Prehistorie en Oude Nabije Oosten
Hoofdstuk 1: Overzicht van de ‘Prehistorie’ en het ‘Oude Nabije Oosten’
Wanneer begint de prehistorie? Met de menswording, ongeveer 2,5 miljoen jaar v.C.,
toen de eerste mensen op aarde verschenen tot ca. 3500 v.C.
● Er zijn geen geschreven bronnen uit deze periode; kennis komt uit archeologische
vondsten zoals werktuigen, skeletten en grotschilderingen.
○ Wat is het probleem met dat sommige scholen geen begindatum
gebruiken voor de prehistorie? Het kan soms ten onrechte de indruk geven
dat ze met de “Big Bang” begint.
1.1 Overgang naar het Oude Nabije Oosten (ca. 3500 v.C.)
Door wat wordt de overgang van prehistorie naar het Oude Nabije Oosten
gemarkeerd? Door het ontstaan van het schrift rond 3500 v.C.
● In de literatuur worden ook andere data genoemd (tussen 3800 v.C. en 3000 v.C.).
○ Tot wanneer? ca. 800 v.C., waarna de Klassieke Oudheid begint.
3.1.1 Overgang naar de Klassieke Oudheid
Er bestaan twee mogelijke scharniermomenten:
● 776 v.C. – Eerste Olympische Spelen in Griekenland.
● 753 v.C. – Stichting van Rome (volgens de legende).
○ Vaak wordt er gewerkt met afgeronde jaartallen = zo gebruikt men ca 800v.C
als scharniermoment
1.2 Historische periodisering in het secundair onderwijs
In het secundair onderwijs wordt de geschiedenis ingedeeld in vaste tijdvakken:
Periode Belangrijk kenmerk
Prehistorie Tot ca. 3500 v.C. – vóór het schrift
Oude Nabije Oosten Ca. 3500 – 800 v.C.
Klassieke Oudheid Ca. 800 v.C. – 500 n.C.
Middeleeuwen 500 – 1500
Vroegmoderne Tijd 1500 – 1800
Moderne Tijd 1800 – 1945
Eigen Tijd 1945 – heden
1
,1.3 Periodisering in het lager onderwijs
In het lager onderwijs wordt gewerkt met een gestandaardiseerde tijdsbalk, maar de
indelingen verschillen per onderwijsnet.
Tijdsband GO / OVSG Tijdsband VVKBaO
● ca. 3800 v.C. – Eerste geschreven ● ca. 800 v.C. – Begin Griekse
bronnen beschaving
● ca. 500 – Einde West-Romeinse Rijk ● ca. 500 – Einde West-Romeinse Rijk
● ca. 1500 – Ontdekking van Amerika ● ca. 1500 – Ontdekking van Amerika
(Columbus) ● ca. 1800 – Industriële Revolutie
● 1945 – Einde Tweede Wereldoorlog ● 1945 – Einde Tweede Wereldoorlog
Bij het VVKBaO wordt de Oudheid gezien als één periode die zowel het Oude Nabije Oosten
als de Klassieke Oudheid omvat.
1.4 De situatie in Nederland
In Nederland werd het geschiedenisonderwijs hervormd door de invoering van de Canon
van de Nederlandse geschiedenis.
● Wat bevat deze canon? 50 vensters (belangrijke personen, gebeurtenissen en
thema’s) die alle Nederlanders moeten kennen.
○ De canon loopt van de hunebedden (ca. 3000 v.C.) tot Srebrenica (1995).
■ De canonitems worden niet uit het hoofd geleerd, maar dienen als
vensters op de samenleving van die tijd.
● Bijvoorbeeld: het item “De Beeldenstorm” laat leerlingen niet
alleen de godsdienstconflicten bestuderen, maar ook de
sociaal-economische context.
De tien tijdvakken in het Nederlandse onderwijs
Periode Tijdvak Jaartal
Prehistorie Tijd van jagers en boeren tot 3000 v.C.
Oudheid Tijd van Grieken en Romeinen 3000 v.C. – 500 n.C.
Vroege middeleeuwen Tijd van monniken en ridders 500 – 1000
Hoge en late Tijd van steden en staten 1000 – 1500
middeleeuwen
Renaissance / ontdekkers Tijd van ontdekkers en hervormers 1450 – 1600
Gouden Eeuw Tijd van regenten en vorsten 1600 – 1700
2
, Verlichting Tijd van pruiken en revoluties 1700 – 1800
Industrialisatie Tijd van burgers en 1800 – 1900
stoommachines
Eerste helft 20e eeuw Tijd van de wereldoorlogen 1900 – 1950
Tweede helft 20e eeuw Tijd van televisie en computer 1950 – heden
Hoofdstuk 2: Historiografie en bronnenkritiek: Hoe weten we, wat we weten
1 Wat is historiografie en bronnenkritiek?
De kennis over de prehistorie en het Oude Nabije Oosten is niet vanzelfsprekend. Ze is
het resultaat van onderzoek, discussie en interpretatie.
Historiografie en bronnenkritiek
● Historiografie bestudeert hoe historische kennis ontstaat en hoe inzichten in
de loop der tijd veranderen.
● Bronnenkritiek is het proces waarmee historici de betrouwbaarheid van
bronnen onderzoeken en vergelijken.
2 Welke soorten bronnen gebruiken we?
Omdat er in deze vroege perioden weinig geschreven documenten zijn, moeten historici
gebruikmaken van verschillende soorten bronnen:
1. Materiële resten 2. Schriftelijke bronnen (vanaf ca. 3200
● Werktuigen uit vuursteen uit v.C.)
Çatalhöyük of het Zagrosgebergte ● Kleitabletten uit Uruk spijkerschrift,
→ wijzen op landbouw en veeteelt. vroege boekhouding.
● Stadsmuren van Jericho tonen ● Gilgamesj-epos mengeling van
vroege stedelijke organisatie. mythologie en geschiedenis, geeft
● Grafvondsten uit Ur met inzicht in geloof en wereldbeeld.
luxevoorwerpen bewijs van handel
en sociale lagen.
● Voetafdrukken in Laetoli
(Tanzania) tonen vroege rechtop
lopende mensen.
3. Iconografische bronnen 4. Natuurwetenschappelijke data
● Reliëfs uit Assyrische paleizen ● C14-datering van graankorrels
tonen oorlog, jacht en macht. overgang van jagen naar landbouw.
● Cylinderzegels uit Sumer dienden ● DNA-onderzoek toont migratie en
administratief en symbolisch. vermenging tussen mensensoorten.
● Rotstekeningen tonen relatie ● Vergelijkend DNA-onderzoek
tussen mens, dier en natuur. tussen mens en neanderthaler laat
genetische aanpassing aan
omgeving zien.
3
Hoofdstuk 1: Overzicht van de ‘Prehistorie’ en het ‘Oude Nabije Oosten’
Wanneer begint de prehistorie? Met de menswording, ongeveer 2,5 miljoen jaar v.C.,
toen de eerste mensen op aarde verschenen tot ca. 3500 v.C.
● Er zijn geen geschreven bronnen uit deze periode; kennis komt uit archeologische
vondsten zoals werktuigen, skeletten en grotschilderingen.
○ Wat is het probleem met dat sommige scholen geen begindatum
gebruiken voor de prehistorie? Het kan soms ten onrechte de indruk geven
dat ze met de “Big Bang” begint.
1.1 Overgang naar het Oude Nabije Oosten (ca. 3500 v.C.)
Door wat wordt de overgang van prehistorie naar het Oude Nabije Oosten
gemarkeerd? Door het ontstaan van het schrift rond 3500 v.C.
● In de literatuur worden ook andere data genoemd (tussen 3800 v.C. en 3000 v.C.).
○ Tot wanneer? ca. 800 v.C., waarna de Klassieke Oudheid begint.
3.1.1 Overgang naar de Klassieke Oudheid
Er bestaan twee mogelijke scharniermomenten:
● 776 v.C. – Eerste Olympische Spelen in Griekenland.
● 753 v.C. – Stichting van Rome (volgens de legende).
○ Vaak wordt er gewerkt met afgeronde jaartallen = zo gebruikt men ca 800v.C
als scharniermoment
1.2 Historische periodisering in het secundair onderwijs
In het secundair onderwijs wordt de geschiedenis ingedeeld in vaste tijdvakken:
Periode Belangrijk kenmerk
Prehistorie Tot ca. 3500 v.C. – vóór het schrift
Oude Nabije Oosten Ca. 3500 – 800 v.C.
Klassieke Oudheid Ca. 800 v.C. – 500 n.C.
Middeleeuwen 500 – 1500
Vroegmoderne Tijd 1500 – 1800
Moderne Tijd 1800 – 1945
Eigen Tijd 1945 – heden
1
,1.3 Periodisering in het lager onderwijs
In het lager onderwijs wordt gewerkt met een gestandaardiseerde tijdsbalk, maar de
indelingen verschillen per onderwijsnet.
Tijdsband GO / OVSG Tijdsband VVKBaO
● ca. 3800 v.C. – Eerste geschreven ● ca. 800 v.C. – Begin Griekse
bronnen beschaving
● ca. 500 – Einde West-Romeinse Rijk ● ca. 500 – Einde West-Romeinse Rijk
● ca. 1500 – Ontdekking van Amerika ● ca. 1500 – Ontdekking van Amerika
(Columbus) ● ca. 1800 – Industriële Revolutie
● 1945 – Einde Tweede Wereldoorlog ● 1945 – Einde Tweede Wereldoorlog
Bij het VVKBaO wordt de Oudheid gezien als één periode die zowel het Oude Nabije Oosten
als de Klassieke Oudheid omvat.
1.4 De situatie in Nederland
In Nederland werd het geschiedenisonderwijs hervormd door de invoering van de Canon
van de Nederlandse geschiedenis.
● Wat bevat deze canon? 50 vensters (belangrijke personen, gebeurtenissen en
thema’s) die alle Nederlanders moeten kennen.
○ De canon loopt van de hunebedden (ca. 3000 v.C.) tot Srebrenica (1995).
■ De canonitems worden niet uit het hoofd geleerd, maar dienen als
vensters op de samenleving van die tijd.
● Bijvoorbeeld: het item “De Beeldenstorm” laat leerlingen niet
alleen de godsdienstconflicten bestuderen, maar ook de
sociaal-economische context.
De tien tijdvakken in het Nederlandse onderwijs
Periode Tijdvak Jaartal
Prehistorie Tijd van jagers en boeren tot 3000 v.C.
Oudheid Tijd van Grieken en Romeinen 3000 v.C. – 500 n.C.
Vroege middeleeuwen Tijd van monniken en ridders 500 – 1000
Hoge en late Tijd van steden en staten 1000 – 1500
middeleeuwen
Renaissance / ontdekkers Tijd van ontdekkers en hervormers 1450 – 1600
Gouden Eeuw Tijd van regenten en vorsten 1600 – 1700
2
, Verlichting Tijd van pruiken en revoluties 1700 – 1800
Industrialisatie Tijd van burgers en 1800 – 1900
stoommachines
Eerste helft 20e eeuw Tijd van de wereldoorlogen 1900 – 1950
Tweede helft 20e eeuw Tijd van televisie en computer 1950 – heden
Hoofdstuk 2: Historiografie en bronnenkritiek: Hoe weten we, wat we weten
1 Wat is historiografie en bronnenkritiek?
De kennis over de prehistorie en het Oude Nabije Oosten is niet vanzelfsprekend. Ze is
het resultaat van onderzoek, discussie en interpretatie.
Historiografie en bronnenkritiek
● Historiografie bestudeert hoe historische kennis ontstaat en hoe inzichten in
de loop der tijd veranderen.
● Bronnenkritiek is het proces waarmee historici de betrouwbaarheid van
bronnen onderzoeken en vergelijken.
2 Welke soorten bronnen gebruiken we?
Omdat er in deze vroege perioden weinig geschreven documenten zijn, moeten historici
gebruikmaken van verschillende soorten bronnen:
1. Materiële resten 2. Schriftelijke bronnen (vanaf ca. 3200
● Werktuigen uit vuursteen uit v.C.)
Çatalhöyük of het Zagrosgebergte ● Kleitabletten uit Uruk spijkerschrift,
→ wijzen op landbouw en veeteelt. vroege boekhouding.
● Stadsmuren van Jericho tonen ● Gilgamesj-epos mengeling van
vroege stedelijke organisatie. mythologie en geschiedenis, geeft
● Grafvondsten uit Ur met inzicht in geloof en wereldbeeld.
luxevoorwerpen bewijs van handel
en sociale lagen.
● Voetafdrukken in Laetoli
(Tanzania) tonen vroege rechtop
lopende mensen.
3. Iconografische bronnen 4. Natuurwetenschappelijke data
● Reliëfs uit Assyrische paleizen ● C14-datering van graankorrels
tonen oorlog, jacht en macht. overgang van jagen naar landbouw.
● Cylinderzegels uit Sumer dienden ● DNA-onderzoek toont migratie en
administratief en symbolisch. vermenging tussen mensensoorten.
● Rotstekeningen tonen relatie ● Vergelijkend DNA-onderzoek
tussen mens, dier en natuur. tussen mens en neanderthaler laat
genetische aanpassing aan
omgeving zien.
3