100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting voor tt 3J.1.1. kennistoets jeugdrecht (CIJFER 8.9!!!!) - social work jeugd

Beoordeling
4,0
(2)
Verkocht
31
Pagina's
79
Geüpload op
13-02-2021
Geschreven in
2020/2021

Belangrijke informatie: Ik volg de opleiding Social Work, uitstroomprofiel Jeugd, jaar 3. (Studiejaar ) Voor deze toets heb ik een 8.9 gehaald!!!! De naam van de toets is: ‘3J.1.1 Kennistoets jeugdrecht’ of wordt aangegeven als ‘3J.1.1 Jeugdrecht: theorie en concepten’. Het hoort bij het vak ‘jeugdrecht’. Deze samenvatting is gemaakt voor bovenstaande toets. In de samenvatting vind je het volgende: - De Weblectures: internationale kinderrechten, juridisch ouderschap en gezag, aspecten jeugdwet 1, aspecten jeugdwet 2, drang en dwangkader in de jeugdhulp 1, drang en dwangkader in de jeugdhulp 2, Weblecture toezicht en handhaving, beroepsregistratie en tuchtrecht, Weblecture adolescenten- en jeugdstrafrecht uitgeschreven. - De belangrijkste punten (samenvatting) uit de reader: ‘reader recht profiel jeugd versie augustus 2020’. Dit zijn de hoofdstukken van de reader: Reader Recht profiel Jeugd Inhoud 2 Inleiding 3 1.De PCS in de Jeugdwet 4 2.Internationale kinderrechten 7 3.Gemeentelijk jeugdbeleid 19 4.Leerplicht, passend onderwijs en speciaal onderwijs 28 5. Jeugd- of kinderbescherming 36 6. Gesloten jeugdhulp 45 7.Jeugd- en adolescentenstrafrecht 48 8. Kwaliteit, SKJ-registratie en tuchtrecht en aansprakelijkheid 60

Meer zien Lees minder















Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H2
Geüpload op
13 februari 2021
Aantal pagina's
79
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Jeugdrecht

Les 1




Stof:
- Reader jeugdrecht 2. Internationale kinderrechten
- Kijken: Weblectures internationale kinderrechten, juridisch ouderschap en gezag.
- Jeugdrecht begrepen: H2, H3, H4.5 t/m H4.7 en blz. 88, blz. 20 en blz. 75 AL
gehighlight

Weblecture internationale kinderrechten

Betekenis en inhoud verdragen

- Verdrag= afspraak tussen twee of meerdere staten.
- Verdragen zijn internationaal recht.
- Internationaal recht staat boven nationaal recht.
- Internationaal recht ‘stuurt’ inhoud nationaal recht.

Verdragen en jeugdrecht

De wetgever (regering en Staten-Generaal) heeft binnen de grenzen van het internationaal
recht het jeugdrecht vormgegeven onder andere in:
- De jeugdwet
- Burgerlijk wetboek
- (Met name personen- en familierecht)

, - Wetboeken van strafrecht en strafvordering (jeugdstrafrecht)

Verdragen en burgers

Als een verdrag een afspraak is tussen staten wat hebben burgers er dan aan?

Hoe werken verdragen door in het nationale recht?

Door ratificatie gaat een verdrag gelden voor de staat.

a. De rechter mag in ons land bepalen dat een burger in een procedure een beroep kan
doen op een bepaling uit een verdrag (= directe werking) art. 94 Gw
b. Nationale rechtsregels bieden ruimte en wordt aangevuld met internationaal recht.
c. Internationaal recht ondersteunt beroep op nationaal recht.

Verdragen en grondrechten

Grondrechten gaan uit van het beginsel van universalisme; ze gelden overal en altijd.

Ze komen de mens toe omdat hij mens is, het zijn mensenrechten.

Vervolg

Twee typen grond- of mensen rechten:

1. Klassieke grondrechten

In de regel vrijheids- of gelijkheidsrechten. De staat moet de burgers gelijk behandelen en
hun vrijheidsrechten zoveel als mogelijk respecteren. Voorbeeld: eenieder heeft recht om te
huwen en een gezin te stichten volgens het nationale recht.

2. Sociale grondrechten

De staat dient zich actief in te spannen voor de leefomstandigheden van de burgers.
Voorbeeld: een veilige leefomgeving garanderen voor jeugdigen.


IVRK (internationaal verdrag inzake de rechten van het kind)

Opgesteld door de verenigde naties V.N. in 1989 (Jaar van het kind)

Alle leden van de VN behalve de V.S hebben geratificeerd, Nederland in 1995.

Handhaving en toezicht door de VN;
- Comité voor de rechten van kind op basis van rapportages van lidstaten.
- Individueel klachtrecht. Comité doet aanbeveling. Nederland heeft dit onderdeel niet
geratificeerd.

, - UNICEF (united nations children’s fund): toezicht op naleving.

Opmerking: de naleving van het verdrag kan niet worden afgedwongen d.m.v. rechtspraak.

EVRM (Europees verdrag voor de rechten van de mens (Rome 1950))

Opgesteld door de Raad van Europa (47 lidstaten)

Inhoud: klassieke grondrechten. (Dus vrijheids- en gelijkheidsrechten)

Nederland heeft dit verdrag geratificeerd.

Nederlandse rechter: EVRM-bepalingen hebben directe werking.

Handhaving: Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Individueel
klachtrecht. Uitspraken zijn bindend voor een staat. Europees hof betrekt bepalingen IVRK
bij uitspraken.

Toezicht op naleving van deze verdragen ook op nationaal niveau:

1. Nationale kinderombudsman (2011)

Onderdeel van de rijksoverheid maar een onafhankelijke positie.

Controlerende taak: toezicht op naleving
Adviserende taak: het parlement, gemeenten, professionals maar ook aan jeugdigen.

2. Non-gouvernementele organisaties (ngo)= onderdeel van de civil society.

Non-gouvernementele organisaties zijn organisaties die geen onderdeel zijn van de staat of
overheid. Ze vallen niet onder een regering (=gouvernement). Ze zijn opgericht door burgers.
Het zijn organisaties doe behoren tot de civil society, burgers die in georganiseerd verband
opkomen voor een algemeen belang.

Voorbeelden: Amnesty international, Human Rights Watch, Defence voor Children

Enkele belangrijke jeugdrechten

1. Recht op family life

Recht op family life, art. 8 EVRM en art. 16 IVRK

Inhoud

Staat dient familie/gezinsleven van burgers (ouders en jeugdigen) te respecteren, inclusief
de wijze waarop de ouders de opvoeding gestalte geven.

,Art. 8 lid 2 EVRM staat inbreuken toe op family life, mits wettelijk geregeld en op de
genoemde gronden b.v. bescherming van de gezondheid.

Voorbeelden van inbreuken: kinderbeschermingsmaatregelen: ondertoezichtstelling en
beëindiging van he gezag, opname gesloten jeugdhulp.

Art. 8 EVRM heeft directe werking. Er wordt relatief vaak beroep op gedaan.

Nederlandse recht

Art. 1: 247 BW recht en plicht gezag ouders om op te voeden en te verzorgen

Art. 1: 254 BW grond ondertoezichtstelling

Art. 1:266 BW grond gezag beëindigende maatregel

Art. 377a BW omgangsrecht van kind met ouders

Art. 6.1.2. JW grond machtiging gesloten jeugdhulp.


2. Garanderen opvoedverantwoordelijkheid en ondersteuning, art. 18 IVRK

(Opmerking: dit legt een inspanningsverplichting op de staat. De staat moet zijn best doen)

Staat erkent primaire opvoedverantwoordelijkheid ouders.

Staat bevordert ondersteuning aan ouders en jeugdigen (bijv. Jeugdhulpvoorzieningen)

Geen directe werking.

Nederlandse recht

Art. 1: 247 BW recht en plicht gezag ouders om op te voeden en te verzorgen.

Art. 2.1 JW gemeentelijk beleid jeugdhulp

Art 2.3 JW jeugdhulpplicht college van B&W


3. Belang van het kind, art. 3 IVRK

Lid 1 staten stellen belang van het kind voorop

Lid 2 staten bieden jeugdige bescherming en zorg die nodig zijn voor zijn of haar welzijn.

Lid 3 staten waarborgen kwaliteit van aanbod en voorzieningen

,Geen directe werking.

Nederlandse recht

Jurisprudentie: rechters achten belang van ouders ondergeschikt aan belang van het kind.

Art. 2.3 JW jeugdhulpplicht

Hoofdstuk 4 JW kwaliteitseisen jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen

4. Mening van het kind, art. 12 IVRK

Staat dient meningsvorming, meningsuiting en gelegenheid daartoe van de jeugdige te
bevorderen als het zijn belangen betreft, rekening houdend met leeftijd en ontwikkeling.

Nederlandse recht

Art. 7.3.4. JW toestemmingsvereiste jeugdhulp

Art. 809 Rv vanaf 12 jaar wordt minderjarige in rechtszaken over personen- en familierecht
door de rechter gehoord.

5. Discriminatieverbod, art. 2 IVRK

Staat garandeert alle jeugdigen de rechten uit het IVRK.

Staat waarborgt dat jeugdige niet wordt gediscrimineerd.

Nederlandse recht

Art. 1 Grondwet gelijkheidsbeginsel

Art. 1.3 JW en 1.2 JB ook jeugdigen (-18) die illegaal in ons land verblijven hebben recht op
jeugdhulp.

Juridische vraag

Invulling gemeentelijke beleidsvrijheid jeugdwet (ook de Wmo 2015) kan leiden tot
verschillen in maatwerk tussen gemeenten. Ongerechtvaardigd onderscheid?

Rechtspraak: toepassen van het decentralisatiebeginsel levert geen ongerechtvaardigd
onderscheid op.

Reader jeugdrecht 2. Internationale kinderrechten

2.1 Algemeen

,Staten kunnen een verdrag ondertekenen, maar ook ratificeren. Dit laatste betekent dat de
bepalingen uit het verdrag gelden binnen de staat. De nationale wetgeving van de staat
dient dan in overeenstemming te zijn met de bepalingen uit het verdrag. Staten kunnen in
geval van ratificatie door andere staten die partij zijn bij het verdrag worden aangesproken
als de nationale regelgeving strijdig is met het verdrag.

Ook is het mogelijk dat op basis van een verdrag een speciale instantie, in de regel een
internationaalrechtelijk college, toeziet op de naleving van de verdragsbepalingen door de
staten die het verdrag hebben geratificeerd.

Het antwoord op de vraag of de burgers van een staat die een verdrag heeft geratificeerd
zich juridisch kunnen beroepen op bepalingen uit het verdrag is gecompliceerder. We
spreken dan van doorwerking van het verdrag in de nationale rechtssfeer. Dit kan in het
Nederlandse recht op 3 manieren gebeuren.

1.Sommige staten, waaronder Nederland, maken het mogelijk dat de eigen burgers zich
direct kunnen beroepen op bepalingen uit een verdrag. De bepaling is dan een ieder
verbindend. Het is aan de rechter om in rechtszaken waarin burgers zich beroepen op een
verdragsbepaling vast te stellen of de verdragsbepaling deze, zogenaamde “directe of
rechtstreekse werking”, heeft. Op een verdragsbepaling die volgens de jurisprudentie directe
werking heeft kunnen burgers in ons land zich dus juridisch beroepen. De artikelen 93 en 94
Grondwet bevatten de grondslag voor de directe of rechtstreekse werking van
verdragsbepalingen.

2.Een tweede manier is dat het verdrag wordt gebruikt om nadere invulling te geven aan de
nationale wettelijke bepalingen, de zogenaamde verdragsconforme toepassing. Het gaat dan
veelal om open normen uit de nationale regelgeving.

3.Een derde manier bestaat erin dat verdragsbepalingen worden gebruikt als ondersteuning
van en beroep op nationale bepalingen.

2.4 Een aantal belangrijke rechten

6. Kind zonder ouderlijke zorg, art. 20 IVRK

Dit gaat over dat de staat voor de kinderen die tijdelijk of blijvend geen zorg van de eigen
ouders kan ontvangen, moet zorgen en passend verblijf moet vinden. Dit is in verschillende
Nederlandse rechten uitgewerkt.

Nederlandse recht

In het socialezekerheidsrecht is er de Algemene Nabestaandenwet, waarin een recht op
financiële bijstand, een nabestaandenuitkering, is opgenomen voor wezen en half-wezen.
In het personen- en familierecht in de bepalingen over voogdij, art. 1:280-324 BW.
In de Jeugdwet in de bepalingen die betrekking hebben op pleegzorg als jeugdhulp
(Hoofdstuk 4 Jeugdwet) en gesloten jeugdhulp (Hoofdstuk 6 Jeugdwet).

, 7. Toereikende levensstandaard, art. 27 IVRK

Lid 1 uitgangspunt is de erkenning door staten van recht op een toereikende
levensstandaard.

Lid 2 de primaire verantwoordelijkheid hiervan ligt bij de ouders of wettelijke opvoeders.

Lid 3 verplicht de staat tot materiele bijstand en ondersteuning.

Lid 4 gaat over alimentatie

Nederlandse recht

In Nederland bestaat aanspraak op materiele ondersteuning op basis van de Algemene
Kinderbijslagwet, in de vorm van de belastingmaatregel kind gebonden budget en specifieke
maatregelen zoals toeslagen voor ouders op basis van de Participatiewet.

8. Recht op leven en ontwikkeling, art. 6 IVRK & art. 24 IVRK-gezondheid kind

Een kind heeft recht op een goede gezondheid en op gezondheidszorg

Nederlandse recht

Wet op de publieke Gezondheidszorg (Wpg),

Zorgverzekeringswet (Zvw),

Wet langdurige zorg (Wlz) en de Jeugdwet (JW).

In Nederland zien we de overheid invulling geven door middel van voorlichting en allerlei
voorzieningen, zowel preventieve (denk aan inentingsprogramma’s) als curatieve.


Weblecture juridisch ouderschap en gezag (minderjarige, ouders en gezag)

Inhoud

1. Juridisch ouderschap; inhoud en ontstaan
2. Inhoud gezag over minderjarigen
3. Wie oefenen gezag uit?



1. Juridisch ouderschap; inhoud en ontstaan

Art. 1:197 BW: ouders en kinderen staan in familierechtelijke betrekking tot elkaar.

, Inhoud rechtsbetrekking: rechten en plichten.

Rechten en plichten ouders

- Recht op de geslachtsnaam, art. 1:5-9 BW
- Recht op de nationaliteit
- Erfrecht
- Levensonderhoud, art 1:392 BW
- Omgang met en informatie over het kind, art. 1:377a e.v. BW

Let op: er zijn gezagouders en ouders die geen gezag uitoefenen.

(N.B. Art. 1:377c BW: informatieplicht aan ouder zonder gezag richt zich tot o.a.
jeugdprofessional.)

Hulpverlener en informatieplicht

Casus:
Freddy verblijft in een gezinsvervangend tehuis. Ouders zijn gescheiden. Moeder oefent in
haar eentje het gezag uit. Vader heeft een omgangsregeling. Moeder houdt vader
onvoldoende op de hoogte van de situatie van freddy.

Heeft de vader recht op informatie over freddy van het gezinsvervangend tehuis?

Art. 1:377c lid 1 BW. De professional hoort de vader in te lichten hoe het gaat met freddy.

Wie is juridisch ouder? Art. 1:198, 199 BW

- De vrouw die het kind heeft gebaard.
- De man of vrouw die het kind heeft -erkend of -geadopteerd.
- De man of vrouw die ten tijde van de geboorte echtgenoot of geregistreerd partner is
van de moeder.
- Voor overleden echtgenoot/echtgenote of geregistreerde partner (man of vrouw
binnen 306 dagen na overlijden)
- De vrouw die ten tijde van de geboorte echtgenoot/echtgenote of geregistreerd
partner is van de moeder, indien sprake is van anonieme donorbevruchting.
- De man of vrouw van wie het ouderschap gerechtelijk is vastgelegd.

Gerechtelijke vaststelling/ ouderschapsactie

Twee juridische procedures, verschillende doelen

Gerechtelijke vaststelling ouderschap, art. 1:207 BW:
Doel: juridisch ouderschap vaststellen van een man of een vrouw.
Ouderschapsactie, art. 1:394 BW
Doel: een plicht tot alimentatie voor een man of een vrouw.

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
2 jaar geleden

4 jaar geleden

4,0

2 beoordelingen

5
1
4
0
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Ninanve Hogeschool InHolland
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1242
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
510
Documenten
64
Laatst verkocht
1 week geleden

4,0

205 beoordelingen

5
82
4
74
3
28
2
4
1
17

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen