H3. ADEMHALINGSSTELSEL
1. Inleiding
Waaraan sterven Belgen?
1)Hart- en vaatziekten (myocardinfarct)
2)Kanker
3)Longziekten (covid-periode er ook bijtellen)
Sterke seizoenswisselingen (pieken tijdens covid)
Hoe beter je wordt in het registreren van virale verwekkers van
respiratoire verwekkers, hoe minder hoog de pieken zullen zijn
Ouderdomsziekte is niet vermijdbaar, wel uitstelbaar (niet roken, g te hoge
bloeddruk, g overgewicht zo leef je langer en beter!)
COPD ontstaat al op kinderleeftijd
o Genetisch kleinere longen bij prematuur, achterstand of longschade +
roken/luchtvervuiling (1e 1000 dagen na geboorte = cruciaal)
o Vaak voor diagnose al veel longfunctie verloren
Monitoring via spirometrie = longfunctie bepalen om te kijken of je
al op je piek zit (2/3 krijgt geen spiro bij opstart GM + meer SABA-
overgebruik sterftekans stijgt)
Rookstop, vaccinatie, gezonde voeding, fysieke activiteit,
astmacontrole
Functie = uitwisselen gasoplosbare afvalstoffen (CO2 en O2) tussen bloed en
omgevingslucht thv alveoli (longblaasjes)
o Uitwisseling optimaliseren: alveolo-apillair membraan enorm
uitwisselingsopp. (40-100 m2)
Inwendige ademhaling: uitwisseling tussen cel en interieur milieu
biochemische processen voor aerobe E-productie
Uitwendige ademhaling: uitwisseling O2 (celmetabolisme +
aerobe E-productie) & CO2 (afvalstof celmetabolisme) tussen
organisme en omgevingslucht
Constante ademhaling nodig gereguleerde PO2 en PCO2
verzekeren in arterieel bloed!
Sporten meer CO2
afgeven & meer O2
opnemen
zuurstoffabriekjes
moeten meer werken
Uitwendige ademhaling – 4 processen:
, 1. Longventilatie (mechanisch transport van lucht)
O2-rijke verse lucht naar alveolen aanvoeren + schadelijke stoffen (CO2)
afvoeren ≈ blaasbalg
2. Gasuitwisseling thv longen
Intacte permeabiliteit van membraan = diffusiecapaciteit
- Opp.
- Oplosbaarheid gas over alveolo-capillair membraan tot bloed
- MG gas
- Dikte alveolo-capillair membraan
3. Gastransport
Aanvoeren voldoende bloed & transportcapaciteit thv longblaasjes van en
naar weefsels (gasuitwisseling met interstitiële vloeistof)
Hb nodig waar O2 op bindt om doorheen bloed te transporteren (Hb
verhoogt O2-bindingscapaciteit)
4. Goede sensing samenstelling en druk potentieel gasvormige
elementen in bloed (pO2, pCO2, pH)
Sensoren in carotis: reageren op hypoxie om ademhaling te doen stijgen
Transcriptiefactor HIF-1: “ “ “ & zet nieuwe proteïnen aan om betere O2-
opname te genereren
Verstoring gevoel van ademtekort/ dyspnoe
Dyspnoe = symptoom (≠ diagnose) = subjectieve beleving dat er onevenwicht is
tss uitgevoerde ademhalingsinspanning & levering van O2 aan weefsels
1.1. Belangrijke fysische aspecten
van gassen
Elk gas: partiële spanning/druk
Pgas = totale gasspanning x fractie
van gas
Partiële druk voor O2 in droge lucht:
760 mm Hg x 21% = 160 mm Hg
Hoogte: O2-fractie dezelfde, luchtdruk daalt pO2 daalt ook
- Luchtdruk: 252 mm Hg pO2: 53 mm Hg
- Variabele hoeveelheid waterdamp: waterdampspanning ingeademde lucht
varieert met klimaat (relatief beperkt)
- Eens in luchtwegen: lucht verzadigd met waterdamp (waterdampspanning
= 47 mm Hg)
- Totale druk blijft wel steeds hetzelfde waterdamp dilueert & partieeldruk
v andere gassen daalt
- pO2 in ingeademde lucht verzadigd met waterdamp: 150 mm Hg (in
hoogte: 43 mm Hg)
- % zuurstof in de lucht = overal 21%
, - Hoogtestage minder zuurstofopname & meer EPO aanmaak lagere
luchtdruk
2. Anatomie & fysiologie van respiratoire cyclus
o Mucosa(slijmvlies): slijmbekercellen + mucusklieren produceren
mucus(slijm)
o Trilhaarcel: cellen met cilia(uitlopers) maken golvende v-beweging
richting keel
o Gladde spiercellen(bronchomotoren): diameter luchtweg wijzigen
(bronchiolen: veel bronchomotoren)
- Bèta2-receptoren: stimulatie bronchorelaxatie
Door LABA’s = langwerkende B2-agonisten (formoterol,
indacaterol, olodaterol, salmeterol, vilanterol)
Vrijstelling acetylcholine uit cholinerge zenuwbaan =
presynaptische inhibitie
- Muscarine receptoren: stimulatie bronchoconstrictie +
toename secretie
Parasympatische innervatie via nervus vagus
Geblokkeerd door LAMA’s = langwerkende anticholinergica
(aclidinium, glycopyrronium, tiotropium, umeclidinium)
o Kraakbeen: belet collaboratie luchtwegen bij stijgende intrathoracale
druk
Hoeveelheid daalt proximaal distaal
- Trachea & hoofdbronchi: hemi-ringen
- Distaal: kraakbeenplaten
- Bronchiolen: GEEN kraakbeen
Bovenste luchtwegen = neus, farynx, larynx grens = stembanden
Onderste luchtwegen = vanaf trachea
2.1. Bovenste luchtwegen
NEUS
Functie:
o Lucht verwarmen
o Mucosa, vocht paranasale sinussen en traanvocht bevochtigen
o Filteren
o Resonantiekamer voor stem
o Smaaksensatie (verkouden smaakverlies)
Eerst langs vestibule: huid + stevige haren die grote stofdeeltjes filteren
3 neusschelpen: verhogen weerstand turbulente luchtstroom (neerslag grote
partikels; pollen)
: verhogen cc.opp. waterdruppels opvangen tijdens
uitademing om uitdroging te voorkomen
, o Rhinitis: chronische/ acute ontsteking neusmucosa door virus, irriterend
element, bacteriën
Neusloop, verstopping, postnasale drip, verspreiding
o Sinusitis: ontsteking neusholten; neus-sinus-kanaal verstopt
Absorptie lucht in sinusholten
Onderdruk: sinushoofdpijn
o Epistaxis: frequent (sterke doorbloeding neusmucosa) bij trauma,
infectie, allergie, bloedstollingsstoornis, hypertensie
Cauterisatie: neusbloedvaten dichtbranden
FARYNX
= Verbindt neusholte met mond + larynx & slokdarm
= weg voor toevoer voedsel & lucht
Nasofarynx:
Afgesloten tijdens slikken door huig/ uvula enkel voor passage van lucht
Mucosa: veel lymfatisch weefsel faryngeale tonsillen/ adenoïden/
neusamandelen: vangen pathogene elementen op uit lucht
Buis van Eustachius/ gehoorbuis/ tuba auditiva: verbindt nasofarynx et
middenoorholte evenwicht atmosfeerdruk
Verstopping: middenoorontsteking = otits media
Orofarynx:
Zachte verhemelte epiglottis
3 tonsillen:
o 2 tonsilla palatina: amandelen
o 1 tonsilla lingualis: basis van tong
Laryngofarynx:
Achter rechtopstaande epiglottis larynx
LARYNX/ STROTTENHOOFD
Kraakbeenachtige structuur met banden & spieren verbonden
Buigzame structuur (epiglottis) die luchtwegen afsluit bij slikken:
duwt strottenhoofd omhoog
Functie: basis van stemgeluid + scheiding tussen luchtpassage en weg van
voedsel
Waar: tussen tongbeen (os hyoïdeum) en 1 e kraakbeenring van trachea
STEMBANDEN
1. Inleiding
Waaraan sterven Belgen?
1)Hart- en vaatziekten (myocardinfarct)
2)Kanker
3)Longziekten (covid-periode er ook bijtellen)
Sterke seizoenswisselingen (pieken tijdens covid)
Hoe beter je wordt in het registreren van virale verwekkers van
respiratoire verwekkers, hoe minder hoog de pieken zullen zijn
Ouderdomsziekte is niet vermijdbaar, wel uitstelbaar (niet roken, g te hoge
bloeddruk, g overgewicht zo leef je langer en beter!)
COPD ontstaat al op kinderleeftijd
o Genetisch kleinere longen bij prematuur, achterstand of longschade +
roken/luchtvervuiling (1e 1000 dagen na geboorte = cruciaal)
o Vaak voor diagnose al veel longfunctie verloren
Monitoring via spirometrie = longfunctie bepalen om te kijken of je
al op je piek zit (2/3 krijgt geen spiro bij opstart GM + meer SABA-
overgebruik sterftekans stijgt)
Rookstop, vaccinatie, gezonde voeding, fysieke activiteit,
astmacontrole
Functie = uitwisselen gasoplosbare afvalstoffen (CO2 en O2) tussen bloed en
omgevingslucht thv alveoli (longblaasjes)
o Uitwisseling optimaliseren: alveolo-apillair membraan enorm
uitwisselingsopp. (40-100 m2)
Inwendige ademhaling: uitwisseling tussen cel en interieur milieu
biochemische processen voor aerobe E-productie
Uitwendige ademhaling: uitwisseling O2 (celmetabolisme +
aerobe E-productie) & CO2 (afvalstof celmetabolisme) tussen
organisme en omgevingslucht
Constante ademhaling nodig gereguleerde PO2 en PCO2
verzekeren in arterieel bloed!
Sporten meer CO2
afgeven & meer O2
opnemen
zuurstoffabriekjes
moeten meer werken
Uitwendige ademhaling – 4 processen:
, 1. Longventilatie (mechanisch transport van lucht)
O2-rijke verse lucht naar alveolen aanvoeren + schadelijke stoffen (CO2)
afvoeren ≈ blaasbalg
2. Gasuitwisseling thv longen
Intacte permeabiliteit van membraan = diffusiecapaciteit
- Opp.
- Oplosbaarheid gas over alveolo-capillair membraan tot bloed
- MG gas
- Dikte alveolo-capillair membraan
3. Gastransport
Aanvoeren voldoende bloed & transportcapaciteit thv longblaasjes van en
naar weefsels (gasuitwisseling met interstitiële vloeistof)
Hb nodig waar O2 op bindt om doorheen bloed te transporteren (Hb
verhoogt O2-bindingscapaciteit)
4. Goede sensing samenstelling en druk potentieel gasvormige
elementen in bloed (pO2, pCO2, pH)
Sensoren in carotis: reageren op hypoxie om ademhaling te doen stijgen
Transcriptiefactor HIF-1: “ “ “ & zet nieuwe proteïnen aan om betere O2-
opname te genereren
Verstoring gevoel van ademtekort/ dyspnoe
Dyspnoe = symptoom (≠ diagnose) = subjectieve beleving dat er onevenwicht is
tss uitgevoerde ademhalingsinspanning & levering van O2 aan weefsels
1.1. Belangrijke fysische aspecten
van gassen
Elk gas: partiële spanning/druk
Pgas = totale gasspanning x fractie
van gas
Partiële druk voor O2 in droge lucht:
760 mm Hg x 21% = 160 mm Hg
Hoogte: O2-fractie dezelfde, luchtdruk daalt pO2 daalt ook
- Luchtdruk: 252 mm Hg pO2: 53 mm Hg
- Variabele hoeveelheid waterdamp: waterdampspanning ingeademde lucht
varieert met klimaat (relatief beperkt)
- Eens in luchtwegen: lucht verzadigd met waterdamp (waterdampspanning
= 47 mm Hg)
- Totale druk blijft wel steeds hetzelfde waterdamp dilueert & partieeldruk
v andere gassen daalt
- pO2 in ingeademde lucht verzadigd met waterdamp: 150 mm Hg (in
hoogte: 43 mm Hg)
- % zuurstof in de lucht = overal 21%
, - Hoogtestage minder zuurstofopname & meer EPO aanmaak lagere
luchtdruk
2. Anatomie & fysiologie van respiratoire cyclus
o Mucosa(slijmvlies): slijmbekercellen + mucusklieren produceren
mucus(slijm)
o Trilhaarcel: cellen met cilia(uitlopers) maken golvende v-beweging
richting keel
o Gladde spiercellen(bronchomotoren): diameter luchtweg wijzigen
(bronchiolen: veel bronchomotoren)
- Bèta2-receptoren: stimulatie bronchorelaxatie
Door LABA’s = langwerkende B2-agonisten (formoterol,
indacaterol, olodaterol, salmeterol, vilanterol)
Vrijstelling acetylcholine uit cholinerge zenuwbaan =
presynaptische inhibitie
- Muscarine receptoren: stimulatie bronchoconstrictie +
toename secretie
Parasympatische innervatie via nervus vagus
Geblokkeerd door LAMA’s = langwerkende anticholinergica
(aclidinium, glycopyrronium, tiotropium, umeclidinium)
o Kraakbeen: belet collaboratie luchtwegen bij stijgende intrathoracale
druk
Hoeveelheid daalt proximaal distaal
- Trachea & hoofdbronchi: hemi-ringen
- Distaal: kraakbeenplaten
- Bronchiolen: GEEN kraakbeen
Bovenste luchtwegen = neus, farynx, larynx grens = stembanden
Onderste luchtwegen = vanaf trachea
2.1. Bovenste luchtwegen
NEUS
Functie:
o Lucht verwarmen
o Mucosa, vocht paranasale sinussen en traanvocht bevochtigen
o Filteren
o Resonantiekamer voor stem
o Smaaksensatie (verkouden smaakverlies)
Eerst langs vestibule: huid + stevige haren die grote stofdeeltjes filteren
3 neusschelpen: verhogen weerstand turbulente luchtstroom (neerslag grote
partikels; pollen)
: verhogen cc.opp. waterdruppels opvangen tijdens
uitademing om uitdroging te voorkomen
, o Rhinitis: chronische/ acute ontsteking neusmucosa door virus, irriterend
element, bacteriën
Neusloop, verstopping, postnasale drip, verspreiding
o Sinusitis: ontsteking neusholten; neus-sinus-kanaal verstopt
Absorptie lucht in sinusholten
Onderdruk: sinushoofdpijn
o Epistaxis: frequent (sterke doorbloeding neusmucosa) bij trauma,
infectie, allergie, bloedstollingsstoornis, hypertensie
Cauterisatie: neusbloedvaten dichtbranden
FARYNX
= Verbindt neusholte met mond + larynx & slokdarm
= weg voor toevoer voedsel & lucht
Nasofarynx:
Afgesloten tijdens slikken door huig/ uvula enkel voor passage van lucht
Mucosa: veel lymfatisch weefsel faryngeale tonsillen/ adenoïden/
neusamandelen: vangen pathogene elementen op uit lucht
Buis van Eustachius/ gehoorbuis/ tuba auditiva: verbindt nasofarynx et
middenoorholte evenwicht atmosfeerdruk
Verstopping: middenoorontsteking = otits media
Orofarynx:
Zachte verhemelte epiglottis
3 tonsillen:
o 2 tonsilla palatina: amandelen
o 1 tonsilla lingualis: basis van tong
Laryngofarynx:
Achter rechtopstaande epiglottis larynx
LARYNX/ STROTTENHOOFD
Kraakbeenachtige structuur met banden & spieren verbonden
Buigzame structuur (epiglottis) die luchtwegen afsluit bij slikken:
duwt strottenhoofd omhoog
Functie: basis van stemgeluid + scheiding tussen luchtpassage en weg van
voedsel
Waar: tussen tongbeen (os hyoïdeum) en 1 e kraakbeenring van trachea
STEMBANDEN