Levenslooppsychologie : terreinverkenning
Erfelijkheid, milieu en zelfsturing bepalen de - 4 fasen
Historiek : ontwikkeling : - Toetsbare theorie
Voorwetenschappelijke ontwikkelingspsychologie : Erfelijkheid (nature) : - Overgeneralisatie
- Gebasseerd op inzichten en bedenkingen van filosofen - Genetische basis met 46 chromosomen 1) Sensomotorisch stadium (geboorte - 2 jaar)
- Geen wetenschappelijk onderzoek - Genotype-Fenotype 2) Pre-operationeel stadium (2-7 jaar)
Genetische psychologie : Milieu (nurture) : 3) Concreet-operationeel stadium (7-11 jaar)
- Men begon te observeren - Biochemisch milieu (voeding of alcohol) 4) Formeel-operationeel stadium (12-16 jaar
- Babybiografieën - Materiële omgeving (fysieke wereld waarin iemand
- Focus lag op kindertijd-pubertijd opgroeit)
Ontwikkelingspsychologie : - Psychosociaal milieu (opvoedingsstijl en sociale
- Nieuwe onderzoekstechnieken (longitudinaal, cross- interacties)
sectioneel en sequentieel onderzoek) - Ecologische systeemtheorie (milieu op verschillende
- Rijping (kindertijd) -> stabiele periode (volwassenheid) -> niveaus: micro, meso, exo, macro en chrono)
aftakeling (ouderdom) Zelfsturing (zelfbepaling) :
Huidige levenslooppsychologie : - Actieve rol (richting geven aan eigen ontwikkeling)
- Wordt gezien als levenslang veranderingsproces - Persoonlijke vrijheid (leven in eigen handen nemen)
- Brede kijk
Psychosociale identiteitstheorie van Erikson :
Onderzoeksmethoden : - 8 fasen
Longitudinaal = groep mensen van zelfde leeftijd over - Elke fase = specifiek conflict dat moet morden opgelost
lange periode onderzoeken. - Moeilijk toetsbaar
Cross-sectioneel = op 1 moment in de tijd een groep - Overgeneralisatie
mensen van dezelfde leeftijd onderzoeken en dit 1) oraal sensorisch stadium
vergelijken met andere leeftijdsgroepen. 2) anaal-musculair stadium
Sequentieel = cohorten van verschillende 3) locomotorisch-genitaal stadium
leeftijdsgroepen bestuderen over langere tijd. 4) latentiestadium
5) jeugdperiode
Ontwikkelingsfases : 6) jongvolwassenheid
1) Prenatale fase (9m tsn bevruchting en geboorte) 7) middenvolwassenheid
2) Babytijd (eerste levensjaar) 8) laatvolwassenheid
3) Peutertijd (1-3 jaar)
4) Kleutertijd (3-6 jaar)
5) Schoolperiode (6-12 jaar)
6) Adolescentie (12-20 jaar)
7) Volwassenheid (20-65 jaar)
8) Ouderdom (65- levenseinde)
De cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget :
Les 1, les 2
, Levenslooppsychologie : prenatale ontwikkeling
Factoren die de vruchtbaarheid beïnvloeden : Prenatale onderzoekstechnieken : Neonatale screening (=hielprik) :
Terratogenen = omgevingsfactoren die in de prenatale Evolutie kind : - Hiel- of handrugprik
periode schade kunnen veroorzaken of kunnen leiden tot - Gynaecologisch onderzoek - Kan 19 ziektes opsporen
geboortebeperkingen. Inschatten erfelijke risico’s :
Fysiochemische invloeden : - Vlokkentest (kans op miskraam) Babyblues en postpartumdepressies :
Leeftijd : - Vruchtwateronderzoek (kans op miskraam) Babyblue :
- Vrouwen > 35 jaar - NIP test - Somber en lusteloos gevoel bij mama
- Mannen > 40 jaar - 2-3 dagen na bevalling
Medische aandoeningen : Geboorteproces : - Normaal
- Kankerbehandelingen 1) Arbeidsfase: ontsluitingsweeën – contracties om 2 à 5 Postpartumdepressie :
- Endometriose min. – opening baarmoederhals 10 cm – duur 1e kind 8 à - Vanaf 6 weken na bevalling
- Medicatie (tijdelijk) 14 u.
Gezondheidsgedrag (leefstijl) : 2) Uitdrijving-verlossingsfase: krachtige weeën +
- Gewicht samentrekken buikspieren persweeën – duur 10 à 20
- Voeding min., soms 1 uur.
- Fysieke activiteit 3) Nageboorte
- Roken, alcohol, drugs
- Slaap APGAR-score:
- Onveilige seks
Psychologische factoren :
Invloeden van stress
Gevoelens en attitudes tov het kind
- Kind voelt dat het niet gewenst is
Prenatale ontwikkelingsfasen :
Germinaal stadium (0-2 weken) :
- Groeiende celmassa/bevruchte eicel (= zygote)
- Conceptie (bevruchting)
Embryonaal stadium (2-8 weken) :
5 parameters die worden gemeten meteen na de
- Organogenese (ontwikkeling organen)
geboorte en na 5min. Score op 10. Baby oke = minstens
- Vertoon menselijke trekken
7/10, extra aandacht = 4-6/10, ernstige risico’s = 3 of
- Primitief hartje
minder.
- Vorming hersenblaasjes
Foetaal stadium (week 9 - geboorte) :
- X- en Y-chromosomen ontwikkelen
- Vanaf halverwege maand 3 : uitwendige
geslachtsorganen
Les 3
Erfelijkheid, milieu en zelfsturing bepalen de - 4 fasen
Historiek : ontwikkeling : - Toetsbare theorie
Voorwetenschappelijke ontwikkelingspsychologie : Erfelijkheid (nature) : - Overgeneralisatie
- Gebasseerd op inzichten en bedenkingen van filosofen - Genetische basis met 46 chromosomen 1) Sensomotorisch stadium (geboorte - 2 jaar)
- Geen wetenschappelijk onderzoek - Genotype-Fenotype 2) Pre-operationeel stadium (2-7 jaar)
Genetische psychologie : Milieu (nurture) : 3) Concreet-operationeel stadium (7-11 jaar)
- Men begon te observeren - Biochemisch milieu (voeding of alcohol) 4) Formeel-operationeel stadium (12-16 jaar
- Babybiografieën - Materiële omgeving (fysieke wereld waarin iemand
- Focus lag op kindertijd-pubertijd opgroeit)
Ontwikkelingspsychologie : - Psychosociaal milieu (opvoedingsstijl en sociale
- Nieuwe onderzoekstechnieken (longitudinaal, cross- interacties)
sectioneel en sequentieel onderzoek) - Ecologische systeemtheorie (milieu op verschillende
- Rijping (kindertijd) -> stabiele periode (volwassenheid) -> niveaus: micro, meso, exo, macro en chrono)
aftakeling (ouderdom) Zelfsturing (zelfbepaling) :
Huidige levenslooppsychologie : - Actieve rol (richting geven aan eigen ontwikkeling)
- Wordt gezien als levenslang veranderingsproces - Persoonlijke vrijheid (leven in eigen handen nemen)
- Brede kijk
Psychosociale identiteitstheorie van Erikson :
Onderzoeksmethoden : - 8 fasen
Longitudinaal = groep mensen van zelfde leeftijd over - Elke fase = specifiek conflict dat moet morden opgelost
lange periode onderzoeken. - Moeilijk toetsbaar
Cross-sectioneel = op 1 moment in de tijd een groep - Overgeneralisatie
mensen van dezelfde leeftijd onderzoeken en dit 1) oraal sensorisch stadium
vergelijken met andere leeftijdsgroepen. 2) anaal-musculair stadium
Sequentieel = cohorten van verschillende 3) locomotorisch-genitaal stadium
leeftijdsgroepen bestuderen over langere tijd. 4) latentiestadium
5) jeugdperiode
Ontwikkelingsfases : 6) jongvolwassenheid
1) Prenatale fase (9m tsn bevruchting en geboorte) 7) middenvolwassenheid
2) Babytijd (eerste levensjaar) 8) laatvolwassenheid
3) Peutertijd (1-3 jaar)
4) Kleutertijd (3-6 jaar)
5) Schoolperiode (6-12 jaar)
6) Adolescentie (12-20 jaar)
7) Volwassenheid (20-65 jaar)
8) Ouderdom (65- levenseinde)
De cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget :
Les 1, les 2
, Levenslooppsychologie : prenatale ontwikkeling
Factoren die de vruchtbaarheid beïnvloeden : Prenatale onderzoekstechnieken : Neonatale screening (=hielprik) :
Terratogenen = omgevingsfactoren die in de prenatale Evolutie kind : - Hiel- of handrugprik
periode schade kunnen veroorzaken of kunnen leiden tot - Gynaecologisch onderzoek - Kan 19 ziektes opsporen
geboortebeperkingen. Inschatten erfelijke risico’s :
Fysiochemische invloeden : - Vlokkentest (kans op miskraam) Babyblues en postpartumdepressies :
Leeftijd : - Vruchtwateronderzoek (kans op miskraam) Babyblue :
- Vrouwen > 35 jaar - NIP test - Somber en lusteloos gevoel bij mama
- Mannen > 40 jaar - 2-3 dagen na bevalling
Medische aandoeningen : Geboorteproces : - Normaal
- Kankerbehandelingen 1) Arbeidsfase: ontsluitingsweeën – contracties om 2 à 5 Postpartumdepressie :
- Endometriose min. – opening baarmoederhals 10 cm – duur 1e kind 8 à - Vanaf 6 weken na bevalling
- Medicatie (tijdelijk) 14 u.
Gezondheidsgedrag (leefstijl) : 2) Uitdrijving-verlossingsfase: krachtige weeën +
- Gewicht samentrekken buikspieren persweeën – duur 10 à 20
- Voeding min., soms 1 uur.
- Fysieke activiteit 3) Nageboorte
- Roken, alcohol, drugs
- Slaap APGAR-score:
- Onveilige seks
Psychologische factoren :
Invloeden van stress
Gevoelens en attitudes tov het kind
- Kind voelt dat het niet gewenst is
Prenatale ontwikkelingsfasen :
Germinaal stadium (0-2 weken) :
- Groeiende celmassa/bevruchte eicel (= zygote)
- Conceptie (bevruchting)
Embryonaal stadium (2-8 weken) :
5 parameters die worden gemeten meteen na de
- Organogenese (ontwikkeling organen)
geboorte en na 5min. Score op 10. Baby oke = minstens
- Vertoon menselijke trekken
7/10, extra aandacht = 4-6/10, ernstige risico’s = 3 of
- Primitief hartje
minder.
- Vorming hersenblaasjes
Foetaal stadium (week 9 - geboorte) :
- X- en Y-chromosomen ontwikkelen
- Vanaf halverwege maand 3 : uitwendige
geslachtsorganen
Les 3