Hoofdstuk 1: het strafbare feit
In het Nederlands strafrecht wordt er van een strafbaar feit gesproken indien het
1. om een menselijke gedraging gaat
2. die valt binnen een delictsomschrijving
3. en die wederrechtelijk
4. aan schuld te wijten is.
Een menselijke gedraging
Het gaat hierbij om een persoon een gedraging heeft verricht. Dit betekent dat een persoon een gewilde
spierbeweging heeft verricht. Het doen of het nalaten van een gedraging kan strafbaar zijn. Ook
rechtspersonen zoals bv’s of nv’s kunnen strafbare feiten plegen. Dat heet functioneel daderschap.
De gedraging valt binnen een delictsomschrijving
De wetgever schrijft binnen een delictsomschrijving welke gedragingen volgens de wet verboden zijn. Een
delictsomschrijving moet altijd wettelijk zijn vastgelegd: het legaliteitsbeginsel. Zonder wet, geen straf!
Een wederrechtelijke gedraging
Met wederrechtelijk bedoelen wij ‘in strijd met het recht’. In het algemeen kan je zeggen dat wanneer een
verdachte met zijn gedraging een delictsomschrijving vervult, dat hij automatisch in strijd met het recht
handelt. Let op: dit is niet altijd het geval.
Dit element kan verdwijnen door de rechtvaardigingsgronden (H6).
Aan schuld te wijten
We bedoelen hiermee dat een verdachte een verwijt moet kunnen worden gemaakt. Het moet hem dus
kunnen worden toegerekend. Het gaat erom dat een verdachte anders had kunnen handelen, maar dit niet
heeft gedaan.
Dit element kan verdwijnen door de schulduitsluitingsgronden (H6).
Elementen en bestanddelen
Wederrechtelijkheid en schuld worden elementen genoemd. Dit zijn ongeschreven voorwaarden om
iemand te kunnen straffen.
De onderdelen waaruit een delictsomschrijving bestaat noemen we bestanddelen, zoals art. 287 Sr:
1. een ander
2. opzettelijk
3. van het leven beroven
Misdrijven en overtredingen
Misdrijven: Boek 2, Wetboek van Strafrecht (Sr). Misdrijven wegen zwaarder (staat altijd een
gevangenisstraf op, zoals moord). Verantwoordelijkheid rechtbank.
Overtredingen: Boek 3, Wetboek van Strafrecht (Sr). Overtredingen wegen minder zwaar (denk aan
verkeersdelicten. Hier staat alleen een geldboete of hechtenis voor). Verantwoordelijkheid kantonrechter.
Formele en materiële delicten
Bij formele delicten is een handelen strafbaar (diefstal). Bij materiële delicten is het gevolg strafbaar
(doodslag).
Commissie- en omissiedelicten
Commissie: handelen is strafbaar. Dit zijn de meeste strafbare feiten
Omissie: nalaten is strafbaar. Voorbeeld: een kind niet helpen, ondanks dat je ziet dat hij verdrinkt.
Gronddelicten, gekwalificeerde delicten en geprivilegieerde delicten
,• Gronddelict: een bepaalde gedraging is strafbaar. Voorbeeld: iemand opzettelijk van het leven
beroven.
• Gekwalificeerd delict: een delict is ernstiger dan het gronddelict, maar het gaat nog steeds om
hetzelfde soort delict. De straf is ook zwaarder. Voorbeeld: iemand met voorbedachte raden
opzettelijk van het leven beroven.
• Geprivilegieerd delict: een delict is minder zwaar dan het gronddelict, maar het gaat ook nog steeds
om hetzelfde soort delict. De straf is minder zwaar. Voorbeeld: kinderdoodslag.
, Hoofdstuk 2: wederrechtelijkheid
Wederrechtelijkheid betekent ‘in strijd met het recht’. Soms heeft de wetgever ervoor gekozen om
wederrechtelijkheid als bestanddeel op te nemen in sommige delictsomschrijvingen te voorkomen. In
sommige gevallen heeft het element een andere betekenis als het bestanddeel.
Betekenissen
Betekenis 1: zonder toestemming van de rechthebbende (leer van Remmelink).
De verdachte handelt zonder eigen recht. Dit betekent dat de verdachte: geen toestemming heeft
van degene die rechtmatig over het goed mag beschikken (de rechthebbende), én zelf geen recht
of bevoegdheid heeft om zo te handelen.
Betekenis 2: bestanddeel is element
Het bestanddeel heeft dezelfde betekenis als het element. De verdachte gaat tegen de geschreven
en ongeschreven regels heeft gehandeld.