Theoretische academische vaardigheden
Introductie: structuur van een wetenschappelijk artikel
Structuur van een artikel
Een wetenschappelijk artikel dat één of meerdere empirische studies
beschrijft, volgt een typische structuur. →
Wetenschappelijk artikel ≠ prosa!
Doel artikel = snel en helder informeren
De vaste structuur vergemakkelijkt het leesproces:
• de lezer weet wat te verwachten
• de lezer weet welke ‘functie’ elk onderdeel heeft, en dus welke
onderdelen hij/zij wil lezen om zijn/haar doel te bereiken
De vaste structuur vergemakkelijkt het schrijfproces:
• wetenschappelijk schrijven als een ‘ambacht’: je kan het leren!
De Imred-zandloper (Brunwell, 2011)
• Wetenschappelijk artikel heeft een bepaalde vorm.
• Eerst een brede beschouwing, daarna inzoomen
(onderzoeksvraag of hypothese), omzetten in een
methode. Eenmaal je de bevindingen hebt ga je
terug breder kijken.
Titel, samenvatting, kernwoorden
(ook title, abstract & keywords)
Titel
• Het eerste wat mensen lezen… Dus een informerende, maar ook motiverende
functie
o De titel wekt de interesse van de lezer op.
• Informerend → Structurerende functie
o De titel positioneert de paper binnen een bepaald thema en
wetenschappelijke discipline.
• Motiverend → Vrijheidsgraden voor creativiteit door te spelen met hoofd- en subtitel
• Vaak ook een ‘running header’ die doorloopt op elke pagina
• Eerst een hoofdtitel en dan een schuingedrukte titel. Hoofdtitel wekt interesse op bij
de lezer en de ondertitel informeert.
Samenvatting
• Voor mensen die een snel antwoord willen. Belangrijk bij de verkennende fase, je
moet enkel de samenvatting lezen om te weten of het relevant is.
• Aantal woorden vaak opgelegd door het tijdschrift. (bijvoorbeeld 60 woorden)
• Laat de lezer toe om zich snel te oriënteren:
o Is dit werk relevant voor mij of niet?
o Wat zijn de voornaamste bevindingen?
,Voorbeeld samenvatting of abstract van in de les:
Bemerk:
• Doorgaans verleden tijd
• Doorgaans geen referenties naar bronnen
Kernwoorden
Keywords zijn belangrijk als ‘metadata’, ze maken het artikel vindbaar in databases.
Inleiding of probleemstelling
(ook introduction)
• Belangrijkste onderdeel artikel
• Motiveren waarom het onderzoek of
de studie nodig is
Meest gemaakte fout: Inleiding is GEEN samenvatting maar in essentie een
persuasieve tekst: je probeert de lezer te overtuigen van het belang van je
onderzoeksvraag.
Het ‘Create a Research Space’ (CARS) model van Swales (1990):
1. Establishing a territory [the situation] – Wat is het onderwerp?
• Wat is het onderwerp, en eventueel de afbakening ervan?
• Waarom is het onderwerp belangrijk?
• Wat weten we al over het onderwerp uit voorgaand onderzoek?
• Vaak worden kernbegrippen meteen geïntroduceerd en gedefinieerd (= inhoudelijke
afbakening)
2. Establishing a niche [the problem definition] – Waarom is een onderzoek naar dit
onderwerp nodig?
• Tekortkomingen/beperkingen: Er zijn tekortkomingen of beperkingen aan
voorgaand onderzoek, en/of
• Kenniskloof: Er is een kenniskloof die nog niet eerder gedicht werd,
• en/of er zijn nieuwe of onbeantwoorde vragen, en/of
• Beantwoord aan oproep: De studie bouwt verder op eerder onderzoek dat oproep
formuleerde
➔ Elk van deze redenen is VAAK gekoppeld aan een statement over de RELEVANTIE: wat
winnen we door het onderzoek te doen?
,Niet omdat iets nog nooit onderzocht is dat het relevant is om te onderzoeken.
(Belangrijk want het is nog nooit onderzocht = geen relevante reden)
3. Occupying the niche [the niche] – Hoe gaat dit artikel dit probleem aanpakken?
• Wat is het doel van de studie
• Hoe wordt in deze studie dat doel bereikt?
• Hoe is het artikel verder opgebouwd?
Meta-tekst = tekst over de tekst ➔
Een goed geschreven artikel heeft vaak geen nood
aan meta-tekst. (Wij kunnen hier gebruik van maken)
Theoretisch kader of literatuurstudie
(ook theoretical framework and/or literature review)
• Achtergrondinformatie nodig om de studie ten gronde te begrijpen
• Een volledige schets bieden van het onderzoeksveld (the ‘state-of-the-art’)
• Het uitdiepen van de kenniskloof of –kloven die er zijn
Typische ingrediënten
1. Conceptdefiniëring
2. Theoretisch kader: een overzicht van belangrijke theorieën die toegepast worden
3. Argumentatie: die logisch is opgebouwd naar onderzoeksvragen en/of hypothesen
Vaak parallel met inleiding of:
Chronologisch bv. Tweede WO → nu
Geografisch bv. Belgie → Nederland → Europa
Persoon of groepsgebonden bv. Vlamingen → koppels → LGTBQAI+
Thematisch bv. financiële stress → depressie → huwelijk
Brongebonden bv. Belgische wet – Nederlandse wet
Methodegebonden bv. generieke metingen → concrete metingen
Een theorie = “een logische reeks van met elkaar verbonden (niet- tegenstrijdige)
stellingen, opvattingen en begrippen over de empirische werkelijkheid (of een deel
daarvan)”
Merk op bij argumentatielijn:
• Signaalwoorden
• Argumentatie vs. opsomming
→ “The 5 C’s”: cite, compare, contrast, critique, and connect.
Intermezzo: “They say, I say”
De kunst van wetenschappelijk schrijven is om zelf te argumenteren. Hierbij ga je jouw
claims onderbouwen door middel van de bevindingen van bestaand onderzoek of de
ideeën van bestaande onderzoekers, zoals neergeschreven in de literatuur.
➔ Om te zeggen wat jij wil zeggen, gebruik je wat andere mensen gezegd hebben.
, Methode
(ook methodology)
• Informeren over ethische toetsing
• Informeren tot op niveau dat:
o lezers de kwaliteit van het onderzoek
kunnen evalueren, en
o het onderzoek ‘repliceerbaar’ wordt
• Informatie over:
o Welke methode (survey, interview, bronnenonderzoek), welk design
o Welke data (populatie, steekproef) en hoe deze werden verzameld
(steekproeftrekking, rekrutering)
o Hoe het design precies werd geoperationaliseerd (meetinstrument,
onderzoeksprocedure, …)
o Soms: een algemene uitleg over de analyse
Bemerk: altijd in de verleden tijd.
Resultaten
(ook results)
• Gewoonlijk opgebouwd in dezelfde volgorde als de hypotheses/onderzoeksvragen
• Toont de resultaten van de analyse
• Resultaten bieden een antwoord dat onderbouwd is:
o Hetzij door statistische resultaten
o Hetzij door illustraties uit de data (quotes, …)
Bemerk: altijd in de verleden tijd.
Kwantitatief onderzoek Kwalitatief onderzoek
Selectie uit het bronmateriaal: Tabellen en figuren:
- illustreren de bevindingen - maken resultaten inzichtelijk
- laten toe om de abstractere analyse - laten toe om tekst ‘licht’ te houden
‘tastbaar’ te maken (advies = resultaat niet dubbel (dus in de
tekst én in de tabel) rapporteren)
Discussie en conclusie
(ook discussion & conclusion)
Bemerk:
• Concrete verwijzing naar de eigen bevindingen
(resultaten, limitaties, …): verleden tijd
• Interpretatie en reflectie op de implicaties:
tegenwoordige tijd
Introductie: structuur van een wetenschappelijk artikel
Structuur van een artikel
Een wetenschappelijk artikel dat één of meerdere empirische studies
beschrijft, volgt een typische structuur. →
Wetenschappelijk artikel ≠ prosa!
Doel artikel = snel en helder informeren
De vaste structuur vergemakkelijkt het leesproces:
• de lezer weet wat te verwachten
• de lezer weet welke ‘functie’ elk onderdeel heeft, en dus welke
onderdelen hij/zij wil lezen om zijn/haar doel te bereiken
De vaste structuur vergemakkelijkt het schrijfproces:
• wetenschappelijk schrijven als een ‘ambacht’: je kan het leren!
De Imred-zandloper (Brunwell, 2011)
• Wetenschappelijk artikel heeft een bepaalde vorm.
• Eerst een brede beschouwing, daarna inzoomen
(onderzoeksvraag of hypothese), omzetten in een
methode. Eenmaal je de bevindingen hebt ga je
terug breder kijken.
Titel, samenvatting, kernwoorden
(ook title, abstract & keywords)
Titel
• Het eerste wat mensen lezen… Dus een informerende, maar ook motiverende
functie
o De titel wekt de interesse van de lezer op.
• Informerend → Structurerende functie
o De titel positioneert de paper binnen een bepaald thema en
wetenschappelijke discipline.
• Motiverend → Vrijheidsgraden voor creativiteit door te spelen met hoofd- en subtitel
• Vaak ook een ‘running header’ die doorloopt op elke pagina
• Eerst een hoofdtitel en dan een schuingedrukte titel. Hoofdtitel wekt interesse op bij
de lezer en de ondertitel informeert.
Samenvatting
• Voor mensen die een snel antwoord willen. Belangrijk bij de verkennende fase, je
moet enkel de samenvatting lezen om te weten of het relevant is.
• Aantal woorden vaak opgelegd door het tijdschrift. (bijvoorbeeld 60 woorden)
• Laat de lezer toe om zich snel te oriënteren:
o Is dit werk relevant voor mij of niet?
o Wat zijn de voornaamste bevindingen?
,Voorbeeld samenvatting of abstract van in de les:
Bemerk:
• Doorgaans verleden tijd
• Doorgaans geen referenties naar bronnen
Kernwoorden
Keywords zijn belangrijk als ‘metadata’, ze maken het artikel vindbaar in databases.
Inleiding of probleemstelling
(ook introduction)
• Belangrijkste onderdeel artikel
• Motiveren waarom het onderzoek of
de studie nodig is
Meest gemaakte fout: Inleiding is GEEN samenvatting maar in essentie een
persuasieve tekst: je probeert de lezer te overtuigen van het belang van je
onderzoeksvraag.
Het ‘Create a Research Space’ (CARS) model van Swales (1990):
1. Establishing a territory [the situation] – Wat is het onderwerp?
• Wat is het onderwerp, en eventueel de afbakening ervan?
• Waarom is het onderwerp belangrijk?
• Wat weten we al over het onderwerp uit voorgaand onderzoek?
• Vaak worden kernbegrippen meteen geïntroduceerd en gedefinieerd (= inhoudelijke
afbakening)
2. Establishing a niche [the problem definition] – Waarom is een onderzoek naar dit
onderwerp nodig?
• Tekortkomingen/beperkingen: Er zijn tekortkomingen of beperkingen aan
voorgaand onderzoek, en/of
• Kenniskloof: Er is een kenniskloof die nog niet eerder gedicht werd,
• en/of er zijn nieuwe of onbeantwoorde vragen, en/of
• Beantwoord aan oproep: De studie bouwt verder op eerder onderzoek dat oproep
formuleerde
➔ Elk van deze redenen is VAAK gekoppeld aan een statement over de RELEVANTIE: wat
winnen we door het onderzoek te doen?
,Niet omdat iets nog nooit onderzocht is dat het relevant is om te onderzoeken.
(Belangrijk want het is nog nooit onderzocht = geen relevante reden)
3. Occupying the niche [the niche] – Hoe gaat dit artikel dit probleem aanpakken?
• Wat is het doel van de studie
• Hoe wordt in deze studie dat doel bereikt?
• Hoe is het artikel verder opgebouwd?
Meta-tekst = tekst over de tekst ➔
Een goed geschreven artikel heeft vaak geen nood
aan meta-tekst. (Wij kunnen hier gebruik van maken)
Theoretisch kader of literatuurstudie
(ook theoretical framework and/or literature review)
• Achtergrondinformatie nodig om de studie ten gronde te begrijpen
• Een volledige schets bieden van het onderzoeksveld (the ‘state-of-the-art’)
• Het uitdiepen van de kenniskloof of –kloven die er zijn
Typische ingrediënten
1. Conceptdefiniëring
2. Theoretisch kader: een overzicht van belangrijke theorieën die toegepast worden
3. Argumentatie: die logisch is opgebouwd naar onderzoeksvragen en/of hypothesen
Vaak parallel met inleiding of:
Chronologisch bv. Tweede WO → nu
Geografisch bv. Belgie → Nederland → Europa
Persoon of groepsgebonden bv. Vlamingen → koppels → LGTBQAI+
Thematisch bv. financiële stress → depressie → huwelijk
Brongebonden bv. Belgische wet – Nederlandse wet
Methodegebonden bv. generieke metingen → concrete metingen
Een theorie = “een logische reeks van met elkaar verbonden (niet- tegenstrijdige)
stellingen, opvattingen en begrippen over de empirische werkelijkheid (of een deel
daarvan)”
Merk op bij argumentatielijn:
• Signaalwoorden
• Argumentatie vs. opsomming
→ “The 5 C’s”: cite, compare, contrast, critique, and connect.
Intermezzo: “They say, I say”
De kunst van wetenschappelijk schrijven is om zelf te argumenteren. Hierbij ga je jouw
claims onderbouwen door middel van de bevindingen van bestaand onderzoek of de
ideeën van bestaande onderzoekers, zoals neergeschreven in de literatuur.
➔ Om te zeggen wat jij wil zeggen, gebruik je wat andere mensen gezegd hebben.
, Methode
(ook methodology)
• Informeren over ethische toetsing
• Informeren tot op niveau dat:
o lezers de kwaliteit van het onderzoek
kunnen evalueren, en
o het onderzoek ‘repliceerbaar’ wordt
• Informatie over:
o Welke methode (survey, interview, bronnenonderzoek), welk design
o Welke data (populatie, steekproef) en hoe deze werden verzameld
(steekproeftrekking, rekrutering)
o Hoe het design precies werd geoperationaliseerd (meetinstrument,
onderzoeksprocedure, …)
o Soms: een algemene uitleg over de analyse
Bemerk: altijd in de verleden tijd.
Resultaten
(ook results)
• Gewoonlijk opgebouwd in dezelfde volgorde als de hypotheses/onderzoeksvragen
• Toont de resultaten van de analyse
• Resultaten bieden een antwoord dat onderbouwd is:
o Hetzij door statistische resultaten
o Hetzij door illustraties uit de data (quotes, …)
Bemerk: altijd in de verleden tijd.
Kwantitatief onderzoek Kwalitatief onderzoek
Selectie uit het bronmateriaal: Tabellen en figuren:
- illustreren de bevindingen - maken resultaten inzichtelijk
- laten toe om de abstractere analyse - laten toe om tekst ‘licht’ te houden
‘tastbaar’ te maken (advies = resultaat niet dubbel (dus in de
tekst én in de tabel) rapporteren)
Discussie en conclusie
(ook discussion & conclusion)
Bemerk:
• Concrete verwijzing naar de eigen bevindingen
(resultaten, limitaties, …): verleden tijd
• Interpretatie en reflectie op de implicaties:
tegenwoordige tijd