In deze bijdrage worden twee verklaringen besproken voor het succes van populistische politici
zoals Donald Trump en Nigel Farage. Beide benaderingen richten zich op de partijvoorkeuren van
kiezers en trachten te begrijpen waarom steeds grotere groepen burgers zich afkeren van
traditionele centrumpartijen en kiezen voor populistische alternatieven.
De eerste verklaring, de economische■ongelijkheidsthese, stelt dat de opkomst van populisme
vooral voortkomt uit de groeiende economische onzekerheid in postindustriële samenlevingen.
Door globalisering, automatisering en het verdwijnen van stabiele industriële banen zien grote
groepen ‘left■behinds’ hun levensstandaard dalen. Zij voelen zich economisch bedreigd en in de
steek gelaten door politieke elites. Deze verklaring sluit aan bij theorieën van structurele sociale
verandering, waarbij macro■economische transformaties leiden tot verschuivende groepsposities
en nieuwe vormen van collectieve onvrede. Een bijkomend argument hierbij is dat lokale
economieën die achterblijven – niet enkel individuen – broeihaarden worden van ressentiment,
waardoor regionale economische ongelijkheid een versterkend effect heeft.
De tweede verklaring, de culturele■backlashthese, ziet populisme eerder als een reactie op snelle
culturele modernisering. Door de ‘stille revolutie’ verschuiven waarden naar multiculturalisme,
gendergelijkheid en kosmopolitisme. Voor groepen die hun status of culturele dominantie zien
afnemen, vooral oudere, minder hoogopgeleide mannen, voelt deze evolutie bedreigend. Zij
reageren met verzet en zoeken naar leiders die traditionele normen en nationale identiteit
verdedigen. Deze verklaring past binnen theorieën van culturele en waardengerelateerde sociale
verandering, waarin intergenerationele waardeconflicten leiden tot politieke polarisatie. Een
aanvullend argument is dat sociale media deze culturele spanningen versterken door algoritmische
versterking van morele verontwaardiging.
Welke verklaring het meest overtuigend is, hangt af van context, maar de culturele■backlashthese
verklaart sterker waarom ook economisch welvarende groepen voor populisme kiezen. Culturele
bedreiging lijkt dus een bredere mobiliserende kracht dan louter economische onzekerheid.
Tot slot lijkt het onwaarschijnlijk dat het trumpisme zal verdwijnen zodra Donald Trump politiek
verdwijnt. De beweging berust op structurele maatschappelijke spanningen die blijven bestaan.
Hoewel de mate van mobilisatie zonder een charismatische leider kan afnemen, blijven de
onderliggende culturele en economische breuklijnen aanwezig, waardoor het fenomeen in nieuwe
vormen kan voortbestaan.
zoals Donald Trump en Nigel Farage. Beide benaderingen richten zich op de partijvoorkeuren van
kiezers en trachten te begrijpen waarom steeds grotere groepen burgers zich afkeren van
traditionele centrumpartijen en kiezen voor populistische alternatieven.
De eerste verklaring, de economische■ongelijkheidsthese, stelt dat de opkomst van populisme
vooral voortkomt uit de groeiende economische onzekerheid in postindustriële samenlevingen.
Door globalisering, automatisering en het verdwijnen van stabiele industriële banen zien grote
groepen ‘left■behinds’ hun levensstandaard dalen. Zij voelen zich economisch bedreigd en in de
steek gelaten door politieke elites. Deze verklaring sluit aan bij theorieën van structurele sociale
verandering, waarbij macro■economische transformaties leiden tot verschuivende groepsposities
en nieuwe vormen van collectieve onvrede. Een bijkomend argument hierbij is dat lokale
economieën die achterblijven – niet enkel individuen – broeihaarden worden van ressentiment,
waardoor regionale economische ongelijkheid een versterkend effect heeft.
De tweede verklaring, de culturele■backlashthese, ziet populisme eerder als een reactie op snelle
culturele modernisering. Door de ‘stille revolutie’ verschuiven waarden naar multiculturalisme,
gendergelijkheid en kosmopolitisme. Voor groepen die hun status of culturele dominantie zien
afnemen, vooral oudere, minder hoogopgeleide mannen, voelt deze evolutie bedreigend. Zij
reageren met verzet en zoeken naar leiders die traditionele normen en nationale identiteit
verdedigen. Deze verklaring past binnen theorieën van culturele en waardengerelateerde sociale
verandering, waarin intergenerationele waardeconflicten leiden tot politieke polarisatie. Een
aanvullend argument is dat sociale media deze culturele spanningen versterken door algoritmische
versterking van morele verontwaardiging.
Welke verklaring het meest overtuigend is, hangt af van context, maar de culturele■backlashthese
verklaart sterker waarom ook economisch welvarende groepen voor populisme kiezen. Culturele
bedreiging lijkt dus een bredere mobiliserende kracht dan louter economische onzekerheid.
Tot slot lijkt het onwaarschijnlijk dat het trumpisme zal verdwijnen zodra Donald Trump politiek
verdwijnt. De beweging berust op structurele maatschappelijke spanningen die blijven bestaan.
Hoewel de mate van mobilisatie zonder een charismatische leider kan afnemen, blijven de
onderliggende culturele en economische breuklijnen aanwezig, waardoor het fenomeen in nieuwe
vormen kan voortbestaan.