Psychologie
Hoofdstuk 1: het psychologisch kader
1. onenigheid over de definitie
1.1. Interne onenigheid
Intern (binnen de psychologie) zijn psychologen het niet eens over wat het
onderwerp nu exact is van de psychologie. Er zijn verschillende
opvattingen over waar de psychologie zich primair mee bezighoudt. Ook
de methodes kunnen voor een discussie zorgen.
Letterlijk betekend psychologie zielkunde. Het woord is een samenstelling
van het Griekse psyché en logos.
Elke verschillende benadering heeft hun eigen opvatting van wat die
psyché nu exact is.
1.2. Externe onenigheid
Extern (vanuit andere wetenschappen) zijn wetenschappers het ook niet
eens over het onderwerp van de psychologie.
De onderwerpen die in de psychologie bestudeert worden, worden ook
door andere wetenschappen bestudeert.
Zie hieronder een schema van voorbeelden waarin er overlappingen zijn
tussen psychologie en andere menswetenschappen.
1
Emma Senesael – Psychologie
,2. Definitie van psychologie (volgens de
cursus
Psychologie= een wetenschappelijke benadering van menselijke
gedragingen, gevoelens, gedachten en interacties en de verschillende
factoren die het gedrag, de gedachten, de gevoelens en de interacties van
mensen beïnvloeden.
De definitie valt uiteen in 3 belangrijke componenten:
1. Psychologie is een wetenschappelijke benadering:
Hierin onderscheidt psychologische kennis over het gedrag van
mensen zich van andere kennis over het gedrag van mensen. De
Psychologie kiest uitdrukkelijk voor een wetenschappelijke
benadering.
2. Psychologie gaat over gedragingen, gevoelens, gedachten en
interacties:
Deze gedragingen, gevoelens, gedachtes en interacties worden
uitgelokt door prikkels en situaties. We kunnen deze niet
wetenschappelijk benaderen, maar eerder gokken.
3. Psychologie gaat ook over de verschillende factoren die het
gedrag, de gedachten, de gevoelens en de interacties van
mensen beïnvloeden:
Hoe komen deze tot stand. Je kunt dit opsplitsen in 2 delen; interne
gedragsdeterminanten/persoonsgebonden factoren en externe
gedragsdeterminanten/ omgeving gebonden. Psychologie zoekt een
wetenschappelijke manier om het gedrag van mensen te verklaren.
2
Emma Senesael – Psychologie
,2.1. een wetenschappelijke benadering van
gedragingen, gevoelens, gedachten en
interacties
2.1.1. wetenschappelijke kennis versus mensenkennis
Mensenkennis= het inzicht dat mensen tijdens hun leven opbouwen over
hoe andere mensen zich gedragen.
Wetenschappelijke kennis= kennis die verzameld werd op basis van
een wetenschappelijke methode. Het is gebaseerd op wat wetenschappers
waarnemen beschrijven bedenken een verklaring doen een
voorspelling controleren
Wetenschappelijke kennis onderscheidt zich van mensenkennis
doordat:
Geobjectiveerde kennis
Wet. Kennis streeft zo veel mogelijk naar de werkelijkheid
objectiveren door zich te baseren op feiten en er mogen geen
vooroordelen zijn.
Mensenkennis vaak gebaseerd op vooringenomen standpunt
Betrouwbare kennis
Wet. Kennis wordt verzameld aan de hand van een onderzoek die
aan strenge regels en afspraken moet voldoen. (er moet
herhaalbaarheid kunnen zijn en er moet een controleerbaarheid zijn)
Mensenkennis er worden conclusies getrokken uit een eenmalige
ervaring of gebeurtenis
Valide kennis
Wet. Kennis is valide in de mate dat een onderzoek ook op andere
populaties, situaties en momenten kan worden gedaan.
Mensenkennis kan alleen worden uitgevoerd op specifieke mensen
in specifieke situaties.
Psychologie is geen wetenschap zoals fysica of scheikunde, maar het
kan ons helpen de waarschijnlijkheid van bepaalde gedragingen,
gedachten, gevoelens en interacties in te schatten. Het maakt duidelijk
hoe mensen doorgaans en gemiddeld genomen reageren, maar geeft ons
geen zekerheid.
2.1.2. twee wetenschappelijke tradities
Je hebt 2 tradities in het benaderen van de menswetenschappen:
Een natuurwetenschappelijke De menswetenschappelijke
3
Emma Senesael – Psychologie
, benadering benadering
Kwantitatief onderzoek kwalitatief onderzoek (=niet-
(=numerieke data) numerieke data zoals meningen,
…)
Kan je herkennen aan: Kan je herkennen aan:
het gebruik van het gebruik van diepte-
gestandaardiseerde interviews, participerend
meetinstrumenten, zoals observaties en de analyse
vragenlijsten en testen. van documenten en
het gebruik van allerlei verhalen.
statistische technieken, zoals het gebruik van een
gemiddelden, ‘verstehende’ benadering
standaarddeviaties, waarbij onderzoekers op zoek
correlaties... en significante gaan naar terugkerende
verschillen. thema’s, patronen en
het gebruik van betekenissen.
representatieve het gebruik van kleine
steekproeven en grote steekproeven waarbij de
onderzoeksgroepen. nadruk ligt op diepgaande en
uitgebreide informatie van
individuele gevallen.
Bv. Een intelligentietest geeft je Bv. Onderzoek naar dyslexie kan
een cijfer over de mentale ook kijken naar hoe kinderen er zelf
capaciteit van een bepaald over praten: wanneer, met wie en
persoon, maar gaat voorbij aan de wat ze zeggen. Hiervoor worden
complexe cognitieve processen die diepte-interviews gehouden met
hierbij aan de basis liggen. leerlingen, ouders en leerkrachten
om ondersteuningsbehoeften in
kaart te brengen. Terwijl ze bij
kwantitatief puur op de testjes
uitgaan.
Vaak wordt er een combinatie gebruikt. De twee soorten vullen elkaar
vaak aan in het onderzoeksproces.
2.1.3. wetenschappelijke technieken
Een case-study
Onderzoekt 1 uniek persoon, situatie of gebeurtenis
Aan de hand van deze resultaten, trekken ze conclusies over het
algemeen gegeven
Vragenlijsten en enquêtes
Hierbij stelt men mensen directe vragen over hun gedrag of mening,
omdat men ervan uit gaat dat zij zelf het best iets kunnen vertellen
over hun gedrag en over de samenleving.
Vragen kunnen:
4
Emma Senesael – Psychologie
Hoofdstuk 1: het psychologisch kader
1. onenigheid over de definitie
1.1. Interne onenigheid
Intern (binnen de psychologie) zijn psychologen het niet eens over wat het
onderwerp nu exact is van de psychologie. Er zijn verschillende
opvattingen over waar de psychologie zich primair mee bezighoudt. Ook
de methodes kunnen voor een discussie zorgen.
Letterlijk betekend psychologie zielkunde. Het woord is een samenstelling
van het Griekse psyché en logos.
Elke verschillende benadering heeft hun eigen opvatting van wat die
psyché nu exact is.
1.2. Externe onenigheid
Extern (vanuit andere wetenschappen) zijn wetenschappers het ook niet
eens over het onderwerp van de psychologie.
De onderwerpen die in de psychologie bestudeert worden, worden ook
door andere wetenschappen bestudeert.
Zie hieronder een schema van voorbeelden waarin er overlappingen zijn
tussen psychologie en andere menswetenschappen.
1
Emma Senesael – Psychologie
,2. Definitie van psychologie (volgens de
cursus
Psychologie= een wetenschappelijke benadering van menselijke
gedragingen, gevoelens, gedachten en interacties en de verschillende
factoren die het gedrag, de gedachten, de gevoelens en de interacties van
mensen beïnvloeden.
De definitie valt uiteen in 3 belangrijke componenten:
1. Psychologie is een wetenschappelijke benadering:
Hierin onderscheidt psychologische kennis over het gedrag van
mensen zich van andere kennis over het gedrag van mensen. De
Psychologie kiest uitdrukkelijk voor een wetenschappelijke
benadering.
2. Psychologie gaat over gedragingen, gevoelens, gedachten en
interacties:
Deze gedragingen, gevoelens, gedachtes en interacties worden
uitgelokt door prikkels en situaties. We kunnen deze niet
wetenschappelijk benaderen, maar eerder gokken.
3. Psychologie gaat ook over de verschillende factoren die het
gedrag, de gedachten, de gevoelens en de interacties van
mensen beïnvloeden:
Hoe komen deze tot stand. Je kunt dit opsplitsen in 2 delen; interne
gedragsdeterminanten/persoonsgebonden factoren en externe
gedragsdeterminanten/ omgeving gebonden. Psychologie zoekt een
wetenschappelijke manier om het gedrag van mensen te verklaren.
2
Emma Senesael – Psychologie
,2.1. een wetenschappelijke benadering van
gedragingen, gevoelens, gedachten en
interacties
2.1.1. wetenschappelijke kennis versus mensenkennis
Mensenkennis= het inzicht dat mensen tijdens hun leven opbouwen over
hoe andere mensen zich gedragen.
Wetenschappelijke kennis= kennis die verzameld werd op basis van
een wetenschappelijke methode. Het is gebaseerd op wat wetenschappers
waarnemen beschrijven bedenken een verklaring doen een
voorspelling controleren
Wetenschappelijke kennis onderscheidt zich van mensenkennis
doordat:
Geobjectiveerde kennis
Wet. Kennis streeft zo veel mogelijk naar de werkelijkheid
objectiveren door zich te baseren op feiten en er mogen geen
vooroordelen zijn.
Mensenkennis vaak gebaseerd op vooringenomen standpunt
Betrouwbare kennis
Wet. Kennis wordt verzameld aan de hand van een onderzoek die
aan strenge regels en afspraken moet voldoen. (er moet
herhaalbaarheid kunnen zijn en er moet een controleerbaarheid zijn)
Mensenkennis er worden conclusies getrokken uit een eenmalige
ervaring of gebeurtenis
Valide kennis
Wet. Kennis is valide in de mate dat een onderzoek ook op andere
populaties, situaties en momenten kan worden gedaan.
Mensenkennis kan alleen worden uitgevoerd op specifieke mensen
in specifieke situaties.
Psychologie is geen wetenschap zoals fysica of scheikunde, maar het
kan ons helpen de waarschijnlijkheid van bepaalde gedragingen,
gedachten, gevoelens en interacties in te schatten. Het maakt duidelijk
hoe mensen doorgaans en gemiddeld genomen reageren, maar geeft ons
geen zekerheid.
2.1.2. twee wetenschappelijke tradities
Je hebt 2 tradities in het benaderen van de menswetenschappen:
Een natuurwetenschappelijke De menswetenschappelijke
3
Emma Senesael – Psychologie
, benadering benadering
Kwantitatief onderzoek kwalitatief onderzoek (=niet-
(=numerieke data) numerieke data zoals meningen,
…)
Kan je herkennen aan: Kan je herkennen aan:
het gebruik van het gebruik van diepte-
gestandaardiseerde interviews, participerend
meetinstrumenten, zoals observaties en de analyse
vragenlijsten en testen. van documenten en
het gebruik van allerlei verhalen.
statistische technieken, zoals het gebruik van een
gemiddelden, ‘verstehende’ benadering
standaarddeviaties, waarbij onderzoekers op zoek
correlaties... en significante gaan naar terugkerende
verschillen. thema’s, patronen en
het gebruik van betekenissen.
representatieve het gebruik van kleine
steekproeven en grote steekproeven waarbij de
onderzoeksgroepen. nadruk ligt op diepgaande en
uitgebreide informatie van
individuele gevallen.
Bv. Een intelligentietest geeft je Bv. Onderzoek naar dyslexie kan
een cijfer over de mentale ook kijken naar hoe kinderen er zelf
capaciteit van een bepaald over praten: wanneer, met wie en
persoon, maar gaat voorbij aan de wat ze zeggen. Hiervoor worden
complexe cognitieve processen die diepte-interviews gehouden met
hierbij aan de basis liggen. leerlingen, ouders en leerkrachten
om ondersteuningsbehoeften in
kaart te brengen. Terwijl ze bij
kwantitatief puur op de testjes
uitgaan.
Vaak wordt er een combinatie gebruikt. De twee soorten vullen elkaar
vaak aan in het onderzoeksproces.
2.1.3. wetenschappelijke technieken
Een case-study
Onderzoekt 1 uniek persoon, situatie of gebeurtenis
Aan de hand van deze resultaten, trekken ze conclusies over het
algemeen gegeven
Vragenlijsten en enquêtes
Hierbij stelt men mensen directe vragen over hun gedrag of mening,
omdat men ervan uit gaat dat zij zelf het best iets kunnen vertellen
over hun gedrag en over de samenleving.
Vragen kunnen:
4
Emma Senesael – Psychologie