CONSTRUCTIE & MATERIALEN 2
WANDEN
- niet alleen een scheiding
- bepalen de volledige ruimte
- decoratief, esthetisch, akoestisch
1. RUIMTELIJKE FUNCTIE
-> wanden omsluiten en definiëren de ruimte
2. STRUCTURELE FUNCTIE
-> wanden ondersteunen vloer en dakconstructies
-> zorgen voor starre ruimtelijke indeling (bv. rijhuis)
BV. ruimte 3x6m -> dragende wanden op 3m afstand van elkaar
-> dragende wand met opening (linteel of dragende balk die ondersteunt)
-> niet-dragende wanden begrenzen enkel de ruimte en hebben geen structurele functie
-> scheidingswanden worden gebruikt bij grote overspanningen of bij een dragende
skeletstructuur om de ruimte vrij in te delen
Je kan ook kolommen of balken gebruiken in plaats van dragende wanden. Dit zorgt voor
meer openheid, maar is wel veel duurder.
OPMERKING: ‘zand is een eindig materiaal’ -> het wordt gemengd met cement
3. SCHEIDENDE FUNCTIE
-> wanden bepalen het zicht, licht, geluid, warmte,… van de ruimte
4. TECHNIEKEN IN DE WANDEN
-> zowel in massieve als in holle wanden worden leidingen en technische toestellen
verwerkt (spoelbak voor toilet, lichtknop,…)
- > Waarom laat men leidingen naar beneden lopen in muren?
Omdat zo iedereen zou weten waar de technische bedrading zich bevindt.
,5. MATERIALITEIT
-> materiaal- en kleurkeuze van een wand bepalen mee het karakter van de ruimte (verf,
behangpapier, hout, pleisterwerk,…)
NATTE AFBOUW OF PLEISTERWERK
Dient voor:
- egale afwerking
- oneffenheden opvangen
Waarom moet een wand afgewerkt worden?
Zodat je de technieken niet meer ziet en om een egale muur te bekomen. Oneffenheden in
een muur komen doordat de muur niet egaal is.
1. FUNCTIES VAN BEPLEISTERING
-> voor het effenen en vlak maken van de muren
-> verbergen van ingewerkte technieken
OPMERKING : ‘pleisterwerk zuigt vocht op’
2. BESTANDDELEN VAN PLEISTERWERK
-> bindmiddel : cement, kalk, gips
-> verschralingsmiddel : zand
-> water : nodig voor binding
-> toeslagstoffen : verhardingstijd wijzigen, werkbaarheid verbeteren, eigenschappen
verbeteren (waterdicht, geluidsabsorptie)
OPMERKING : ‘pleisterwerk NIET tot onderaan de plint laten komen, maar tot 1cm erboven’
Waarom heb je een plint nodig?
Voor bescherming van de muur tijdens bv het stofzuigen en het tegenhouden van
poetswater.
3. EIGENSCHAPPEN VAN PLEISTERMORTEL
- dichtheid en compactheid
- verwerkbaarheid
- verhardingstijd
- hechting aan de ondergrond
- krimpvastheid
- sterkte
- waterbestendigheid
, 4. SOORTEN PLEISTERS
-> op basis van gips en/of kalk
-> cementbepleistering
-> buitenbepleistering
Onder vorm van:
- fabriekspleisters in poedervorm
-
-
5. TOEBEHOREN VOOR PLEISTERWERK
-> voorbehandelingsproducten > absorptie regelen of hechting verbeteren
-> randprofielen zoals in te pleisteren hoekprofielen
-> versterkingsnetten > om barsten te vermijden (uit metaal en karton (Stucanet); bevestigd
op houten onderstructuur)
6. UITVOERING VAN BINNENBEPLEISTERING
-> nazicht ondergrond
-> voorbereiding ondergrond
-> uitvoering
-> verharding en droging
Hoe kan je een goede plakker onderscheiden van een minder goede?
Vanaf er licht op de muur geplaatst wordt zie je alle oneffenheden. Tijdens het bouwen
wordt er daarom een lamp schuin langs de muur geplaatst. Zo worden de oneffenheden
aangetoond en kunnen ze worden weggewerkt. Dit licht wordt ook wel scheerlicht
genoemd.
DROGE AFBOUW
In plaats van bepleistering kan er ook gebruik gemaakt worden van gyproc of
gipskartonplaten.
Hoe kan gyproc tegen de muur gezet worden?
- tegen de wand lijmen
- tegen de muur vijzen
- voorzetwand met structuur in metaalprofielen
Het type hangt af van hoeveel plaats je hebt en welke technieken ze willen gebruiken.
Weinig plaats = gyproc kleven
Verschil houten lat tegenover een metaalprofiel (=metal stud)?
Allebei even sterk, bij hout kan je de exacte dikte gaan bepalen, bij metaal kan je bepaalde
eigenschappen kiezen (akoestische metaalprofielen).
WANDEN
- niet alleen een scheiding
- bepalen de volledige ruimte
- decoratief, esthetisch, akoestisch
1. RUIMTELIJKE FUNCTIE
-> wanden omsluiten en definiëren de ruimte
2. STRUCTURELE FUNCTIE
-> wanden ondersteunen vloer en dakconstructies
-> zorgen voor starre ruimtelijke indeling (bv. rijhuis)
BV. ruimte 3x6m -> dragende wanden op 3m afstand van elkaar
-> dragende wand met opening (linteel of dragende balk die ondersteunt)
-> niet-dragende wanden begrenzen enkel de ruimte en hebben geen structurele functie
-> scheidingswanden worden gebruikt bij grote overspanningen of bij een dragende
skeletstructuur om de ruimte vrij in te delen
Je kan ook kolommen of balken gebruiken in plaats van dragende wanden. Dit zorgt voor
meer openheid, maar is wel veel duurder.
OPMERKING: ‘zand is een eindig materiaal’ -> het wordt gemengd met cement
3. SCHEIDENDE FUNCTIE
-> wanden bepalen het zicht, licht, geluid, warmte,… van de ruimte
4. TECHNIEKEN IN DE WANDEN
-> zowel in massieve als in holle wanden worden leidingen en technische toestellen
verwerkt (spoelbak voor toilet, lichtknop,…)
- > Waarom laat men leidingen naar beneden lopen in muren?
Omdat zo iedereen zou weten waar de technische bedrading zich bevindt.
,5. MATERIALITEIT
-> materiaal- en kleurkeuze van een wand bepalen mee het karakter van de ruimte (verf,
behangpapier, hout, pleisterwerk,…)
NATTE AFBOUW OF PLEISTERWERK
Dient voor:
- egale afwerking
- oneffenheden opvangen
Waarom moet een wand afgewerkt worden?
Zodat je de technieken niet meer ziet en om een egale muur te bekomen. Oneffenheden in
een muur komen doordat de muur niet egaal is.
1. FUNCTIES VAN BEPLEISTERING
-> voor het effenen en vlak maken van de muren
-> verbergen van ingewerkte technieken
OPMERKING : ‘pleisterwerk zuigt vocht op’
2. BESTANDDELEN VAN PLEISTERWERK
-> bindmiddel : cement, kalk, gips
-> verschralingsmiddel : zand
-> water : nodig voor binding
-> toeslagstoffen : verhardingstijd wijzigen, werkbaarheid verbeteren, eigenschappen
verbeteren (waterdicht, geluidsabsorptie)
OPMERKING : ‘pleisterwerk NIET tot onderaan de plint laten komen, maar tot 1cm erboven’
Waarom heb je een plint nodig?
Voor bescherming van de muur tijdens bv het stofzuigen en het tegenhouden van
poetswater.
3. EIGENSCHAPPEN VAN PLEISTERMORTEL
- dichtheid en compactheid
- verwerkbaarheid
- verhardingstijd
- hechting aan de ondergrond
- krimpvastheid
- sterkte
- waterbestendigheid
, 4. SOORTEN PLEISTERS
-> op basis van gips en/of kalk
-> cementbepleistering
-> buitenbepleistering
Onder vorm van:
- fabriekspleisters in poedervorm
-
-
5. TOEBEHOREN VOOR PLEISTERWERK
-> voorbehandelingsproducten > absorptie regelen of hechting verbeteren
-> randprofielen zoals in te pleisteren hoekprofielen
-> versterkingsnetten > om barsten te vermijden (uit metaal en karton (Stucanet); bevestigd
op houten onderstructuur)
6. UITVOERING VAN BINNENBEPLEISTERING
-> nazicht ondergrond
-> voorbereiding ondergrond
-> uitvoering
-> verharding en droging
Hoe kan je een goede plakker onderscheiden van een minder goede?
Vanaf er licht op de muur geplaatst wordt zie je alle oneffenheden. Tijdens het bouwen
wordt er daarom een lamp schuin langs de muur geplaatst. Zo worden de oneffenheden
aangetoond en kunnen ze worden weggewerkt. Dit licht wordt ook wel scheerlicht
genoemd.
DROGE AFBOUW
In plaats van bepleistering kan er ook gebruik gemaakt worden van gyproc of
gipskartonplaten.
Hoe kan gyproc tegen de muur gezet worden?
- tegen de wand lijmen
- tegen de muur vijzen
- voorzetwand met structuur in metaalprofielen
Het type hangt af van hoeveel plaats je hebt en welke technieken ze willen gebruiken.
Weinig plaats = gyproc kleven
Verschil houten lat tegenover een metaalprofiel (=metal stud)?
Allebei even sterk, bij hout kan je de exacte dikte gaan bepalen, bij metaal kan je bepaalde
eigenschappen kiezen (akoestische metaalprofielen).