West-Europa in de
hoge en late
middeleeuwen
,HOOFDSTUK 9 DE RURALE SAMENLEVING in
de hoge en late middeleeuwen (c. 1000-
1500)
DEEL 1 De eeuwen van expansie (c. 1000-1300)
De warme middeleeuwen
De groei van rurale economie
Technologische ontwikkeling
- Trekpaarden i.p.v. ossen
- Windmolens
- Irrigatietechnieken vanuit Al Andalus Italië en Sicilië
- Impact vernieuwingen gerig, niet overal toegepast
- Nog steeds lage yield ratios
Uitbreiding areaal
Belangrijkste factor agrarische expansie in hoge ME
Hoe? ontginningen
- Ontbossing weiland en akkers
o Einde EU-oerbossen (gevolgen voor fauna!)
- Droogleggen moeras- en draslanden, bedijkingen en inpoldering
- Grasland naar akkerland = cerealization
Waar? Ingebruikname ‘woeste gronden’
- Interne uitbreiding (bij de dorpen)
- Externe uitbreiding: perifere gebieden Eu
o O.l.v. professionele kolonisten, ‘hospites’ (‘gasten’)
o In opdracht van adellijke en klerikale opdrachtgevers
o In ruil voor ontginning krijgen ‘hospites’ voordelen
o Ostsiedlung = kolonisatie onontgonnen terreinen ten O van Wezer,
Elbe en Oder
,Commercialisatie van de landbouweconomie
Toenemende marktparticipatie plattelandsbevolking
- Goederenmarkt
o Verstedelijking zorgt voor nieuwe afzetmarkten agrarische
producten
o Heropbloei monetaire eco: pacht in cash i.p.v. natura
o Gevolgen
Toename commerciële ingesteldheid boeren: afstemmen
aanbod op marktvraag
Regionale specialisatie (wijnbouw, wolnijverheid, …)
- Arbeidsmarkt
o Meer boeren in loondienst bij grootgrondbezitters (loon deels in
natura)
Vast personeelbestand met jaarcontracten op grote domeinen
Seizoenarbeiders: kortlopende contracten
o Einde arbeid door onvrije boeren, minder korveediensten
o Geen grote autonomie – dominantie plaatselijke heer blijft
- Kredietmarkt
o Aangaan leningen bij grotere investeringen
Versterking koopkracht en levensstandaard van rurale bevolking
Maar grenzen bereikt in de loop 13e E
o Bevolking stijgt sneller dan werkgelegenheid
Meer werkzoekenden lonen dalen
o Druk op sociale verhoudingen
Zonder loon en land: in marge van de samenleving
Landlopers, struikrovers, bedelaars
Demografische groei
Verdubbeling bevolking tussen 1000 en 1300 op Eu continent
- Sporadisch onderbroken door hongersnoden
- Versnelling groei 12e, 13e E
- Geografische verschillen
Verklaring
- Gunstiger klimaat bloei landbouw
- Toename voedselproductie hogere fertiliteit en nataliteit
- Geen infecties lage mortaliteit
- Relatieve pol stabiliteit
- Gestegen welvaart
, Sociale verhoudingen en heerlijkheid
Grondbezit bepalend
1) Zelfstandige boeren (daalt)
2) Meerderheid: boeren met bescheiden perceel (+ loonarbeid op gronden
rijkere eigenaars of nijverheid)
3) Landloze landarbeiders (seizoenarbeid)
Verlies autonomie 2 & 3: onderscheid vrijheid en onvrijheid vervaagt nog meer in
Hoge ME
DEBAT: In welke mate zijn er verschillen tussen Karolingische en
hoogmiddeleeuwse rurale samenleving qua machtsstructuren en sociale
verhoudingen?
De feodale revolutie
Debat: Franse mediëvistiek, 2e helft 20e E
Ontstaan kleinschalige, lokale structuren van dominantie vanaf c. 1000
- Ten koste van legitieme publieke orde
o Bouwen burcht = koninklijk voorrecht (regalia)
o ‘bannus’ = recht om te dwingen en bevelen
o Thans echter toegeëigend door lokale heren
- Machtsuitoefening heer vanuit burcht met hulp milites
o Privémilities, gewapende ruiters
Lage adel, ook (on)vrije boeren
o Verdediging burcht + kleinschalige maar gewelddadige acties in
omgeving
o Evolutie term milites: krijgers ridders
Stijging maatschappelijk prestige
- Seigneurie banale heerlijkheid = machtsgebied rondom burcht
o < bannus: handhaving openbare orde
- Banheer bezit
o Fiscale macht: taksen, tollen
o Juridische macht: inclusief hoge justitie (doodstraf)
o Eist hand- en spandiensten van lokale bevolking
Verlies autonomie boeren <-> soms: dorpscommunes:
gezamenlijk belangen verdedigen tegen willekeur heren
- Sterke onderlinge competitie heren spiraal van geweld beeld van
‘foedale anarchie’
= incastellamento of enchâtellement (‘verkasteling’: verschijnen van burchten)
Gaat gepaard met proces van:
Encellullement ca 1000
= Desintegratie karolingische orde kleine heren vullen vacuüm
Socio-pol versplintering in kleine organisatievormen
hoge en late
middeleeuwen
,HOOFDSTUK 9 DE RURALE SAMENLEVING in
de hoge en late middeleeuwen (c. 1000-
1500)
DEEL 1 De eeuwen van expansie (c. 1000-1300)
De warme middeleeuwen
De groei van rurale economie
Technologische ontwikkeling
- Trekpaarden i.p.v. ossen
- Windmolens
- Irrigatietechnieken vanuit Al Andalus Italië en Sicilië
- Impact vernieuwingen gerig, niet overal toegepast
- Nog steeds lage yield ratios
Uitbreiding areaal
Belangrijkste factor agrarische expansie in hoge ME
Hoe? ontginningen
- Ontbossing weiland en akkers
o Einde EU-oerbossen (gevolgen voor fauna!)
- Droogleggen moeras- en draslanden, bedijkingen en inpoldering
- Grasland naar akkerland = cerealization
Waar? Ingebruikname ‘woeste gronden’
- Interne uitbreiding (bij de dorpen)
- Externe uitbreiding: perifere gebieden Eu
o O.l.v. professionele kolonisten, ‘hospites’ (‘gasten’)
o In opdracht van adellijke en klerikale opdrachtgevers
o In ruil voor ontginning krijgen ‘hospites’ voordelen
o Ostsiedlung = kolonisatie onontgonnen terreinen ten O van Wezer,
Elbe en Oder
,Commercialisatie van de landbouweconomie
Toenemende marktparticipatie plattelandsbevolking
- Goederenmarkt
o Verstedelijking zorgt voor nieuwe afzetmarkten agrarische
producten
o Heropbloei monetaire eco: pacht in cash i.p.v. natura
o Gevolgen
Toename commerciële ingesteldheid boeren: afstemmen
aanbod op marktvraag
Regionale specialisatie (wijnbouw, wolnijverheid, …)
- Arbeidsmarkt
o Meer boeren in loondienst bij grootgrondbezitters (loon deels in
natura)
Vast personeelbestand met jaarcontracten op grote domeinen
Seizoenarbeiders: kortlopende contracten
o Einde arbeid door onvrije boeren, minder korveediensten
o Geen grote autonomie – dominantie plaatselijke heer blijft
- Kredietmarkt
o Aangaan leningen bij grotere investeringen
Versterking koopkracht en levensstandaard van rurale bevolking
Maar grenzen bereikt in de loop 13e E
o Bevolking stijgt sneller dan werkgelegenheid
Meer werkzoekenden lonen dalen
o Druk op sociale verhoudingen
Zonder loon en land: in marge van de samenleving
Landlopers, struikrovers, bedelaars
Demografische groei
Verdubbeling bevolking tussen 1000 en 1300 op Eu continent
- Sporadisch onderbroken door hongersnoden
- Versnelling groei 12e, 13e E
- Geografische verschillen
Verklaring
- Gunstiger klimaat bloei landbouw
- Toename voedselproductie hogere fertiliteit en nataliteit
- Geen infecties lage mortaliteit
- Relatieve pol stabiliteit
- Gestegen welvaart
, Sociale verhoudingen en heerlijkheid
Grondbezit bepalend
1) Zelfstandige boeren (daalt)
2) Meerderheid: boeren met bescheiden perceel (+ loonarbeid op gronden
rijkere eigenaars of nijverheid)
3) Landloze landarbeiders (seizoenarbeid)
Verlies autonomie 2 & 3: onderscheid vrijheid en onvrijheid vervaagt nog meer in
Hoge ME
DEBAT: In welke mate zijn er verschillen tussen Karolingische en
hoogmiddeleeuwse rurale samenleving qua machtsstructuren en sociale
verhoudingen?
De feodale revolutie
Debat: Franse mediëvistiek, 2e helft 20e E
Ontstaan kleinschalige, lokale structuren van dominantie vanaf c. 1000
- Ten koste van legitieme publieke orde
o Bouwen burcht = koninklijk voorrecht (regalia)
o ‘bannus’ = recht om te dwingen en bevelen
o Thans echter toegeëigend door lokale heren
- Machtsuitoefening heer vanuit burcht met hulp milites
o Privémilities, gewapende ruiters
Lage adel, ook (on)vrije boeren
o Verdediging burcht + kleinschalige maar gewelddadige acties in
omgeving
o Evolutie term milites: krijgers ridders
Stijging maatschappelijk prestige
- Seigneurie banale heerlijkheid = machtsgebied rondom burcht
o < bannus: handhaving openbare orde
- Banheer bezit
o Fiscale macht: taksen, tollen
o Juridische macht: inclusief hoge justitie (doodstraf)
o Eist hand- en spandiensten van lokale bevolking
Verlies autonomie boeren <-> soms: dorpscommunes:
gezamenlijk belangen verdedigen tegen willekeur heren
- Sterke onderlinge competitie heren spiraal van geweld beeld van
‘foedale anarchie’
= incastellamento of enchâtellement (‘verkasteling’: verschijnen van burchten)
Gaat gepaard met proces van:
Encellullement ca 1000
= Desintegratie karolingische orde kleine heren vullen vacuüm
Socio-pol versplintering in kleine organisatievormen