Hoofdstuk 3 Grondhouding en werkingsprocessen
3.1 Grondhouding
De grondhouding bestaat uit houdingaspecten die volgens Miller en Rollnick aan de basis
liggen van het effectief begeleiden van veranderingsprocessen. Ze sluit nauw aan bij de
humanistische benadering van het begeleiden van cliënten, zoals die in het vorige hoofdstuk
uitgebreid aan de orde kwam. Deze grondbeginselen zijn:
1. Samenwerken
2. Uitlokken van motivatie en competentie
3. Autonomie bevestigen
4. Handelen vanuit mededogen
Samenwerken
De professional is samenwerkingspartner van de cliënt. De grondhouding is die van een
gelijkwaardige werkrelatie. De professional brengt kennis en vaardigheden mee die passen
bij het werkveld. De cliënt echter is ‘expert’ als het gaat over zijn eigen levensgeschiedenis,
leefomstandigheden, voorkeuren, drijfveren en overwegingen om al dan niet in beweging te
komen. Hij is de expert als het gaat om wat kan gaan werken in zijn leven en waarom. Er is
sprake van actieve samenwerking en gezamenlijke besluitvorming.
Uitlokken van motivatie en competentie
In hulpverleningsrelaties is het een bekende valkuil dat de professional, die de ander immers
wil helpen, hard voor zijn cliënten aan het werk gaat. Hij wil het probleem graag oplossen en
biedt een cursus, bemiddeling, schuldsanering, een baan, een plek in een verzorgingshuis
etc. Dan hoeft het geen verbazing te wekken dat de cliënt zich soms als een consument
opstelt. Hoe harder de professional aan het werk is, hoe minder de cliënt zich
probleemeigenaar voelt en hoe minder motivatie hij heeft om zelf stappen te zetten.
Doelen van mensen hebben meestal te maken met hun psychologische basisbehoeften zoals
competentie, autonomie of verbinding. Zij zoeken naar hun eigen invulling daarvan.
De wensen en mogelijkheden van de cliënt staan dus centraal en worden opgeroepen en
versterkt door de professional. Hierdoor verwoordt de cliënt uiteindelijk zijn eigen redenen
om te veranderen en zijn eigen ideeën over de aanpak. O.b.v. deze eigen overtuigingen
blijken mensen veel vaker daadwerkelijk te veranderen dan o.b.v. de motieven en
oplossingen die de professional aandraagt.
Autonomie bevestigen
Mensen hebben een psychologische basisbehoefte om zelfstandig, autonoom in het leven te
staan. Ze hebben behoefte aan het maken van eigen keuzes en de mogelijkheid om een
koers in te slaan in het leven die bij hen past. Ze hebben het recht om eigen keuzes te maken
in hun leven en ze hebben bovendien het vermogen daartoe.
3.1 Grondhouding
De grondhouding bestaat uit houdingaspecten die volgens Miller en Rollnick aan de basis
liggen van het effectief begeleiden van veranderingsprocessen. Ze sluit nauw aan bij de
humanistische benadering van het begeleiden van cliënten, zoals die in het vorige hoofdstuk
uitgebreid aan de orde kwam. Deze grondbeginselen zijn:
1. Samenwerken
2. Uitlokken van motivatie en competentie
3. Autonomie bevestigen
4. Handelen vanuit mededogen
Samenwerken
De professional is samenwerkingspartner van de cliënt. De grondhouding is die van een
gelijkwaardige werkrelatie. De professional brengt kennis en vaardigheden mee die passen
bij het werkveld. De cliënt echter is ‘expert’ als het gaat over zijn eigen levensgeschiedenis,
leefomstandigheden, voorkeuren, drijfveren en overwegingen om al dan niet in beweging te
komen. Hij is de expert als het gaat om wat kan gaan werken in zijn leven en waarom. Er is
sprake van actieve samenwerking en gezamenlijke besluitvorming.
Uitlokken van motivatie en competentie
In hulpverleningsrelaties is het een bekende valkuil dat de professional, die de ander immers
wil helpen, hard voor zijn cliënten aan het werk gaat. Hij wil het probleem graag oplossen en
biedt een cursus, bemiddeling, schuldsanering, een baan, een plek in een verzorgingshuis
etc. Dan hoeft het geen verbazing te wekken dat de cliënt zich soms als een consument
opstelt. Hoe harder de professional aan het werk is, hoe minder de cliënt zich
probleemeigenaar voelt en hoe minder motivatie hij heeft om zelf stappen te zetten.
Doelen van mensen hebben meestal te maken met hun psychologische basisbehoeften zoals
competentie, autonomie of verbinding. Zij zoeken naar hun eigen invulling daarvan.
De wensen en mogelijkheden van de cliënt staan dus centraal en worden opgeroepen en
versterkt door de professional. Hierdoor verwoordt de cliënt uiteindelijk zijn eigen redenen
om te veranderen en zijn eigen ideeën over de aanpak. O.b.v. deze eigen overtuigingen
blijken mensen veel vaker daadwerkelijk te veranderen dan o.b.v. de motieven en
oplossingen die de professional aandraagt.
Autonomie bevestigen
Mensen hebben een psychologische basisbehoefte om zelfstandig, autonoom in het leven te
staan. Ze hebben behoefte aan het maken van eigen keuzes en de mogelijkheid om een
koers in te slaan in het leven die bij hen past. Ze hebben het recht om eigen keuzes te maken
in hun leven en ze hebben bovendien het vermogen daartoe.