Week 3. Energiebalans
Energie:
- Natuurkunde
- Scheikunde
- Wiskunde
Dit gaat NIET over gevoel of intuïtie maar over daadwerkelijke metingen
‘’Energie GEBRUIK (niet verbruik)’’
De energiebalans:
Links op de balans;
- Alle calorieën inname (vet, eiwit, koolhydraten,
vezels, alcohol)
- Totale calorie inname is niet hetzelfde als de
calorieën die daadwerkelijk het lichaam bereiken
Rechts op de balans;
- Energieverbruik (fysieke activiteit, thermisch effect
van voeding, BMR)
- TDEE = total daily energy expenditure
Energie inname gelijk aan energiegebruik = vetmassa blijft stabiel
Energie inname hoger dan energiegebruik = aankomen (vetmassa en/of
spiermassa)
Energie innam lager dan energiegebruik = afvallen (vetmassa en/of
spiermassa)
Gewicht is geen goede maat om mee te meten omdat bijvoorbeeld water
drinken wel invloed heeft op het gewicht maar niet op de vetmassa. Kijk
dus naar de vetmassa!
Mensen met weinig fysieke activiteit is BMR 50-60% van totale
energieverbruik
Een heel fysiek persoon heeft relatief een laag BMR maar absoluut gezien
een hoog BMR
De BMR neemt af wanneer de atleet meer actief wordt;
1
, Energiebehoefte moet op individueel niveau geschat worden. Dit is voor
iedereen anders. Voor atleten liggen de energiebehoefte veel hoger.
1 Kcal = 4,184 kJ
1 Kcal = 1000 calorieën
1 J = 1 Watt/s 1 Watt = 1 J/sec
De coopertest;
- Wanneer je het wattage weet wat iemand produceert weet je ook
welke joule je nodig hebt?
- 1 Watt per seconde = 1 joule per seconde
Energie waarden;
- Eiwitten 4kcal/g (17 kJ per gram)
- Koolhydraten 4kcal/g (17 kJ per gram)
- Vetten 9 kcal/g (38 kJ per gram)
- Alcohol 7 kcal/g (29 kJ per gram)
Deze zijn nog niet gecorrigeerd voor TEF!
Energie percentage voorbeeld:
- Inname is 3000kcal
- 375 gram koolhydraten
- Wat is het energie percentage van koolhydraten
- 1 gram koolhydraten is 4 kcal
- 375 gram koolhydraten is 1500 kcal
- = o,5
- 0,5 x 100% = 50%
Basaalmetabolisme meten (BMR = basal metabolic rate)
- Zorgt voor de functie van de vitale organen als de persoon wakker is
- Wordt gemeten als de persoon mentaal en fysiek in rust is en in een
stabiele staat (niet gegeten), zonder ziekte en in een temperatuur
neutrale omgeving.
Kan worden gemeten met een
- Directe calorimetrie = het meten van de warmteproductie onder
een deken, in een (kleine) kamer
- Indirecte calorimetrie = gasuitwisseling meten (denk aan
VO2max)
02 gebruik
Co2 productie
Dan kan de RQ worden berekend
2
Energie:
- Natuurkunde
- Scheikunde
- Wiskunde
Dit gaat NIET over gevoel of intuïtie maar over daadwerkelijke metingen
‘’Energie GEBRUIK (niet verbruik)’’
De energiebalans:
Links op de balans;
- Alle calorieën inname (vet, eiwit, koolhydraten,
vezels, alcohol)
- Totale calorie inname is niet hetzelfde als de
calorieën die daadwerkelijk het lichaam bereiken
Rechts op de balans;
- Energieverbruik (fysieke activiteit, thermisch effect
van voeding, BMR)
- TDEE = total daily energy expenditure
Energie inname gelijk aan energiegebruik = vetmassa blijft stabiel
Energie inname hoger dan energiegebruik = aankomen (vetmassa en/of
spiermassa)
Energie innam lager dan energiegebruik = afvallen (vetmassa en/of
spiermassa)
Gewicht is geen goede maat om mee te meten omdat bijvoorbeeld water
drinken wel invloed heeft op het gewicht maar niet op de vetmassa. Kijk
dus naar de vetmassa!
Mensen met weinig fysieke activiteit is BMR 50-60% van totale
energieverbruik
Een heel fysiek persoon heeft relatief een laag BMR maar absoluut gezien
een hoog BMR
De BMR neemt af wanneer de atleet meer actief wordt;
1
, Energiebehoefte moet op individueel niveau geschat worden. Dit is voor
iedereen anders. Voor atleten liggen de energiebehoefte veel hoger.
1 Kcal = 4,184 kJ
1 Kcal = 1000 calorieën
1 J = 1 Watt/s 1 Watt = 1 J/sec
De coopertest;
- Wanneer je het wattage weet wat iemand produceert weet je ook
welke joule je nodig hebt?
- 1 Watt per seconde = 1 joule per seconde
Energie waarden;
- Eiwitten 4kcal/g (17 kJ per gram)
- Koolhydraten 4kcal/g (17 kJ per gram)
- Vetten 9 kcal/g (38 kJ per gram)
- Alcohol 7 kcal/g (29 kJ per gram)
Deze zijn nog niet gecorrigeerd voor TEF!
Energie percentage voorbeeld:
- Inname is 3000kcal
- 375 gram koolhydraten
- Wat is het energie percentage van koolhydraten
- 1 gram koolhydraten is 4 kcal
- 375 gram koolhydraten is 1500 kcal
- = o,5
- 0,5 x 100% = 50%
Basaalmetabolisme meten (BMR = basal metabolic rate)
- Zorgt voor de functie van de vitale organen als de persoon wakker is
- Wordt gemeten als de persoon mentaal en fysiek in rust is en in een
stabiele staat (niet gegeten), zonder ziekte en in een temperatuur
neutrale omgeving.
Kan worden gemeten met een
- Directe calorimetrie = het meten van de warmteproductie onder
een deken, in een (kleine) kamer
- Indirecte calorimetrie = gasuitwisseling meten (denk aan
VO2max)
02 gebruik
Co2 productie
Dan kan de RQ worden berekend
2