2.3 Vermogen
Definitie:
Vermogen geeft aan hoeveel energie per seconde wordt omgezet. Het
is een maat voor de snelheid waarmee een energieomzetting gebeurt.
Opmerkingen:
Het vermogen is altijd positief, daarom gebruiken we de absolute
waarde van ΔE\Delta E.
In de praktijk wordt vermogen vaak uitgedrukt in kW (kilowatt) of
MW (megawatt).
Alternatieve energie-eenheid:
1 kilowattuur (kWh) = 3 600 000 J
Handig voor grote hoeveelheden energie zoals elektriciteitsverbruik.
Hoofdstuk 3 – Energieproductie en -verbruik
1. Energieproducenten en -verbruikers
Energie kan niet gemaakt of vernietigd worden, enkel
omgezet.
Toch spreken we over "produceren" en "verbruiken" in de context
van omzettingen.
Een energieproducent zet energie om in een bruikbare vorm voor
een verbruiker.
Een energieverbruiker zet deze bruikbare energie om in een
gewenste/nuttige vorm.
Voorbeelden:
Wind → elektrische energie (windmolen = producent)
Elektriciteit → warmte (waterkoker = verbruiker)
Energieopslag:
Energie kan tussentijds opgeslagen worden (bv. in een appel of
batterij).
2. Duurzaam omgaan met energie
2.1 Duurzaam energiegebruik
Minder energie verbruiken
o Was buiten drogen i.p.v. droogkast
o Apparaten volledig uitschakelen i.p.v. sluimerverbruik
Energie efficiënt gebruiken
, o Apparaten met hoog rendement zorgen voor minder
energieverlies
Definitie:
Vermogen geeft aan hoeveel energie per seconde wordt omgezet. Het
is een maat voor de snelheid waarmee een energieomzetting gebeurt.
Opmerkingen:
Het vermogen is altijd positief, daarom gebruiken we de absolute
waarde van ΔE\Delta E.
In de praktijk wordt vermogen vaak uitgedrukt in kW (kilowatt) of
MW (megawatt).
Alternatieve energie-eenheid:
1 kilowattuur (kWh) = 3 600 000 J
Handig voor grote hoeveelheden energie zoals elektriciteitsverbruik.
Hoofdstuk 3 – Energieproductie en -verbruik
1. Energieproducenten en -verbruikers
Energie kan niet gemaakt of vernietigd worden, enkel
omgezet.
Toch spreken we over "produceren" en "verbruiken" in de context
van omzettingen.
Een energieproducent zet energie om in een bruikbare vorm voor
een verbruiker.
Een energieverbruiker zet deze bruikbare energie om in een
gewenste/nuttige vorm.
Voorbeelden:
Wind → elektrische energie (windmolen = producent)
Elektriciteit → warmte (waterkoker = verbruiker)
Energieopslag:
Energie kan tussentijds opgeslagen worden (bv. in een appel of
batterij).
2. Duurzaam omgaan met energie
2.1 Duurzaam energiegebruik
Minder energie verbruiken
o Was buiten drogen i.p.v. droogkast
o Apparaten volledig uitschakelen i.p.v. sluimerverbruik
Energie efficiënt gebruiken
, o Apparaten met hoog rendement zorgen voor minder
energieverlies