HS1: Wat is Filosofie?
Filosofie Studie van de algemene beginselen: causaliteit in twijfel trekken + nadenken over
algemene begrippen.
MAAR: geen eenduidig antwoord
Kritisch denken Iets in twijfel trekken.
Intuïtie Vroeger: iets wat niet betwijfeld kan worden.
Nu: Buikgevoel/gezond verstand.
Conceptuele Analyse Concepten/begrippen kritisch bekijken om ze zo beter te begrijpen.
Gedachte-experiment Instrument van de verbeelding om informatie te verwerven zonder een echt
experiment te moeten doen.
Brain in a vat Gedachtenexperiment waarbij men stelt dat het kan zijn dat we gewoon een brein
zijn in een pot die allerlei stimuli ontvangt en daarom denkt dat we een leven
leiden, maar eigenlijk zijn we gewoon een experiment van een kwaadaardige
wetenschapper.
Trolley problem Gedachtenexperiment waarbij iemand moet kiezen tussen 1 persoon of 5 personen
laten sterven op een treinspoor.
metafysica Zijnsleer – wat betekent het dat iets bestaat?
Logica Redeneerkunde – wat zijn geldige redeneringen?
Epistemiologie Kennisleer – wat is (wetenschappelijke) kennis?
Ethiek Zedenleer – wat is goed of juist handelen?
Sciëntisme Gedachtengang die zegt dat wetenschap het enige ware is dat ons kennis kan
verwerven over de werkelijkheid (omdat ze oude filosofische vragen heeft opgelost
– geen rekening gehouden met dat ze ook nieuwe vragen te leven brengt).
, HS2: Mechanisering en doelgerichtheid
Wetenschappelijke revolutie Enorme kentering/vooruitgang in het wetenschappelijk denken van de
mensen in de 17de eeuw.
Mechanisering Naar de wereld kijken m.b.v. mechanische oorzaken (waardoor is iets zoals
het is?) ipv. Doeloorzaken (waarom is iets zoals het is?).
Teleologie De zoektocht/leer naar doelen achter dingen.
Vieroorzakenleer Formele + materiële + bewerkstellige + finale oorzaak (Aristoteles).
Antinomie van het oordeel Tegenstrijdigheid wanneer we een oordeel vellen over levende wezens: we
moeten natuurwetenschappen en mechanische oorzaken volgen >< we
kunnen niet ontkennen dat er bij levende wezens doeloorzaken zijn.
Natuurwetenschappen Fysica
Evolutieleer Concept van Darwin; de mens is ontstaan uit een proces van natuurlijke
selectie en survival of the fittest.
Transmutationisme / - Voorganger van evolutietheorie (Lamarck).
formisme
Natuurlijke selectie Proces waarbij goede kenmerken van soorten genetisch worden
doorgegeven -> 3 premissen: schaarste (+ reproductief overschot), variatie,
variatie = erfelijk
Reproductief overschot Organismen krijgen meer nakomelingen dan nodig is om de populatie levend
te houden.
Adaptatie Aanpassing.
Essentialisme Men wil essenties vinden waaruit we kennis kunnen verwerven; eeuwige en
onveranderlijke dingen.
The argument from design Er is ontwerp in de natuur + een ontwerp is gemaakt door een ontwerper =>
er is een ontwerper voor de natuur.
A posteriori vs. a priori A posteriori: steunt op bewijs/ervaringen uit het verleden.
A priori: het is gewoon waar en heeft geen bewijs nodig, dingen die we al
sowieso weten.
Eindeloze regressive Telkens opnieuw de vraag stellen “wat heeft dat veroorzaakt?”
Natuurtheologie Via de natuurwetenschappen kan je informatie vinden om het bestaan van
God te bewijzen; de natuur lezen als een boek geschreven door God.
(William Paley)
Trial and error Werkwijze van de evolutie; de tijd kan niet terug draaien om fouten te fixen
dus natuurlijke selectie is een proces van proberen en fouten maken en de
fouten sterven wel uit.
Rudiment Orgaan dat we niet meer nodig hebben.
Mutatie Genetische aanpassing.
HS3: Lichaam en geest