AOLB – JAAR 2
2025 - 2026
,Inhoudsopgave
Basiskennis taalonderwijs .............................................................................................................. 2
Hoofdstuk 3 – Mondelinge taalvaardigheid ............................................................................ 2
Hoofdstuk 4 – Woordenschat ..................................................................................................... 6
Hoofdstuk 5 – Beginnende geletterdheid ............................................................................... 9
Hoofdstuk 6 – Voortgezet technisch lezen ........................................................................... 13
Hoofdstuk 7 – Begrijpend lezen ............................................................................................... 16
Hoofdstuk 9 - Jeugdliteratuur .................................................................................................. 18
De Taallijn – Interactief taalonderwijs in groep 1 en 2 .......................................................... 21
Hoofdstuk 4 – Werken aan woordenschat ............................................................................ 21
Hoofdstuk 9 – Inrichting van de leeromgeving .................................................................... 24
1
, Basiskennis taalonderwijs
Hoofdstuk 3 – Mondelinge taalvaardigheid
3.1 Taalverwerving
Theorieën van taalverwerving
Het behaviorisme: Gaat ervan uit dat kinderen hun taal leren door imitatie. Woorden die een kind
het meest hoort, worden als eerst geleerd. Hoe meer een kind beloont wordt bij het uitspreken van
bepaalde woorden, hoe vaker hij die woorden zal zeggen.
De creatieve constructietheorie: Gaat ervan uit dat kinderen over een aangeboren taalvermogen
beschikken, waarmee ze op een creatieve manier zinnen kunnen vormen. Ze zijn in staat op
structuren aan te leren en daardoor is elke taal mogelijk om te leren.
De interactionele benadering: Gaat ervan uit dat kinderen over een aangeboren taalvermogen
beschikken, maar dat het taalaanbod van de omgeving en de interactie tussen kind en volwassenen
veel invloed heeft.
Niveaus van taalontwikkeling
Fonologisch niveau: Het vormen van spraakklanken, zoals ‘ah ah’.
Semantisch niveau: Het aanleren van betekenissen van woorden. Ze kunnen hierbij nog fouten
maken, door bijvoorbeeld elk dier een hond te noemen.
Syntactisch niveau: Het leren van de regels die er zijn voor het combineren van woorden tot zinnen.
Vanaf ongeveer vijf jaar kunnen kinderen ook samengestelde zinnen formuleren.
Morfologisch niveau: Het leren van de opbouw van woorden, waaronder onregelmatige
werkwoorden, vervoegingen en verbuigingen. Ze leren bijvoorbeeld dat het niet gevald is, maar
gevallen.
Pragmatisch niveau: Het eigen maken van de regels voor het gebruik van de taal en de communicatie
met anderen.
Perioden taalverwerkingsproces
Prelinguale periode (0 tot 1 jaar)
Vroeglinguale periode (1 tot 2,5 jaar)
Differentiatiefase (2,5 tot 5 jaar) Linguale periode
Voltooiingsfase (5 jaar en ouder)
2