1) Middeleeuwen
Gregoriaans (600-1150)
Muzikale eigenschappen
Eenstemmig (monofoon)
Modale toonsysteem
Tekstzetting: syllabisch, neumatisch of melismatisch
Uitvoeringswijze: direct, responsoriaal of antifonaal
Golvende bewegingen met kleine intervallen (secunden)
(troperen)
Genres
- Mis (ordinarium + proprium)
- Officie
Ars Antiqua (einde 12de – begin 13de eeuw)
Muzikale eigenschappen
Tweestemmig (parallel, pedaal of melismatisch organum)
Meerstemmig (duplum, triplum, quadruplum)
Genres
- Motet met nieuwe teksten in de volkstaal -> profaan
- Canso (+instrumentale begeleiding)
Componisten
Perotinus
Leoninus
B. de Ventadorn
Ars Nova (14de eeuw)
Muzikale eigenschappen
Ritmische verfijning
Genres
- Isoritmisch motet
- Franse chanson (virelai, ballade en rondeau)
Componisten
P. de Vitry
G. de Machaut
2) Renaissance (15de – 16de eeuw)
Muzikale eigenschappen