Samenvatting algemene chemie: praktijk
Hoofdstuk 1: beduidende cijfers, dimensieanalyse en omzettingen
1.1 grootheden
Grootheid = eigenschap die beschreven wordt adhv een meting
Andere eenheden zijn hiervan afgeleid. Vaak zijn getallen zeer groot of zeer klein, we
maken daarom gebruik van prefixen en wetenschappelijke notaties (= een hetal
weergeven met behulp van een macht van 10). De waarde van een grootheid wordt
steeds gegeven door een getalwaarde met zijn eenheid.
Massa:
• = de hoeveelheid materie in een object
• kg = kilogram
• De standaard kg is de massa van een cilinder uit een platina-iridium legering met
een hoogte en diameter van 39,0 mm
• Wordt bepaald met behulp van een balans
• =/ gewicht: gewicht is de kracht die zwaartekracht op het object uitoefent
,Lengte:
• m = meter
• De m is de afstand die licht aflegt in vacuüm gedurende 1/299792458 seconde
• 1Å = 10-10 m
Temperatuur:
• Wetenschappen: K = Kelvin
• Dagelijks leven: °C = graden Celsius
• De °C en K is 1/100 van het interval tussen het vriespunt en kookpunt van water
de standaard atmosfeerdruk
• Absolute nulpunt = laagst mogelijke T = 0K of –273,15°C
o T (°C) = T (K) - 273,15
o T (K) = T (°C) + 273,15
Afgeleide grootheden:
Volume:
• = ruimte dat een object inneemt
•
m3
• De m3 is de ruimte die een kubus met zijde 1 m inneemt
• Vaak uitgedrukt in L
o 1 m3 = 1000 dm3
o 1 dm3 = 1000 cm3 = 10-3 m3
o 1dm3 = L = 1000 mL
o 1 cm3 = 1 mL
• Volume van kubus/balk = l * b * h
• Volume van een cilinder = pi * r² * h
• Volume van een bol 4/3 * pi * r3
,Dichtheid:
• = massa van een object per volume
• Dichtheid = massa/volume
• kg/m3 = ρ = kg * m-3
• Vaak ook uitgedrukt in g/cm3 of g/mL
• Temperatuursafhankelijk
Energie:
• = vermogen om warmte te leveren of arbeid te verrichten
• Potentiële energie = Ep
•
Kinetische energie = Ek = ½ m * v2
•
J = kg * m2 / s2
1.2 accuraatheid en precisie
• Accuraatheid = hoe dicht de resultaten van een meting bij de werkelijke waarde
liggen
• Precisie = hoe dicht de resultaten van onafhankelijke metingen bij elkaar liggen
1.3 beduidende cijfers (BC)
Beduidende cijfers zijn cijfers die de precisie van meetresultaten bepalen. Hiervoor
bestaan enkele regels voor wanneer een cijfer beduidend is:
• Getallen verschillend van 0 zijn altijd beduidend
• 0
o Voorafgaand: niet beduidend indien niet voorafgegaan door een getal
verschillend van 0
§ 0000123,45 heeft 5 BC
o Tussenliggend of einde: altijd beduidend
§ 100,4 heeft 4 BC
§ 100,40 heeft 5 BC
, Getallen die afkomstig zijn van tellingen (10 experimenen), stoichiometrische
voorgetallen, gedefinieerde wiskundige getallen (pi), aantal van iets (7 dagen) en
constanten worden beschouwd als getallen met een oneindig aantal BC. Zij bepalen
dus niet het aantal BC’s van het eindresultaat in berekeningen.
Getallen afronden:
• = ter gevolgen van bewerkingen heeft de uitkomst meer BC dan werkelijk
mogelijk, we gaan dus moeten afronden
• Regels:
o Som of verschil
§ Uitkomst heeft hetzelfde aantal decimalen als dat van het
originele getal met het minste aantal decimalen
§ 12,345 + 56,7 + 89,1011 = (158,1461) = 158,1
o Vermenigvuldiging of deling
§ Uitkomst krijgt hetzelfde aantal BC als dat van het originele getal
met het kleinst aantal BC
§ 1,2345 * 6,7 = (8,27115) = 8,3
• Enkel op het einde van een berekening afronden, niet afronden na iedere stap!
o Naar boven afronden indien het eerste getal na het BC >= 5
o Naar onder afronden indien het eerste getal na het BC < 5
• Bij een oefening met verschillende berekeningen achter elkaar, kijken we naar al
de gebruikte gegevens
1.4 regel van drie
Voorbeeld: 5,00 kg nagels kost 6,00 euro. Hoeveel betalen we voor 14,0 kg?
1.5 dimensieanalyse
= resultaat van een bewerking omzetten in een andere eenheid door te
vermenigvuldigen met een conversiefactor
Hoofdstuk 1: beduidende cijfers, dimensieanalyse en omzettingen
1.1 grootheden
Grootheid = eigenschap die beschreven wordt adhv een meting
Andere eenheden zijn hiervan afgeleid. Vaak zijn getallen zeer groot of zeer klein, we
maken daarom gebruik van prefixen en wetenschappelijke notaties (= een hetal
weergeven met behulp van een macht van 10). De waarde van een grootheid wordt
steeds gegeven door een getalwaarde met zijn eenheid.
Massa:
• = de hoeveelheid materie in een object
• kg = kilogram
• De standaard kg is de massa van een cilinder uit een platina-iridium legering met
een hoogte en diameter van 39,0 mm
• Wordt bepaald met behulp van een balans
• =/ gewicht: gewicht is de kracht die zwaartekracht op het object uitoefent
,Lengte:
• m = meter
• De m is de afstand die licht aflegt in vacuüm gedurende 1/299792458 seconde
• 1Å = 10-10 m
Temperatuur:
• Wetenschappen: K = Kelvin
• Dagelijks leven: °C = graden Celsius
• De °C en K is 1/100 van het interval tussen het vriespunt en kookpunt van water
de standaard atmosfeerdruk
• Absolute nulpunt = laagst mogelijke T = 0K of –273,15°C
o T (°C) = T (K) - 273,15
o T (K) = T (°C) + 273,15
Afgeleide grootheden:
Volume:
• = ruimte dat een object inneemt
•
m3
• De m3 is de ruimte die een kubus met zijde 1 m inneemt
• Vaak uitgedrukt in L
o 1 m3 = 1000 dm3
o 1 dm3 = 1000 cm3 = 10-3 m3
o 1dm3 = L = 1000 mL
o 1 cm3 = 1 mL
• Volume van kubus/balk = l * b * h
• Volume van een cilinder = pi * r² * h
• Volume van een bol 4/3 * pi * r3
,Dichtheid:
• = massa van een object per volume
• Dichtheid = massa/volume
• kg/m3 = ρ = kg * m-3
• Vaak ook uitgedrukt in g/cm3 of g/mL
• Temperatuursafhankelijk
Energie:
• = vermogen om warmte te leveren of arbeid te verrichten
• Potentiële energie = Ep
•
Kinetische energie = Ek = ½ m * v2
•
J = kg * m2 / s2
1.2 accuraatheid en precisie
• Accuraatheid = hoe dicht de resultaten van een meting bij de werkelijke waarde
liggen
• Precisie = hoe dicht de resultaten van onafhankelijke metingen bij elkaar liggen
1.3 beduidende cijfers (BC)
Beduidende cijfers zijn cijfers die de precisie van meetresultaten bepalen. Hiervoor
bestaan enkele regels voor wanneer een cijfer beduidend is:
• Getallen verschillend van 0 zijn altijd beduidend
• 0
o Voorafgaand: niet beduidend indien niet voorafgegaan door een getal
verschillend van 0
§ 0000123,45 heeft 5 BC
o Tussenliggend of einde: altijd beduidend
§ 100,4 heeft 4 BC
§ 100,40 heeft 5 BC
, Getallen die afkomstig zijn van tellingen (10 experimenen), stoichiometrische
voorgetallen, gedefinieerde wiskundige getallen (pi), aantal van iets (7 dagen) en
constanten worden beschouwd als getallen met een oneindig aantal BC. Zij bepalen
dus niet het aantal BC’s van het eindresultaat in berekeningen.
Getallen afronden:
• = ter gevolgen van bewerkingen heeft de uitkomst meer BC dan werkelijk
mogelijk, we gaan dus moeten afronden
• Regels:
o Som of verschil
§ Uitkomst heeft hetzelfde aantal decimalen als dat van het
originele getal met het minste aantal decimalen
§ 12,345 + 56,7 + 89,1011 = (158,1461) = 158,1
o Vermenigvuldiging of deling
§ Uitkomst krijgt hetzelfde aantal BC als dat van het originele getal
met het kleinst aantal BC
§ 1,2345 * 6,7 = (8,27115) = 8,3
• Enkel op het einde van een berekening afronden, niet afronden na iedere stap!
o Naar boven afronden indien het eerste getal na het BC >= 5
o Naar onder afronden indien het eerste getal na het BC < 5
• Bij een oefening met verschillende berekeningen achter elkaar, kijken we naar al
de gebruikte gegevens
1.4 regel van drie
Voorbeeld: 5,00 kg nagels kost 6,00 euro. Hoeveel betalen we voor 14,0 kg?
1.5 dimensieanalyse
= resultaat van een bewerking omzetten in een andere eenheid door te
vermenigvuldigen met een conversiefactor