ● Nadelen: het jaagt nieuwe mensen en mensen met een laag inkomen weg. Kan als
oneerlijk worden gezien.
Oplossing: Exit prices
● Bezoekers betalen bij het verlaten van het museum, op basis van besteedde tijd
binnen (parkeertarief)
● Musea zijn ervaringsgoederen, de kwaliteit van het bezoek kun je beter achteraf
beoordelen.
● Voordelen:
○ Het is eerlijker, wie langer blijft (en het dus leuk vindt) en meer profiteert
betaalt ook meer
○ Kan nieuwe mensen aantrekken omdat de drempel laag is
■ Nog beter als je de eerste minuten gratis aanbiedt
○ Misschien nog hogere neveninkomsten, tevreden mensen geven meer uit in
het winkeltje of restaurant.
Mogelijke nadelen
● Bezoekers kunnen zich opgejaagd voelen door de tijd
● Oplossing: dit kan worden beperkt met dalende tarieven per minuut, hoe langer je
blijft, hoe goedkoper het wordt.