Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Celbiologie - Prof Eggermont & Voets

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
109
Subido en
12-01-2026
Escrito en
2023/2024

Een samenvatting van alle slides Celbiologie (met uizondering van HF1)

Institución
Grado

Vista previa del contenido

Celbiologie
Hoofdstuk 1: Cellen en organellen
→ zie extra blad


Hoofdstuk 2: Biomembranen
Functies

1. Afbakening en permeabiliteitsbarrière
→ niet doorlaatbaar voor hydrofiele (ionen, glucose, AZ) en grote moleculen
→ doorlaatbaar voor apolaire stoffen

2. Subcellulaire lokalisering van specifieke functies
→ eiwitten verlenen specifieke functies aan membranen en organellen
Transmembranair transport van moleculen
→ transportsysteem voor ionen, organische moleculen en macromoleculen (DNA, RNA)

3. Cellulaire communicatie
→ ontvangen en doorgeven van signalen (chemisch en elektrisch)
→ signaaltransductie

4. Celadhesie
→ cel - matrix interactie: vasthechting aan ECM
→ cel - cel interactie: adhesie en communicatie (junctions)


Het Fluïd mosaic model

Structuur
Opgebouwd uit lipiden en eiwitten (in verschillende verhoudingen)
Hydrofiele buitenkant, hydrofobe kern
Dikte 6-8 nm (hoe verder naar het extracellulaire hoe dikker)


Eigenschappen
1. Spontane vorming van lipidendubbellaag
→ laterale associatie van hydrofobe staarten
→ interacties van hydrofiele hoofdjes met H2O en onderling op basis van elektrostatische
interacties en H-bruggen

2. Membraaneiwitten associëren met de lipidendubbellaag
→ Wisselende verhouding van eiwitten en lipiden ifv celtype/celorganel

3. Fluïditeit: laterale beweging van lipiden en eiwitten
→ De lipiden >> de eiwitten (omwille van de moleculaire massa en restrictie door binding
cytoskelet)




1

, 4. Bijkomend: vorming van microdomeinen (lipid rafts)
→ specifieke samenstelling en fysische eigenschappen
→ selectieve zelf associatie van specifieke membraanlipiden (cholesterol en fosfolipiden met
verzadigde vetzuren
→ specifieke functies in signaaltransductie, membraantransport, …


Membraan proteïnen
3 types:

- Integrale membraaneiwitten
→ Integraal monotopisch: deel van eiwitketen=hydrofoob → ingebed in membraan.
→ Single Pass: gaat 1 keer volledig door het membraan.
→ Multi-pass: verschillende transmembranaire segmenten (hydrofiel centraal deel: porie)
→ Multi-subunit: verschillende multi of single pass eiwitten samen in 1 functioneel eiwit.

- Perifeer membraaneiwit: niet covalente associatie met lipiden hoofdjes of eiwitten
- Vetanker eiwitten: eiwitten met een isoprenyl of vetzuur anker




Intergrale membraaneiwitten
α-helix in peptideketen = secundair structuurelement

- 3,6 aminozuren per winding en 0,54 nm tussen twee windingen
- interne waterstofbruggen tussen peptidebindingen
→ NH van aminozuur i ↔ CO van aminozuur i+4
- Zijgroepen steken naar buiten uit.


Transmembranaire a-helix

- Lengte: 20 à 30 aminozuren: 3 a 4,5 nm → voldoende lang om door hydrofobe deel van
membraan te gaan
- Hydrofobe zijgroepen → inbedding in hydrofobe deel van membraan



Perifere membraaneiwitten
Niet-covalente interactie met membraanlipiden of andere membraaneiwitten

- Elektrostatische interacties
→ Rol van negatief geladen fosfolipiden (PS en PI) in cytosolisch blad van PM


2

, - H-bruggen

Vet verankerde membraaneiwitten
Type van vetanker: verschilt naargelang blad van membraan
→ Exoplasmatisch blad: GPI anker (glycolipide in EPB)
→ Cytosolisch blad: vetzuurketen (C14:0 of C16:0) of isoprenylanker (farnesyl of geranylgeranyl)

Covalente binding van vetanker aan eiwit vergt posttranslationele modificatie.
→ Vereist enzymatische reactie → farmacologisch doelwit!

Topologie van een membraaneiwit
Aantal transmembranaire segmenten + oriëntatie tov membraan
→ w bepaald bij biosynthese; nadien geen verandering
→ exoplasmatische ↔ cytoplasmatische delen

Functies van een membraaneiwit
Staan in voor biologische activiteit van membraan

- Enzymatische reacties (bv. glucose-6-fosfatase, CYP450)
- Transporteiwitten (carriers,kanalen, pompen, symporters, antiporters, …)
- Receptoren en signaaltransductie-eiwitten
- Celadhesie aan ECM
- Cel-cel interactie → adhesie en communicatie

Glycosylering van membraaneiwitten
Aanwezigheid van suikers in exoplasmatisch blad vanmembraan door covalente binding aan

- Glycolipiden: suiker(s) als hydrofiel hoofd van membraanlipide (covalent gebonden
suikergroep)
- Glycoproteïnen:
→ N-linked: aan N van Asn
→ O-linked: aan OH van Ser of Thr
→ O-linked: aan OH van OH-Pro/Lys

Glycosylering = proces van covalente binding van suiker aan eiwit of lipide

- Aanhechting suikergroep tijdens biosynthese in ER/Golgi
- Nadien modificatie van suikergroep in Golgi apparaat
- Verschillen tussen glycoproteïnen ifv aantallen identiteit van suikermoleculen(galactose,
mannose, N-acetylglucosamine,fucose, siaalzuur…)
→ structurele en functionele diversiteit van glycoproteïnen

Glycocalixlaag
Extracellulaire suikerlaag aan celoppervlak

- Gevormd door glycolipiden en glycoproteïnen in EPB van PM
- Moleculaire diversiteit ifv samenstelling van suikers (aantal en moleculaire identiteit)

Functie

- Celadhesie


3

, - Celrecognitie
→ ABO bloedgroepensysteem
→ Binding van antilichamen
- Signaaltransductie: binding van signaalmoleculen
- Bescherming van celoppervlak

Membraaneiwit mobiliteit
- Laterale mobiliteit van membraaneiwitten is temperatuurafhankelijk
- grote variatie in snelheid en beweging



Membraanlipiden



klasse hydrofiel hydrofoob voorbeeld

fosfolipiden fosfaat koolwaterstofketens fosfoglyceriden en
sfingolipiden

glycolipiden 1 of meerdere suikermoleculen koolwaterstofketens cerebrosiden of
gangliosiden

sterolen -OH groep 4-ring koolwaterstof cholesterol
structuur
Sterool: vormt geen lipidendubbellaag, omdat het hydrofiele deel te klein
is

Fosfoglyceriden
- glycerol ruggengraat: C1-C2-C3 (alcohol met 3 C atomen)
- Hydrofobe staart
→ 2 VZ ketens: veresterd op C1 en C2 van glycerol
→ Variatie in lente (C12 - C20) en verzadiging

- Hydrofiel hoofd
→ fosfaat veresterd op C3
→ Bijkomende restgroep: -P-O-R (→ specifieke naam)
→ netto lading: -/0/+
fosfaat: negatieve lading bij pH 7
R-groep: negatief/ neutraal/ positief

Vetzuren in membraanlipiden
Hydrofobe onderdeel van fosfolipiden en glycolipiden
→ Verantwoordelijk voor laterale associatie van lipiden en hydrofobe barrière van membraan

Variatie in lengte (C12 tot C20) → bepalend voor dikte van membraan en fluïditeit van membraan




4

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
Desconocido
Subido en
12 de enero de 2026
Número de páginas
109
Escrito en
2023/2024
Tipo
RESUMEN

Temas

$18.85
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
gnk29

Conoce al vendedor

Seller avatar
gnk29 Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
2
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
0
Documentos
9
Última venta
3 semanas hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes