ECONOMISCH RECHT EN
INTELLECTUELE
EIGENDOMSRECHTN
Reinhard Steennot, Diederik Bruloot en Hendrik Van Hees
,ECONOMISCH RECHT
Examen
1/3 intellectueel
2/3 economisch recht
- Casussen
1 rond marktpraktijken, laattijdige betaling, handelscontracten
- Theorievragen
- Ja/nee-vragen
TITEL I: ALGEMEEN
HOOFDSTUK 1: SITUERING VAN BEGRIPPEN
Economisch recht is relatief ruim begrip
Het bevat regels die het optreden in het economisch verkeer moet gaan regelen regels formuleren
voor ondernemingen op de markt en die goederen en diensten aanbieden op de markt
Tot 2018: onderscheid tussen economisch recht en handelsrecht
Handelaarsbegrip is opgegeven door Belgische wetgever en vervangen door ondernemingsbegrip
(ruimer dan begrip handelaar uit 19 e eeuw)
! begrip handelaar opgegeven, maar oude handelsrecht bestaat nog en is verbonden aan de notie
onderneming
Het economisch recht bevat 2 belangrijke categorieën van regels
1) Faciliterende functie
= regels die het handelsverkeer moeten gaan faciliteren mogelijk maken om op vlotte
manier handel te drijven
= privaatrecht
2) Vrijheid begrenzen
Voorschrijven wat niet mag en wat moet
Hele reeks van gebods/verbodsbepalingen die ondernemingen moeten volgen
FACILITERENDE FUNCTIE
Voorbeeld Burgerlijk recht Ondernemingszaken
Bewijsreglementering rechtshandelingen boven 3500 bewijs kan geregeld worden met
euro kan enkel bewezen worden ALLE mogelijkheden van bewijs
door onderhandse of authentieke Reden: moet makkelijk zijn om
akte handel te drijven + bescherming
Draagt handtekeningen van alle particulier belangrijk
partijen (kan ook digitaal)
1
, Hoofdelijkheid principe van de schuldsplitsing A en B worden vermoed hoofdelijk
Vb.: A en B moeten 10 000 euro gehouden te zijn
aan C voor de levering van C zal de volle pot (10 000 euro)
goederen aan zowel A als aan B vragen
Als A en B zich gezamenlijk
hebben verbonden, kunnen ze Waarom werkt dit faciliterend?
door C maar elk voor de helft C zal slechts solvabiliteit van 1 van
worden aangesproken de 2 moeten onderzoeken
Indien ze niet vrijwillig betalen zal
C zich dus voor de helft tot beide
moeten richten
= regelen uit vroegere handelsrecht (vandaag ondernemingsrecht)
DAARNAAST: regelen wat gaan bepalen wat moet en wat niet mag
Onderverdeeld gericht op sturing enerzijds (publiekrecht) en anderzijds ordende functie
(privaatrecht)
Regelen gericht op sturing: ofwel conjunctureel van aard ofwel structureel van aard
Conjunctureel tijdelijk en dat ze worden vastgesteld om een specifiek tijdelijk probleem te gaan
verhelpen
Vb.: bij plotse energiecrisis, conjuncturele maatregelen zou kunnen zijn dat er bepaald plafond
opgezet wordt je zal niet meer kunnen vragen dan de prijs die vastgesteld wordt als plafond
Niet meer nodig indien energiecrisis gedaan is
Onderscheiden van structurele maatregelen die organisatie van de markt als dusdanig betreffen
Voorbeelden:
Om bepaalde diensten op de markt te mogen brengen moet je beschikken over voorafgaandelijke
vergunning
Regelingen van mededingingsrechtelijke aard mededingingsrecht heeft tot doel dat
ondernemingen zich op correcte manier gaat gedragen wanneer zij goederen of diensten gaan
aanbieden
Vb.: mogen geen prijsafspraken maken (verboden kartelafspraken)
Waarom is dat? Je zou artificieel hoge prijzen krijgen en daarvan is consument het slachtoffer +
concurrentie uitschakelen
Laatste component = ordening
Wetgever probeert een evenwicht te creëren tussen rechtmatige geachte belangen
Bepaalde deelnemers aan het verkeer moeten beschermd worden (de consument)
Wetgever heeft gezegd welke bedingen je niet mag opnemen in een contract (gaat in tegen principe
van de wilsautonomie)
Overzicht bronnen
INTERNATIONALE BRONNEN
CATEGORIE 1: betreffende internationale economisch ruilverkeer
Vb: WTO
Er zijn spelregels voor de leden van de WTO
Gaat terug op de oorspronkelijke GATT uit 1947 (general agreement on tariffs and trade)
betreffende goederen zoals bijvoorbeeld invoerbeperkingen
2
, Jaren 90: onderhandelingen totstandkoming van de WTO uitbreiding want niet enkel meer
voor goederen nu ook GATS (diensten), TRIPS ( intellectuele eigendomsrechten)
Bezegeld met DSU = dispute settlement understanding
Beroep mogelijk bij Appellate Body
Probleem met AB: US weigert kandidaten voor te stellen en te bekrachtigen, bevat niet langer
voldoende mensen
Principes uit de GATT:
- Principe van meestbegunstiging
= wanneer je als lid van de WTO een voordeel toekent aan een ander land, dan moet je
datzelfde voordeel onmiddellijk en onvoorwaardelijk toekennen aan andere landen
Vb.: EU zegt dat ze de douanerechten van de goederen uit Japan met 10% gaan doen delen
zullen ze ook moeten doen voor dezelfde categorie goederen uit andere staten uit WTO
- Non-discriminatie
= eens de goederen zijn ingevoerd, moeten de goederen ongeacht hun herkomst op dezelfde
manier toegepast worden
Vb.: BTW tarief van goederen uit Amerika hoger dan goederen uit EU
- Verbod van kwantitatieve beperkingen (zowel invoer als uitvoer)
- Eerlijke concurrentie
Dumping
Wanneer precies sprake van dumping?
= wanneer goederen beneden hun waarde beneden hun normale waarde op de markt komen
in een ander land
Beneden de normale waarde? Prijs lager dan prijs die in exportland wordt gehanteerd
Wanneer is die dumping verboden?
Slechts verboden wanneer er ernstige schade kan zijn aan bedrijfstak of aanzienlijk deel
ervan
Causaal verband bewijzen tussen dumping en de schade
Wat kan daartegen gedaan worden?
Men kan overgaan tot opleggen van anti-dumping rechten verhoging van de
douanerechten ten belope van de zogenaamde anti-dumpingmarge
Subsidies voordelen die worden toegekend door overheden aan ondernemingen
Wanneer zijn die subsidies verboden?
Verbod van exportsubsidies en local content subsidies (toegekend wegens gebruik van
grondstoffen uit land die subsidie toekent)
Wat kan men doen als er verboden subsidie is?
Land kan vergeldende maatregelen nemen (countervailing measures) opnieuw
douanerechten verhogen OF procedure starten voor panel WTO
Er zijn aantal leden van de WTO die hebben gezegd dat ze in afwachting van volledigheid AB
overgaan tot oprichting nieuw orgaan (voorbeeld EU en Canada)
CATEGORIE 2: regelen gericht op verdere integratie, verwezenlijking van een interne
markt
Staten staan soevereiniteitsbevoegdheden af aan een internationale instelling
3
INTELLECTUELE
EIGENDOMSRECHTN
Reinhard Steennot, Diederik Bruloot en Hendrik Van Hees
,ECONOMISCH RECHT
Examen
1/3 intellectueel
2/3 economisch recht
- Casussen
1 rond marktpraktijken, laattijdige betaling, handelscontracten
- Theorievragen
- Ja/nee-vragen
TITEL I: ALGEMEEN
HOOFDSTUK 1: SITUERING VAN BEGRIPPEN
Economisch recht is relatief ruim begrip
Het bevat regels die het optreden in het economisch verkeer moet gaan regelen regels formuleren
voor ondernemingen op de markt en die goederen en diensten aanbieden op de markt
Tot 2018: onderscheid tussen economisch recht en handelsrecht
Handelaarsbegrip is opgegeven door Belgische wetgever en vervangen door ondernemingsbegrip
(ruimer dan begrip handelaar uit 19 e eeuw)
! begrip handelaar opgegeven, maar oude handelsrecht bestaat nog en is verbonden aan de notie
onderneming
Het economisch recht bevat 2 belangrijke categorieën van regels
1) Faciliterende functie
= regels die het handelsverkeer moeten gaan faciliteren mogelijk maken om op vlotte
manier handel te drijven
= privaatrecht
2) Vrijheid begrenzen
Voorschrijven wat niet mag en wat moet
Hele reeks van gebods/verbodsbepalingen die ondernemingen moeten volgen
FACILITERENDE FUNCTIE
Voorbeeld Burgerlijk recht Ondernemingszaken
Bewijsreglementering rechtshandelingen boven 3500 bewijs kan geregeld worden met
euro kan enkel bewezen worden ALLE mogelijkheden van bewijs
door onderhandse of authentieke Reden: moet makkelijk zijn om
akte handel te drijven + bescherming
Draagt handtekeningen van alle particulier belangrijk
partijen (kan ook digitaal)
1
, Hoofdelijkheid principe van de schuldsplitsing A en B worden vermoed hoofdelijk
Vb.: A en B moeten 10 000 euro gehouden te zijn
aan C voor de levering van C zal de volle pot (10 000 euro)
goederen aan zowel A als aan B vragen
Als A en B zich gezamenlijk
hebben verbonden, kunnen ze Waarom werkt dit faciliterend?
door C maar elk voor de helft C zal slechts solvabiliteit van 1 van
worden aangesproken de 2 moeten onderzoeken
Indien ze niet vrijwillig betalen zal
C zich dus voor de helft tot beide
moeten richten
= regelen uit vroegere handelsrecht (vandaag ondernemingsrecht)
DAARNAAST: regelen wat gaan bepalen wat moet en wat niet mag
Onderverdeeld gericht op sturing enerzijds (publiekrecht) en anderzijds ordende functie
(privaatrecht)
Regelen gericht op sturing: ofwel conjunctureel van aard ofwel structureel van aard
Conjunctureel tijdelijk en dat ze worden vastgesteld om een specifiek tijdelijk probleem te gaan
verhelpen
Vb.: bij plotse energiecrisis, conjuncturele maatregelen zou kunnen zijn dat er bepaald plafond
opgezet wordt je zal niet meer kunnen vragen dan de prijs die vastgesteld wordt als plafond
Niet meer nodig indien energiecrisis gedaan is
Onderscheiden van structurele maatregelen die organisatie van de markt als dusdanig betreffen
Voorbeelden:
Om bepaalde diensten op de markt te mogen brengen moet je beschikken over voorafgaandelijke
vergunning
Regelingen van mededingingsrechtelijke aard mededingingsrecht heeft tot doel dat
ondernemingen zich op correcte manier gaat gedragen wanneer zij goederen of diensten gaan
aanbieden
Vb.: mogen geen prijsafspraken maken (verboden kartelafspraken)
Waarom is dat? Je zou artificieel hoge prijzen krijgen en daarvan is consument het slachtoffer +
concurrentie uitschakelen
Laatste component = ordening
Wetgever probeert een evenwicht te creëren tussen rechtmatige geachte belangen
Bepaalde deelnemers aan het verkeer moeten beschermd worden (de consument)
Wetgever heeft gezegd welke bedingen je niet mag opnemen in een contract (gaat in tegen principe
van de wilsautonomie)
Overzicht bronnen
INTERNATIONALE BRONNEN
CATEGORIE 1: betreffende internationale economisch ruilverkeer
Vb: WTO
Er zijn spelregels voor de leden van de WTO
Gaat terug op de oorspronkelijke GATT uit 1947 (general agreement on tariffs and trade)
betreffende goederen zoals bijvoorbeeld invoerbeperkingen
2
, Jaren 90: onderhandelingen totstandkoming van de WTO uitbreiding want niet enkel meer
voor goederen nu ook GATS (diensten), TRIPS ( intellectuele eigendomsrechten)
Bezegeld met DSU = dispute settlement understanding
Beroep mogelijk bij Appellate Body
Probleem met AB: US weigert kandidaten voor te stellen en te bekrachtigen, bevat niet langer
voldoende mensen
Principes uit de GATT:
- Principe van meestbegunstiging
= wanneer je als lid van de WTO een voordeel toekent aan een ander land, dan moet je
datzelfde voordeel onmiddellijk en onvoorwaardelijk toekennen aan andere landen
Vb.: EU zegt dat ze de douanerechten van de goederen uit Japan met 10% gaan doen delen
zullen ze ook moeten doen voor dezelfde categorie goederen uit andere staten uit WTO
- Non-discriminatie
= eens de goederen zijn ingevoerd, moeten de goederen ongeacht hun herkomst op dezelfde
manier toegepast worden
Vb.: BTW tarief van goederen uit Amerika hoger dan goederen uit EU
- Verbod van kwantitatieve beperkingen (zowel invoer als uitvoer)
- Eerlijke concurrentie
Dumping
Wanneer precies sprake van dumping?
= wanneer goederen beneden hun waarde beneden hun normale waarde op de markt komen
in een ander land
Beneden de normale waarde? Prijs lager dan prijs die in exportland wordt gehanteerd
Wanneer is die dumping verboden?
Slechts verboden wanneer er ernstige schade kan zijn aan bedrijfstak of aanzienlijk deel
ervan
Causaal verband bewijzen tussen dumping en de schade
Wat kan daartegen gedaan worden?
Men kan overgaan tot opleggen van anti-dumping rechten verhoging van de
douanerechten ten belope van de zogenaamde anti-dumpingmarge
Subsidies voordelen die worden toegekend door overheden aan ondernemingen
Wanneer zijn die subsidies verboden?
Verbod van exportsubsidies en local content subsidies (toegekend wegens gebruik van
grondstoffen uit land die subsidie toekent)
Wat kan men doen als er verboden subsidie is?
Land kan vergeldende maatregelen nemen (countervailing measures) opnieuw
douanerechten verhogen OF procedure starten voor panel WTO
Er zijn aantal leden van de WTO die hebben gezegd dat ze in afwachting van volledigheid AB
overgaan tot oprichting nieuw orgaan (voorbeeld EU en Canada)
CATEGORIE 2: regelen gericht op verdere integratie, verwezenlijking van een interne
markt
Staten staan soevereiniteitsbevoegdheden af aan een internationale instelling
3