Zorgtraject spraakontwikkeling
M1: Normale ontwikkeling
1.1 Inleiding
1.1.1 Achtergrond
● Overt speech = articulatiebewegingen
● Covert speech = onderliggende, voorbereidende werk
-> taalproductiemechanisme Levelt
1.1.2 Definitie van articulatie:
“De aanpassingen en bewegingen van de spraakorganen, de resonantieruimten en de
stemspleet, die nodig zijn om de luchtstroom zodanig te wijzigen dat fonemen en prosodische
en linguïstische kenmerken worden geproduceerd”
1.1 3 Parameters m.b.t articulatie:
● Hoe verstaanbaar is de spreker?
● In welke mate voldoet hij/zij aan de sociale/culturele norm?
○ Multiculturele samenleving: niet altijd even belangrijk in bepaalde samenleving
● Hoe aangepast is de spraak m.b.t. het uitgeoefende beroep ?(= professionele norm)
● Hoe tevreden is de spreker zelf met zijn spraak ? (= subjectieve norm)
1.1.4 Effecten van articulatie en fonologische stoornissen
● Sociaal-emotionele effecten
○ Al van jongs af aan kan er commentaar, uitgesloten
worden en frustratie zijn
○ Laag gevoel van eigenwaarde
○ Kan zelfs leiden tot misdadigheid en delinquentie
● Effecten op beroepsmatig vlak
○ Slecht spreken wordt vaak geassocieerd met onkunde,
incompetentie en gebrek aan intelligentie
1.1.5 Factoren i.v.m. aard en mate van bestraffing:
● Articulatorische vereisten: hoe meer je moet spreken, hoe meer bestraffing
● Persoonlijke gevoelens: hoe meer positieve gedragingen van een ander, hoe minder last
● Overbescherming: geen erkenning van het probleem, meer overbeschermd -> kwetsbaarder
● Stereotiepe of vooringenomen luisteraarsattitudes
● Attitudes van de spreker zelf: zelf negatieve attitude dan wordt dat ook getransporteerd
naar de luisteraar
● Opvallendheid van het spraakprobleem: hoe meer ongebruikelijk, hoe groter de bestraffing
● Mate van (on)verstaanbaarheid
● Heel vaak botsen op ongeduld: als therapeut snel aanvullen wat de persoon die vb. stottert
wilt/moet zeggen
Bestraffingen geassocieerd met uitspraakproblemen: uitsluiting, overbescherming, vermijding,
verwarring, frustratie, medelijden, fysieke aanvallen, ongeduld, schuld, nabootsing, angst,
verwerping
=> Kinderen op een jonge leeftijd oppikken en verder helpen!
1.1.6 Secord en Backman: attitude bestaat uit drie dimensies of componenten
● Cognitieve component die overwegingen, gedachten, van mensen aangaande objecten
betreft
, ● Affectieve (of emotionele) component duidend op gevoelens en emoties ten aanzien van
het object of gedrag in termen van goed of slecht
● Gedragscomponent welke de tendens tot handelen ten opzichte van een object of de
intentie tot een gedrag bepaalt
● Dus: attitude is wijze waarop een persoon zich verhoudt tot een gedrag object, idee of
persoon
1.1.7 Gevolgen van articulatiestoornissen
● Verminderen van sociale interacties – isolement
● Agressief en ander onaangepast gedrag
● Gevoelens van angst en vrees (soms zelfs leidend tot mutisme)
● Schuld- en schaamtegevoelens – soms ontkenning
1.2 Anatomie en fysiologie
1.2.1 Neurofysiologisch aspect van articulatie
● Articuleren niet los zien van basisbehoeftes, zal onderbroken worden door hoesten, niezen
etc.
● Taal zit meestal in dominante hemisfeer, meestal rechts bij linkshandigen
● Niet dominante hemisfeer: geautomatiseerde spraak, emoties, sociale en gememoriseerde
spraak = minor speech
● Motorische cortex: initiatie spraak
○ Laesie van hoger gelegen delen van motorische baan kan aanleiding geven tot
spasticiteit van de spieren
○ Laesie van onderste gedeelte leidt tot slapte
■ Spastische of slappe dysarthrie
● Cerebellum en basale ganglia maken verbinding met craniale zenuwen om articulatie
mogelijk te maken
● Belangrijkste banen: corticobulbaire en corticospinale banen
1.2.1.1 Bezenuwing van de articulatoren
● N. Trigeminus (V) = gemengde zenuw -> sensibiliteit van het gelaat + aansturen van de
kauwspieren
○ Grootste craniale zenuw
○ Sensorische tak: oppervlakkige en diepe gevoeligheid aangezicht, mond, onderkaak
○ Motorische tak: kauwspieren, zacht verhemelte, delen tong
○ Laesie:
, ■ aantasting spraak door verminderde tactiele gevoeligheid voorste 2/3
tongverlamming kauwpieren
■ gestoorde resonantie door aantasting zacht verhemelte
● N. Facialis (VII) = gemengde zenuw -> mimiek, smaaksensatie, regulatie speekselklieren
○ Sensorische tak: smaak voorste 2/3 tong, speekselklieren, zacht verhemelte,
houdingsgevoeligheid faciale spieren
○ Motorische tak: m stapedius en oppervlakkige spieren voorhoofd en aangezicht
○ Laesie:
■ Paralyse spieren gelaatsuitdrukking = Bell’s palsy
■ Pijn achter en in het oor, gehoorverlies door paralyse m stapedius
■ Smaakverlies
■ Unilateraal wegtrekken faciale spieren
■ Speekselvloed
● N. Acousticus (VIII) = sensorische zenuw -> Gehoor en evenwicht
○ Sensorische takken: gehoor en evenwicht
○ Laesie:
■ Perceptieslechthorendheid, tinnitus, vertigo, nystagmus
■ Gevolgen voor spraak door wegvallen auditieve feedback
● N. Glossopharyngeus (IX) = gemengde zenuw -> smaaksensatie, aansturen keelspieren
(=farynx)
○ Sensorische tak: gevoel achterste 1/3 tong, zacht verhemelte, uvula, amandelbogen
○ Motorische tak: m pharyngeus m stylopharyngeus
○ Laesie
■ Slikproblemen
■ Toegenomen speekselproductie
■ Verminderde samentrekking farynxwand
■ Deviatie uvula
■ Hypernasaliteit door afgenomen velofaryngeale sluiting
■ Minder zuivere articulatie
● N. Vagus (X) = gemengde zenuw -> stemgeving, aansturing larynx
○ Verbinding IX en XI
○ Sensorische tak: sensatie uitwendige gehoorgang
○ Motorische tak: farynx, larynx, tongbasis
○ Laesie:
■ Fonatieproblemen: stemverlies, stemdysfunctie
● N. accessorius (XI) = motorische zenuw -> aansturen van nek- en halsspieren
○ Motorische tak: Intrinsieke spieren bovenste deel larynx, farynx, uvula, nek en
halsspieren
○ Laesie:
■ Aantasting fonatie en resonantie
■ Problemen zijwaartse hoofdbewegingen
● N. Hypoglossus (XII) = motorische zenuw -> aansturing van tong- en halsspieren
○ Belangrijkste zenuw articulatie
○ Sensorische en motorische tak: Proprioceptie feedback tong
○ Laesie:
■ Uni of bilaterale paralyse, degeneratie en dystrofie van spierweefsel tong
■ Dysartrie
■ Anarthrie
Klinische toepassingen
● Moebius-syndroom = congenitale faciale diplegie
○ Verlamming van de n. facialis
○ spieren van het gezicht en van de ogen werken niet goed
, ○ bepaalde zenuwen hebben zich niet (helemaal) gevormd
○ bilateraal
● Bell’s palsy
○ verlamming of zwakte van het gezicht
○ unilateraal
○ een zenuwen raakt gewond of werkt niet meer goed
○ plots/tijdelijk
1.2.1.2 Samenwerking spieren en zenuwen
1.2.2 Spraakstructuren
● Supralaryngaal: resonantie en productie spraakklanken
○ Pharynx
■ Mondt uit in twee holtes: cavum oris en cavum nasalis
■ Velum bepaalt of lucht via neus of mond gaat
○ Mondholte
○ Neusholte
● Laryngaal: vibreren element, fonatoir systeem (larynx)
● Sublaryngaal: energiebron (longen)
○ Respiratoir systeem
○ Primair: ademhaling
○ Secundair: productie spraakklanken mogelijk maken
M1: Normale ontwikkeling
1.1 Inleiding
1.1.1 Achtergrond
● Overt speech = articulatiebewegingen
● Covert speech = onderliggende, voorbereidende werk
-> taalproductiemechanisme Levelt
1.1.2 Definitie van articulatie:
“De aanpassingen en bewegingen van de spraakorganen, de resonantieruimten en de
stemspleet, die nodig zijn om de luchtstroom zodanig te wijzigen dat fonemen en prosodische
en linguïstische kenmerken worden geproduceerd”
1.1 3 Parameters m.b.t articulatie:
● Hoe verstaanbaar is de spreker?
● In welke mate voldoet hij/zij aan de sociale/culturele norm?
○ Multiculturele samenleving: niet altijd even belangrijk in bepaalde samenleving
● Hoe aangepast is de spraak m.b.t. het uitgeoefende beroep ?(= professionele norm)
● Hoe tevreden is de spreker zelf met zijn spraak ? (= subjectieve norm)
1.1.4 Effecten van articulatie en fonologische stoornissen
● Sociaal-emotionele effecten
○ Al van jongs af aan kan er commentaar, uitgesloten
worden en frustratie zijn
○ Laag gevoel van eigenwaarde
○ Kan zelfs leiden tot misdadigheid en delinquentie
● Effecten op beroepsmatig vlak
○ Slecht spreken wordt vaak geassocieerd met onkunde,
incompetentie en gebrek aan intelligentie
1.1.5 Factoren i.v.m. aard en mate van bestraffing:
● Articulatorische vereisten: hoe meer je moet spreken, hoe meer bestraffing
● Persoonlijke gevoelens: hoe meer positieve gedragingen van een ander, hoe minder last
● Overbescherming: geen erkenning van het probleem, meer overbeschermd -> kwetsbaarder
● Stereotiepe of vooringenomen luisteraarsattitudes
● Attitudes van de spreker zelf: zelf negatieve attitude dan wordt dat ook getransporteerd
naar de luisteraar
● Opvallendheid van het spraakprobleem: hoe meer ongebruikelijk, hoe groter de bestraffing
● Mate van (on)verstaanbaarheid
● Heel vaak botsen op ongeduld: als therapeut snel aanvullen wat de persoon die vb. stottert
wilt/moet zeggen
Bestraffingen geassocieerd met uitspraakproblemen: uitsluiting, overbescherming, vermijding,
verwarring, frustratie, medelijden, fysieke aanvallen, ongeduld, schuld, nabootsing, angst,
verwerping
=> Kinderen op een jonge leeftijd oppikken en verder helpen!
1.1.6 Secord en Backman: attitude bestaat uit drie dimensies of componenten
● Cognitieve component die overwegingen, gedachten, van mensen aangaande objecten
betreft
, ● Affectieve (of emotionele) component duidend op gevoelens en emoties ten aanzien van
het object of gedrag in termen van goed of slecht
● Gedragscomponent welke de tendens tot handelen ten opzichte van een object of de
intentie tot een gedrag bepaalt
● Dus: attitude is wijze waarop een persoon zich verhoudt tot een gedrag object, idee of
persoon
1.1.7 Gevolgen van articulatiestoornissen
● Verminderen van sociale interacties – isolement
● Agressief en ander onaangepast gedrag
● Gevoelens van angst en vrees (soms zelfs leidend tot mutisme)
● Schuld- en schaamtegevoelens – soms ontkenning
1.2 Anatomie en fysiologie
1.2.1 Neurofysiologisch aspect van articulatie
● Articuleren niet los zien van basisbehoeftes, zal onderbroken worden door hoesten, niezen
etc.
● Taal zit meestal in dominante hemisfeer, meestal rechts bij linkshandigen
● Niet dominante hemisfeer: geautomatiseerde spraak, emoties, sociale en gememoriseerde
spraak = minor speech
● Motorische cortex: initiatie spraak
○ Laesie van hoger gelegen delen van motorische baan kan aanleiding geven tot
spasticiteit van de spieren
○ Laesie van onderste gedeelte leidt tot slapte
■ Spastische of slappe dysarthrie
● Cerebellum en basale ganglia maken verbinding met craniale zenuwen om articulatie
mogelijk te maken
● Belangrijkste banen: corticobulbaire en corticospinale banen
1.2.1.1 Bezenuwing van de articulatoren
● N. Trigeminus (V) = gemengde zenuw -> sensibiliteit van het gelaat + aansturen van de
kauwspieren
○ Grootste craniale zenuw
○ Sensorische tak: oppervlakkige en diepe gevoeligheid aangezicht, mond, onderkaak
○ Motorische tak: kauwspieren, zacht verhemelte, delen tong
○ Laesie:
, ■ aantasting spraak door verminderde tactiele gevoeligheid voorste 2/3
tongverlamming kauwpieren
■ gestoorde resonantie door aantasting zacht verhemelte
● N. Facialis (VII) = gemengde zenuw -> mimiek, smaaksensatie, regulatie speekselklieren
○ Sensorische tak: smaak voorste 2/3 tong, speekselklieren, zacht verhemelte,
houdingsgevoeligheid faciale spieren
○ Motorische tak: m stapedius en oppervlakkige spieren voorhoofd en aangezicht
○ Laesie:
■ Paralyse spieren gelaatsuitdrukking = Bell’s palsy
■ Pijn achter en in het oor, gehoorverlies door paralyse m stapedius
■ Smaakverlies
■ Unilateraal wegtrekken faciale spieren
■ Speekselvloed
● N. Acousticus (VIII) = sensorische zenuw -> Gehoor en evenwicht
○ Sensorische takken: gehoor en evenwicht
○ Laesie:
■ Perceptieslechthorendheid, tinnitus, vertigo, nystagmus
■ Gevolgen voor spraak door wegvallen auditieve feedback
● N. Glossopharyngeus (IX) = gemengde zenuw -> smaaksensatie, aansturen keelspieren
(=farynx)
○ Sensorische tak: gevoel achterste 1/3 tong, zacht verhemelte, uvula, amandelbogen
○ Motorische tak: m pharyngeus m stylopharyngeus
○ Laesie
■ Slikproblemen
■ Toegenomen speekselproductie
■ Verminderde samentrekking farynxwand
■ Deviatie uvula
■ Hypernasaliteit door afgenomen velofaryngeale sluiting
■ Minder zuivere articulatie
● N. Vagus (X) = gemengde zenuw -> stemgeving, aansturing larynx
○ Verbinding IX en XI
○ Sensorische tak: sensatie uitwendige gehoorgang
○ Motorische tak: farynx, larynx, tongbasis
○ Laesie:
■ Fonatieproblemen: stemverlies, stemdysfunctie
● N. accessorius (XI) = motorische zenuw -> aansturen van nek- en halsspieren
○ Motorische tak: Intrinsieke spieren bovenste deel larynx, farynx, uvula, nek en
halsspieren
○ Laesie:
■ Aantasting fonatie en resonantie
■ Problemen zijwaartse hoofdbewegingen
● N. Hypoglossus (XII) = motorische zenuw -> aansturing van tong- en halsspieren
○ Belangrijkste zenuw articulatie
○ Sensorische en motorische tak: Proprioceptie feedback tong
○ Laesie:
■ Uni of bilaterale paralyse, degeneratie en dystrofie van spierweefsel tong
■ Dysartrie
■ Anarthrie
Klinische toepassingen
● Moebius-syndroom = congenitale faciale diplegie
○ Verlamming van de n. facialis
○ spieren van het gezicht en van de ogen werken niet goed
, ○ bepaalde zenuwen hebben zich niet (helemaal) gevormd
○ bilateraal
● Bell’s palsy
○ verlamming of zwakte van het gezicht
○ unilateraal
○ een zenuwen raakt gewond of werkt niet meer goed
○ plots/tijdelijk
1.2.1.2 Samenwerking spieren en zenuwen
1.2.2 Spraakstructuren
● Supralaryngaal: resonantie en productie spraakklanken
○ Pharynx
■ Mondt uit in twee holtes: cavum oris en cavum nasalis
■ Velum bepaalt of lucht via neus of mond gaat
○ Mondholte
○ Neusholte
● Laryngaal: vibreren element, fonatoir systeem (larynx)
● Sublaryngaal: energiebron (longen)
○ Respiratoir systeem
○ Primair: ademhaling
○ Secundair: productie spraakklanken mogelijk maken