Ervaringsgericht onderwijs A
Thema 1: Observeren
1. Intentioneel handelen als kleuteronderwijzer
Intentionele KO =
- Doelgerichte beslissingen die je kan verantwoorden
- Bepaalt doelen voor de ontwikkeling v.d. kleuters
- Weloverwogen keuzes om onderwijsleersituatie vorm te geven
Cyclus =
1. Focus
2. Observeer
3. Reflecteer
4. Plan
5. Observeer
6. Reflecteer
7. Herwerk plan
Kerntaak = Ontwikkelingsgericht en effectief observeren
2. Waarnemen versus observeren
Waarnemen = doen we permanent d.m.v.. onze zintuigen, niet altijd bewust
Observeren = gericht kijken om antwoorden te vinden op vragen die je jezelf stelt, bewust
en doelgericht
2.1. Open observaties
Maakt vooraf geen keuze over welk gedrag je zal observeren
Observeert alle aspecten v.h. gedrag bepaalde periode
2.2. Gerichte/gesloten observaties
Maakt vooraf een keuze op welk aspect v.h. gedrag te focussen
Hierdoor kan je patronen blootleggen
2.2.1. Welk gedrag wil ik observeren?
Afhankelijk v.h. doel dat ik vooropstel bij observatie
Welbevinden en betrokkenheid bij kleuters
3 dimensies van een ervaringsgerichte basishouding bij de mentor of jezelf
(gevoeligheid voor beleving, stimulerende tussenkomsten en autonomie verlenen)
2.2.2. Welke observatiemethode zet ik in?
Geen vaste methodes vanuit overheid
Vrijheid om instrument te kiezen dat past bij het pedagogisch project v.d. school
Gegevens uit observaties worden vaak samengebracht in een kindvolgsysteem (bv.
ziko-vo)
Methode Doel Richtlijnen
Kleuterdagboek/ Opvolging van kls. Om rijk en volledig beeld te
anekdotische gedurende langere periode, schetsen v.d. ontwikkeling,
observaties a.d.h.v. gedetailleerde, gedrag en de interacties v.h.
verhalende en kind.
uitgeschreven observaties.
Post-it observaties Korte en spontane notities Om opvallende, grappige of
1
, van gedrag en uitspraken. mooie
uitspraken/ontwikkelingsmijl
palen vast te leggen.
Foto/video Onmiddellijke en visuele Neem geen duizend of
documentatie van een geposeerde foto’s. Blijf bij je
moment. observatiedoel en probeer te
vatten wat er echt gebeurt
op een bepaald moment.
Leerverhalen Observaties en Om een holistisch beeld te
interpretaties van korte krijgen van kinderen,
momenten in de klas, positieve info met ouders te
verhalend neergeschreven. delen, samen met kls. en
collega’s te reflecteren over
interpretaties van eenzelfde
situatie.
Tijdssteekproef Korte observaties Om een holistisch overzicht
gedurende een bepaalde te krijgen op de ervaringen,
periode. sociale interacties of bv. de
variatie in spelgedrag v.h.
kind.
Checklist Een lijst met Om een overzicht te krijgen
voorgeselecteerde doelen of behouden op de
die je kunt afvinken als dit aanwezige competenties
werd geobserveerd. i.f.v. de vooropgestelde LD’s,
zonder te veel details.
Sociogram Een tekening van die Om na te gaan welke
interacties en relaties die kinderen al dan niet
kinderen onderling maken. vrienden maken, tot welke
vriendengroep ze behoren
en of ze er een speciale
relatie vinden.
2.2.3. Wanneer zal ik dat observeren?
Je bakent best op voorhand af hoelang je zal observeren
Je observeert bepaald gedrag meerdere malen en verspreid over verschillende
momenten
Welbevinden en betrokkenheid variëren naargelang het tijdstip v.d. de dag
Participerende observatie = je neemt als observator deel aan de activiteit, je stuurt de
activiteit niet maar neemt juist de tijd om de kleuters te observeren, doe je dit wel =
vertekend beeld
Niet-participerende/externe/afstandelijke observatie = je blijft als observator zoveel
buiten de situatie die je wil observeren, soms uitgevoerd door iemand extra in klas,
alleen is dit moeilijk te realiseren.
2.2.4. Valkuilen bij observeren
Fouten in de observatie kennen hun oorsprong in het geobserveerde gedrag en in de
persoon dien observeert
Stoorzenders volledig uitschakelen kan niet, wees je ervan bewust = verkleind impact
Stoorzenders bij het geobserveerd object: 6
o Figuur achtergrond: Kijk je naar positief of negatief gedrag?
o Contrastwerking: Waarmee vergelijk je tijdens de observatie?
o Herhaling van gedrag: Wat is het effect van drillen van gedrag?
o Grote, plotse veranderingen vallen harder op dan kleine, geleidelijke.
2
Thema 1: Observeren
1. Intentioneel handelen als kleuteronderwijzer
Intentionele KO =
- Doelgerichte beslissingen die je kan verantwoorden
- Bepaalt doelen voor de ontwikkeling v.d. kleuters
- Weloverwogen keuzes om onderwijsleersituatie vorm te geven
Cyclus =
1. Focus
2. Observeer
3. Reflecteer
4. Plan
5. Observeer
6. Reflecteer
7. Herwerk plan
Kerntaak = Ontwikkelingsgericht en effectief observeren
2. Waarnemen versus observeren
Waarnemen = doen we permanent d.m.v.. onze zintuigen, niet altijd bewust
Observeren = gericht kijken om antwoorden te vinden op vragen die je jezelf stelt, bewust
en doelgericht
2.1. Open observaties
Maakt vooraf geen keuze over welk gedrag je zal observeren
Observeert alle aspecten v.h. gedrag bepaalde periode
2.2. Gerichte/gesloten observaties
Maakt vooraf een keuze op welk aspect v.h. gedrag te focussen
Hierdoor kan je patronen blootleggen
2.2.1. Welk gedrag wil ik observeren?
Afhankelijk v.h. doel dat ik vooropstel bij observatie
Welbevinden en betrokkenheid bij kleuters
3 dimensies van een ervaringsgerichte basishouding bij de mentor of jezelf
(gevoeligheid voor beleving, stimulerende tussenkomsten en autonomie verlenen)
2.2.2. Welke observatiemethode zet ik in?
Geen vaste methodes vanuit overheid
Vrijheid om instrument te kiezen dat past bij het pedagogisch project v.d. school
Gegevens uit observaties worden vaak samengebracht in een kindvolgsysteem (bv.
ziko-vo)
Methode Doel Richtlijnen
Kleuterdagboek/ Opvolging van kls. Om rijk en volledig beeld te
anekdotische gedurende langere periode, schetsen v.d. ontwikkeling,
observaties a.d.h.v. gedetailleerde, gedrag en de interacties v.h.
verhalende en kind.
uitgeschreven observaties.
Post-it observaties Korte en spontane notities Om opvallende, grappige of
1
, van gedrag en uitspraken. mooie
uitspraken/ontwikkelingsmijl
palen vast te leggen.
Foto/video Onmiddellijke en visuele Neem geen duizend of
documentatie van een geposeerde foto’s. Blijf bij je
moment. observatiedoel en probeer te
vatten wat er echt gebeurt
op een bepaald moment.
Leerverhalen Observaties en Om een holistisch beeld te
interpretaties van korte krijgen van kinderen,
momenten in de klas, positieve info met ouders te
verhalend neergeschreven. delen, samen met kls. en
collega’s te reflecteren over
interpretaties van eenzelfde
situatie.
Tijdssteekproef Korte observaties Om een holistisch overzicht
gedurende een bepaalde te krijgen op de ervaringen,
periode. sociale interacties of bv. de
variatie in spelgedrag v.h.
kind.
Checklist Een lijst met Om een overzicht te krijgen
voorgeselecteerde doelen of behouden op de
die je kunt afvinken als dit aanwezige competenties
werd geobserveerd. i.f.v. de vooropgestelde LD’s,
zonder te veel details.
Sociogram Een tekening van die Om na te gaan welke
interacties en relaties die kinderen al dan niet
kinderen onderling maken. vrienden maken, tot welke
vriendengroep ze behoren
en of ze er een speciale
relatie vinden.
2.2.3. Wanneer zal ik dat observeren?
Je bakent best op voorhand af hoelang je zal observeren
Je observeert bepaald gedrag meerdere malen en verspreid over verschillende
momenten
Welbevinden en betrokkenheid variëren naargelang het tijdstip v.d. de dag
Participerende observatie = je neemt als observator deel aan de activiteit, je stuurt de
activiteit niet maar neemt juist de tijd om de kleuters te observeren, doe je dit wel =
vertekend beeld
Niet-participerende/externe/afstandelijke observatie = je blijft als observator zoveel
buiten de situatie die je wil observeren, soms uitgevoerd door iemand extra in klas,
alleen is dit moeilijk te realiseren.
2.2.4. Valkuilen bij observeren
Fouten in de observatie kennen hun oorsprong in het geobserveerde gedrag en in de
persoon dien observeert
Stoorzenders volledig uitschakelen kan niet, wees je ervan bewust = verkleind impact
Stoorzenders bij het geobserveerd object: 6
o Figuur achtergrond: Kijk je naar positief of negatief gedrag?
o Contrastwerking: Waarmee vergelijk je tijdens de observatie?
o Herhaling van gedrag: Wat is het effect van drillen van gedrag?
o Grote, plotse veranderingen vallen harder op dan kleine, geleidelijke.
2