Preé -romaans en romaans (religieus imperialisme of de
verspreiding van het christendom)
Inleiding:
• Wat vooraf ging:
Keizer Constantijn (285-337 N.C.)
-Hoofdstad in Byzantium (huidige
Istanbul) verhuist hoofdstad vn Rome
naar Constantin opel (istanbul) ,
cultuur orr heeft invloed op wrr en ook
op de erfenis
-Eerste Christelijke keizer laat
christendom toe en roept uit tot
officiële staatsgodsdienst (chr is
belangrijke culturele en
architecturale invloed)
-Christendom als staatsgodsdienst
Keizer is dus belangrijk figuur omdat : nadruk op oost romeinse ne
byzantijnse rijk en institutionalisering van het christendom die belangrijke
factor is voor architecturale productie.
Gele gebied = orr (as alles 1politiek , militair en cultureel
Wrr (valt in 476en wordt opgesplitst)
284wordt gedeeld in 2 delen met 1 keizer
Begrip Middeleeuwen: hele periode tussen val west romeinse rijk en renaissance)
Tussen val van het Romeinse Rijk en de Renaissance
Vroege, Hoge en Late Middeleeuwen
MAAR
Val van het West-Romeinse Rijk = institutioneel (door een instelling )
want de Laat Romeinse cultuur leeft door:
❑ Oost-Romeinse (Byzantijnse Rijk) tot 1453
❑ Architectuur is belangrijke factor voor continuïteit
❑ Inwoners (merendeel inheems vs minderheid “Germaanse” invallers)
invallende volkeren zijn in minderheid t.o.v. de bewoners, blijven voor 2
generaties een motor van culturele transitie
❑ Religie (christendom dat door keizer Constantijn herkent wordt (officiele
romeinse staatsgodsdienst) /(germaanse merobingiische volkeren / lokale
heerser laten bekeren tot christendom) lokale heersers laten zich bekeren
,Architectuur in Context 1: Les 3
tot het christendom) cultuur en architectuur hieraan gekoppeld gaat
blijven doorgaan en verder ontwikkelen
❑ Assimilatie (acculturatie) invloeden van wrr en orr cultuur en Germaanse
volkeren
❑ Religie: Christendom, bisschoppen leden van oude Romeinse
aristocratische families
mooi vb dat val wrr hoofdzakelijk institutioneel
en militair is niet perse cultureel
Op zegelring = afbeelding van gilderik en laat zich
voorstellen als romeinse kijzer (schrijft zich in die
traditie in dus neemt geen afstand) -politieke
millitaire breuk maar culturele continuïteit
Rechts clovis , laat zich niet assosieren als keizer
maar laat zich bekeren tot het christendom ,
neemt religie van de romeinse imperium over (b culturele assimilatie)
Links: Zegelring van Hilderink, vader van Merovingische Koning Clovis; stelt zichzelf
voor als Romeinse bevelhebber
Rechts: Koning Clovis (ca. 466-511) laat zich dopen, hij zal alle Frankische
stammen verenigen in Frankische Rijk (481-887)
-> Het Christelijke Geloof en de herinnering aan de macht van het Romeinse Rijk
zijn elementen van éénheid binnen de geopolitieke versnippering na de val van het
West-Romeinse Rijk
Wat is de impact van het Romeinse Rijk op het ontwikkelen van de vroeg
Middeleeuwse cultuur en architectuur?
❑ Romanitas verwijzen naar wens om zich verder te blijven associëren met de
romeinse cultuur (drijvende factor architecturale ontwerp wordt gedreven uit
wens om laat romeinse cultuur verder te zetten)
• De herinnering aan en associatie met de cultuur en macht van het
Romeinse Rijk
❑ Vormentaal, constructiemethodes en spolia vinden veel elementen van
romeinse architectuurbouw vormentaal terug gewelfbouw klassieke
vormentaal(, zuil entablement , halfzuilen. )
Spolia= verwijzing naar architecturale elementen die uit een oud bestaand gebouw
weggehaald worden om in nieuwe te integreren (fysieke aanwezigheid romeinse
architectuur = verwijst naar romanitas)
• Herinterpretatie van de klassieke vormentaal en typologieën
• Architectuur klassieke oudheid + Germaanse + Byzantijnse
invloeden
• Ewyste herintegratie van authentieke elementen in de nieuwe bouw blijft
in idee van romanitas
❑ Christendom
,Architectuur in Context 1: Les 3
• Bindende factor, uitbouwen van een Christelijk imperium
Religieuze bouw typologieën blijven bestaan in vroege middeleeuwen en rustig
aan zal het mee evolueren
Dit zal leiden tot het ontwikkelen van een eigen architectuur
❑ Van experiment tot standaardisering
❑ Evolutie van het grondplan (centraal bouw, basilikale aanleg)
Er ontwikkeld geleidelijk een vroegmiddeleeuws architectuur die Duidelijke evolutie en
verderzetting van de laat romeinse architectuur
INLEIDING: Romano-Byzantijnse invloeden
Stijl, vormentaal en constructie:
ROMANO-BYZANTIJNSE KENMERKEN
De term Byzantijns was in de Middeleeuwen van geen betekenis. Byzantium werd algemeen
aanvaard als het laatste bastion van het Romeinse rijk. Zowel de heersers, de inwoners als de
cultuur werden dus als Romeins beschouwd en in één adem genoemd met de kunst en
architectuur van het West Romeinse Rijk. Het waren allemaal componenten (hoewel zeer
verschillend) van één en dezelfde cultuur en traditie.
Zowel Byzantium als de West Romeinse traditie en cultuur vormden legitieme
inspiratiebronnen en modellen voor het creëren van Romanitas. We spreken dus best van
Romano-Byzantijnse invloeden.
Opsolitsing ts oost en west en val van west betekent niet dat oost romeinse rijk als iets
anders wordt beschouwd als andere cultuur…
Oost romeinse component : byzantijnse kenmerken , de arch die daar ontwikkeld is heel
romeins , legitiem elementen van de rom architectuur cultuur (dat deel dat wel blijft verder
bestaan en geen prooi is van Germaanse cultuur)
Romano: associatie met de rom emperium
Byzantijns : oosterst arch invloed
Stilistisch Germaanse inbreng, (vooral
decoratief) vnl. decoratieve patronen
De Germaanse volkeren waren niet sedentair. Ze
hadden geen duurzame bouwvormen of
architectuur, maar bouwden in hout en leem.
(structuur kon makkelijk afgebroken worden en
ergens anders opgezet worden)
Hun inbreng is vooral terug te vinden in de decoratie (wa constructie
hebben ze weinig inbgreng) (bvb. dierenmotieven, spiralen en zigzag
motieven) die we ook op hun wapens en andere gebruiksvoorwerpen
, Architectuur in Context 1: Les 3
terugvinden.Frankische sierspeld en detail kapiteel oude St. Denis in Parijs:
vergelijkbare decoratieve patronen. Zuil / Kapiteel (is klassieke erfenis maar is vroeg
middeleeuws door integratie van figuratieve reliefstructuur onder invloed christendom,
en geometrische patronen onder invloed van germaanse decoratieve patronen) is een
Grieks-Romeins element, de decoratie is Christelijk en Germaans
Links : figurative aspect van invloedssfeer , Christendom is belangrijke factor , bovenste
gedeelte met geometrische factoren die veel gelijkenissen tonen met germaanse
sierspelden
3opeenvolgende fases , vroegchristelijke erfenis, carolingische renaissance , proto
romaans en romaans
2. ROMANO-BYZANTIJNSE CHRISTELIJKE ARCHITECTUUR
Christendom als staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk
West romeinse rijk
Vroege periode
❑ Christelijke ontmoetingscentra (verstopt in huizen)
❑ Catacomben, ondergrondse massabegraafplaatsen
❑ Martyria, monumenten voor martelaars
Christendom ontwikkelt zich vanaf ca. 350 onder Keizer Constantijn
❑ (christenen zijn er al langer dan het romeins imperium aanwezig en het is
dus Constantijn die het herkent en vertegenwoordigd
❑ 312 Visioen brandend kruis aan de Milvische Brug (verslaat Maxentius)
❑ 313 Edict van Milaan: erkenning en legalisatie Christendom
❑ 326 Erkenning Christendom als staatsgodsdienst
Zoektocht architecturaal type voor religieuze activiteiten Christendom
❑ Heidense connotatie van de klassieke tempel + liturgische vereisten
(relieken verering, doopsel, eucharistie) dwingen tot alternatief:
❑ Romeins model = Centraal bouw voor martyria en baptisteria
= Basilica voor eredienst
Byzantijns model = Overkoepelde centraal bouw als enig model
Opzoek typologie die identiteit als liturgische eisen vn christendom beantwoord (twee
modellen -basilicale model , wrr - 6e eeuw nc is centraal bouw met koepel = west
romeins model)
Er wordt gezocht naar typologie die het Christendom verantwoord
Basilicalemodel = belagrijk in gebied wwr