CHAPTERS
CHAPTER 1: GROWTH
- BBP of GDP: Het Bruto Binnenlands Product (gross domestic product) is de stijging in waarde van
producten of diensten die een land tijdens een bepaalde periode geproduceerd en geconsumeerd
worden
o Zegt niets over welvaartverdeling
o Reële GDP (gecorrigeerd door inflatie) = nominale GDP 10% + Inflatie 5%= reële GDP 5%
o Regering kan boosten door consumptie aan te moedigen en taxen te verlagen
- Belang voor ontwikkelingslanden: economische groei belangrijk: meer productie = meer jobs =
hoger inkomen = afname armoede
- Positieve correlatie met stijging BBP:
o Hogere levensverwachting
o Minder extreme armoede
o Hogere consumptie/welvaart
o Meer levenstevredenheid
o MAAR ook: meer CO2 uitstoot
- Beperkingen
o Sociaal: negeert inkomensongelijkheid alsook vrijwilligerswerk en huishoudelijk werk
o Kwaliteit: meet enkel output, niet de kwaliteit van diensten zoals zorg of onderwijs
o Milieu: houdt geen rekening met milieuschade, sterker nog: herstelkosten na rampen zullen
BBP doen stijgen
o Korte-termijn focus
o Te grote focus op monetaire waarde: wat met gezondheid, onderwijs, vrijheid?
- Alternatieven
o HDI: Human Development Index
§ Score tussen 0 en 1 gebaseerd op
• Levensverwachting
• Geletterdheid en schoolgaande jaren
• Inkomen (bbp per capita)
§ MAAR: geen rekening met ecologische aspecten of ongelijkheid
o Green GDP
§ BBP gecorrigeerd voor milieudegradatie (bv uitputten van natuurlijke bronnen)
§ GDP - de waarde van milieuschade (monetariseren)
o Happy Planet Index (HPI): een goed leven nu, en in de toekomst
§ (Levensverwachting X Welzijn) / Carbon Footprint
§ Landen met veel natuurlijke rijkdommen scoren lager door ontginning
§ Beste: zweden, costa rica
§ Slechtste: qatar, afghanistan,
tjsaad
o Social progress index (3 dimensies)
§ Basisbehoeften
§ Welzijn (incl. dat van
ecosystemen)
§ Kansen
§ Best: nieuw-zeeland,
§ Slechtst: Tsjaad
1
, o Social progress recession sinds covid: heel veel landen gaan de laatste Jaren achteruit
o Positieve correlatie met GDP: maar hoe hoger GDP, hoe lager impact op SPI wordt
- Green growth
o Economische groei kan doorgaan terwijl we ook het milieu beschermen
o Sterke focus op innovatie, technologische vooruitgang en de circulaire economie.
o We hebben groei nodig om de peperdure investeringen in groene technologie (bv.
waterstof, opslag) te financieren
o Decoupling is nodig
o GDP =/ welvaart
o Circulaire economie, conservatie biodiversiteit, groene jobs en skills
o Regering: taxen, subsidies, labels en certificatie, emissie reductie targets, …
- Degrowth
o Oneindige groei op een planeet met eindige middelen is onmogelijk
o Technologie alleen is niet genoeg; we moeten onze verslaving aan groei doorbreken om de
planeet te redden.
o Een maatschappij gebouwd rond social en ecologisch welzijn ipv winst, overproductie en
overconsumptie
o Inkrimpen van energie en gebruik van bronnen, doughnut economics
o Jason Hickel: less is more boek
§ Koloniale dimensies: rijke landen overconsumeren, die moeten consumptie
inkrimpen
§ Economie rond welzijn en milieu
§ Inkrimpen van vervuilende industrieën: fossiel, private jets, fast fashion, advertising
§ Kortere werkweek (minder werkloosheid)
§ Investeren in groene industrieën (jobs creeëren)
§ Geen GDP doel
o Meer sharing, lokale productie, circulariteit, cooperatie
- Gelijkenissen
o Beide erkennen ecologische en sociale crisis + huidige groeifocus zien ze beide als
onduurzaam + kritiek op BBP als maatstaf voor welvaart
- Verschillen
o Visie op groei + technologie is genoeg of niet + systeemvisie (kapitalisme kan vergroenen?)
+ ontkoppeling is haalbaar of niet (inkrimping nodig?)
- Decoupling
o Absoluut decoupling
§ De milieudruk daalt of blijft stabiel terwijl economie groeit (50% = 0% or lower
impact)
o Relatieve decoupling
§ Milieudruk stijgt minder snel dan BBP
o Indicatoren
§ Milieudruk indicator (bv. CO2, NOx, Watergebruik) + Economische indicator (bv.
BBP) = totale CO2 uitstoot per % GDP per capita
o Rebound effect: Efficiëntieverbeteringen worden vaak tenietgedaan door een verschuiving
in consumptie (bv zuinigere auto = meer vliegtuig reizen)
o Momenteel al relatieve decoupling omdat we efficiënter zijn, maar niet absoluut omdat
GDP erg snel stijgt
o MAAR: geen bewijs dat het haalbaar is op de vereiste schaal
o Visie degrowth
§ Geen bewijs dat ontkoppeling haalbaar is
§ Grenzen technologie
§ Rebound effect
o Visie green growth:
2