Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Psychische aandoeningen – waar hebben we het over?....................2
1.1. Positieve gezondheid.................................................................................... 2
1.2. Psychische klachten..................................................................................... 3
1.3. De medische benadering van psychische klachten......................................3
1.4. Bio-psycho-sociaal model (BPS)...................................................................5
1.5. De sociaalpsychiatrische benadering...........................................................6
Hoofdstuk 2: De herstelgerichte benadering in de hulpverlening..........................7
2.1. Definitie van herstel..................................................................................... 8
2.2. Herstel is een persoonlijk en uniek proces...................................................8
2.3. Het herstel verloopt in fasen........................................................................8
2.4. Kritiek op herstelbeweging...........................................................................9
2.5. Theoretische kaders van het herstelconcept................................................9
2.6. Herstel ondersteunende hulpverlening......................................................11
2.7. Diversiteit in de psychische gezondheid....................................................12
2.8. Stigmatisering en destigmatisering............................................................14
Hoofdstuk 3: Hoe ontstaan psychische aandoeningen?.......................................16
3.1. Algemene gezichtspunten..........................................................................16
3.2. Biologische factoren................................................................................... 16
3.3. Psychische factoren.................................................................................... 22
3.4. Sociale factoren.......................................................................................... 26
Hoofdstuk 15: Verslaving en dubbele diagnose....................................................30
15.1. Verslaving................................................................................................. 30
15.2. Verschillende vormen van verslaving.......................................................31
15.3. Dubbele diagnose..................................................................................... 36
15.4. Gevolgen voor het sociale netwerk..........................................................38
15.5. Herstellen van een verslaving..................................................................39
15.6. Verslaving en criminaliteit........................................................................43
1
,Hoofdstuk 1: Psychische aandoeningen – waar hebben we het
over?
1.1. Positieve gezondheid
Het begrip gezondheid is lastig te definiëren. Mensen kunnen lichamelijke
afwijkingen of beperkingen hebben en zich toch gezond voelen. De klassieke
WHO-definitie omschrijft gezondheid als een toestand van volledig fysiek,
mentaal en sociaal welbevinden. Hiermee wordt benadrukt dat gezondheid meer
is dan afwezigheid van ziekte en dat ook subjectief welbevinden meespeelt.
In 2010 ontstond een het begrip positieve gezondheid. Hierbij staat niet de
afwezigheid van een ziekte centraal, maar het vermogen om je aan te passen en
eigen regie te voeren bij fysieke, sociale en emotionele uitdagingen. Gezondheid
wordt gezien als middel om een passend en fijn leven te leiden.
Positieve gezondheid wordt uitgewerkt in zes dimensies:
1. Lichaamsfuncties
2. Mentaal welbevinden
3. Zingeving
4. Kwaliteit van leven
5. Meedoen (sociale participatie)
6. Dagelijks functioneren
Deze brede benadering is nuttig voor de hulpverlening bij psychische problemen,
omdat ze aandacht geeft aan het totale functioneren van een persoon, niet alleen
aan klachten.
Er is ook kritiek: het concept zou theoretisch zwak onderbouwd zijn, de dimensies
overlappen deels, en het onderscheid tussen gezondheid en gedrag is
onduidelijk. Zo kan iemand zich op een ongezonde manier ‘aanpassen’, zoals
door te roken bij stress.
2
, 1.2. Psychische klachten
Net als bij het woord gezondheid is het moeilijk om precies te zeggen wat
psychische klachten zijn. Zelfs experts geven aan dat we er geen volledige,
scherpe definitie van hebben. Dat betekent dat we voorzichtig moeten zijn: we
willen mensen helpen, maar we weten niet altijd precies hoe psychische klachten
ontstaan of wat ze precies omvatten.
Toch kunnen we in grote lijnen wel iets zeggen over wat psychische klachten
meestal zijn. Het gaat vooral om problemen in het psychisch functioneren, zoals:
Moeite met omgaan met stress
Een negatief of instabiel zelfbeeld
Niet-helpende gedachten of overtuigingen
Last van heftige of moeilijke gevoelens en emoties
Impulsief of ander problematisch gedrag dat jezelf of anderen schaadt
Psychische klachten raken niet alleen de persoon zelf, maar hebben invloed op
alle gebieden van het leven:
School/werk: functioneren kan sterk achteruitgaan
Zelfzorg en dagelijks leven: moeheid, pijn, slecht slapen, ongezond
gedrag (roken, alcohol, slechte voeding), of bijwerkingen van medicatie
Relaties en sociale omgeving: familie en vrienden lijden vaak mee,
voelen zich machteloos of raken uitgeput; relaties kunnen onder druk
komen te staan
Daarom is het belangrijk dat hulpverleners niet alleen naar de persoon met
psychische klachten kijken, maar ook naar de mensen om hen heen. Familie moet
betrokken worden, hun zorgen moeten gehoord worden, en ze hebben soms
ondersteuning nodig. Bijzonder kwetsbaar zijn KOPP-kinderen. Door de problemen
thuis lopen zij meer risico: ze hebben drie keer zoveel kans om later zelf
psychische problemen te krijgen, afhankelijk van hun leeftijd, veerkracht en de
steun die ze krijgen.
KOPP-kinderen → Kinderen van ouders met psychische problemen
1.3. De medische benadering van psychische klachten
Klassieke medische benadering in de ggz
In de geestelijke gezondheidszorg (ggz) wordt nog vaak volgens de klassieke
medische manier gewerkt:
Psychische problemen worden gezien als ziekten in de hersenen.
Op basis van symptomen wordt een diagnose gesteld.
Die diagnose bepaalt de behandeling, vaak met veel nadruk op medicatie.
Het probleem hiervan is dat:
De focus vooral op klachten en stoornissen ligt.
Belangrijke delen van iemands leven (bijv. levensverhaal, sociale
omgeving, dagelijkse gevolgen van klachten) weinig aandacht krijgen.
Hulpverleners soms vooral “de diagnose behandelen”, en niet de persoon
zelf.
3