DIERENZORG REPTIELEN
ALGEMENE KENMERKEN REPTIELEN
- huid
● bedekt met schubben
● soms beenplaten aanwezig
● verhoornde uitsteeksels voor bescherming
● vervellingen om groei en herstel mogelijk te maken
● thermoregulatie via gedrag en omgeving
- koudbloedig
● poikilotherm: lichaamstemperatuur varieert met omgeving
● ectotherm: warmte van buitenaf nodig
● PBT (Preferred Body Temperature): ideale lichaamstemperatuur voor
activiteit
● thermoregulatie door zonnen of schuilen
● vaak winterslaap bij lage temperaturen
- longen
● meestal twee longen aanwezig
● geen middenrif tussen borst- en buikholte: heeft gevolgen voor bepaalde
ziektes en aandoeningen
● gasuitwisseling via longen
● 2 types lon
- voortplanting
● ovipaar: legt eieren, meestal op land, soms broedzorg
● ovovivipaar of vivipaar: eieren komen in lichaam uit of levendbarend
- gif: komt voor bij gifslangen, korsthagedis en gilamonster
- voeding
● herbivoor: eet planten
● carnivoor: eet vlees
● piscivoor: eet vissen
● omnivoor: eet zowel planten als vlees
● insectivoor: eet insecten
● vaak voedselspecialisatie afhankelijk van soort: paddehagedis eet mieren,
maagdarmstelsel is daaraan aangepast
- communicatie
● gebeurt door zwaaien, knikken, lichaamshoudingen en kleuren
- verdediging
● verbergen of camouflage om niet op te vallen
● staart: gebruiken als zweep
● nagels en bijten als aanval of verdediging
● autotomie: staart afwerpen
1
, ● scherpe stekels, sissen, blazen of kraag opzetten om te dreigen
● schild of anale klieren als bescherming
● dood houden om vijanden te misleiden
● gif gebruiken om prooi te doden of vijand af te weren
● mimicry: lijkt op gevaarlijke dieren voor bescherming
INDELING BINNEN DE REPTIELEN
- ongeveer 11 341 species bekend
- verdeeld in 4 orden
● Squamata: hagedissen en slangen
● Chelonia: schildpadden
● Crocodylia: krokodillen, alligators, kaaimannen en gavialen
● Rhynchocephalia: brughagedissen (zoals Sphenodon)
1: SQUAMATA
- grootste orde van de reptielen
- omvat hagedissen, slangen en wormhagedissen
● Sauria: hagedissen
● Serpentes: slangen
● Amphisbaenia: wormhagedissen
Sauria: hagedisachtigen
- hebben vier poten
- bezitten oogleden
- hebben een uitwendig trommelvlies
- sterk variërend in grootte: van kleine gecko’s tot grote varanen
Serpentes: slangen
- pootloos lichaam
- geen oogleden: ogen altijd open
- geen uitwendig trommelvlies: nemen trillingen waar via de ondergrond
- speekselklieren geëvolueerd tot gifklieren bij giftige soorten
- sterk variërend in grootte: van kleine wormslangen tot grote pythons
Amphisbaenia: wormhagedissen
- gravende levenswijze: leven ondergronds
- meestal pootloos, sommige soorten hebben rudimentaire voorpoten
- aangepast aan ondergrondse habitat
2
,2: CHELONIA
- verdeeld in twee groepen
● cryptodira: halsbergers, trekken nek recht naar binnen
● pleurodira: halswenders, buigen nek zijwaarts
- sterk variërend in grootte: van kleine landschildpadden tot grote zeeschildpadden
- leven op land en in water
- voorkomen in zoet en zout water
3: CROCODYLIA
verdeeld in drie families
- crocodylidae: krokodillen
- alligatoridae: kaaimannen en alligators
- gavialidae: gavialen
4: RHYNCHOCEPHALIA (SPHENODONTIDAE)
- primitieve hagedisachtige reptielen: ook wel ‘levende fossielen’
- bekend als brughagedissen
- bekendste soort: tuatara, naam betekent ‘stekelige rug’
- komen voor in Nieuw Zeeland
REPTIELEN IN GEVANGENSCHAP
DIERENTUINEN
Conservatie
- behoud van bedreigde reptielensoorten
- voorkomen van uitsterven door kweekprogramma’s
- herintroductie in het wild mogelijk bij succesvolle kweek
ONDERZOEK
- reproductie: studie van voortplantingsgedrag en voortplantingsfysiologie
- gedrag: observatie van sociale interacties, jachttechnieken en stressreacties
- moleculaire biologie: onderzoek naar genexpressie, DNA en erfelijke eigenschappen
- phylogenetica: analyse van evolutionaire verwantschappen tussen reptielensoorten
- ziekten en volksgezondheid
● reptielen kunnen drager zijn van ziekteverwekkers zoals Salmonella
● monitoring van gezondheid belangrijk voor zowel dieren als mensen
● voorkomen van overdracht naar mensen door goede hygiëne
- ontwikkeling van nieuwe medicijnen
● stoffen uit reptielengif kunnen gebruikt worden voor medicijnontwikkeling
● onderzoek naar gifcomponenten leidt tot nieuwe therapieën
3
, ● voorbeelden: pijnstillers en bloeddrukverlagende middelen afgeleid van
slangengif
NUTSDIEREN
- huid: verwerkt tot leder voor kleding en accessoires
- vlees en eieren
● geconsumeerd in sommige culturen
● rijk aan eiwitten, vetarm
- gif
● gebruikt voor antiserum (tegen slangenbeten)
● bevat stoffen met anti-coagulans (tegen bloedstolling) en anti-tumorale
werking
- Sjamanisme en Oosterse geneeskunde: reptielen symbolisch en medicinaal gebruikt
in traditionele praktijken
PET-INDUSTRIE
- dierenwinkels
● verkopen reptielen en toebehoren
● kwaliteit van verzorging en informatie varieert sterk
- beurzen
● plaatsen waar reptielen worden tentoongesteld en verhandeld
● vaak ook ruil en informatie-uitwisseling tussen kwekers
- online verkoop
● makkelijke toegang tot exotische soorten
● verhoogt risico op slechte huisvesting en illegale handel
- illegale handel
● bedreigt wilde populaties
● vaak in strijd met CITES-regelgeving
● kan verspreiding van ziekten en stress bij dieren veroorzaken
● worden in plastic flessen verkocht en getransporteerd
MEEST ALS HUISDIER GEHOUDEN SOORTEN IN GEVANGENSCHAP
- hagedissen
- slangen
- schildpadden
MEEST GEHOUDEN HAGEDISSEN
Superfam. Iguania omvat verschillende families van hagedissen die vaak als huisdier worden
gehouden
Fam. Agamen bevat soorten zoals Baardagame, Groene Wateragame en
Kraaghagedis
4
ALGEMENE KENMERKEN REPTIELEN
- huid
● bedekt met schubben
● soms beenplaten aanwezig
● verhoornde uitsteeksels voor bescherming
● vervellingen om groei en herstel mogelijk te maken
● thermoregulatie via gedrag en omgeving
- koudbloedig
● poikilotherm: lichaamstemperatuur varieert met omgeving
● ectotherm: warmte van buitenaf nodig
● PBT (Preferred Body Temperature): ideale lichaamstemperatuur voor
activiteit
● thermoregulatie door zonnen of schuilen
● vaak winterslaap bij lage temperaturen
- longen
● meestal twee longen aanwezig
● geen middenrif tussen borst- en buikholte: heeft gevolgen voor bepaalde
ziektes en aandoeningen
● gasuitwisseling via longen
● 2 types lon
- voortplanting
● ovipaar: legt eieren, meestal op land, soms broedzorg
● ovovivipaar of vivipaar: eieren komen in lichaam uit of levendbarend
- gif: komt voor bij gifslangen, korsthagedis en gilamonster
- voeding
● herbivoor: eet planten
● carnivoor: eet vlees
● piscivoor: eet vissen
● omnivoor: eet zowel planten als vlees
● insectivoor: eet insecten
● vaak voedselspecialisatie afhankelijk van soort: paddehagedis eet mieren,
maagdarmstelsel is daaraan aangepast
- communicatie
● gebeurt door zwaaien, knikken, lichaamshoudingen en kleuren
- verdediging
● verbergen of camouflage om niet op te vallen
● staart: gebruiken als zweep
● nagels en bijten als aanval of verdediging
● autotomie: staart afwerpen
1
, ● scherpe stekels, sissen, blazen of kraag opzetten om te dreigen
● schild of anale klieren als bescherming
● dood houden om vijanden te misleiden
● gif gebruiken om prooi te doden of vijand af te weren
● mimicry: lijkt op gevaarlijke dieren voor bescherming
INDELING BINNEN DE REPTIELEN
- ongeveer 11 341 species bekend
- verdeeld in 4 orden
● Squamata: hagedissen en slangen
● Chelonia: schildpadden
● Crocodylia: krokodillen, alligators, kaaimannen en gavialen
● Rhynchocephalia: brughagedissen (zoals Sphenodon)
1: SQUAMATA
- grootste orde van de reptielen
- omvat hagedissen, slangen en wormhagedissen
● Sauria: hagedissen
● Serpentes: slangen
● Amphisbaenia: wormhagedissen
Sauria: hagedisachtigen
- hebben vier poten
- bezitten oogleden
- hebben een uitwendig trommelvlies
- sterk variërend in grootte: van kleine gecko’s tot grote varanen
Serpentes: slangen
- pootloos lichaam
- geen oogleden: ogen altijd open
- geen uitwendig trommelvlies: nemen trillingen waar via de ondergrond
- speekselklieren geëvolueerd tot gifklieren bij giftige soorten
- sterk variërend in grootte: van kleine wormslangen tot grote pythons
Amphisbaenia: wormhagedissen
- gravende levenswijze: leven ondergronds
- meestal pootloos, sommige soorten hebben rudimentaire voorpoten
- aangepast aan ondergrondse habitat
2
,2: CHELONIA
- verdeeld in twee groepen
● cryptodira: halsbergers, trekken nek recht naar binnen
● pleurodira: halswenders, buigen nek zijwaarts
- sterk variërend in grootte: van kleine landschildpadden tot grote zeeschildpadden
- leven op land en in water
- voorkomen in zoet en zout water
3: CROCODYLIA
verdeeld in drie families
- crocodylidae: krokodillen
- alligatoridae: kaaimannen en alligators
- gavialidae: gavialen
4: RHYNCHOCEPHALIA (SPHENODONTIDAE)
- primitieve hagedisachtige reptielen: ook wel ‘levende fossielen’
- bekend als brughagedissen
- bekendste soort: tuatara, naam betekent ‘stekelige rug’
- komen voor in Nieuw Zeeland
REPTIELEN IN GEVANGENSCHAP
DIERENTUINEN
Conservatie
- behoud van bedreigde reptielensoorten
- voorkomen van uitsterven door kweekprogramma’s
- herintroductie in het wild mogelijk bij succesvolle kweek
ONDERZOEK
- reproductie: studie van voortplantingsgedrag en voortplantingsfysiologie
- gedrag: observatie van sociale interacties, jachttechnieken en stressreacties
- moleculaire biologie: onderzoek naar genexpressie, DNA en erfelijke eigenschappen
- phylogenetica: analyse van evolutionaire verwantschappen tussen reptielensoorten
- ziekten en volksgezondheid
● reptielen kunnen drager zijn van ziekteverwekkers zoals Salmonella
● monitoring van gezondheid belangrijk voor zowel dieren als mensen
● voorkomen van overdracht naar mensen door goede hygiëne
- ontwikkeling van nieuwe medicijnen
● stoffen uit reptielengif kunnen gebruikt worden voor medicijnontwikkeling
● onderzoek naar gifcomponenten leidt tot nieuwe therapieën
3
, ● voorbeelden: pijnstillers en bloeddrukverlagende middelen afgeleid van
slangengif
NUTSDIEREN
- huid: verwerkt tot leder voor kleding en accessoires
- vlees en eieren
● geconsumeerd in sommige culturen
● rijk aan eiwitten, vetarm
- gif
● gebruikt voor antiserum (tegen slangenbeten)
● bevat stoffen met anti-coagulans (tegen bloedstolling) en anti-tumorale
werking
- Sjamanisme en Oosterse geneeskunde: reptielen symbolisch en medicinaal gebruikt
in traditionele praktijken
PET-INDUSTRIE
- dierenwinkels
● verkopen reptielen en toebehoren
● kwaliteit van verzorging en informatie varieert sterk
- beurzen
● plaatsen waar reptielen worden tentoongesteld en verhandeld
● vaak ook ruil en informatie-uitwisseling tussen kwekers
- online verkoop
● makkelijke toegang tot exotische soorten
● verhoogt risico op slechte huisvesting en illegale handel
- illegale handel
● bedreigt wilde populaties
● vaak in strijd met CITES-regelgeving
● kan verspreiding van ziekten en stress bij dieren veroorzaken
● worden in plastic flessen verkocht en getransporteerd
MEEST ALS HUISDIER GEHOUDEN SOORTEN IN GEVANGENSCHAP
- hagedissen
- slangen
- schildpadden
MEEST GEHOUDEN HAGEDISSEN
Superfam. Iguania omvat verschillende families van hagedissen die vaak als huisdier worden
gehouden
Fam. Agamen bevat soorten zoals Baardagame, Groene Wateragame en
Kraaghagedis
4