Introductie maatschappijwetenschappen
SOCIOLOGIE EN HET HISTORISCH MATERIALISME
Hoofdstuk introductie
Dit hoofdstuk belichtte de historische achtergrond van het ontstaan van de sociologie als
een intellectuele discipline. Het besprak de invloed van het Verlichtingsdenken en Auguste
Comte’s visie op de sociologie als een wetenschappelijk onderzoeksgebied, en benadrukte
ook hoe het onderwerp van de sociologie – menselijk-sociaal gedrag en sociale processen –
de analyse en interpretatie ervan ingewikkelder maakt.
● Sociologische theorie:
○ Richt zich op het verklaren van empirische sociale verschijnselen.
○ Focust op sociale structuren, cultuur en institutionele praktijken.
○ Integreert zowel macro- als microniveaus in de bestudering van de
samenleving.
○ Behandelt de wisselwerking tussen individueel/collectief handelen en
structurele krachten.
○ Versterkt het kritisch-analytisch denkvermogen van studenten.
● Sociologie is een relatief nieuwe discipline, ontstaan in het midden van de 19e eeuw.
● De Verlichting (18e eeuw) vormde de context voor het ontstaan van de sociologie.
De Verlichting:
○ Benadrukte menselijke rede en sociale vooruitgang.
○ Beweerde dat verklaringen niet langer gebaseerd moesten zijn op mythes,
traditie en despotisme (één iemand aan de macht).
○ Vertaalde rede in de politiek naar idealen van gelijkheid, democratie en
collectieve zelfbesturing.
○ Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten, 1776
○ Franse Revolutie, 1789
○ Wetenschappelijke redenering legt nadruk op observeerbare, empirische
verschijnselen.
● Auguste Comte: sociologie als de empirische, positieve wetenschap van de
samenleving.
○ Positieve sociologie: wetenschappelijk vindbare wetten van de samenleving.
● Harriet Martineau: sociologie als de wetenschappelijke studie van moraliteit en
manieren.
○ Het onderwerp van de sociologie is anders dan dat van de
natuurwetenschappen.
○ Een positieve wetenschappelijke methode die ook een sympathiek begrip van
individuen omvat.
● Wilhelm Dilthey: sociologie als interpreterend begrip.
● Du Bois was de eerste socioloog die systematisch de aandacht vestigde op raciale
ongelijkheid.
,● De onderwerpen die door Du Bois, Martineau en De Tocqueville werden behandeld,
en hun interpretaties, laten zien hoe de sociale achtergrond en theoretische vragen
van een onderzoeker invloed hebben op welke sociale processen en verschijnselen
worden waargenomen en bekritiseerd.
, Hoorcollege 1
Wat is sociologie?
● Sociologie is een wetenschap die zich richt op hoe mensen vormgeven aan het
samenleven.
● De wetenschappelijke studie van de maatschappij en haar interne verhoudingen,
processen en structuren
● Met vragen over hoe wij met elkaar samenleven, welke invloed we op elkaar hebben
en hoe de omgeving waarin we leven met de instituties die we hebben gemaakt, ons
mogelijkheden biedt en beperkingen geeft.
● Dillen: Sociologie richt zich op individuen en hun interacties (microdynamics) en hoe
die beïnvloed worden door de context waarin zij zich begeven (hoe deze context de
keuzes en de mogelijkheden van individuen beïnvloeden en beperken). En de
keuzevrijheid (agency) die individuen daarbinnen gebruiken.
Ontstaan sociologie
● Auguste Comte (1798-1857) en de Verlichting als keerpunt
● Socius (medemens) en logos (leer)
● Voordat ‘sociologie’ als zodanig bestond, werd het denken over de samenleving
vooral beschreven door filosofen
● Het positivisme van Comte:
○ Uitgangspunt moet zijn dat datgene wat waarneembaar is (empirisme).
○ Regels van de natuurwetenschap toepassen (bepaalde regelmatigheden of
wetten die begrip geven).
○ Wetenschap is objectief.
● Wetmatigheden (W) – Condities (C) – Explanandum (E)
○ W: Naarmate er meer in de publieke gezondheidszorg wordt geïnvesteerd, is
de levensverwachting van mensen hoger
○ C: In Nederland wordt er meer in de publieke gezondheidszorg geïnvesteerd
dan in de VS
○ E: In Nederland is de levensverwachting hoger dan in de VS
● Harriet Martineau (1802-1876)
○ Vertaler van het werk van Comte
○ Moraal en Manier, en de kracht van het waarnemen ervan
○ Mens als studieobject ≠ object van exacte wetenschap
● Interpretatieve benadering:
○ Het onderwerp van de sociale wetenschappen betreft de mens en haar
gedrag, wat niet te vangen is in wetten.
○ Een sociaalwetenschapper verhoudt zich anders tot zijn onderzoeksobject
dan een natuurwetenschapper.
● Twee dominante (elkaar aanvullende) benaderingen
1. Positivistisch: de werkelijkheid kunnen we waarnemen en meten met
indicatoren. Met statistiek kunnen we de relaties tussen kenmerken
vaststellen.
2. Interpretatief: het verklaren van sociale fenomenen door het begrijpen van
de alledaagse gecontextualiseerde werkelijkheid.