Tweede lijn
prenataal
1
,Inhoudsopgave
2
,Klinisch redeneren
1. Situatie cliënt vaststellen: welke gegevens verzamel je?
2. Welke vragen ga je stellen, passend bij de DD om de eliminatie tot een (werk) diagnose
3. (werk) Diagnose(s)
4. Interventie / beleid
5. Verslaglegging
6. Diagnose en risicoprofiel
7. Evaluatie en reflectie
1 Situatie cliënt vaststellen: welke gegevens verzamel je?
Mogelijk zijn er al gegevens bekend: controle moederboekje / dossier
Vragen met betrekking tot de anamnese
Beoordelen gegevens van vorige controle(s)
Specifieke anamnese sinds vorige controle
Welke gegevens verzamel je?
2 Welke vragen ga je stellen?
Passend bij de DD om door eliminatie tot een (werk) diagnose te komen
Eerst opstellen van DD op basis van klacht / vraag
Welke vragen ga je stellen / welke onderzoeken ga je uitvoeren passend bij de DD
3 (Werk)diagnose(s)
4 Interventie / beleid
Beleid stel je op basis van (werk)diagnose
5 Verslaglegging
Brief de cliënt door volgens de ISBARR
Identificeer: stel jezelf voor en geef aan waar je bent
Situatie: de huidige situatie van de patiënt of het probleem
Background: relevante achtergrondinformatie zoals de medische voorgeschiedenis, vitale functies of medicatie
Assessment: analyse of beoordeling van de situatie door de zendende zorgverlener
Recommendation: specifieke aanbeveling of verzoek om actie van de ontvangende zorgverlener
Repeat: herhaal de instructies van de zorgverlener
6 Evaluatie en reflectie
Diagnose en risicoprofiel: stel hier voor je diagnose en risicoprofiel met mogelijke complicaties
Wat neem je mee?
3
, 1 Zwangere waarbij de circulatie in het gedrang komt
BLOEDINGEN
Bloedingen kunnen optreden op elk moment van de zwangerschap: hoeft niet per se te komen door de
zwangerschap.
EERSTE Bij een prille zwangerschap zijn deze kenmerken geruststellend:
TRIMESTER Groei van vruchtzak 1mm/d
5w AD: dooierak is geruststellend
6w AD: gemiddelde vruchtzak diameter (MSD) = 16-20 mm, CRL 4-9 mm en hartactie
Stijging van het HCG van meer dan 63% na 48 uur
NIDATIE- = ontstaat rond de innesteling van de bevruchte eicel in het baarmoederslijmvlies. Komt meestal 6-
BLOEDING 12 dagen na de bevruchting, dus rond de tijd van de verwachte menstruatie
Beschadiging van kleine bloedvaatjes in het endometrium bij implantatie
Contactbloeding
= lichte kortdurende vaginale bloeding na gemeenschap of inwendig onderzoek
Meestal door een doorbloed, kwetsbaar slijmvlies van de cervix of vaginawand
Bloeding stopt vanzelf en is niet schadelijk voor de zwangerschap.
Kliniek
Licht en kortdurend bloedverlies (enkele uren tot 2 dagen)
Kleur: roze, lichtrood of bruin (lichter dan bij menstruatie
Beleid
Geen behandeling nodig; het is een fysiologisch verschijnsel
Adviezen: geen seksueel contact of baden zolang er bloedverlies is, niet te warm douchen, geen
sauna
Goede opvolging van de zwangerschap
MISKRAAM = zwangerschap die eindigt bij een zwangerschapsduur van 22 weken óf bij onzekerheid over
zwangerschapsduur bij een gewicht <500 gr. (WHO)
Vroegtijdig zwangerschapsverlies = een intra-uteriene zwangerschap met een lege vruchtzak of een
vruchtzak met embryo/foetus zonder foetale hartactie binnen de eerste 12 6/7 week
Kliniek
Vaginaal bloedverlies komt vaker voor in het eerste trimester, al dan niet gepaard met krampen of
menstruatie-achtige pijn.
Bij miskraam; abortus incipiens:
Bloedverlies
pijnlijke krampen in onderrug of lage rugpijn
Expulsie van de vrucht: vocht of weefselverlies
Soorten
v Abortus imminens: bloeding maar zwangerschap nog intact
v Abortus completus: zwangerschapsproduct volledig uitgescheiden & endometriumdukte van <30
mm
v Abortus incompletus: vlokkenresten samen met decidua blijven achter
v Missed abortion/blighted ovum: niet vitaal embryo zonder bloeding
Oorzaken
Falende placentatie: onvoldoende transformatie van de spiraalarteriën en verminderde
trofoblastpenetratie
Chromosoomafwijkingen (50%): niet-levensvatbare afwijkingen
Insufficiënte werking corpus luteum
Endocriene ziekten: diabetes, hypothyreoïdie
Congenitale uterusafwijkingen
Diagnose
Echografie: vaststellen van intra- of extra-uteriene zwangerschap & vitaliteit embryo
Bij twijfel van aanwezigheid zwangerschap: urine- of bloedonderzoek voor HCG
Diagnose criteria voor een miskraam:
Kruinromplengte 7 mm of meer en geen hartactie
Gem. vruchtzakdiameter ≥ 25 mm en geen embryo
Afwezigheid van embryo met hartslag ≥ 2w nadat op vorige echo een vruchtzak zonder
dooierzak werd gezien
Afwezigheid van embryo met hartslag ≥ 11 dgn na een scan die vruchtzak met dooier toonde
Differentiaal diagnose
Extra-uteriene zwangerschap
Andere gynaecologische oorzaken: trauma, cervicitis, portiopoliep, cervixcarcinoom etc.
Infecties: toxoplasmose, CMV
Tabaksgebruik, alcohol, drugs etc.
4
prenataal
1
,Inhoudsopgave
2
,Klinisch redeneren
1. Situatie cliënt vaststellen: welke gegevens verzamel je?
2. Welke vragen ga je stellen, passend bij de DD om de eliminatie tot een (werk) diagnose
3. (werk) Diagnose(s)
4. Interventie / beleid
5. Verslaglegging
6. Diagnose en risicoprofiel
7. Evaluatie en reflectie
1 Situatie cliënt vaststellen: welke gegevens verzamel je?
Mogelijk zijn er al gegevens bekend: controle moederboekje / dossier
Vragen met betrekking tot de anamnese
Beoordelen gegevens van vorige controle(s)
Specifieke anamnese sinds vorige controle
Welke gegevens verzamel je?
2 Welke vragen ga je stellen?
Passend bij de DD om door eliminatie tot een (werk) diagnose te komen
Eerst opstellen van DD op basis van klacht / vraag
Welke vragen ga je stellen / welke onderzoeken ga je uitvoeren passend bij de DD
3 (Werk)diagnose(s)
4 Interventie / beleid
Beleid stel je op basis van (werk)diagnose
5 Verslaglegging
Brief de cliënt door volgens de ISBARR
Identificeer: stel jezelf voor en geef aan waar je bent
Situatie: de huidige situatie van de patiënt of het probleem
Background: relevante achtergrondinformatie zoals de medische voorgeschiedenis, vitale functies of medicatie
Assessment: analyse of beoordeling van de situatie door de zendende zorgverlener
Recommendation: specifieke aanbeveling of verzoek om actie van de ontvangende zorgverlener
Repeat: herhaal de instructies van de zorgverlener
6 Evaluatie en reflectie
Diagnose en risicoprofiel: stel hier voor je diagnose en risicoprofiel met mogelijke complicaties
Wat neem je mee?
3
, 1 Zwangere waarbij de circulatie in het gedrang komt
BLOEDINGEN
Bloedingen kunnen optreden op elk moment van de zwangerschap: hoeft niet per se te komen door de
zwangerschap.
EERSTE Bij een prille zwangerschap zijn deze kenmerken geruststellend:
TRIMESTER Groei van vruchtzak 1mm/d
5w AD: dooierak is geruststellend
6w AD: gemiddelde vruchtzak diameter (MSD) = 16-20 mm, CRL 4-9 mm en hartactie
Stijging van het HCG van meer dan 63% na 48 uur
NIDATIE- = ontstaat rond de innesteling van de bevruchte eicel in het baarmoederslijmvlies. Komt meestal 6-
BLOEDING 12 dagen na de bevruchting, dus rond de tijd van de verwachte menstruatie
Beschadiging van kleine bloedvaatjes in het endometrium bij implantatie
Contactbloeding
= lichte kortdurende vaginale bloeding na gemeenschap of inwendig onderzoek
Meestal door een doorbloed, kwetsbaar slijmvlies van de cervix of vaginawand
Bloeding stopt vanzelf en is niet schadelijk voor de zwangerschap.
Kliniek
Licht en kortdurend bloedverlies (enkele uren tot 2 dagen)
Kleur: roze, lichtrood of bruin (lichter dan bij menstruatie
Beleid
Geen behandeling nodig; het is een fysiologisch verschijnsel
Adviezen: geen seksueel contact of baden zolang er bloedverlies is, niet te warm douchen, geen
sauna
Goede opvolging van de zwangerschap
MISKRAAM = zwangerschap die eindigt bij een zwangerschapsduur van 22 weken óf bij onzekerheid over
zwangerschapsduur bij een gewicht <500 gr. (WHO)
Vroegtijdig zwangerschapsverlies = een intra-uteriene zwangerschap met een lege vruchtzak of een
vruchtzak met embryo/foetus zonder foetale hartactie binnen de eerste 12 6/7 week
Kliniek
Vaginaal bloedverlies komt vaker voor in het eerste trimester, al dan niet gepaard met krampen of
menstruatie-achtige pijn.
Bij miskraam; abortus incipiens:
Bloedverlies
pijnlijke krampen in onderrug of lage rugpijn
Expulsie van de vrucht: vocht of weefselverlies
Soorten
v Abortus imminens: bloeding maar zwangerschap nog intact
v Abortus completus: zwangerschapsproduct volledig uitgescheiden & endometriumdukte van <30
mm
v Abortus incompletus: vlokkenresten samen met decidua blijven achter
v Missed abortion/blighted ovum: niet vitaal embryo zonder bloeding
Oorzaken
Falende placentatie: onvoldoende transformatie van de spiraalarteriën en verminderde
trofoblastpenetratie
Chromosoomafwijkingen (50%): niet-levensvatbare afwijkingen
Insufficiënte werking corpus luteum
Endocriene ziekten: diabetes, hypothyreoïdie
Congenitale uterusafwijkingen
Diagnose
Echografie: vaststellen van intra- of extra-uteriene zwangerschap & vitaliteit embryo
Bij twijfel van aanwezigheid zwangerschap: urine- of bloedonderzoek voor HCG
Diagnose criteria voor een miskraam:
Kruinromplengte 7 mm of meer en geen hartactie
Gem. vruchtzakdiameter ≥ 25 mm en geen embryo
Afwezigheid van embryo met hartslag ≥ 2w nadat op vorige echo een vruchtzak zonder
dooierzak werd gezien
Afwezigheid van embryo met hartslag ≥ 11 dgn na een scan die vruchtzak met dooier toonde
Differentiaal diagnose
Extra-uteriene zwangerschap
Andere gynaecologische oorzaken: trauma, cervicitis, portiopoliep, cervixcarcinoom etc.
Infecties: toxoplasmose, CMV
Tabaksgebruik, alcohol, drugs etc.
4