100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Beyond Urban Projects

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
94
Subido en
22-01-2026
Escrito en
2025/2026

Het is een uitgebreide samenvatting in het NEDERLANDS, waarbij het grotendeels eigen lesnotities zijn, soms aanvullingen van Chat GPT.

Institución
Grado

















Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
22 de enero de 2026
Número de páginas
94
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Beyond Urban Projects
beyond urban: Niet alleen over steden, maar ook over wat er ná of buiten
stedelijkheid komt. Het gaat niet alleen over steden, gebouwen en straten, maar
ook over hoe mensen leven, wat er verandert en wat de toekomst kan zijn.

1.1 Intro Urban projects: urban, urbanity. (met chat gpt)

a) La segunda historia del Proyecto Urbano
Het beschrijft een alternatieve benadering van stadsontwerp die vertrekt vanuit
de bestaande stad en haar complexiteit, in plaats van abstracte of
modernistische modellen. Het Proyecto Urbano focust op gerichte, contextuele
ingrepen die rekening houden met schaal, geschiedenis en dagelijks gebruik. De
stad wordt zo gezien als een gelaagd geheel dat evolueert door precieze en
betekenisvolle interventies.
b) H.P. Berlage, 1915-1917, Vrijheidslaan, Minervalaan e.o., Amsterdam Zuid
Het stedenbouwkundig plan van H.P. Berlage voor Amsterdam Zuid (1915–1917)
vertrekt vanuit een rationele en samenhangende structuur waarin straten,
bouwblokken en openbare ruimte één geheel vormen. In tegenstelling tot de
losse en speculatieve stadsuitbreidingen van de 19e eeuw introduceert Berlage
een duidelijke hiërarchie van lanen en pleinen, met monumentale assen zoals de
Vrijheidslaan en Minervalaan. Het plan combineert geometrische orde met
sociale ambities: verschillende woningtypes worden geïntegreerd binnen één
stedelijk weefsel, waarbij collectiviteit en dagelijkse leefkwaliteit centraal staan.
c) J.J.P. Oud, 1925-1930, 1e en 2e Kiefhoekstraat/Lindtstraat, Rotterdam
Het Kiefhoek-project van J.J.P. Oud (1925–1930) in Rotterdam is een vroeg
voorbeeld van modernistische sociale woningbouw. Het project bestaat uit
gestandaardiseerde rijwoningen voor arbeidersgezinnen, georganiseerd in lange,
heldere bouwblokken met aandacht voor licht, lucht en collectieve voorzieningen.
Oud vertrekt vanuit rationele principes en herhaalbaarheid, maar vertaalt die in
een herkenbare stedelijke vorm. Door ingrepen zoals afgeronde hoeken en
gemeenschappelijke ruimtes krijgt het geheel toch een menselijke schaal en
leesbaarheid in het dagelijks gebruik.
d) Eliel Saarinen’s Munkkiniemi–Haaga town plan. Aerial view from the north
Het Munkkiniemi–Haaga-stadsplan van Eliel Saarinen (1910–1915) is een
grootschalige visie op de uitbreiding van Helsinki. Saarinen benadert de stad als
een samenhangend geheel en vertrekt vanuit organische en gedecentraliseerde
principes. Het plan combineert monumentale stedelijke structuren met
landschappelijke elementen en voorziet nieuwe woonwijken buiten de bestaande
stadsgrenzen. Daarmee vormt het een alternatief voor compacte, monotone
stadsuitbreiding en sluit het aan bij Saarinens ideeën over de natuurlijke groei
van de stad, zoals later uitgewerkt in The City: Its Growth, Its Decay, Its Future.
e) Sven Markelius, 1954, over a model of Norrmalm
In 1954 staat Sven Markelius symbool voor het naoorlogse modernistische
denken in de herontwikkeling van Norrmalm (Stockholm). Vanuit de ideeën van
het manifest acceptera pleit hij voor het aanvaarden van de moderne realiteit en
het inzetten van rationele, functionele stedenbouw om sociale en technologische
veranderingen te begeleiden. De stad wordt opgevat als een maakbaar systeem,
waarin grootschalige ingrepen, standaardisatie en planning noodzakelijk worden

,geacht om een hedendaagse, efficiënte en toekomstgerichte stedelijke omgeving
te creëren.


f) Ljubljana Triple Bridge 1932, Jože Plečnik
De Triple Bridge maakt deel uit van Jože Plečniks bredere visie om Ljubljana te
herwaarderen via gerichte, betekenisvolle ingrepen in de bestaande stad. In
plaats van grootschalige afbraak combineert Plečnik infrastructuur, architectuur
en publieke ruimte tot één leesbaar stedelijk geheel. De brug is niet louter
functioneel, maar wordt een plek van ontmoeting, ritme en representatie, waar
dagelijks gebruik en symboliek samenkomen. Zo toont Plečnik hoe het alledaagse
stedelijke leven kan worden versterkt door zorgvuldige architectonische
articulatie en respect voor historische continuïteit.
g) Secundino Zuazo Ugalde
Secundino Zuazo Ugalde combineerde architectuur en stedenbouw in een sociaal
geëngageerde praktijk. Zijn vroege werk vertrekt uit traditie en regionalisme,
maar evolueert in de jaren 1920–30 naar een rationele, sobere architectuur die
inspeelt op nieuwe woonnoden en maatschappelijke veranderingen. Projecten
zoals de Casa de las Flores tonen hoe hij collectief wonen, groen en dagelijks
gebruik centraal stelde. Als stedenbouwkundige werkte hij op de schaal van de
stad en zocht hij naar een harmonie tussen gebouw, publieke ruimte en stedelijke
structuur, waarbij architectuur het alledaagse leven ondersteunt in plaats van
domineert.
h) Giuseppe Campos Venuti
Giuseppe Campos Venuti was een sleutelfiguur in het Italiaanse stedelijke
hervormingsdenken van de jaren 1950–1960, vooral in Bologna. In een context
van politieke onrust koppelde hij stedenbouw expliciet aan sociaal beleid en
bestuur. Zijn werk vertrekt vanuit de strijd tegen grondspeculatie en pleit voor
een sterke publieke rol in stadsontwikkeling.
Centrale thema’s in zijn aanpak zijn het beschermen en herwaarderen van
het historisch stadscentrum, het bouwen van betaalbare woonwijken voor de
populaire klassen dicht bij het centrum, en het organiseren van infrastructuur en
voorzieningen op stedelijke schaal. Hij beschouwde stedenbouw niet als een
louter ontwerpopgave, maar als een administratief en politiek instrument
om sociale rechtvaardigheid te bevorderen.
Campos Venuti combineerde theorie en praktijk: hij werkte mee aan concrete
plannen, hervormde wetgeving en beïnvloedde het nationale debat over
urbanisme. Zijn werk benadrukt dat de stad een collectief project is, gestuurd
door publieke verantwoordelijkheid en maatschappelijke keuzes.
i) Carlo Aymonino
Carlo Aymonino speelde in de jaren 1960 een belangrijke rol in het herdenken
van architectuur en stedenbouw, in een context van studentenprotesten en
maatschappelijke onrust in Italië. Samen met Aldo Rossi ontwikkelde hij het idee
van de tendency school, waarbij architectuur opnieuw werd opgevat als een
discipline met een duidelijke culturele en theoretische positie.
Zijn denken vertrekt vanuit een tweedeling tussen stedelijke analyse en
architecturaal project. Enerzijds ziet hij de stad als een historisch en temporeel
proces dat voortdurend evolueert; anderzijds beschouwt hij architectuur als een

,logisch en structureel antwoord op die stedelijke condities, vaak verankerd in
monumenten en collectieve vormen.
Voor Aymonino is architectuur nooit neutraal: ze moet expliciet positie innemen
binnen maatschappelijke en culturele discussies. Zijn werk benadrukt
confrontatie, collectiviteit en de relatie tussen stad, typologie en sociale realiteit.
Hierdoor werd hij een sleutelfiguur in het debat over architectuuronderwijs en
stedelijke theorie in de late 20e eeuw.




j) La tendezna
La Tendenza was een invloedrijke Italiaanse architectuurstroming die na de
Tweede Wereldoorlog opkwam en haar hoogtepunt bereikte in de jaren 1960–
1970, met Aldo Rossi als centrale figuur. De beweging keerde zich af van puur
functionalisme en pleitte voor een terugkeer naar typologie, rationaliteit en
eenvoud, met een sterke focus op de stad en haar morfologie als fundament van
architectuur.
Architectuur werd opnieuw gezien als een autonome discipline, geworteld in
geschiedenis, collectief geheugen en stedelijke structuren. Belangrijke thema’s
waren stedelijke typologie, analogie, formele helderheid en de relatie tussen
gebouw en stad. Tijdschriften zoals Casabella en Controspazio speelden een
sleutelrol in het verspreiden van deze ideeën.
La Tendenza had niet alleen invloed in Italië, maar ook internationaal, en
bepaalde decennialang het academische debat. De beweging benadrukte dat
architectuur niet louter een technisch of functioneel probleem is, maar een
culturele en historische praktijk die betekenis ontleent aan de stad en haar
collectieve vormen.
k) Vittorio Gregotti
Vittorio Gregotti was een belangrijke figuur binnen het Italiaanse architectuur- en
stedenbouwkundige debat na de Tweede Wereldoorlog. In zijn werk en
geschriften benadrukte hij de nauwe relatie tussen architectuur, landschap en
territorium. Architectuur moest volgens Gregotti niet los worden gezien van haar
context, maar voortkomen uit een zorgvuldige lezing van de plek, haar
geschiedenis en haar schaal.
In boeken zoals Il territorio dell’architettura beschrijft hij architectuur als een
vorm van geordende materie in relatie tot het leefmilieu. Zijn projecten, zoals het
Belém Cultural Centre in Lissabon, tonen deze benadering duidelijk: robuuste,
heldere volumes die het stedelijk en landschappelijk kader versterken in plaats
van domineren. Gregotti sluit daarmee aan bij het denken van La Tendenza, maar
met een uitgesproken focus op territorium en context als dragers van betekenis.
l) M. De Solà-Morales (2008) “A Matter of Things”
Manuel de Solà-Morales benadrukt dat de stad geen abstract concept is, maar
bestaat uit concrete gebouwen en publieke ruimtes. Stedenbouw en architectuur
moeten daarom ingrijpen op een precieze, zorgvuldige en fysieke manier, met
aandacht voor schaal, materiaal en gebruik. Kleine, gerichte ingrepen op de
grens tussen architectuur en stedenbouw kunnen volgens hem een impact
hebben die verder reikt dan het project zelf. De stad wordt zo begrepen als een

,verzameling tastbare “dingen”, waarin ontwerp een katalysator is voor ruimtelijke
én sociale verandering.
m) André Loeckx
André Loeckx stelt dat stadsprojecten geen vrijblijvende of louter theoretische
oefeningen zijn. Ze brengen reële maatschappelijke vraagstukken aan het licht
en maken duidelijk hoe de stad vandaag feitelijk functioneert én kan
functioneren. Stadsprojecten tonen zowel de noodzaak als de mogelijkheid om
actief te werken aan stedelijke ruimte, stedelijk gebruik en stedelijk beleid.
Volgens Loeckx moeten deze projecten dus niet “uitgevonden” worden, maar
ontgonnen: ze vertrekken uit de bestaande realiteit van de stad en benutten haar
potentieel om betekenisvolle veranderingen te realiseren.




Research by design laat toe om analyses, zoals een SWOT-analyse, dieper en
concreter te maken door ze ruimtelijk te testen en te verbeelden. De methode
schakelt voortdurend tussen analyse en synthese, werkt op verschillende
schaalniveaus en verbindt abstracte concepten met realistische, voorstelbare
ruimtelijke situaties. Ontwerptekeningen zijn daarbij geen loutere schema’s, maar
representeren concrete elementen zoals velden, bomenrijen, wegen, gebouwen
en taluds, die betekenis geven aan ruimte, grenzen en knooppunten.
Zeven voorwaarden voor een succesvol stedelijk project (André Loeckx, 2002)
Een stedelijk project is succesvol wanneer het innovatief is en strategische
ingrepen realiseert die een structurerende impact hebben en andere ruimtelijke
en maatschappelijke dynamieken op gang brengen. Deze ingrepen moeten
duurzaam zijn. Daarnaast moet het project getuigen van hoogwaardige
ruimtelijke planning en ontwerpkwaliteit.
Een sterk stedelijk project verbindt bestaande structuren, weeft nieuwe relaties,
creëert knooppunten en bouwt verder op wat al aanwezig is. Het is bovendien
participatief en co-productief, waarbij verschillende actoren betrokken worden in
het proces. Publiek-private samenwerkingen zijn essentieel om een effectieve
realisatie en extra kwalitatieve meerwaarde te garanderen. Tot slot is een
stedelijk project pas echt geslaagd wanneer het daadwerkelijk gerealiseerd
wordt, en niet louter op papier blijft bestaan.
n) OASE 62: Autonomous Architecture And The Project Of The City
OASE 62 onderzoekt de Italiaanse beweging La Tendenza, opgericht door Aldo
Rossi in de jaren 1960. Deze stroming herdefinieert architectuur door de
bestaande stad te analyseren als architectonisch fenomeen, in plaats van te
vertrekken vanuit utopische of puur functionele modellen. Rossi en Giorgio Grassi
stellen dat formele patronen uit de stad kunnen worden herwerkt tot nieuwe
architecturale ontwerpen.
De receptie van deze ideeën in Nederland vanaf de jaren 1970 vormt een
belangrijk debat over de relatie tussen stedenbouw en architectonisch ontwerp,
en over de herdefinitie van architectuur als autonome discipline. Dit gebeurt
onder meer via het werk van Carel Weeber, die de Italiaanse ideeën vertaalt naar
de Nederlandse context van grootschalige planning en sterk gespecialiseerde
ontwerpprocessen.
o) Fundamenten van het Stadsontwerp

,In Fundamenten van het Stadsontwerp bundelt Marcel Smets zijn jarenlange
ervaring in onderwijs, onderzoek, ontwerp en beleid. Het boek zoekt naar de
basisprincipes van het stadsontwerp en presenteert deze aan de hand van
complementaire begrippenparen. Smets vertrekt van archetypische
nederzettingsvormen (zoals lint, tros, ladder en ster), onderscheidt morfologische
categorieën (straat en weg, eiland en archipel) en beschrijft veranderende
ontwerprollen en -processen (zoals creator versus curator, stapsgewijs versus
groeigericht ontwerpen). Het boek biedt een helder conceptueel kader om
stedelijke ruimte te begrijpen én te ontwerpen, geïllustreerd met tekeningen van
Heinrich Altenmüller.




p) Professor Neil Brenner, Harvard University and Professor Christian Schmid,
ETH-Zurich
Henri Lefebvre stelde in de jaren 1970 dat de samenleving volledig
geürbaniseerd raakt. Dit vraagt een fundamentele verschuiving: niet langer de
vorm van de stad staat centraal, maar de processen van urbanisatie. Het Urban
Theory Lab bouwt hierop verder en onderzoekt hoe hedendaagse kapitalistische
structuren nieuwe sociaal-ruimtelijke formaties voortbrengen.
Volgens deze benadering is urbanisatie vandaag planetair: stedelijke processen
beperken zich niet tot steden, maar strekken zich uit over de hele wereld. Ook
havens, infrastructuurnetwerken, landbouwzones, mijngebieden, toeristische
landschappen en zelfs ‘natuurlijke’ gebieden maken deel uit van één wereldwijd
operationeel stedelijk systeem. De klassieke tegenstelling tussen stad, platteland
en natuur volstaat dus niet meer om de hedendaagse urbanisatie te begrijpen.
q)
r) Vishaan Chakrabarti, Columbia University New York
De theorieën over stedelijke vorm bestuderen hoe steden ontstaan, groeien en
veranderen onder invloed van uiteenlopende krachten zoals cultuur, economie,
politiek, technologie en sociale structuren. Zoals Kevin Lynch stelt, is de stad
geen vaststaand of wettelijk bepaald gegeven, maar een resultaat van
veranderende menselijke cultuur en ambities.
Deze theorieën analyseren de grootte, vorm en organisatie van steden en
combineren inzichten uit verschillende disciplines. Daardoor vallen ze onder het
brede veld van Urban Studies, waarin kritisch en interdisciplinair wordt gekeken
naar hoe stedelijke ruimtes functioneren en evolueren.
s) Het stedelijk project:
1. Je begint nooit helemaal vanaf nul, er is een context om mee te werken
2. Multiscalaire aanpak
3. Strategische missie/ambitie: impact op de omringende context (minimale
interventie, maximale impact?): duidelijke prioriteiten/focus

, 4. Een zekere mate van autonomie binnen een groter systeem
5. Toevoeging van complexiteit en meerdere stakeholders,
toepassingen/gebruikers, complementair karakter
6. Sterke sociale, culturele, economische en politieke betrokkenheid bij de
omgeving
7. Het maakproces streeft naar transdisciplinariteit en is gebaseerd op co-
auteurschap
8. Stedelijk verwijst naar een toestand, niet naar een geografische locatie, en
moet worden gedefinieerd vanuit meerdere perspectieven vanuit een
breder perspectief dan het oorspronkelijke westerse standpunt.
9. Er moet een contextspecifiek evenwicht zijn tussen opkomende en
geplande interventies
10.Kritische duurzaamheid: je bouwt alleen wat nodig is met een minimum
aan materialen en energie




1.2 Mapping as an attitude
a) Urban forms VS urban process
In de middeleeuwen, bijvoorbeeld in steden als Orvieto, leek stedelijkheid
duidelijk gedefinieerd: compacte, ommuurde stad versus het omliggende
landschap. Toch geeft dit een misleidend beeld: stedelijk leven was veel
dynamischer, met mensen die zich voortdurend tussen stad en platteland
bewogen, werkten en woonden.
Veel architecten en denkers hebben theorieën ontwikkeld puur op basis van de
vorm, maar dat is onvoldoende. De vorm is even essentieel als de ideeën,
gebruiken en de processen.
De stad verandert voortdurend doorheen de tijd, gebruik en maatschappelijke
condities. De vorm alleen verklaart dit niet, enkel door het proces (sociaal,
economisch, historisch…) te begrijpen, kan je de stad lezen.
Metafoor van het ei:
- Gekookt ei: middeleeuwse compacte stad met duidelijke grenzen.
- Spiegelei: 17e–19e eeuw, concentrisch centrum met uitdijende lagen van
afnemende dichtheid.
- Roerei: na WOII, versnipperde stedelijkheid zonder duidelijke structuur,
diffuus verspreid.

Urban forms Urban process
Gebouwde vorm: materialiteit, Tijdsfactor: palimpsest
container van mensen en activiteiten, Gebruiksfactor: veelheid aan
open ruimte die niet leeg is. gebruikers, maatschappelijke
veranderingen, niveaus van privacy en
gemeenschap veranderen voortdurend

,b) What defines urbanity? What defines urban projects?
 Complexiteit / omarmen van ambiguïteit / grote gebaren, top down
interventies / de verbeelding / inwoning, vestiging / Stedelijk / urbaniteit =
conditie, geen geografische positie / accumulatie , aggregatie, een
dynamisch concept / veelheid, verscheidenheid / zwerven, drijven,
ontsnappen / de menselijke conditie / beweging / infrastructuur / systemen
/ gecodeerd / gentrificatie, ontwikkelingsdruk / stedelijke ruimte als
handelswaar / veiligheid / opkomst

 Complexiteit
- Stedenbouw moet flexibel zijn en ruimte laten voor het onverwachte
- Er wordt gepleit voor gedeeltelijk volgebouwd (+- 70%) en de rest open
te laten voor aanpassingen door tijd en gebruikers. Dit vraagt voor een
andere manier van tekenen, niet alleen volumes, maar ook processen,
relaties, symbolische waarden en open ruimtes.
- In één tekening gebeuren vele zaken: verschillende types in sociale rank,
verschillende activiteiten, verschillende gebouwen, types van
materialen, … Die verwevingen lieten de complexiteit en gelaagdheid
van een stad zien.
- Elke interventie die je doet moet complexiteit omarmen en dus met
andere woorden meer dan één gebruiker bevatten




 Omarmen van ambiguïteit (= dubbelzinnigheid)
- Ambiguïteit = precies binnen nuances
- Vb: Map of Rome, G. Nolli: Hij tekende niet enkel gebouwen en straten,
maar bepaald ook wat hij zwart / wit inkleurt. Zo zijn alle wit gekleurde
plekken, plaatsen / gebouwen waar je toegang tot hebt. De functie doet
er niet toe, hij focuste alleen op de toegang.
- Ambiguity omarmen = duidelijk één catégorie kiezen
 Grote gebaren, top-down interventies
- Soms zijn grote plannen of ingrepen nodig om de stad op een hoger
niveau te sturen.
- Maar zulke top-down gebaren werken alleen als ze gecombineerd worden
met aandacht voor stakeholders, context en lokale condities.
- Het gaat om een balans tussen het grootste en het kleinste, tussen visie
en menselijke schaal.
 De verbeelding
- Hoe mensen de stad dromen of representeren.
- Urbaniteit gaat om het gevoel van mogelijkheden: een plek waar je
alleen kunt zijn als je dat wilt, maar ook altijd onder mensen kunt komen.
- Vb: King Kong als metafoor voor monumentaliteit en de verbeelding van
de stad als skyline.
 Inwoning / vestiging
- Het gaat over de privacy van een ruimte en de relatie met wat er buiten
is.
- Het gaat over de dunnen lijn, over het bovenste deel van de bruine steen
en niet over de bestrating.

, - Salman toor, huiselijke taferelen, kijkend dor ramen en wat er buiten
gebeurde.
 Stedelijk / urbaniteit = conditie, geen geografische positie
- Urbaniteit is geen kwestie van enkel in het centrum zijn
- Urbaniteit gaat om de stedelijke conditie: aanwezigheid van geluiden,
bewegingen, relaties, ontmoetingen.
- Het idee van alleen zijn en niet alleen zijn, is anders dan eenzaam zijn.
- Vb: PhD-onderzoeken waarin de stedelijke kwaliteit niet wordt
gedefinieerd door centraliteit, maar door de ervaring van aanwezigheid
en verbondenheid.
 Stedelijkheid = een toestand, een psycho-geografische positie
- De stad kan worden begrepen via herinneringen, persoonlijke routes en
emotionele relaties met plekken.
- de stad als collage, opgebouwd uit vele overlappende activiteiten, stijlen
en fragmenten.
- Multipliciteit is een kernkwaliteit van steden: meerdere werelden bestaan
naast en door elkaar.
 Accumulatie / aggregatie, een dynamisch concept
- Stadsruimte moet niet volledig dichtgeschreven of geoptimaliseerd zijn:
er moet ruimte blijven voor leegte, dwalen en onbenut gebruik.
- Over-programmering leidt tot verlies van vrijheid. De stad ontstaat uit
overlappen in tijd en ruimte, waarbij persoonlijke verhalen, toevallige
routes en onvoorspelbare patronen deel uitmaken van de stedelijke
dynamiek.


 Veelheid / verscheidenheid
- De stad is geen lineair verhaal van punt A naar B, maar een mozaïek van
ervaringen, ontmoetingen en dromen.
- Naast vrijwillig zwerven zijn er ook mensen die gedwongen op drift raken
(bijv. vluchtelingen), waardoor de geografie van Europa zelfs kan worden
begrepen als het resultaat van hun routes.
- Ontwerpers moeten rekening houden met deze veelheid aan
perspectieven en noden.
 Zwerven, drijven, ontsnappen
- Dwalen is een fundamentele manier om de stad te beleven en te
begrijpen. Het creëert ruimte voor onverwachte ervaringen en een
narratief van persoonlijke dromen en geluk.
- Op grotere schaal verwijst dit ook naar migratie en ontheemding, waarbij
“drijven” een noodzaak wordt. Deze condities maken duidelijk dat steden
plekken moeten zijn die ook ruimte laten voor vrijheid en ontsnapping.
 De menselijke conditie
- Steden weerspiegelen menselijke kwetsbaarheid en verlangens. Zelfs in
postmoderne reconstructies (zoals in Parijs) blijft de essentie: het leven
dat zich afspeelt in en rond de ruimte. Leegte of open plekken kunnen
betekenis krijgen omdat ze een kader vormen voor menselijke
aanwezigheid en verhalen.
 Movement

, - Beweging is de motor van urbaniteit, niet enkel op buurtniveau maar ook
in de ontwikkeling van regio’s.
- De groei van stedelijke gebieden kan niet meer louter door dichtheid of
grenzen tussen stad en natuur worden begrepen, maar vooral via
mobiliteit en bereikbaarheid.
- Transit-Oriented Development (nabijheid van stations, haltes,
infrastructuur) bepaalt hoe en waar mensen willen wonen. Beweging is
dus niet enkel functioneel, maar ook een manier om identiteit en vrijheid
te ervaren.
 Infrastructuur
- Infrastructuur is meer dan transport: het vormt barrières of verbindingen
en bepaalt hoe nabijheid en afstand werken. Verschillen tussen
continenten (bv. Azië vs. Australië) tonen hoe infrastructuur samenhangt
met ruimtebeslag en dichtheid.
- Toch kan infrastructuur ook mislukken: over-regulering en over-
signalisatie kunnen steden verstikken. Belangrijk is de wisselwerking
tussen infrastructuur en omliggende wijken, en de creatieve manieren
waarop bewoners zelf infrastructuur heruitvinden.
 Systemen
- De stad is opgebouwd uit onderling verbonden systemen: mobiliteit,
infrastructuur, energie, afval, eigendom, regelgeving.
- Elk gebouw functioneert met een frontstage (zichtbare functies, publieke
beleving) en een backstage (logistiek, levering, afval).
- Ontwerpen vanuit systemen betekent dat architecten méér doen dan
enkel vormgeven: ze integreren netwerken, activiteiten en belangen in
een groter stedelijk weefsel.




 Coded / gecodeerd
- Codificatie en eigendom zijn bepalend voor de speelruimte van
projecten. Wie grond bezit of gebruiksrechten heeft, bepaalt in sterke
mate wat mogelijk is.
- Precisie in cartografie – tot op gebouwsniveau en met aandacht voor
feitelijk gebruik – is essentieel om de stedelijke realiteit te begrijpen. Het
gaat niet enkel om ruimtelijke vorm, maar ook om juridische, sociale en
economische structuren.
 gentrificatie, ontwikkelingsdruk
- Gentrificatie is een krachtige motor in stadsontwikkeling. Ze kan leiden
tot positieve vernieuwing, maar ook tot problemen van schaal en
verdringing, vaak aangewakkerd door buitenlandse investeerders.
Ontwerpers en overheden maken altijd deel uit van dit proces, bewust of
onbewust.
 Stedelijke ruimte al handelswaar
- Stedelijke ruimte wordt steeds meer behandeld als een waar, een
handelsobject. Politiek speelt hierin een grote rol: steden gebruiken
ontwerp als instrument om waarde te creëren.

, - Voorbeelden: het copy-pasten van verlichting in Montreal (zonder
contextuele aanpassing), of de meer positieve herinterpretaties in Chili
en Rotterdam, waar hergebruik van bestaande labels of structuren een
nieuwe stedelijke identiteit stimuleert.
 Safety
- Veiligheid en het gevoel van geborgenheid zijn fundamentele functies
van stedelijke ruimte.
- Verkeersregels, verlichting en inrichting dragen bij aan een gevoel van
veiligheid, maar kunnen ook leiden tot overregulering en onnodige
complexiteit.
 Emergence / opkomst
- Stedelijke groei is niet altijd top-down gepland: ze kan ook organisch en
informeel ontstaan. Slums, organische buurten of bottom-up initiatieven
tonen dat mensen in staat zijn om samen te leven, te bouwen en te
werken zonder centrale regie. Dit benadrukt de menselijke capaciteit
voor collectieve organisatie en het belang van ruimte voor spontane
ontwikkeling.

2.1 Multi-scalar approaches.
a) Scale Matters
De Schaal is de kernverhouding in de architectuur en stedenbouw: de manier
waarop afstanden en maten zich tot elkaar verhouden. Met andere woorden de
verhouding tussen de ene afstand en de andere of de ene meting en de andere
meting.
Françoise Choay beschrijft een historische evolutie in de schaal van stedelijke
ruimte, verbonden aan het begrip nabijheid.
 Middeleeuwen: de stad werd ontworpen volgens de afmetingen van het
menselijk lichaam. Straten, steegjes en toegangen tot gebouwen waren
afgestemd op lichamelijk contact en menselijke nabijheid, vaak ook met
religieuze referenties. Dit noemt Choay de contactruimte.


 Renaissance: deze lichaamsgebonden schaal werd verdrongen door een
scenografische benadering. De stad werd opgevat als decor, met lange
zichtlijnen, assen en perspectieven die een theatrale ervaring boden. De
contactruimte bleef bestaan, maar stond ondergeschikt aan de nieuwe
spektakelruimte.
 Moderne tijd:: het autoverkeer nam de dominante rol over. Stadsontwerp
werd bepaald door de eisen van circulatieruimte, waarbij de maat van de
(rijdende) auto richtinggevend was voor straten, pleinen en zelfs
woonwijken.
Door de verschuiving verloor de contactruimte geleidelijk aan haar betekenis.
Choay ziet dit proces als een progressieve ontmanteling van de stad. Het
resulteert in een dubbele beweging: toenemende concentratie enerzijds en
verspreiding anderzijds. Dit vormt volgens haar de kern van de hedendaagse
stedelijkheid, die zij omschrijft als de “discrete stad”. Hierbij verwijst ze naar
Melvin Webber, die stelde dat lokale nabijheid haar gewicht verliest door de
groeiende invloed van mondiale krachten.
$9.38
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
mariewittouck

Conoce al vendedor

Seller avatar
mariewittouck Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
2
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
0
Documentos
6
Última venta
7 meses hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes