Les 0: Inleiding 2-3
Les 1: Over business en businessmodellen 4-7
Les 2: Het business Model Canvas (BMC) – Front Office 8-18
Les 3: Het Business Model Canvas (BMC) – Back Office 19-25
Les 4: Het BMC - Enkele topics uitgelicht 26-33
Les 5: Van strategie over organisatie(vorm) management 34-56
Les 6: Het vermoeide groeimodel 57-78
Les 7: Ondernemerschap en innovatie stimuleren 79-82
EXAMEN:
• Geen vak om vanbuiten te blokken, eerder goed kunnen toepassen
• Veel voorbeelden kunnen geven en daar de theorie op toepassen
• Voorbeeldvragen examen op canvas
1
,BUSINESS FUNDAMENTALS
Les 0: Inleiding
“Business Fundamentals” wil je basiskennis meegeven over ondernemen
• Wat betekent dat “ondernemen”?
• Wat is het doel van een onderneming/business?
• Hoe begin je eraan?
“Ik denk dat ik een goed idee heb om te ondernemen.”
→ Hoe werk ik dat idee concreet verder uit?
• Hoe gebeurt dat nu reeds?
• Welke businessmodellen bestaan er allemaal?
• Waarde is een kernbegrip met 3 dimensies:
o Waarde creëren
o Waarde leveren
o Waarde capteren
• Hoe organiseer ik vervolgens mijn onderneming het best?
0.1 Ondernemingen groeien en leven
• De klanten en de concurrentie houden de onderneming scherp
• De omgeving, de maatschappij waarin de onderneming werkt verandert voortdurend
en snel
• De onderneming moet reageren en/of anticiperen op deze veranderingen …of ze zelf in
gang zetten
Nieuwe business modellen VS. Klassieke business modellen
0.2 Samenvatting
• Hoe dit allemaal in mekaar past, leer je in dit vak
• Opleiding, intelligentie en hard werken alleen volstaan niet om een succesvolle
onderneming op te bouwen.
• Het fundament voor succesvol ondernemen is een sterk businessmodel!
0.3 Leerdoelen
De student:
• Begrijpt de complexiteit en de dynamiek van de bedrijfsvoering
• Definieert en beschrijft de negen basisbouwstenen van het Business Model Canvas
(BMC) voor het product/de dienst van de onderneming/organisatie
• Gebruikt et Business Model Canvas als tool om de complexiteit en de dynamiek van de
bedrijfsvoering in kaart te brengen
• Begrijpt het verband tussen waardecreatie en de missie, visie en strategie van de
onderneming/organisatie;
• Relateert de waardecreatie aan de strategische en de operationele doelstellingen
van de onderneming / organisatie;
• Beschrijft en evalueert (op een vereenvoudigde manier) de bedrijfsprocessen met
betrekking tot:
2
, o het creëren van waarde;
o Het implementeren van de bedrijfsstrategie (organisatiestrategie);
• Begrijpt en onderscheidt de juridische (bedrijfs)organisatiestructuren
(vennootschappen).
3
, BUSINESS FUNDAMENTALS
Les 1: Over business en businessmodellen
1.1 Wat is een business?
Een business of onderneming is een organisatie die goederen en/of diensten aan klanten
aanbiedt met als doel daarmee winst te maken.
• Een business creëert een toegevoegde waarde voor haar klanten én voor zichzelf
• Ze moet de gecreëerde toegevoegde waarde vervolgens leveren én capteren
• Vb. ziekenhuis is geen business, want maken geen winst
1.1.1 5 Kernkenmerken
1. WINSTGERICHTHEID
• Dit is de primaire doelstelling van iedere onderneming
2. PRODUCTEN EN DIENSTEN
• Ondernemingen bieden goederen (fysieke producten) aan en/of diensten (activiteiten
uitgevoerd door klanten)
3. KLANTEN
• Businesses identificeren en bedienen specifieke doelgroepen die behoefte hebben aan
hun producten en/of diensten
• De aangeboden producten en/of diensten zijn waardevol voor de klanten
4. ORGANISATIE
• Een business heeft een gestructureerde organisatievorm met duidelijke rollen en
verantwoordelijkheden
5. MARKTGERICHTHEID
• Businesses zijn actief in markten waar vraag en aanbod bepalend zijn voor hun succes
• Ze moeten marktonderzoek doen, marketingstrategieën ontwikkelen en innoveren om
concurrerend te blijven
Voorbeeld: Bakker
Toegevoegde waarde voor de klant = voeding(swaarde) … OF zijn er nog andere redenen waarom
mensen naar de bakker gaan?
• “winst” = opbrengsten – kosten > !! waarde en winst zijn geen synoniemen!!
• Maar… de ene bakker is (overduidelijk) de andere niet …
• Gaat het hier om dezelfde toegevoegde waarde?
Voorbeeld: pretpark
• Toegevoegde waarde voor de klant?
o Waarom zou jij naar een pretpark gaan?
o Waarom gaan mensen naar een pretpark?
• Inkomsten pretpark?
o Waaruit kan een pretpark allemaal inkomsten halen?
• Kosten pretpark?
4