Hoofdstuk 3: Geloof en wetenschap
Gelovig zijn en tegelijkertijd fysica studeren. Wij zien dat als een tegenstelling, maar dat hoeft niet zo
te zijn. Geschiedenis van de wetenschap gaan we bestuderen.
Begint in de middeleeuwen, bedoeling met dit hoofdstuk is om van naïeve ideeën omtrent
wetenschap af te geraken.
Waarom valt een appel naar beneden? De zwaartekracht
We weten niet waarom alles in het universum ronddraait, we zien daar wetmatigheden in die we
kunnen omzetten in wiskunde
Grootste wonder van de wetenschappen: de natuur spreekt een taal en wij kunnen die taal
begrijpen.
Verklaren waarom iets is gebeurt eigenlijk niet zo veel in de wetenschap
Voorzichtig zijn met wat we zien in de wetenschap
Wij zitten met zo’n idee dat wetenschap in staat is om alles te verklaren, maar dat is helemaal niet
zo.
Hoe komt het dat wij zo naïef denken over de wetenschap? Komt met de manier waarop we
wetenschap hebben aangeleerd gekregen. Zo werkt wetenschap niet.
Bv. Viagra: hoe is het ontdekt? Toevallig, achteraf begint men te redeneren, hoe komt dat?
De wetenschap is helemaal niet zo positief en duidelijk als het lijkt. We zijn allemaal Darwinisten,
maar als we binnen 100 jaar terugkomen, zou er een heel andere theorie over het ontstaan van de
soorten kunnen zijn. Die nieuwe theorie zal weinig te maken hebben met het Darwinisme.
Geloof en wetenschap worden als tegengestelden voorgesteld, het ene sluit het andere automatisch
uit.
Discussies enkele rationele of wetenschappelijke argumenten
VB. in krantenartikelen waarin een of ander gen een menselijk gedrag verklaart. In het publieke
discours overheersen feiten, cijfers en statistieken, ook als het over mensen gaat.
Er wordt zowel over religie als wetenschap vrij naïef nagedacht. Hierdoor wordt het discours van de
wetenschap snel als een alleen geldend naar voor geschoven.
Kan de wetenschap de werkelijkheid wel uitputten?
Is ze wel zo objectief als wij denken?
Wat zouden religie en levensbeschouwing dan wel kunnen bijdragen aan deze
werkelijkheidsopvatting?
De bezetenheid voor wetenschap en techniek leidt tot een fobie voor transcendentie, maar het blijkt
dat beide benaderingen van de werkelijkheid elkaar niet noodzakelijk elimineren.
Antagonisme geloof en wetenschap: voor de 18de eeuw was er geen sprake van een breuk. De eerste
scheurtjes komen pas in de middeleeuwen ter spraken. Een harde rationalistische strekking binnen
het ruimere verlichtingsdenken leidt tot een breuk.
Middeleeuwen: het harmoniemodel
Elke middeleeuwer was overtuigd van het bestaan van God.
Via 2 boeken iets over God leren:
Het boek van de Bijbel
Het boek van de natuur
1
,Het boek van de natuur: God heeft alles geschapen en zo kan de middeleeuwer meer te weten
komen over God via studie van de natuur.
God is de stuwende kracht achter de kosmos
Verklaring waarom kloosters centra van natuurwetenschappelijk onderzoek waren
Conflict geloof en wetenschap is hierin uitgesloten.
Er bestaat een perfecte harmonie tussen geloof en wetenschap
Perfecte harmonie tussen het universum en de menselijke wereld
Op causaliteit of oorzakelijkheid is een wetenschappelijk verklaringsmodel waarop alles gestoeld is.
De christenen hebben het van de Grieken
Alles wat er gebeurt wordt veroorzaakt door iets anders (actie-reactie)
De eerste oorzaak die zelf niet veroorzaakt is: God
Ze noemen het God, maar beweren niet dat het God is
CASUS: Ptolemeïsch wereldbeeld
De mens staat centraal in het universum. Het lijkt vanop de aarde alsof alles rond de aarde cirkelt.
Copernicus breekt de opvatting en zo ontstaat het heliocentrisme
God ligt aan de oorsprong van alles, hij is de onbewogen beweger hij zet alles in gang maar wordt
zelf niet bewogen door iets of iemand anders.
De beweging van de hemellichamen wordt in gang gehouden door geestelijke krachten, de engelen.
God is de eerste oorzaak en de engelen de tweede: God handelt indirect en tussen God en de wereld
ligt een lange keten van oorzaken.
De beweging van de hemellichamen beïnvloedt het leven op aarde.
Belangrijke beslissingen obv banen van sterren en planeten (astrologie)
In de middeleeuwen was uitsluitend de man verantwoordelijk voor de bevruchting van de vrouw.
Moment van de geboorte wordt bepaald door de stand van de 7 planeten
Duitse mystica Hildegard van Bingen
In het ondermaanse hangt alles met alles samen
gaat in de natuur opzoek naar medicijnen gebaseerd op harmonieën, want gelijke dingen genezen
gelijke dingen
Moderne tijd: het conflict model
Dichotomie tussen geloof en wetenschap is niet meteen ontstaan, het was een langzaam proces.
Conflict tussen Galilei en sommige leden van de kerkelijke hiërarchie
Het verder ontstaan van het deïsme naar het rationalisme van de radicale verlichting
Galileo Galilei verdedigt het heliocentrisme van de Poolse astronoom en wiskundige Nicolaas
Copernicus.
revolutionibus orbium coelestium: niet de aarde maar de zon is het centrum van het heelal
Enkele uitspraken in de Bijbel leiden middeleeuwers af dat de aarde zich in het centrum van de
kosmos situeert.
Copernicus’ gegevens wijzen naar een andere richting
Galilei bevestigt obv empirische gegevens de theorie van Copernicus
Heel de wereld stond op zijn kop hierdoor
Galilei wordt veroordeeld door kerkelijke functionarissen
Boek Galilei: Dialogo di Galileo Galilei sopra i due Massimi Sistemi del Mondo Tolemaico e
Copernicano
3 gesprekspartners van de conflicterende wereldbeelden
2
,Het komt de wetenschapper toe om te beslissen wanneer een Bijbelpassage letterlijk of figuurlijk
geïnterpreteerd moeten worden.
Galilei brengt het harmoniemodel ut balans en zet een evolutie in gang.
Isaac Newton toont aan dat het niet onmiddellijk tot een breuk komt
De engelen worden vervangen door fysische krachten die mathematisch kunnen worden uitgelegd,
maar God blijft de schepper van de kosmos.
De deïstische god wordt uitgedrukt door het theologische godsbewijs van William Paley.
Paley vergelijkt de wereld met een uurwerk en God met een uurwerkmaker
Het uurwerk wordt door de maker gemaakt, maar tikt verder zonder de maker. De kosmos gaat
ook door zonder tussenkomst van de schepper.
Deïsme= een strategie om geloof en wetenschap samen te denken.
Het wereldbeeld wordt mechanistisch: de kosmos is een grote machine die geheel mechanisch
verklaard kan worden.
God heeft die machine geschapen, maar houdt zich er niet met bezig
Alles wat er gebeurt wordt door wetten verklaard
Paradigmawissel wordt door een merkwaardige anekdote verklaart: Laplace heeft genoeg aan zijn
kennis van fysica en geneeskunde om die storingen te duiden
Deïsme heeft een grote impact op de traditionele religie, gevolgen:
God houdt zich niet bezig met de kosmos, elke vorm van openbaring moet verworpen
worden
Geen enkele religie is geopenbaard, geen enkele religieuze autoriteit wordt erkend
Beroep doen op eigen rede
God komt niet tussen en gaat ook niet in tegen natuurwetten en zijn wonderen uitgesloten
Geen enkele religie kan aanspraak maken op een speciale openbaring
Ene religie niet noodzakelijk beter dan de andere
Deïsme basis van tolerantie en interreligieuze dialoog
Een radicale stroming van de verlichting zal na verloop van tijd afscheid nemen van de redelijkheid
van het geloof in een God: sciëntisme
Wetenschap legt alle gebreken van het geloof bloot, met een geheel wereldbeeld dat aan het
veranderen was
18de-19de eeuw veranderen alle opvattingen over tijd en ruimte, politieke soevereiniteit, het zelf,…
Rationalistisch en instrumentalistisch wereldbeeld ontstaat
Successen in positieve wetenschap hebben een rol gespeeld
In dit model komt het sciëntisme tot een hoogtepunt.
Auguste Comte: elke mens maakt een ontwikkeling door van kind tot volwassene, ook intellectuele
geschiedenis van de mens.
Begin van de wetenschap: mythologische/ theologische tijdvak
Mens verklaart alles aan de hand van Goden/ God
De Grieken in de 6de eeuw voor christus: filosofische metafysische tijdvak
Verklaard door filosofische principes
19de eeuw: wetenschappelijk tijdvak
De mens verklaart alles rationeel-wetenschappelijk en is daardoor tot volwassenheid
gekomen
3
, Wittgenstein: filosofie krijgt een logisch positivisme
Alleen beschrijvende taal is zinvol
Beschrijvende taal= een taal die iets aantoonbaars en verifieerbaars beschrijft
Een duidelijk onderscheid tussen waar en onwaar
‘Ik geloof in God’: is zinloos, want God is niet verifieerbaar
Betekenisvolle uitspraken moeten per se waarnemingstermen bevatten.
Zinnen over God en het transcendente zijn inhoudsloos, omdat we ze niet kunnen verifiëren
Sciëntisme nieuwe atheïsme:
Richard Dawkins
Christopher Hitchens
Sciëntisme: de kosmos is verklaarbaar zonder God
God is noch verifieerbaar, noch falsificeerbaar
De werkelijkheid kan maar op 1 correcte manier beschreven worden
Sciëntisme: gangbaar in de populaire media
Er is een gen dat ons gedrag stuurt
Menselijk gedrag en de mens worden deterministisch verklaard vanuit genen en dwingende
sociale contexten
Het is een miskenning van de autonomie en vrijheid, want alles ligt genetisch vast kunnen mensen
geen vrije beslissingen meer nemen
Bestaan van een gevangenis is niet langer duldbaar
Twintigste eeuw model: het kloofmodel
Ludwig Wittgenstein: waardering voor beschrijvende taal naar een breder gamma van betekenisvolle
taal.
Religieuze taal of poëtische taal is niet beschrijvend, maar wel waardevol en accuraat
Poëtische taal: taal die liefde tussen 2 mensen uitdrukt
Blaise Pascal
Wittgenstein erkent het bestaan en waarde van diverse taalspelen
Om de volle betekenis van iets ontdekken, moet men weten tot welk taalspel de uitspraak
behoort
Religie leert ons niets over de werkelijkheid, maar wel de houding die wij ertegenover aannemen
Wittgenstein: je kan verschillende taalspelen nooit vergelijken
Conflicten tussen geloof en wetenschap ontstaan uit een verwarring van die 2 taalspelen.
Beide behandelen dezelfde realiteit, maar op een heel andere wijze
Wetenschap: Hoe-vragen
Religie: Waarom-vragen
Een brede kloof tussen geloof en wetenschap die niet overbrugd kan worden
Zowel geloof als wetenschap kan de grens overschrijden
Probleem creationisme: Genesis levert een feitelijk relaas van hoe het eraan toeging in het begin van
de schepping
Wetenschap: als enig betrouwbaar taalspel kan ze zichzelf sacrale proporties toe-eigenen
Als alleenzaligmakende taal om over de werkelijkheid te spreken
Unieke bron van zingeving en geluk: kan het nooit waarmaken
4
Gelovig zijn en tegelijkertijd fysica studeren. Wij zien dat als een tegenstelling, maar dat hoeft niet zo
te zijn. Geschiedenis van de wetenschap gaan we bestuderen.
Begint in de middeleeuwen, bedoeling met dit hoofdstuk is om van naïeve ideeën omtrent
wetenschap af te geraken.
Waarom valt een appel naar beneden? De zwaartekracht
We weten niet waarom alles in het universum ronddraait, we zien daar wetmatigheden in die we
kunnen omzetten in wiskunde
Grootste wonder van de wetenschappen: de natuur spreekt een taal en wij kunnen die taal
begrijpen.
Verklaren waarom iets is gebeurt eigenlijk niet zo veel in de wetenschap
Voorzichtig zijn met wat we zien in de wetenschap
Wij zitten met zo’n idee dat wetenschap in staat is om alles te verklaren, maar dat is helemaal niet
zo.
Hoe komt het dat wij zo naïef denken over de wetenschap? Komt met de manier waarop we
wetenschap hebben aangeleerd gekregen. Zo werkt wetenschap niet.
Bv. Viagra: hoe is het ontdekt? Toevallig, achteraf begint men te redeneren, hoe komt dat?
De wetenschap is helemaal niet zo positief en duidelijk als het lijkt. We zijn allemaal Darwinisten,
maar als we binnen 100 jaar terugkomen, zou er een heel andere theorie over het ontstaan van de
soorten kunnen zijn. Die nieuwe theorie zal weinig te maken hebben met het Darwinisme.
Geloof en wetenschap worden als tegengestelden voorgesteld, het ene sluit het andere automatisch
uit.
Discussies enkele rationele of wetenschappelijke argumenten
VB. in krantenartikelen waarin een of ander gen een menselijk gedrag verklaart. In het publieke
discours overheersen feiten, cijfers en statistieken, ook als het over mensen gaat.
Er wordt zowel over religie als wetenschap vrij naïef nagedacht. Hierdoor wordt het discours van de
wetenschap snel als een alleen geldend naar voor geschoven.
Kan de wetenschap de werkelijkheid wel uitputten?
Is ze wel zo objectief als wij denken?
Wat zouden religie en levensbeschouwing dan wel kunnen bijdragen aan deze
werkelijkheidsopvatting?
De bezetenheid voor wetenschap en techniek leidt tot een fobie voor transcendentie, maar het blijkt
dat beide benaderingen van de werkelijkheid elkaar niet noodzakelijk elimineren.
Antagonisme geloof en wetenschap: voor de 18de eeuw was er geen sprake van een breuk. De eerste
scheurtjes komen pas in de middeleeuwen ter spraken. Een harde rationalistische strekking binnen
het ruimere verlichtingsdenken leidt tot een breuk.
Middeleeuwen: het harmoniemodel
Elke middeleeuwer was overtuigd van het bestaan van God.
Via 2 boeken iets over God leren:
Het boek van de Bijbel
Het boek van de natuur
1
,Het boek van de natuur: God heeft alles geschapen en zo kan de middeleeuwer meer te weten
komen over God via studie van de natuur.
God is de stuwende kracht achter de kosmos
Verklaring waarom kloosters centra van natuurwetenschappelijk onderzoek waren
Conflict geloof en wetenschap is hierin uitgesloten.
Er bestaat een perfecte harmonie tussen geloof en wetenschap
Perfecte harmonie tussen het universum en de menselijke wereld
Op causaliteit of oorzakelijkheid is een wetenschappelijk verklaringsmodel waarop alles gestoeld is.
De christenen hebben het van de Grieken
Alles wat er gebeurt wordt veroorzaakt door iets anders (actie-reactie)
De eerste oorzaak die zelf niet veroorzaakt is: God
Ze noemen het God, maar beweren niet dat het God is
CASUS: Ptolemeïsch wereldbeeld
De mens staat centraal in het universum. Het lijkt vanop de aarde alsof alles rond de aarde cirkelt.
Copernicus breekt de opvatting en zo ontstaat het heliocentrisme
God ligt aan de oorsprong van alles, hij is de onbewogen beweger hij zet alles in gang maar wordt
zelf niet bewogen door iets of iemand anders.
De beweging van de hemellichamen wordt in gang gehouden door geestelijke krachten, de engelen.
God is de eerste oorzaak en de engelen de tweede: God handelt indirect en tussen God en de wereld
ligt een lange keten van oorzaken.
De beweging van de hemellichamen beïnvloedt het leven op aarde.
Belangrijke beslissingen obv banen van sterren en planeten (astrologie)
In de middeleeuwen was uitsluitend de man verantwoordelijk voor de bevruchting van de vrouw.
Moment van de geboorte wordt bepaald door de stand van de 7 planeten
Duitse mystica Hildegard van Bingen
In het ondermaanse hangt alles met alles samen
gaat in de natuur opzoek naar medicijnen gebaseerd op harmonieën, want gelijke dingen genezen
gelijke dingen
Moderne tijd: het conflict model
Dichotomie tussen geloof en wetenschap is niet meteen ontstaan, het was een langzaam proces.
Conflict tussen Galilei en sommige leden van de kerkelijke hiërarchie
Het verder ontstaan van het deïsme naar het rationalisme van de radicale verlichting
Galileo Galilei verdedigt het heliocentrisme van de Poolse astronoom en wiskundige Nicolaas
Copernicus.
revolutionibus orbium coelestium: niet de aarde maar de zon is het centrum van het heelal
Enkele uitspraken in de Bijbel leiden middeleeuwers af dat de aarde zich in het centrum van de
kosmos situeert.
Copernicus’ gegevens wijzen naar een andere richting
Galilei bevestigt obv empirische gegevens de theorie van Copernicus
Heel de wereld stond op zijn kop hierdoor
Galilei wordt veroordeeld door kerkelijke functionarissen
Boek Galilei: Dialogo di Galileo Galilei sopra i due Massimi Sistemi del Mondo Tolemaico e
Copernicano
3 gesprekspartners van de conflicterende wereldbeelden
2
,Het komt de wetenschapper toe om te beslissen wanneer een Bijbelpassage letterlijk of figuurlijk
geïnterpreteerd moeten worden.
Galilei brengt het harmoniemodel ut balans en zet een evolutie in gang.
Isaac Newton toont aan dat het niet onmiddellijk tot een breuk komt
De engelen worden vervangen door fysische krachten die mathematisch kunnen worden uitgelegd,
maar God blijft de schepper van de kosmos.
De deïstische god wordt uitgedrukt door het theologische godsbewijs van William Paley.
Paley vergelijkt de wereld met een uurwerk en God met een uurwerkmaker
Het uurwerk wordt door de maker gemaakt, maar tikt verder zonder de maker. De kosmos gaat
ook door zonder tussenkomst van de schepper.
Deïsme= een strategie om geloof en wetenschap samen te denken.
Het wereldbeeld wordt mechanistisch: de kosmos is een grote machine die geheel mechanisch
verklaard kan worden.
God heeft die machine geschapen, maar houdt zich er niet met bezig
Alles wat er gebeurt wordt door wetten verklaard
Paradigmawissel wordt door een merkwaardige anekdote verklaart: Laplace heeft genoeg aan zijn
kennis van fysica en geneeskunde om die storingen te duiden
Deïsme heeft een grote impact op de traditionele religie, gevolgen:
God houdt zich niet bezig met de kosmos, elke vorm van openbaring moet verworpen
worden
Geen enkele religie is geopenbaard, geen enkele religieuze autoriteit wordt erkend
Beroep doen op eigen rede
God komt niet tussen en gaat ook niet in tegen natuurwetten en zijn wonderen uitgesloten
Geen enkele religie kan aanspraak maken op een speciale openbaring
Ene religie niet noodzakelijk beter dan de andere
Deïsme basis van tolerantie en interreligieuze dialoog
Een radicale stroming van de verlichting zal na verloop van tijd afscheid nemen van de redelijkheid
van het geloof in een God: sciëntisme
Wetenschap legt alle gebreken van het geloof bloot, met een geheel wereldbeeld dat aan het
veranderen was
18de-19de eeuw veranderen alle opvattingen over tijd en ruimte, politieke soevereiniteit, het zelf,…
Rationalistisch en instrumentalistisch wereldbeeld ontstaat
Successen in positieve wetenschap hebben een rol gespeeld
In dit model komt het sciëntisme tot een hoogtepunt.
Auguste Comte: elke mens maakt een ontwikkeling door van kind tot volwassene, ook intellectuele
geschiedenis van de mens.
Begin van de wetenschap: mythologische/ theologische tijdvak
Mens verklaart alles aan de hand van Goden/ God
De Grieken in de 6de eeuw voor christus: filosofische metafysische tijdvak
Verklaard door filosofische principes
19de eeuw: wetenschappelijk tijdvak
De mens verklaart alles rationeel-wetenschappelijk en is daardoor tot volwassenheid
gekomen
3
, Wittgenstein: filosofie krijgt een logisch positivisme
Alleen beschrijvende taal is zinvol
Beschrijvende taal= een taal die iets aantoonbaars en verifieerbaars beschrijft
Een duidelijk onderscheid tussen waar en onwaar
‘Ik geloof in God’: is zinloos, want God is niet verifieerbaar
Betekenisvolle uitspraken moeten per se waarnemingstermen bevatten.
Zinnen over God en het transcendente zijn inhoudsloos, omdat we ze niet kunnen verifiëren
Sciëntisme nieuwe atheïsme:
Richard Dawkins
Christopher Hitchens
Sciëntisme: de kosmos is verklaarbaar zonder God
God is noch verifieerbaar, noch falsificeerbaar
De werkelijkheid kan maar op 1 correcte manier beschreven worden
Sciëntisme: gangbaar in de populaire media
Er is een gen dat ons gedrag stuurt
Menselijk gedrag en de mens worden deterministisch verklaard vanuit genen en dwingende
sociale contexten
Het is een miskenning van de autonomie en vrijheid, want alles ligt genetisch vast kunnen mensen
geen vrije beslissingen meer nemen
Bestaan van een gevangenis is niet langer duldbaar
Twintigste eeuw model: het kloofmodel
Ludwig Wittgenstein: waardering voor beschrijvende taal naar een breder gamma van betekenisvolle
taal.
Religieuze taal of poëtische taal is niet beschrijvend, maar wel waardevol en accuraat
Poëtische taal: taal die liefde tussen 2 mensen uitdrukt
Blaise Pascal
Wittgenstein erkent het bestaan en waarde van diverse taalspelen
Om de volle betekenis van iets ontdekken, moet men weten tot welk taalspel de uitspraak
behoort
Religie leert ons niets over de werkelijkheid, maar wel de houding die wij ertegenover aannemen
Wittgenstein: je kan verschillende taalspelen nooit vergelijken
Conflicten tussen geloof en wetenschap ontstaan uit een verwarring van die 2 taalspelen.
Beide behandelen dezelfde realiteit, maar op een heel andere wijze
Wetenschap: Hoe-vragen
Religie: Waarom-vragen
Een brede kloof tussen geloof en wetenschap die niet overbrugd kan worden
Zowel geloof als wetenschap kan de grens overschrijden
Probleem creationisme: Genesis levert een feitelijk relaas van hoe het eraan toeging in het begin van
de schepping
Wetenschap: als enig betrouwbaar taalspel kan ze zichzelf sacrale proporties toe-eigenen
Als alleenzaligmakende taal om over de werkelijkheid te spreken
Unieke bron van zingeving en geluk: kan het nooit waarmaken
4