LEERDOELEN UITGEWERKT BLOK 6
Marktordening in de zorg – GW206
DEELMODULE 1 – gezondheidszorg en marktordening
Uitleggen waarom in de gezondheidszorg geen sprake kan zijn van vrije
marktwerking:
Om vrije marktwerking te realiseren zijn de volgende 4 punten nodig: het moet gaan om
homogene producten, er moet transparante informatie zijn, vrije toe- en uittreding voor
aanbieders en aanbieders zijn prijsnemers.
In de zorg kan hier geen sprake van zijn, omdat de zorg nooit kan voldoen aan alle eisen.
- Er is geen transparante informatie, want er is altijd iemand (aanbieder, patiënt,
zorginkoper) met meer of minder informatie dan de andere partij.
- Er is geen sprake van homogene producten omdat zorg niet gemeten kan worden
op die manier.
- Er is een hoge barrières om toe te treden op verschillende zorgmarkten. Het is dus
niet zomaar “even” op de markt voegen.
- Daarnaast hebben aanbieders in de zorg, zowel aan de inkoopkant als aan de
aanbieders kant vaak wel invloed op de prijs, en komt deze prijs dus niet tot stand
door pure marktwerking.
Er is dus op de zorgmarkt geen sprake van de invisible hand, die de markt stabiel houdt.
DEELMODULE 2 – agency-problemen en aanbod geïnduceerde vraag
De aanwezigheid en mogelijke gevolgen van principaal-agent problemen in de
gezondheidszorg uitleggen;
Het principaal agent probleem ontstaat door een asymmetrie in de informatie tussen
beide partijen. Waarbij de principaal altijd minder informatie heeft/ ontvangt dan de
agent. Een voorbeeld hiervan: arts en patiënt.
Door dit verschil in informatie kan het voorkomen dat er meer vraag wordt aangeboden
dan nodig is, omdat de andere partij minder informatie heeft, kan deze “voor de gek”
worden gehouden.
De oorzaken en gevolgen van vraaginductie door zorgverleners met behulp
van de principaal-agent theorie uitleggen;
Oorzaken & gevolgen:
- Vraaginductie
- Moral hazard
- Antiselectie
- Hoge betalingen + inferieure zorginkoop
1
, - Ondoelmatige/ inefficiënte zorg
De financiële prikkels tot kwaliteit, doelmatigheid en andere doelen voor
zorgverleners bij traditionele en innovatieve bekostigingsmethoden
analyseren.
- Institutionele remedies:
o Opleidingseisen, toelatingseisen, behandelrichtlijnen, kwaliteitscontroles,
aanbod/ prijsregulatie
- Eigen bijdrage
- Verplichten van verzekering
- Risico verevening
o Zorgplicht, solvabiliteitseisen (verhouding van het eigen vermogen tov.
bedrijf of totaal.
- Aanbod + prijsreguleren.
o Dmv indicatiestelling.
DEELMODULE 3 – volkomen concurrentie & monopolie
De vier voorwaarden voor de marktvorm volkomen concurrentie benoemen en
uitleggen
Homogeen product, als er verschillende producten zijn, dan kan er niet een markt zijn.
Vrije toe- en uittreders, iedereen moet als een aanbieder kunnen toe of uittreden zonder
dat daar regels aan verbonden zijn.
Aanbieders zijn prijsnemers, de aanbieders gaan akkoord met de prijs die door de markt
tot stand is gekomen.
Informatie transparantie, iedereen moet dezelfde informatie hebben op de markt, anders
ontstaat er een onevenwicht.
- De werking en het resultaat van de marktvorm perfecte concurrentie
grafisch en wiskundig analyseren;
Het doel van de volkomen concurrente markt is winstmaximalisatie. Daarvoor streven ze
naar MO=MK. Dit is op lange termijn niet haalbaar door toetreding van veel aanbieders
op de markt, omdat een markt met winst aantrekkelijker wordt, daardoor daalt de prijs
en vangen aanbieders minder winst. Op den duur zullen ze het evenwicht MO=MK=GTK
bereiken, waar geen winst en geen verlies wordt gemaakt.
Benoem efficiëntie:
o Kosten efficiënt
o X-efficiency
o Pareto effectiviteit: de kosten van het produceren van een extra Q worden
hoger dan de opbrengsten.
De vijf oorzaken van een monopolie benoemen en uitleggen
- Exclusieve controle over belangrijke productieprocessen
- Schaalvoordelen; toename in schaal zorgt voor dalende kosten. Vb.:
drinkwaterbedrijf in NL.
2
, - Patenten; voordelen vanuit de overheid om voor langere periode de enige
aanbieder op de markt te zijn. Dit is vaak zo met geneesmiddelen, om kosten
terug te verdienen.
- Netwerkvoordelen: voorbeeld Microsoft, google. Handig omdat iedereen dat
gebruikt.
- Wet- en regelgeving; besluit vanuit de overheid om iets door een aantal
aanbieders te laten aanbieden. Vb: vergunningen of licenties.
De werking en het resultaat van de marktvorm monopolie grafisch en
wiskundig analyseren.
Een monopolie streeft objectief gezien naar winstmaximalisatie, dit is vaak ook haalbaar
op lange termijn. Dat kan worden berekend door MO=MK. Waarbij je P functie tot TO-
functie kan ombuigen door te vermenigvuldigen met Q.
Een ander doel is hoeveelheid maximalisatie, waarbij wordt gestreven naar een zo hoog
mogelijke Q. Dat is aan de hand wanneer P = GTK Qmax. GTK kan worden verkregen
door TK/Q. Het gelijk stellen van P aan GTK levert de Q op, die je in kan vullen bij de P
functie en TK & TO.
Een verandering van de variabele kosten zorgen voor een verandering van de Q in
de TK-functie. VB: TK = 16 + 2Q ^2 wordt TK = 16+4Q^2.
Een verandering van de vaste kosten zorgen voor een verandering van het losse
getal in de TK-functie. VB: TK = 16 + 2Q wordt TK = 32+2Q
DEELMODULE 4 – imperfecte concurrentie
Het welvaartsverlies van een monopolie uitleggen;
Er is door inefficiëntie op een monopolistische markt, mogelijkheid tot welvaartsverlies.
Zo wel van de consumenten als van de aanbieders.
Consumenten betalen een hogere prijs dan dat ze zouden willen betalen. En
aanbieders verliezen daardoor de hoeveelheid Q bij een lagere prijs. In vergelijking
met het consumentensurplus op de VC markt dan verschuift een deel van het
consumentensurplus naar het productensurplus in de vorm van winst.
Deadweight loss?
De verschillen tussen eerste-, tweede- en derdegraads prijsdiscriminatie
begrijpen;
Om de winst van een monopolist te maximaliseren maakt die gebruik van
prijsdiscriminatie op basis van de betalingsbereidheid. Voor hetzelfde product betalen
consumenten andere prijzen. Dit leidt tot hogere winst voor de aanbieder en een
verkleining van het consumentensurplus.
1e graads: maximale afroming van het consumentensurplus.
P = MO; individuele prijzen voor individuele consumenten.
o Voorbeeld: tennislessen, een student heeft een lagere betalingsbereidheid
dan een docent. Waardoor een docent veel meer wil betalen voor dezelfde
hoeveelheid tennislessen. De prijs per uur is dan hetzelfde, maar de vast
bijdragen van de 2 soorten consumenten verschilt omdat er andere
betalingsbereidheid is.
3
Marktordening in de zorg – GW206
DEELMODULE 1 – gezondheidszorg en marktordening
Uitleggen waarom in de gezondheidszorg geen sprake kan zijn van vrije
marktwerking:
Om vrije marktwerking te realiseren zijn de volgende 4 punten nodig: het moet gaan om
homogene producten, er moet transparante informatie zijn, vrije toe- en uittreding voor
aanbieders en aanbieders zijn prijsnemers.
In de zorg kan hier geen sprake van zijn, omdat de zorg nooit kan voldoen aan alle eisen.
- Er is geen transparante informatie, want er is altijd iemand (aanbieder, patiënt,
zorginkoper) met meer of minder informatie dan de andere partij.
- Er is geen sprake van homogene producten omdat zorg niet gemeten kan worden
op die manier.
- Er is een hoge barrières om toe te treden op verschillende zorgmarkten. Het is dus
niet zomaar “even” op de markt voegen.
- Daarnaast hebben aanbieders in de zorg, zowel aan de inkoopkant als aan de
aanbieders kant vaak wel invloed op de prijs, en komt deze prijs dus niet tot stand
door pure marktwerking.
Er is dus op de zorgmarkt geen sprake van de invisible hand, die de markt stabiel houdt.
DEELMODULE 2 – agency-problemen en aanbod geïnduceerde vraag
De aanwezigheid en mogelijke gevolgen van principaal-agent problemen in de
gezondheidszorg uitleggen;
Het principaal agent probleem ontstaat door een asymmetrie in de informatie tussen
beide partijen. Waarbij de principaal altijd minder informatie heeft/ ontvangt dan de
agent. Een voorbeeld hiervan: arts en patiënt.
Door dit verschil in informatie kan het voorkomen dat er meer vraag wordt aangeboden
dan nodig is, omdat de andere partij minder informatie heeft, kan deze “voor de gek”
worden gehouden.
De oorzaken en gevolgen van vraaginductie door zorgverleners met behulp
van de principaal-agent theorie uitleggen;
Oorzaken & gevolgen:
- Vraaginductie
- Moral hazard
- Antiselectie
- Hoge betalingen + inferieure zorginkoop
1
, - Ondoelmatige/ inefficiënte zorg
De financiële prikkels tot kwaliteit, doelmatigheid en andere doelen voor
zorgverleners bij traditionele en innovatieve bekostigingsmethoden
analyseren.
- Institutionele remedies:
o Opleidingseisen, toelatingseisen, behandelrichtlijnen, kwaliteitscontroles,
aanbod/ prijsregulatie
- Eigen bijdrage
- Verplichten van verzekering
- Risico verevening
o Zorgplicht, solvabiliteitseisen (verhouding van het eigen vermogen tov.
bedrijf of totaal.
- Aanbod + prijsreguleren.
o Dmv indicatiestelling.
DEELMODULE 3 – volkomen concurrentie & monopolie
De vier voorwaarden voor de marktvorm volkomen concurrentie benoemen en
uitleggen
Homogeen product, als er verschillende producten zijn, dan kan er niet een markt zijn.
Vrije toe- en uittreders, iedereen moet als een aanbieder kunnen toe of uittreden zonder
dat daar regels aan verbonden zijn.
Aanbieders zijn prijsnemers, de aanbieders gaan akkoord met de prijs die door de markt
tot stand is gekomen.
Informatie transparantie, iedereen moet dezelfde informatie hebben op de markt, anders
ontstaat er een onevenwicht.
- De werking en het resultaat van de marktvorm perfecte concurrentie
grafisch en wiskundig analyseren;
Het doel van de volkomen concurrente markt is winstmaximalisatie. Daarvoor streven ze
naar MO=MK. Dit is op lange termijn niet haalbaar door toetreding van veel aanbieders
op de markt, omdat een markt met winst aantrekkelijker wordt, daardoor daalt de prijs
en vangen aanbieders minder winst. Op den duur zullen ze het evenwicht MO=MK=GTK
bereiken, waar geen winst en geen verlies wordt gemaakt.
Benoem efficiëntie:
o Kosten efficiënt
o X-efficiency
o Pareto effectiviteit: de kosten van het produceren van een extra Q worden
hoger dan de opbrengsten.
De vijf oorzaken van een monopolie benoemen en uitleggen
- Exclusieve controle over belangrijke productieprocessen
- Schaalvoordelen; toename in schaal zorgt voor dalende kosten. Vb.:
drinkwaterbedrijf in NL.
2
, - Patenten; voordelen vanuit de overheid om voor langere periode de enige
aanbieder op de markt te zijn. Dit is vaak zo met geneesmiddelen, om kosten
terug te verdienen.
- Netwerkvoordelen: voorbeeld Microsoft, google. Handig omdat iedereen dat
gebruikt.
- Wet- en regelgeving; besluit vanuit de overheid om iets door een aantal
aanbieders te laten aanbieden. Vb: vergunningen of licenties.
De werking en het resultaat van de marktvorm monopolie grafisch en
wiskundig analyseren.
Een monopolie streeft objectief gezien naar winstmaximalisatie, dit is vaak ook haalbaar
op lange termijn. Dat kan worden berekend door MO=MK. Waarbij je P functie tot TO-
functie kan ombuigen door te vermenigvuldigen met Q.
Een ander doel is hoeveelheid maximalisatie, waarbij wordt gestreven naar een zo hoog
mogelijke Q. Dat is aan de hand wanneer P = GTK Qmax. GTK kan worden verkregen
door TK/Q. Het gelijk stellen van P aan GTK levert de Q op, die je in kan vullen bij de P
functie en TK & TO.
Een verandering van de variabele kosten zorgen voor een verandering van de Q in
de TK-functie. VB: TK = 16 + 2Q ^2 wordt TK = 16+4Q^2.
Een verandering van de vaste kosten zorgen voor een verandering van het losse
getal in de TK-functie. VB: TK = 16 + 2Q wordt TK = 32+2Q
DEELMODULE 4 – imperfecte concurrentie
Het welvaartsverlies van een monopolie uitleggen;
Er is door inefficiëntie op een monopolistische markt, mogelijkheid tot welvaartsverlies.
Zo wel van de consumenten als van de aanbieders.
Consumenten betalen een hogere prijs dan dat ze zouden willen betalen. En
aanbieders verliezen daardoor de hoeveelheid Q bij een lagere prijs. In vergelijking
met het consumentensurplus op de VC markt dan verschuift een deel van het
consumentensurplus naar het productensurplus in de vorm van winst.
Deadweight loss?
De verschillen tussen eerste-, tweede- en derdegraads prijsdiscriminatie
begrijpen;
Om de winst van een monopolist te maximaliseren maakt die gebruik van
prijsdiscriminatie op basis van de betalingsbereidheid. Voor hetzelfde product betalen
consumenten andere prijzen. Dit leidt tot hogere winst voor de aanbieder en een
verkleining van het consumentensurplus.
1e graads: maximale afroming van het consumentensurplus.
P = MO; individuele prijzen voor individuele consumenten.
o Voorbeeld: tennislessen, een student heeft een lagere betalingsbereidheid
dan een docent. Waardoor een docent veel meer wil betalen voor dezelfde
hoeveelheid tennislessen. De prijs per uur is dan hetzelfde, maar de vast
bijdragen van de 2 soorten consumenten verschilt omdat er andere
betalingsbereidheid is.
3